Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerProcedureelOverig

ECLI:NL:RBNNE:2021:1985

Rechtbank Noord-Nederland · 21 mei 2021 · enkelvoudige kamer · Voorlopige voorziening

Rb. Noord-Nederland 21 mei 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:1985

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Verzoekers vroegen een voorlopige voorziening tegen de tweede verlenging door het IMG van de beslistermijn op hun aanvraag om vergoeding van waardedaling. De voorzieningenrechter oordeelt dat de verlenging een niet voor bezwaar vatbare voorbereidingsbeslissing is die verzoekers niet rechtstreeks in hun belang treft, en verklaart zich onbevoegd.

Citaat (regel 25)
“De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18, r.o. 4)
      “De voorzieningenrechter overweegt dat een verlenging van een beslistermijn een beslissing is inzake de voorbereiding van een besluit.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18, r.o. 4)
      “Uit artikel 6:3 van de Awb volgt dat dit in beginsel niet vatbaar is voor bezwaar.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

    • Aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 5)
      “[verzoekers] , te [woonplaats] , verzoekers(gemachtigde: mr. G.J.M. de Jager),”
  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

  • Gemachtigde

    • mr. G.J.M. de Jager · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 5)
      “[verzoekers] , te [woonplaats] , verzoekers(gemachtigde: mr. G.J.M. de Jager),”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, bedragen, aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 5.3

    Goedgekeurd

    Financiële nadelen van latere uitbetaling worden opgevangen door een hogere wettelijke rente; verzoekers worden niet rechtstreeks in hun belang getroffen.

    “Dat zij groot belang hebben bij de schadevergoeding is aannemelijk, maar de financiële gevolgen van latere uitbetaling zullen zich vertalen in de uitkering van een hogere wettelijke rente.”
  2. r.o. 5.3

    Goedgekeurd

    Ook het ontbreken van een wettelijke grondslag voor de tweede verlenging maakt die niet vatbaar voor bezwaar.

    “de wettelijke grondslag voor de tweede verlenging van de beslistermijn ontbreekt, leidt niet tot een ander oordeel”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Verweerder heeft beslistermijn voor aanvraag voor tweede keer verlengd. verzoekers vragen een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter is echter niet bevoegd omdat een beslissing inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit niet vatbaar is voor bezwaar of beroep en omdat de verlenging van de termijn verzoekers niet, los van het latere besluit op hun aanvraag, rechtstreeks treft.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Bestuursrecht
3zaaknummer: LEE 21/1326
4uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 mei 2021 in de zaak tussen
5[verzoekers] , te [woonplaats] , verzoekers(gemachtigde: mr. G.J.M. de Jager),
6en
7Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder.
8Procesverloop
9Bij brief van 29 maart 2021 heeft verweerder de termijn om te beslissen op de aanvraag van verzoekers om schadevergoeding verlengd.
10Verzoekers hebben tegen hiertegen bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
11Overwegingen
121. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
132.1. Artikel 6:3 van de Awb bepaalt dat een beslissing inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit niet vatbaar is voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft.
142.2. Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb bepaalt, voor zover van belang, dat indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen.
153. In brieven van 29 maart 2021 aan verzoekers schrijft verweerder onder meer:
16‘Eerder ontving u van ons een brief, waarin wij aangaven dat wij 12 weken extra nodig hadden om uw aanvraag tot vergoeding van waardedaling voor [adres] met zaaknummer W-117594 te beoordelen.
17Het lukt ons helaas niet om binnen deze tweede termijn een beslissing over uw aanvraag te nemen. Daarom moeten we de beslistermijn van uw aanvraag opnieuw verlengen, met maximaal 20 weken. We proberen uw aanvraag zo snel mogelijk af te handelen. Dit betekent dat we uiterlijk voor 23 augustus 2021 een beslissing nemen over uw aanvraag’.
184. De voorzieningenrechter overweegt dat een verlenging van een beslistermijn een beslissing is inzake de voorbereiding van een besluit. Uit artikel 6:3 van de Awb volgt dat dit in beginsel niet vatbaar is voor bezwaar.
195.1. Aan de orde is vervolgens of deze beslissing tot verlenging van de beslisstermijn verzoekers desondanks, los van het voor te bereiden besluit, rechtstreeks in hun belangen treft.
205.2. Verzoekers hebben aangevoerd dat zij al kosten hebben moeten maken om het pand, dat gebruikt wordt als gastenverblijf, ten behoeve van de bedrijfsmatige exploitatie aardbevingsbestendig te maken. Zij hebben de schadevergoeding van verweerder dringend nodig om de kosten te kunnen opvangen, zeker omdat het zware corona-tijden zijn gebleken.
215.3. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter betekenen deze omstandigheden niet dat verzoekers door de tweede verlenging rechtstreeks in hun belangen worden getroffen. Dat zij groot belang hebben bij de schadevergoeding is aannemelijk, maar de financiële gevolgen van latere uitbetaling zullen zich vertalen in de uitkering van een hogere wettelijke rente.
22De omstandigheid dat, zoals verzoekers terecht aanvoeren, de wettelijke grondslag voor de tweede verlenging van de beslistermijn ontbreekt, leidt niet tot een ander oordeel.
236. Omdat geen bezwaar openstaat tegen de beslissing tot verlenging van de beslistermijn, is de voorzieningenrechter niet bevoegd om te beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening.
24Beslissing
25De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
26Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Dijkstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2021.
27griffier
28voorzieningenrechter
29Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
30Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.