Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandGegrond, zelf voorzien

ECLI:NL:RBNNE:2024:4222

Rechtbank Noord-Nederland · 30 oktober 2024 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 30 oktober 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4222

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiseres bestreed de herstelmethode voor scheuren in het stucwerk van haar buitengevels en wilde al het stucwerk vervangen. De rechtbank volgt de IMG-deskundigen dat plaatselijk herstel volstaat, mede omdat het stucwerk al in slechte staat was. Voor schade 61, die het IMG ter zitting erkende, is het beroep gegrond en stelt de rechtbank zelf € 926,31 extra vast.

Citaat (regel 55)
“- bepaalt dat de aan eiseres toe te kennen aanvullende schadevergoeding voor schade 61 € 926,31 bedraagt;”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit op haar aanvraag om vergoeding van aardbevingsschade aan haar woning op het adres [adres] te [plaats].”
  • Kwesties

    • Duurzaam herstel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 41, r.o. 7.4)
      “De door Vergnes en de door eiseres benaderde bouwbedrijven voorgestelde herstelmethode - vervanging van het gehele stucwerk - gaat naar het oordeel van de rechtbank verder dan herstel in oude toestand.”
    • Vergewisplicht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 41)
      “7.4. De rechtbank ziet, alles overziende, geen aanleiding om te twijfelen aan de herstelmethode die door de door het Instituut ingeschakelde deskundigen is geadviseerd.”
    • Kosten van een deskundige

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 50, r.o. 9.2)
      “Daarnaast komen de door eiseres gemaakte kosten voor het inschakelen van een deskundige voor een vergoeding in aanmerking.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

    • Gegrond, zelf voorzien

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 55)
      “- bepaalt dat de aan eiseres toe te kennen aanvullende schadevergoeding voor schade 61 € 926,31 bedraagt;”
  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Gedeeltelijk toegewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 55)
      “- bepaalt dat de aan eiseres toe te kennen aanvullende schadevergoeding voor schade 61 € 926,31 bedraagt;”
  • Gemachtigde

    • mr. N. de Boer · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 7)
      “(gemachtigde: mr. N. de Boer),”
    • mr. B.C. Rots · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigde: mr. B.C. Rots en mr. R.A.M.H.W. Wierenga).”
    • mr. R.A.M.H.W. Wierenga · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigde: mr. B.C. Rots en mr. R.A.M.H.W. Wierenga).”
  • Deskundige

    • CED (J. Martena) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 41)
      “7.4. De rechtbank ziet, alles overziende, geen aanleiding om te twijfelen aan de herstelmethode die door de door het Instituut ingeschakelde deskundigen is geadviseerd.”
    • CED (P.F. Kroes) · nader advies · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 41)
      “7.4. De rechtbank ziet, alles overziende, geen aanleiding om te twijfelen aan de herstelmethode die door de door het Instituut ingeschakelde deskundigen is geadviseerd.”
    • Vergnes Expertise B.V. (R. Lania) · contra-expert · rechter volgt het advies deels

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 44, r.o. 8.1)
      “De gemachtigde van het Instituut heeft ter zitting gezegd de schade conform de calculatie van Vergnes te willen vergoeden.”
  • Bedrag

    • € 15.091,10 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 2.6)
      “een schadevergoeding van € 15.091,10 toegekend aan eiseres, aangevuld met € 595,- aan bijkomende kosten en € 175,66 aan wettelijke rente.”
    • € 391,01 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 26, r.o. 2.9)
      “Met het bestreden besluit van 14 juni 2022 heeft het Instituut eiseres een aanvullende schadevergoeding van € 391,01 toegekend.”
    • € 3.528,07 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 26, r.o. 2.9)
      “Daarnaast is aanvullend € 16,90 aan wettelijke rente en € 3.528,07 aan bijkomende kosten toegekend.”
    • € 24.371,55 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24, r.o. 2.7)
      “Daarbij is een herstelbegroting overgelegd voor een bedrag van € 24.371,55.”
    • € 926,31 · toegewezen door de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 55)
      “- bepaalt dat de aan eiseres toe te kennen aanvullende schadevergoeding voor schade 61 € 926,31 bedraagt;”
    • € 184,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 57)
      “- bepaalt dat het Instituut het griffierecht van € 184 aan eiseres moet vergoeden;”
    • € 3.223,18 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 58)
      “- veroordeelt het Instituut tot betaling van € 3.223,18 aan proceskosten aan eiseres.”
    • € 1.473,18 · deskundigenkosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 50, r.o. 9.2)
      “Dit betreft een bedrag van € 1.473,18.”
  • Aantal schades

    • 61 schades · totaal

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 19, r.o. 2.2)
      “Daarbij zijn 61 schades opgenomen.”
    • 41 schades · in geschil

