Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandmeervoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2026:2927

Rechtbank Noord-Nederland · 2 juli 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig

Rb. Noord-Nederland 2 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2927

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser vroeg vergoeding van mijnbouwschade aan zijn twee-onder-één-kapwoning; de grens van het effectgebied loopt door de woning van de buren. Het IMG wees af. De rechtbank oordeelt dat strikte toepassing van de grens niet onevenredig is en dat eiser buiten het effectgebied het causaal verband niet aannemelijk heeft gemaakt. Beroep ongegrond.

Citaat (regel 45)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12, r.o. 1)
      “Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor vergoeding van mijnbouwschade aan zijn woning.”
  • Kwesties

    • Bewijsvermoeden

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 36, r.o. 7.1)
      “Dit betekent dat in beginsel het bewijsvermoeden voor eiser niet van toepassing is en dat de regels op grond van de bestaande risicoaansprakelijkheid gelden.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 39, r.o. 7.4)
      “De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van een overduidelijke onevenredigheid tussen de beoordeling van de schade aan het pand van eiser en die van de buren.”
    • Vaste vergoeding

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 41, r.o. 7.6)
      “De vergoeding die de buren hebben ontvangen zegt daarom niets over het bestaan van een relatie met mijnbouwactiviteiten.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Afgewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43, r.o. 8)
      “Dat betekent dat het Instituut de aanvraag van eiser voor vergoeding van mijnbouwschade aan zijn woning terecht heeft afgewezen.”
  • Gemachtigde

    • mr. S.H. Kingma · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 7)
      “(gemachtigde: mr. S.H. Kingma),”
    • B.C. Rots · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mrs. B.C. Rots en S.C. Goldbohm).”
    • S.C. Goldbohm · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mrs. B.C. Rots en S.C. Goldbohm).”
  • Deskundige

    • RY Projecten (R. Ydema) · contra-expert · rechter volgt het advies niet

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 41, r.o. 7.6)
      “Wat eiser verder ter onderbouwing aanvoert over de relatie tussen mijnbouwactiviteiten en de schade aan zijn woning, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om causaal verband aan te nemen.”
    • Solide Vastgoedbeheer (T. Hoogeveen) · contra-expert · rechter volgt het advies niet

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 41, r.o. 7.6)
      “Uit de verklaring van Hoogeveen volgt dat aannemelijk is dat de beide woningen onder dezelfde kap een gedeelde fundering, bouwmuur en dakconstructie hebben en trillingen daarom dezelfde invloed op beide woningen zullen hebben.”
  • Trillingssterkte

    • 2 mm/s · kansniveau 1% · grenswaarde

      Goedgekeurd

      zoals genoemd in de uitspraak, met kansniveau en bron

      Citaat (regel 26, r.o. 4.1)
      “Het Instituut heeft het effectgebied, waar het bewijsvermoeden van toepassing is, vastgesteld op de gebieden waar trillingen hebben plaatsgevonden met een berekende snelheid van 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1%.”
  • Grenswaarde overschreden

    • Nee

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 36, r.o. 7.1)
      “Niet in geschil is dat de woning van eiser niet valt binnen het 6 km-criterium en dat de trillingssnelheden op locatie van de woning onder de 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% zijn gebleven.”
  • Ligging

    • Buiten het effectgebied

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 36, r.o. 7.1)
      “De woning van eiser ligt dus niet in het effectgebied.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 28 juli 2025

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 17, r.o. 2.2)
      “Met het bestreden besluit van 28 juli 2025 op het bezwaar van eiser is het Instituut bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.”
  • Datum primair besluit

    • 5 mei 2025

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 16, r.o. 2.1)
      “Het Instituut heeft deze aanvraag met het besluit van 5 mei 2025 afgewezen omdat de woning buiten het effectgebied ligt en er geen sprake is van een uitzonderlijke situatie.”

Niet genoemd in de uitspraak: bedragen, aantal schades, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 7.1

    Goedgekeurd

    De woning ligt buiten het effectgebied (onder 2 mm/s, buiten 6 km); het bewijsvermoeden geldt niet.

    “De woning van eiser ligt dus niet in het effectgebied.”
  2. r.o. 7.4

    Goedgekeurd

    Dat de grens door de woning van de buren onder dezelfde kap loopt, is niet onevenredig gelet op het doel van rechtszekerheid.

