Uitspraken zoeken
Filters
Instantie
Jaar van uitspraak
Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig243
- Hoger beroep65
- Eerste aanleg - meervoudig59
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Schadevergoedingsuitspraak16
- Voorlopige voorziening15
- Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig4
- Eerste aanleg - meervoudig, Schadevergoedingsuitspraak4
- Bodemzaak3
Meer tonen (20)
- Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Schadevergoedingsuitspraak3
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak3
- Kort geding3
- Kort geding, Op tegenspraak3
- Proceskostenveroordeling3
- Herziening2
- Mondelinge uitspraak2
- Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig1
- Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak1
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure1
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak1
- Hoger beroep kort geding1
- Hoger beroep, Mondelinge uitspraak1
- Hoger beroep, Tussenuitspraak1
- Hoger beroep, Voorlopige voorziening1
- Kort geding, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak, Op tegenspraak1
- Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening1
- Onbekend1
- Tussenbeschikking1
- Voorlopige voorziening+bodemzaak1
Onderwerp
Rechtsvraag
Beroep ingesteld door
Uitspraak (dictum)
Toewijzing
Ligging
Plaats
Deskundigenbureau
- GoedgekeurdProcedureelHoger beroep: uitspraak bevestigd
ECLI:NL:RVS:2026:5920
Raad van State (ABRvS) · 7 oktober 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:5920Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] wegens fysieke schade aan zijn boerderij een vergoeding van € 18.003,46, inclusief een vergoeding van € 845,00 voor bijkomende kosten en € 448,08 aan wettelijke rente, toegekend. Deze uitspraak gaat over de vraag of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Tussen part…
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ABRvS: de hardheidsclausule is niet bedoeld om een geschil over onder de NAM (en de Arbiter Bodembeweging) afgehandelde schades met nieuwe argumenten te heropenen; het Instituut is voor die schades niet bevoegd.
Raad van State (ABRvS) · 23 september 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:5631Bij besluit van 17 mei 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding van € 5.343,86 (inclusief btw, wettelijke rente en bijkomende kosten) toegekend voor mijnbouwschade aan zijn woning. [appellant] heeft op 29 september 2020 een aanvraag om vergoeding van aardbevingsschade ingediend bij het Instituut. Het Instituut heeft geen schadevergoeding toegekend voo…
- GoedgekeurdOverig (raakt mijnbouwschade)Hoger beroep: uitspraak vernietigd
ECLI:NL:RVS:2026:5670
Raad van State (ABRvS) · 23 september 2026 · enkelvoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:5670Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat de aanvraag van [appellant] om subsidie voor de kosten van energiebesparende of energieopwekkende maatregelen afgewezen. [appellant] heeft op 6 juni 2023 een aanvraag gedaan om subsidie op grond van de Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld. In de Regeling is opgenomen dat de minister maxim…
- GoedgekeurdVersterking / NCGOngegrond
ECLI:NL:RVS:2026:5321
Raad van State (ABRvS) · 9 september 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RVS:2026:5321Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat vastgesteld dat de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. [appellant] is eigenaar van de vrijstaande woning uit 1960 aan de [locatie] in Wirdum, een gebied waar aardbevingen voorkomen. De woning is na een brand in 1968 herbouwd op een fundering op staal uit…
- GoedgekeurdImmateriële schadeOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2026:3544
Rechtbank Noord-Nederland · 20 augustus 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:3544Mijnbouwschade. Eiseres is het niet eens met de hoogte van een immateriële schadevergoeding. De rechtbank oordeelt dat het IMG de aanvraag op de juiste manier heeft beoordeeld. Geen reden om af te wijken aan de gestandaardiseerde methode van het IMG. Eiseres heeft ten onrechte gesteld dat de Hof-methodiek zou moeten worden toegepast.
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2026:3398
Rechtbank Noord-Nederland · 12 augustus 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig, Schadevergoedingsuitspraak
ECLI:NL:RBNNE:2026:3398De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Instituut vergoeding voor extra kosten van juridische bijstand mocht afwijzen. Gezien de feiten en omstandigheden van dit geval is niet gebleken dat het maken van die kosten redelijk was. De rechtbank acht het niet onredelijk om het te houden bij de al toegekende vergoeding van vier uur en zes minuten. Eisers zaak over vergoeding van fys…
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2026:3213
Rechtbank Noord-Nederland · 5 augustus 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig, Schadevergoedingsuitspraak
ECLI:NL:RBNNE:2026:3213Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiseres toegekende schadevergoeding. Aan eiseres is schadevergoeding toegekend voor fysieke schade aan haar woning door bodembeweging door mijnbouwactiviteiten. Eiseres is het niet eens met de hoogte van de schadevergoeding. De rechtbank is van oordeel dat het Instituut de hoogte van de schadevergoeding op goede gronden heeft vastgesteld. De rechtbank…
- GoedgekeurdImmateriële schadeOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2026:3175
Rechtbank Noord-Nederland · 29 juli 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:3175Mijnbouwschade. Immateriële schadevergoeding. Gestandaardiseerde methode. Gelijktrekking binnen huishoudens. Minderjarigenregeling. Ongegrond.