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35, r.o. 6)
      “Het beroep van eiseres richt zich tegen de door het Instituut aangewezen herstelmethode en de herstelcalculatie van schades 1 tot en met 40 en schade 61.”
    • 1 schade · toegewezen door de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 54)
      “- vernietigt het besluit van 14 juni 2022 voor zover dit ziet op schade 61;”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 14 juni 2022

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13, r.o. 1.1)
      “Met het bestreden besluit van 14 juni 2022 op het bezwaar van eiseres heeft het Instituut een aanvullende schadevergoeding toegekend.”
  • Datum primair besluit

    • 17 december 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “1.1. Het Instituut heeft met het besluit van 17 december 2020 een schadevergoeding toegekend.”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 7.4

    Goedgekeurd

    Vervanging van al het stucwerk gaat verder dan herstel in de oude toestand, omdat het stucwerk al in slechte staat was en geen effen beeld vertoonde.

    “Daarbij betrekt de rechtbank dat, zoals het Instituut naar voren heeft gebracht en ook uit de foto’s volgt, het stucwerk al in slechte staat verkeert”
  2. r.o. 7.4

    Goedgekeurd

    Schade aan het onderliggende metselwerk is niet opgenomen en valt buiten deze procedure.

    “betreft dit schade die geen onderdeel uitmaakt van de schades die in dit dossier door het Instituut zijn opgenomen, waardoor de rechtbank die schade in deze procedure niet kan beoordelen.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade. Herstelmethode. Scheurvorming in stucwerk. De rechtbank ziet, alles overziende, geen aanleiding om te twijfelen aan de herstelmethode die door de door het Instituut ingeschakelde deskundigen is geadviseerd.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 22/2880
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2024 in de zaak tussen
6[eiseres], uit [plaats], eiseres
7(gemachtigde: mr. N. de Boer),
8en
9Instituut Mijnbouwschade Groningen
10(gemachtigde: mr. B.C. Rots en mr. R.A.M.H.W. Wierenga).
11Inleiding
121. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit op haar aanvraag om vergoeding van aardbevingsschade aan haar woning op het adres [adres] te [plaats].
131.1. Het Instituut heeft met het besluit van 17 december 2020 een schadevergoeding toegekend. Met het bestreden besluit van 14 juni 2022 op het bezwaar van eiseres heeft het Instituut een aanvullende schadevergoeding toegekend.
141.2. Het Instituut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
151.3. De rechtbank heeft het beroep op 24 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres met haar gemachtigde en de gemachtigden van het Instituut. Aan de zijde van eiseres was deskundige P.J. Vrieling aanwezig. Aan de zijde van het Instituut was deskundige P. Kroes aanwezig.
16Totstandkoming van het besluit
172. Eiseres is eigenaar van de woning op het adres [adres] te [plaats]. Deze woning is in 1910 gebouwd en in 2002 door eiseres aangekocht.
182.1. Eiseres heeft op 27 mei 2020 een aanvraag voor vergoeding van schade aan haar woning ingediend bij de rechtsvoorganger van het Instituut, de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG).
192.2. Het Instituut heeft een deskundige aangewezen voor een schade-opname van de woning. Op 24 augustus 2020 heeft deskundige J. van der Ree Dolaard, verbonden aan adviesbureau CED, een onderzoek verricht. Daarbij zijn 61 schades opgenomen.
202.3. Op 28 september 2020 heeft Van der Ree Dolaard een adviesrapport aan het Instituut uitgebracht.
212.4. Eiseres heeft op dit rapport gereageerd met een zienswijze.
222.5. Op 9 december 2020 is door J. Martena, verbonden aan CED, een herzien adviesrapport aan het Instituut uitgebracht.
232.6. Het Instituut heeft met het besluit van 17 december 2020, onder overname van het herzien adviesrapport, een schadevergoeding van € 15.091,10 toegekend aan eiseres, aangevuld met € 595,- aan bijkomende kosten en € 175,66 aan wettelijke rente.
242.7. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Daarbij is een contra-expertiserapport van R. Lania, verbonden aan Vergnes Expertise B.V. (hierna: Vergnes), gevoegd. Daarbij is een herstelbegroting overgelegd voor een bedrag van € 24.371,55. Hier zijn ook twee aanvullende schades bij betrokken die nog niet waren opgenomen. Uiteindelijk heeft eiseres besloten voor de twee nieuwe schades een nieuwe aanvraag in te dienen.
252.8. Op 21 september 2021 heeft eiseres haar bezwaren kunnen toelichten tijdens een hoorzitting van de bezwaaradviescommissie.