    “Het van toepassing verklaren van het bewijsvermoeden op de woning van eiser en daarmee af te wijken van het effectgebied zou juist zorgen voor minder rechtszekerheid.”
  3. r.o. 7.6

    Goedgekeurd

    De vaste vergoeding aan de buren zegt niets over causaliteit; eiser heeft het causaal verband niet aannemelijk gemaakt.

    “De vergoeding die de buren hebben ontvangen zegt daarom niets over het bestaan van een relatie met mijnbouwactiviteiten.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor vergoeding van mijnbouwschade aan zijn woning. De woning ligt nét buiten het effectgebied. De grens van het gebied waar het bewijsvermoeden van toepassing is loopt door de woning van de buren onder dezelfde kap. De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van een overduidelijke onevenredigheid tussen de beoord…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 25/3294
5uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juli 2026 in de zaak tussen
6[naam], uit [plaats], eiser
7(gemachtigde: mr. S.H. Kingma),
8en
9Instituut Mijnbouwschade Groningen, het Instituut
10(gemachtigden: mrs. B.C. Rots en S.C. Goldbohm).
11Samenvatting
121. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor vergoeding van mijnbouwschade aan zijn woning. Het Instituut heeft de aanvraag afgewezen omdat de woning van eiser niet binnen het effectgebied ligt waar het bewijsvermoeden van toepassing is en niet aannemelijk is geworden dat de schade is veroorzaakt door trillingen als gevolg van mijnbouwactiviteiten. Eiser is het niet eens met de afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
131.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Instituut terecht het bewijsvermoeden niet heeft toegepast op de schade van eiser en ook niet aannemelijk is geworden dat de schade is ontstaan door mijnbouwactiviteiten. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
14Feiten en totstandkoming van het besluit
152. Eiser is eigenaar van een twee-onder-één-kap-woning uit 2006 aan [adres]. De grens van het gebied waar het bewijsvermoeden van toepassing is, loopt door de woning van de buren onder dezelfde kap.
162.1. Op 5 mei 2025 heeft eiser een aanvraag ingediend voor vergoeding van schade door mijnbouwactiviteiten aan zijn woning. Het Instituut heeft deze aanvraag met het besluit van 5 mei 2025 afgewezen omdat de woning buiten het effectgebied ligt en er geen sprake is van een uitzonderlijke situatie. Het bewijsvermoeden is niet van toepassing en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de schade wel veroorzaakt is door mijnbouwactiviteiten.
172.2. Met het bestreden besluit van 28 juli 2025 op het bezwaar van eiser is het Instituut bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
182.3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Instituut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
192.4. De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en de gemachtigden van het Instituut.
20Beoordeling door de rechtbank
21Waar gaat het geschil over?
223. In geschil is de vraag of het buiten toepassing laten van het bewijsvermoeden op de schades aan de woning van eiser tot onevenredige gevolgen voor eiser leidt. Ook is in geschil of het Instituut de schade in behandeling had moeten nemen omdat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat de schade is ontstaan door mijnbouwactiviteiten.
23Wat is het toetsingskader?
244. Het bewijsvermoeden van artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek (BW) houdt in dat als een woning gelegen binnen het effectgebied fysieke schade heeft, en deze schade naar haar aard schade als gevolg van bodembeweging door de gaswinning zou kunnen zijn, ook wordt vermoed dat de schade aan die woning door gaswinning veroorzaakt is. Het vermoeden dat de schade aan de woning door gaswinning is veroorzaakt geldt niet voor schade aan woningen die buiten het effectgebied zijn gelegen. De wetgever heeft hierover tijdens de totstandkoming van de wetgeving overwogen:
25“Het wettelijk bewijsvermoeden wordt beperkt tot schade binnen het effectgebied van het Groningenveld. Zoals hiervoor uiteengezet wordt de introductie van het wettelijk bewijsvermoeden gerechtvaardigd doordat sprake is van een situatie waarin het grootste deel van een groot aantal soortgelijke schadegevallen het gevolg is van één oorzaak, namelijk gaswinning. In situaties en gebieden waar dat niet het geval is, is een zodanige ingreep in de procespositie van partijen niet aangewezen. In andere delen van Nederland blijft daarom de bestaande risicoaansprakelijkheid gelden.”
