Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade

Uitspraken zoeken

Filters

Periode

Om zaken van een rechter te vinden. Uitkomsten per rechter tonen we niet (zie de methode).

Alleen uit gecontroleerde uitspraken.

57 uitspraken

Peildatum 27 oktober 2026

  1. GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2026:4414

    Raad van State (ABRvS) · 29 juli 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:4414

    Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 18.572,66, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning toegekend. De Afdeling heeft op de zitting van 12 juni 2026 vier door [appellant] aanhangig gemaakte zaken behandeld. De vier zaken gaan over: 1. de fysieke mijnbouwschade aan de wonin…

  2. GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ABRvS: een roestend gevelanker (corrosie) is voldoende onderbouwd als autonome oorzaak van scheurvorming; dat de schade vóór 2012 niet zichtbaar was, past bij het langzaam voortschrijdende roestproces. Geen toepassing van de hardheidsclausule voor in 2012 bij de NAM gemelde schades.

    Raad van State (ABRvS) · 18 maart 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:1572

    Bij besluit van 28 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 42.166,42, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend voor schade aan zijn boerderij. [appellant] is sinds 1995 eigenaar van de monumentale [boerderij] aan de [locatie] te [woonplaats]. Op 28 augustus 2018 heeft [appellant] bij het Instituut een vergoeding voor schade aan…

  3. GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond

    ECLI:NL:RBNNE:2026:328

    Rechtbank Noord-Nederland · 23 januari 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:328

    Deze uitspraak gaat over de vergoeding van schade door mijnbouwactiviteiten. Eiseres is het niet eens met de hoogte van de vergoeding en met de herstelmethode. De rechtbank komt tot het oordeel dat de door het Instituut ingeschakelde deskundigen voldoende inzichtelijk hebben gemaakt dat de voorgestelde herstelwijze het pand terugbrengt – zowel cosmetisch als constructief- in de situatie van voor…

  4. GoedgekeurdSchade aan een pandGegrond, zelf voorzien

    Rb. Noord-Nederland (meervoudig): zetting was in het besluit niet aangetoond zonder grondonderzoek ter plaatse (alleen DINOloket-profielen op honderden meters, grondwatergegevens tot 2010); na diepsonderingen en handboringen in beroep en StAB-advies volgt de rechtbank veenoxidatie als autonome oorzaak: rechtsgevolgen in stand. Deskundigenkosten vergoed.

    Rechtbank Noord-Nederland · 10 oktober 2025 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2025:4160

    Fysieke schade. Bewijsvermoeden. Calculatiemodel. Beroep gegrond. De vraag die voorligt is of voor verschillende schades het bewijsvermoeden is weerlegd en voor enkele andere schades het herstelbedrag juist is gecalculeerd. De rechtbank komt tot het oordeel dat het Instituut met de aanwezige rapporten het bewijsvermoeden voor enkele in geschil zijnde schades niet weerlegd heeft kunnen achten. Na…

  5. GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak vernietigd

    ABRvS: de trillingssnelheid bij 1% overschrijdingskans moet worden vergeleken met een grenswaarde bij hetzelfde kansniveau (1%); vergelijking met een 25%-grenswaarde is onjuist. Het hoger beroep van het Instituut slaagt; de plaats van de SBR Trillingsrichtlijn in het geactualiseerde kader is aanvaardbaar.

    Raad van State (ABRvS) · 10 september 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2025:4320

    Bij besluit van 20 april 2020 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen aan [wederpartij] voor een aantal schades een schadevergoeding van € 37.607,15, te vermeerderen met bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het Instituut voor de schades 3, 4, 5, 7, 22 en 40 het bewijsvermoeden niet heeft weerleg…

  6. GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ABRvS: ook bij een boerderij uit 1880 kan (verschil)zetting een autonome oorzaak zijn, omdat kruip (secundaire zetting) in slappe lagen een voortdurend proces is dat door wijzigingen in grondspanning en droogte opnieuw op gang komt; bewijsvermoeden weerlegd.

    Raad van State (ABRvS) · 2 juli 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2025:2947

    Bij besluit van 10 december 2019 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) aan [appellant] een schadevergoeding van € 19.734,46, inclusief wettelijke rente en bijkomende kosten, toegekend. [appellant] is sinds 2000 eigenaar van een woonboerderij met schuren aan de [locatie] te Garnwerd. Het woonhuis is gesloopt en herbouwd in 2010 en de schuren stammen uit 1880. [appellant] he…

  7. GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond

    Rb. Noord-Nederland: kosten van juridische bijstand bij het doen van de aanvraag hoefden in redelijkheid niet te worden gemaakt, omdat het aanvraagproces zonder eigen deskundige kan worden doorlopen (serviceloket, zaakbegeleider); dubbele redelijkheidstoets van art. 6:96 BW.

    Rechtbank Noord-Nederland · 29 april 2025 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2025:1670

    Mijnbouwschade. Bijkomende kosten. Dubbele redelijkheidstoets. Werkelijk gemaakte kosten. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat minder kosten zijn vergoed dan waar eiser op grond van artikel 6:96 lid 2 BW recht op zou hebben.

  8. GoedgekeurdWaardedalingHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2025:740

    Raad van State (ABRvS) · 26 februari 2025 · enkelvoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2025:740

    Bij besluiten van 12 april 2021 en 15 april 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] schadevergoedingen toegekend voor waardedaling van zijn woningen. Sinds 21 oktober 1970 is [appellant] eigenaar van de woning aan de [locatie 1]. Sinds 24 oktober 1978 is [appellant] ook eigenaar van de woning aan de [locatie 2]. Op 7 maart 2021 heeft [appellant] voor beide woningen een a…

  9. GoedgekeurdWaardedalingHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2025:756

    Raad van State (ABRvS) · 26 februari 2025 · enkelvoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2025:756

    Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellante] een vergoeding van € 8.136,70, te vermeerderen met wettelijke rente, voor de waardedaling van haar woning toegekend. [appellante] is sinds 1 oktober 1992 eigenares van de constructiewerkplaats met kantoor, magazijn, bergplaats, woonhuis en ondergrond aan de [locatie 1], [locatie 2]. [locatie 3] en [locat…

  10. GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2025:427

    Raad van State (ABRvS) · 5 februari 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2025:427

    Bij besluit van 1 februari 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding toegekend van € 32.323,78, inclusief wettelijke rente en bijkomende kosten. [appellant] was eigenaar van de woning aan de [locatie] te Groningen. In 2014 heeft [appellant] schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld gemeld bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij B…

  11. GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond

    ECLI:NL:RBNNE:2024:4694

    Rechtbank Noord-Nederland · 28 november 2024 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2024:4694

    Mijnbouwschade. Bijkomende kosten. Eisers menen dat zij kosten hebben gemaakt en inkomsten zijn misgelopen als gevolg van de (afhandeling van de) mijnbouwschade, deze kosten dient het IMG volgens eisers te vergoeden. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is gebleken of, en zo ja hoeveel, kosten zijn gemaakt en of deze kosten het gevolg zijn van de (afhandeling van de) mijnbouwschade. Het IM…

  12. GoedgekeurdSchade aan een pandGegrond, zelf voorzien

    ECLI:NL:RBNNE:2024:4222

    Rechtbank Noord-Nederland · 30 oktober 2024 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2024:4222

    Mijnbouwschade. Herstelmethode. Scheurvorming in stucwerk. De rechtbank ziet, alles overziende, geen aanleiding om te twijfelen aan de herstelmethode die door de door het Instituut ingeschakelde deskundigen is geadviseerd.

  13. GoedgekeurdWaardedalingHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2024:4152

    Raad van State (ABRvS) · 16 oktober 2024 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2024:4152

    Bij besluit van 23 februari 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen een aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling van een woning afgewezen. [appellant] was sinds 1997 gedeeltelijk eigenaar en vanaf 22 mei 2002 volledig eigenaar van de woning aan de [locatie] te [plaats] [postcode]. [appellant] heeft de woning verkocht en op 15 juni 2020 geleverd voor een bedrag van € 565.0…

  14. GoedgekeurdWaardedalingGegrond, rechtsgevolgen in stand

    ECLI:NL:RBNNE:2024:5350

    Rechtbank Noord-Nederland · 9 oktober 2024 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2024:5350

    Mijnbouwschade. Waardedaling. Concrete of abstracte berekening. PIA. Geen sprake van bijzondere omstandigheden 4:84 Awb. Ongegrond.

  15. GoedgekeurdWaardedalingHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2024:4079

    Raad van State (ABRvS) · 9 oktober 2024 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2024:4079

    Bij besluiten van 20 augustus 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant A] en [appellant B] ieder een schadevergoeding van € 1.915,06, vermeerderd met wettelijke rente, voor waardedaling van hun woning toegekend. Lefier heeft op 3 maart 1977 de eigendom verkregen van een perceel grond, met de daarop aanwezige opstallen van een ééngezinswoning met toebehoren, plaatselijk bek…

  16. GoedgekeurdCiviel (NAM)Overig

    ECLI:NL:RBNNE:2024:1780

    Rechtbank Noord-Nederland · 8 mei 2024 · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2024:1780

    Aardbevingsschade, bewijsvermoeden na deskundigenbericht weerlegd. De rechtbank laat de kosten van het deskundigenbericht voor rekening NAM.

  17. GoedgekeurdWaardedalingOngegrond

    ECLI:NL:RBNNE:2024:788

    Rechtbank Noord-Nederland · 24 januari 2024 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2024:788

    Mijnbouwschade. Waardedaling.

  18. GoedgekeurdCiviel (NAM)Overig

    ECLI:NL:RBNNE:2023:5395

    Rechtbank Noord-Nederland · 1 november 2023 · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2023:5395

    “Aardbevingszaak. Toepassing en beoordelingskader weerlegging wettelijk bewijsvermoeden (artikel 6:177a BW). De schadevordering van eiser wordt na deskundigenbericht afgewezen. De kosten van de deskundige worden voor rekening van NAM gelaten.”

  19. GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ABRvS: herstelkosten worden begroot naar het moment van ontstaan van de schade; het Instituut gaat in de praktijk uit van het prijspeil bij oplevering van het adviesrapport, vertraging wordt gecompenseerd met wettelijke rente.

    Raad van State (ABRvS) · 23 augustus 2023 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2023:3215

    Bij besluit van 20 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding van € 71.815,31, een vergoeding voor bijkomende kosten van € 1.565,00 en € 2.525,73 aan wettelijke rente toegekend. [appellant] is sinds 2004 eigenaar van een grote (woon)boerderij uit 1875 op perceel [locatie] te Wildervank. De boerderij is een rijksmonument. Het pand is een boerderij v…

  20. GoedgekeurdWaardedalingOngegrond

    ECLI:NL:RBNNE:2023:3546

    Rechtbank Noord-Nederland · 21 augustus 2023 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2023:3546

    Mijnbouwschade. Waardedaling. Naar oordeel van de rechtbank is geen sprake van bijzondere omstandigheden op basis waarvan het Instituut aanleiding had moeten zien om af te wijken van de Regeling (artikel 4:84 van de Awb). Het beroep is ongegrond.