262.9. Met het bestreden besluit van 14 juni 2022 heeft het Instituut eiseres een aanvullende schadevergoeding van € 391,01 toegekend. Daarnaast is aanvullend € 16,90 aan wettelijke rente en € 3.528,07 aan bijkomende kosten toegekend.
273. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.
283.1. Het Instituut heeft met een verweerschrift op het beroep gereageerd. Bij het verweerschrift is een deskundigenadvies van P.F. Kroes, verbonden aan CED, van 20 april 2023 gevoegd.
293.2. Op 1 augustus 2024 en 10 september 2024 heeft eiser aanvullende stukken ingediend. Hierbij bevindt zich een memo van Vergnes van 17 juni 2024.
303.3. Het Instituut heeft op 13 september 2024 een nader advies van P.F. Kroes ingediend.
31Beoordeling door de rechtbank
324. De rechtbank beoordeelt het beroep. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
335. Het beroep is reeds in zoverre gegrond, omdat voor schade 61 een aanvullende schadevergoeding door het Instituut aan eiseres wordt toegekend.
34Herstelmethode en herstelkosten
356. Tussen partijen is niet in geschil dat het bewijsvermoeden, zoals opgenomen in artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter plaatse van de woning van eiseres van toepassing is. Tussen partijen is ook niet in geschil dat het bewijsvermoeden ten aanzien van de 61 opgenomen schades niet is weerlegd. Het beroep van eiseres richt zich tegen de door het Instituut aangewezen herstelmethode en de herstelcalculatie van schades 1 tot en met 40 en schade 61. Schades 1 tot en met 40 betreffen scheurvorming in de gestucte buitengevels van het pand. Schade 61 betreft scheurvorming in de binnenmuur van de hal.
36Schades 1 tot en met 40
377. Eiseres stelt dat de door het Instituut vastgestelde herstelmethode voor schades 1 tot en met 40 incorrect en ontoereikend is. Met deze herstelmethode vindt plaatselijk herstel van de scheurvorming en het stucwerk plaats. Volgens eiseres zal dan duidelijk zichtbaar zijn waar het stucwerk is hersteld, waardoor een soort lappendeken in het stucwerk ontstaat. Deze herstelmethode verhoudt zich niet goed tot het advies van het Panel van Deskundigen van 22 januari 2019. Daarin staat dat bij het herstel van de schade ruimhartigheid het uitgangspunt moet zijn en herstel van scheurvorming in onder andere buitengevels er niet toe mag leiden dat er visuele verschillen ontstaan met de rest van de gevel. Eiseres verwijst verder naar het contra-expertiserapport van Vergnes. Daarin wordt onderbouwd dat plaatselijk herstel van het stucwerk zal zorgen voor oneffenheden in het de gevelwerking en er krimpscheuren kunnen optreden bij de aanhechting van het “oude” en het nieuwe gedeeltelijk herstelde stucwerk. Daarom moet het gehele stucwerk van de betreffende gevels worden overgezet. Daarnaast heeft eiseres een offerte opgevraagd bij Handelsonderneming [naam]. Die stelt tevens dat bij plaatselijk herstel krimpscheuren kunnen ontstaan. De offerte van Handelsonderneming [naam] van 6 september 2024 betreft een bedrag van € 24.175,80 voor herstel van schades 1 tot en met 40. Daarbij is het herstel van het beschadigde metselwerk onder het stucwerk nog niet betrokken. Ook andere stukadoors adviseren volgens eisers eerst het metselwerk te herstellen en vervolgens volledig nieuw stucwerk aan te brengen.
387.1. Het Instituut stelt zich met verwijzing naar adviezen van deskundigen Martena, Dobbe en Kroes, op het standpunt dat de geadviseerde herstelmethode volstaat om de schade deugdelijk te herstellen. Als het herstel door een deugdelijk stukadoorsbedrijf met de juiste middelen wordt uitgevoerd, zal plaatselijk herstel niet leiden tot krimpscheuren of onacceptabele oneffenheden. In combinatie met het aanbrengen van nieuw keimwerk zorgt dit voor een meer dan acceptabel eindresultaat. Daarbij is het stucwerk al in slechte staat, op veel plekken is sprake van afbladdering en oneffenheden, die naar hun aard niet veroorzaakt kunnen zijn door mijnbouwschade.
397.2. De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt bij de begroting van (vermogens)schade is dat degene die schade heeft geleden zoveel als mogelijk moet worden teruggebracht in de toestand waarin hij (met een redelijke mate van waarschijnlijkheid) zou hebben verkeerd als de schadeveroorzakende gebeurtenis zich niet zou hebben voorgedaan. Het Instituut begroot de ontstane schade aan de hand van de kosten die eiser zou moeten maken om de schade te herstellen om uit te komen in een toestand die minimaal gelijkwaardig is aan de toestand waarin het pand zich bevond voordat deze werd beschadigd door bodembeweging door mijnbouwactiviteiten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een calculatiemodel.