264.1. Het Instituut heeft het effectgebied, waar het bewijsvermoeden van toepassing is, vastgesteld op de gebieden waar trillingen hebben plaatsgevonden met een berekende snelheid van 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1%. Daarnaast is het bewijsvermoeden ook van toepassing voor woningen die liggen binnen zes kilometer van de grens van het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk. De Afdeling heeft verschillende malen geoordeeld dat voor het effectgebied waar het bewijsvermoeden van toepassing is, de grens van een trillingssnelheid van 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% gehanteerd mag worden.
27Wat zijn de standpunten van partijen?
28Standpunten van eiser
295. Eiser voert aan dat het strikt hanteren van de grens van het effectgebied voor hem onredelijke gevolgen heeft, en het Instituut daarom een hardheidsclausule moet toepassen. Omdat de grens van het effectgebied door de woning van de buren onder dezelfde kap loopt, en de twee-onder-één-kap woning een constructieve eenheid vormt, is het niet houdbaar om de grens in dit geval zo strikt toe te passen. Eiser onderbouwt zijn standpunt met een verklaring van R. Ydema van RY Projecten (Ydema) en een verklaring van bouwkundig adviseur T. Hoogeveen van Solide Vastgoedbeheer (Hoogeveen). Zij stellen dat het onlogisch is om de schades aan beide woningen verschillend te beoordelen omdat trillingen vanwege de gedeelde constructie dezelfde invloed heeft op de beide woningen.
305.1. Daarnaast stelt eiser dat de schade door het Instituut beoordeeld moet worden. Het is namelijk aannemelijk dat deze ontstaan is door bodembeweging. Uit de verklaring van Ydema volgt dat de scheuren zich in de constructieve binnenwanden bevinden en dat er dus sprake is van zetting/beweging in de fundering, terwijl de woning op heipalen is gefundeerd. Dit kan volgens Ydema alleen ontstaan door verslechtering van de draagkrachtige grondlaag waar de palen in zijn geslagen.
31Standpunten van het Instituut
326. Het Instituut stelt zich op het standpunt dat trillingen door aardbevingen uit het Groningerveld geen schade aan de woning kunnen hebben veroorzaakt. Ook is de woning niet gelegen binnen zes kilometer van het Groningerveld of de gasopslag van Norg of Grijpskerk. Als gevolg daarvan staat het volgens het Instituut vast dat de schade aan de woning van eiser niet is ontstaan door mijnbouwactiviteiten. Daarmee is het bewijsvermoeden niet van toepassing en is er geen aanleiding om individueel onderzoek te doen naar de schades. Het is aan eiser om voldoende aannemelijk te maken dat de schade gerelateerd is aan mijnbouwactiviteiten. Eiser is hierin niet geslaagd, aldus het Instituut.
336.1. Daarnaast stelt het Instituut dat het voor onrechtvaardigheid zou zorgen als woningen- twee onder een kap of een heel rijtje- zouden worden gelijkgetrokken met een woning van dat blok waar het bewijsvermoeden geldt, omdat dan omliggende woningen die eigenlijk dichterbij het effectgebied liggen niet onder het bewijsvermoeden zouden vallen.
34Oordeel van de rechtbank
357. De rechtbank overweegt als volgt.
367.1. Niet in geschil is dat de woning van eiser niet valt binnen het 6 km-criterium en dat de trillingssnelheden op locatie van de woning onder de 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% zijn gebleven. De woning van eiser ligt dus niet in het effectgebied. Ook is niet in geschil dat de woning van eiser niet als bijzonder kwetsbaar object binnen de verruiming van het effectgebied valt. Dit betekent dat in beginsel het bewijsvermoeden voor eiser niet van toepassing is en dat de regels op grond van de bestaande risicoaansprakelijkheid gelden. Eiser dient dan aannemelijk te maken dat de schade aan zijn woning is ontstaan door mijnbouwactiviteiten.
377.2. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of in dit specifieke geval, waar het een twee-onder-één-kap-woning betreft en waarbij de grens van het bewijsvermoeden door de woning van de buren onder dezelfde kap loopt, het toepassen van de beleidsregel wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
387.3. Het verschil tussen de woning van eiser en die van de buren onder dezelfde kap, is gelegen in het gegeven dat voor de woning van de buren, gesitueerd bínnen het effectgebied, het bewijsvermoeden van toepassing is en voor de woning van eiser, gesitueerd buíten het effectgebied, niet. Dit verschil is ontstaan doordat de wetgever het wettelijk bewijsvermoeden alleen heeft kunnen rechtvaardigen wanneer sprake is van een situatie waarin het grootste deel van een groot aantal soortgelijke schadegevallen het gevolg is van één oorzaak, namelijk gaswinning. In situaties en gebieden waar dat niet het geval is, is een zodanige ingreep in de procespositie van partijen niet gerechtvaardigd en dus niet aanwezig. De Afdeling heeft verschillende malen geoordeeld dat de wijze waarop het effectgebied door het Instituut wordt afgebakend gehanteerd mag worden. De grens, hoewel arbitrair, is ruimhartig getrokken. Buiten het effectgebied wordt het volgens de deskundigen niet meer aannemelijk geacht dat er een verband bestaat tussen schade en bodembeweging door gaswinning of gasopslag.