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ECLI:NL:RVS:2026:4414
Raad van State (ABRvS) · 29 juli 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:4414Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 18.572,66, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning toegekend. De Afdeling heeft op de zitting van 12 juni 2026 vier door [appellant] aanhangig gemaakte zaken behandeld. De vier zaken gaan over: 1. de fysieke mijnbouwschade aan de wonin…
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2026:3132
Rechtbank Noord-Nederland · 15 juli 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:3132Mijnbouwschade. Het Instituut heeft terecht geoordeeld dat er geen sprake is van aardbevingsschade. Er is geen sprake van strijd met het motiveringsbeginsel of het gelijkheidsbeginsel. Beroep ongegrond.
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ECLI:NL:RVS:2026:3964
Raad van State (ABRvS) · 8 juli 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:3964Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om vergoeding van bijkomende kosten afgewezen voor zover het gaat om de tijd die gemoeid is met de afhandeling van de aanvraag, de misgelopen inkomsten uit eigen onderneming en de overige kosten voor onder meer papier en toners. [appellant] is door vererving sinds 2016 eigenaar van de twee-onder-…
- GoedgekeurdBestuurlijk / methodiekOngegrond
Rb. Noord-Nederland (meervoudig): de aanvullende voorwaarde over het bouwjaar van de woning (ijkpunt 2012) voor toepassing van het bewijsvermoeden in de 6 km-gebieden (Praktische Uitwerking 18 april 2024) is een beleidsregel die niet onredelijk is gebleken; de onderzoeken van Deltares en TNO/TU Delft mochten worden gebruikt.
Rechtbank Noord-Nederland · 7 juli 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:3026Mijnbouwschade. Fysieke schade. Deze uitspraak gaat over de toepasselijkheid van het bewijsvermoeden binnen de 6 km gebieden. De rechtbank oordeelt dat de door het Instituut gestelde aanvullende voorwaarde van het bouwjaar 2012 bij het weer betrekken van de 6 km-gebieden bij het effectgebied, niet onredelijk is gebleken. Het bewijsvermoeden is in dit geval terecht niet toegepast op de schades aan…
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2026:2927
Rechtbank Noord-Nederland · 2 juli 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:2927Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor vergoeding van mijnbouwschade aan zijn woning. De woning ligt nét buiten het effectgebied. De grens van het gebied waar het bewijsvermoeden van toepassing is loopt door de woning van de buren onder dezelfde kap. De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van een overduidelijke onevenredigheid tussen de beoord…
- GoedgekeurdWaardedalingOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2026:2938
Rechtbank Noord-Nederland · 2 juli 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:2938Mijnbouwschade. Waardedaling. De woning is door eiser voorafgaand aan de aanvraag verkocht en overgedragen. Daarom is het IMG, in lijn met de procedure en werkwijze, voor de waarde van de woning in eerste instantie uitgegaan van de verkoopprijs. Uit coulance is het IMG in het bestreden (herziene) besluit uitgegaan van de WOZ-waarde, verhoogd met een bedrag aan mijnbouwschade. Blijkens de taxatiek…
- GoedgekeurdWaardedalingOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2026:2921
Rechtbank Noord-Nederland · 1 juli 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:2921Mijnbouwschade. Waardedaling niet-woning zijnde een bedrijfspand. Eiseres was aandeelhouder in de vastgoedholding waar het bedrijfspand onderdeel van was. Beroep is ongegrond omdat het Instituut terecht heeft geoordeeld dat eiseres geen eigenaar is (geweest) van het bedrijfspand en daarom niet in aanmerking kan komen voor een waardedalingsvergoeding.
- GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk
ECLI:NL:RBNNE:2026:2936
Rechtbank Noord-Nederland · 29 juni 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:2936Mijnbouwschade. Immateriële schade. Het beroep is te laat ingediend. De klacht van eiser bij het IMG is niet aan te merken als beroepschrift. Het IMG heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank de doorzendplicht niet geschonden. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Het beroep is niet-ontvankelijk.
- GoedgekeurdBestuurlijk / methodiekOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2026:2286
Rechtbank Noord-Nederland · 12 juni 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:2286Deze uitspraak gaat over de eerste heffing die de Minister aan NAM op grond van artikel 15 van de Tijdelijke Wet Groningen (hierna: TwG) heeft opgelegd. Het gaat om kosten die het Instituut Mijnbouwschade Groningen (het Instituut) heeft gemaakt in verband met de afhandeling van fysieke schade aan gebouwen en werken over het derde en vierde kwartaal van 2020. Het gaat om een bedrag van ruim 268 mi…
- GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk
ECLI:NL:RBNNE:2026:4007
Rechtbank Noord-Nederland · 11 juni 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:4007De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat dat te laat is ingediend en die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De door eiser genoemde feiten en omstandigheden maken niet dat het te laat indienen van beroep verschoonbaar is. De rechtbank betrekt daarbij dat eiser aangeeft tijdens de beroepstermijn kennis te hebben genomen van het bestrede…
- GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk
ECLI:NL:RBNNE:2026:4008
Rechtbank Noord-Nederland · 11 juni 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:4008De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat dat te laat is ingediend en die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De door eiser genoemde feiten en omstandigheden maken niet dat het te laat indienen van beroep verschoonbaar is. De rechtbank betrekt daarbij dat eiser aangeeft tijdens de beroepstermijn kennis te hebben genomen van het bestrede…
- GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk
ECLI:NL:RBNNE:2026:4009
Rechtbank Noord-Nederland · 11 juni 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:4009De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat dat te laat is ingediend en die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De door eiser genoemde feiten en omstandigheden maken niet dat het te laat indienen van beroep verschoonbaar is. De rechtbank betrekt daarbij dat eiser aangeeft tijdens de beroepstermijn kennis te hebben genomen van het bestrede…