407.3. De rechtbank onderkent dat schadeherstel in de oude toestand niet betekent dat altijd een esthetisch goede oplossing wordt geboden. Hierbij speelt mee dat bij aankoop van de woning in 2002 reeds sprake was van gestucte buitenmuren en dat niet bekend is van welke datum alle stuclagen dateren en om welke reden deze stuclagen zijn aangebracht. Wel is duidelijk geworden dat 1 van de zijgevels opnieuw gestuct is in opdracht van eiseres. Eiseres heeft nog wel geprobeerd navraag te doen naar de reden van het aanbrengen van het stucwerk op de buitenmuren doch dit bleek niet mogelijk omdat de vorige eigenaar van de woning reeds was overleden.
417.4. De rechtbank ziet, alles overziende, geen aanleiding om te twijfelen aan de herstelmethode die door de door het Instituut ingeschakelde deskundigen is geadviseerd. De door Vergnes en de door eiseres benaderde bouwbedrijven voorgestelde herstelmethode - vervanging van het gehele stucwerk - gaat naar het oordeel van de rechtbank verder dan herstel in oude toestand. Daarbij betrekt de rechtbank dat, zoals het Instituut naar voren heeft gebracht en ook uit de foto’s volgt, het stucwerk al in slechte staat verkeert en, bijvoorbeeld door afbladderingen en kleine reparaties die al eerder zijn uitgevoerd, op dit moment ook geen sprake is van een effen beeld. Voor zover eiseres in beroep naar voren heeft gebracht dat de scheuren (deels) doorlopen in het onderliggende metselwerk, betreft dit schade die geen onderdeel uitmaakt van de schades die in dit dossier door het Instituut zijn opgenomen, waardoor de rechtbank die schade in deze procedure niet kan beoordelen. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
42Schade 61
438. Eiseres stelt in het aanvullend beroepschrift van 1 augustus 2024 dat de geadviseerde herstelmethode voor schade 61 ontoereikend is. De scheurvorming loopt in twee wanden door, voor deugdelijk herstel moet daarom het stucwerk van de wand overgezet te worden. Daarnaast lopen alle aaneengesloten wanden door in dezelfde kleurstelling en moeten deze gesaust worden. Ook de afwerking van zowel wand 1 als wand 2 moet worden meegenomen, waardoor de calculatie moet worden gecorrigeerd naar in totaal 8 m2. Daarnaast moet het demonteren van de radiator en het aanbrengen van de stucloper worden gecalculeerd.
448.1. De gemachtigde van het Instituut heeft ter zitting gezegd de schade conform de calculatie van Vergnes te willen vergoeden. Dit betekent dat aan eiseres voor deze schade een aanvullende schadevergoeding van € 926,31 inclusief BTW kan worden toegekend. De heer Vrieling heeft ter zitting namens eiseres gezegd zich te kunnen vinden in deze calculatie. De rechtbank ziet hiertoe aanleiding het beroep gegrond te verklaren en door zelf te voorzien alsnog te bepalen dat eiseres een hoger bedrag vergoed krijgt voor schade 61.
45Conclusie en gevolgen
469. Het beroep is gegrond, omdat het Instituut zich anders dan in het bestreden besluit op het standpunt heeft gesteld dat voor schade 61 een aanvullende schadevergoeding moet worden toegekend. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover dit ziet op schade 61.
479.1. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht nu zelf een beslissing en bepaalt dat het Instituut voor schade 61 een aanvullende schadevergoeding van € 926,31 inclusief BTW aan eiseres moet toekennen.
489.2. Omdat het beroep gegrond is moet het Instituut het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten.
49Het Instituut moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.750,-.
50Daarnaast komen de door eiseres gemaakte kosten voor het inschakelen van een deskundige voor een vergoeding in aanmerking. Dit betreft een bedrag van € 1.473,18. De totale proceskostenvergoeding bedraagt daarmee € 3.223,18.
51Beslissing
52De rechtbank:
53- verklaart het beroep in zoverre gegrond;
54- vernietigt het besluit van 14 juni 2022 voor zover dit ziet op schade 61;
55- bepaalt dat de aan eiseres toe te kennen aanvullende schadevergoeding voor schade 61 € 926,31 bedraagt;
56- laat voor het overige het bestreden besluit in stand;
57- bepaalt dat het Instituut het griffierecht van € 184 aan eiseres moet vergoeden;
58- veroordeelt het Instituut tot betaling van € 3.223,18 aan proceskosten aan eiseres.
59Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. E.T. de Boer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2024.
60griffier
61De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
62Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
63Informatie over hoger beroep
64Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.