397.4. De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van een overduidelijke onevenredigheid tussen de beoordeling van de schade aan het pand van eiser en die van de buren. Hierbij betrekt de rechtbank dat de woning van de buren, gelegen is in één van de lobjes die eerst wel, later niet en sinds 1 januari 2024 weer wel bij het gebied zijn betrokken waarbinnen het bewijsvermoeden van toepassing is. De keuze om de lobjes eerst buiten het effectgebied te laten heeft te maken met het gegeven dat de onafhankelijke deskundigen in de dossiers uit die gebieden zagen dat in overwegende mate geen aanleiding was voor enige schadevergoeding, omdat voor de aanwezige schades een autonome oorzaak bestond en verder niet viel in te zien hoe bodembeweging door mijnbouwactiviteiten op die locatie tot schade kon hebben geleid of die zou kunnen hebben verergerd. Daarom heeft het Instituut het bewijsvermoeden vanaf 2021 vooral beperkt tot het gebied met trillingen van minstens 2 mm/s, met uitzondering van die specifieke deelgebieden. Om beleidsvoorspelbaarheid en rechtszekerheid te verbeteren, heeft de staatssecretaris dit gebied per wetswijziging in 2023 opnieuw vastgelegd, waarbij het bewijsvermoeden geldt binnen de 6 km-zone én binnen het gebied met trillingen van ten minste 2 mm/s rondom het Groningenveld en gasopslaglocaties Norg. Kort gezegd zijn de lobjes toen dus niet betrokken omdat daar het grootste deel van een groot aantal soortgelijke schadegevallen het gevolg is van één oorzaak, namelijk gaswinning, maar vanwege redenen van rechtszekerheid. De omstandigheid dat de buren net wél, en eiser net niet binnen het gebied valt waar het bewijsvermoeden van toepassing is, is naar het oordeel van de rechtbank niet onevenredig in verhouding tot voornoemde doel, de rechtszekerheid. Het van toepassing verklaren van het bewijsvermoeden op de woning van eiser en daarmee af te wijken van het effectgebied zou juist zorgen voor minder rechtszekerheid. Deze beroepsgrond slaagt niet.
407.5. Het voorgaande houdt in dat, wanneer eiser van mening is dat de schade aan zijn woning is veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten, hij dit zelf moet onderbouwen met stukken.
417.6. De rechtbank overweegt dat eiser ter onderbouwing van zijn stelling dat de schade door het Instituut individueel moet worden beoordeeld een tweetal verklaringen heeft overgelegd. Uit de verklaring van Hoogeveen volgt dat aannemelijk is dat de beide woningen onder dezelfde kap een gedeelde fundering, bouwmuur en dakconstructie hebben en trillingen daarom dezelfde invloed op beide woningen zullen hebben. Eiser heeft verklaard dat de buren onder dezelfde kap hebben gekozen voor een vaste vergoeding. Dit betekent dat het Instituut een vergoeding heeft uitgekeerd zonder te kijken naar de oorzaak van de schade. De vergoeding die de buren hebben ontvangen zegt daarom niets over het bestaan van een relatie met mijnbouwactiviteiten. Wat eiser verder ter onderbouwing aanvoert over de relatie tussen mijnbouwactiviteiten en de schade aan zijn woning, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om causaal verband aan te nemen.
42Conclusie en gevolgen
438. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Instituut de aanvraag van eiser voor vergoeding van mijnbouwschade aan zijn woning terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
44Beslissing
45De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
46Deze uitspraak is gedaan door mr. M.R. Gans, voorzitter, en mr. J.Y.B. Jansen en mr. L.M. Praamstra, leden, in aanwezigheid van mr. H.L. Brandes-Boers, griffier.
47Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2026.
48griffier
49voorzitter
50Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
51Informatie over hoger beroep
52Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
53 
54[1] Kamerstukken II 2015-2016, 34390 nr. 3, p. 4.
55[2] Artikel 10oa van het Besluit Tijdelijke wet Groningen.
56[3] Zie o.a. de uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2132 en de uitspraak van 5 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2309.
57[4] Artikel 4:84 Awb.
58[5] Zie de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) van 5 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2309; ABRvS 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2132.