Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade

Uitspraken zoeken

Filters

Periode

Om zaken van een rechter te vinden. Uitkomsten per rechter tonen we niet (zie de methode).

Alleen uit gecontroleerde uitspraken.

578 uitspraken

Peildatum 24 oktober 2026

  1. GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2936

    Rechtbank Noord-Nederland · 29 juni 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2936

    Mijnbouwschade. Immateriële schade. Het beroep is te laat ingediend. De klacht van eiser bij het IMG is niet aan te merken als beroepschrift. Het IMG heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank de doorzendplicht niet geschonden. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Het beroep is niet-ontvankelijk.

  2. GoedgekeurdBestuurlijk / methodiekOngegrond

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2286

    Rechtbank Noord-Nederland · 12 juni 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2286

    Deze uitspraak gaat over de eerste heffing die de Minister aan NAM op grond van artikel 15 van de Tijdelijke Wet Groningen (hierna: TwG) heeft opgelegd. Het gaat om kosten die het Instituut Mijnbouwschade Groningen (het Instituut) heeft gemaakt in verband met de afhandeling van fysieke schade aan gebouwen en werken over het derde en vierde kwartaal van 2020. Het gaat om een bedrag van ruim 268 mi…

  3. GoedgekeurdWaardedalingGegrond, opnieuw beslissen

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2290

    Rechtbank Noord-Nederland · 12 juni 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2290

    Deze uitspraak gaat over de aan NAM opgelegde heffingsbesluiten waarmee de door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (het Instituut) vergoede waardedaling van woningen in Q4 (vierde kwartaal) 2020 en 2021 aan haar is doorbelast. De rechtbank zal in deze uitspraak ingaan op de verschillende punten die partijen verdeeld houden. NAM heeft van 2014 tot 2020 waardedalingsschade afgehandeld via de Re…

  4. GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4007

    Rechtbank Noord-Nederland · 11 juni 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4007

    De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat dat te laat is ingediend en die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De door eiser genoemde feiten en omstandigheden maken niet dat het te laat indienen van beroep verschoonbaar is. De rechtbank betrekt daarbij dat eiser aangeeft tijdens de beroepstermijn kennis te hebben genomen van het bestrede…

  5. GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4008

    Rechtbank Noord-Nederland · 11 juni 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4008

    De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat dat te laat is ingediend en die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De door eiser genoemde feiten en omstandigheden maken niet dat het te laat indienen van beroep verschoonbaar is. De rechtbank betrekt daarbij dat eiser aangeeft tijdens de beroepstermijn kennis te hebben genomen van het bestrede…

  6. GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4009

    Rechtbank Noord-Nederland · 11 juni 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4009

    De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat dat te laat is ingediend en die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De door eiser genoemde feiten en omstandigheden maken niet dat het te laat indienen van beroep verschoonbaar is. De rechtbank betrekt daarbij dat eiser aangeeft tijdens de beroepstermijn kennis te hebben genomen van het bestrede…

  7. GoedgekeurdVersterking / NCGOngegrond

    ECLI:NL:RVS:2026:3349

    Raad van State (ABRvS) · 10 juni 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig

    ECLI:NL:RVS:2026:3349

    Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besloten dat de woning van [appellanten] niet versterkt hoeft te worden. [appellanten] is eigenaar van een woonboerderij uit 1883 met een voormalige schuur met gebintconstructie aan de [locatie] te [woonplaats]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nationaal Coördinato…

  8. GoedgekeurdVersterking / NCGOngegrond

    ECLI:NL:RVS:2026:3351

    Raad van State (ABRvS) · 10 juni 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig

    ECLI:NL:RVS:2026:3351

    Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de woning van [appellant A] en [appellant B] niet versterkt hoeft te worden. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van de vrijstaande woning met schuur aan de [locatie] in [woonplaats]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) h…

  9. GoedgekeurdSchade aan een pandGegrond, zelf voorzien

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2340

    Rechtbank Noord-Nederland · 1 juni 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2340

    Mijnbouwschade. Fysieke schade. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt deels vernietigd. De rechtbank laat de rechtsgevolgen voor zover is beslist over de schade aan het voorhuis in stand. Ten aanzien van de schades aan de schuur moet het Instituut een nieuw besluit op bezwaar nemen en ten aanzien van een aantal schades heeft eiseres recht op een aanvullende schadevergoeding.

  10. GoedgekeurdImmateriële schadeOngegrond

    Rb. Noord-Nederland (zaak over immateriële schade): de hoorplicht is niet geschonden als uit een telefoonnotitie van de planner blijkt dat de bezwaarmaker van een hoorzitting heeft afgezien en zij haar andersluidende lezing niet onderbouwt; een gestelde uitlating van de planner over de uitkomst is niet aangetoond.

    Rechtbank Noord-Nederland · 28 mei 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2228

    Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om vergoeding van immateriële schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten. De rechtbank oordeelt dat het Instituut de aanvraag voor vergoeding van immateriële schade van eiseres op juiste wijze heeft beoordeeld en dus de aanvraag terecht heeft afgewezen. Ook heeft het Instituut naar het oordeel van de rechtbank de hoorplicht niet ge…

  11. GoedgekeurdSchade aan een pandGegrond, zelf voorzien

    ECLI:NL:RBNNE:2026:1854

    Rechtbank Noord-Nederland · 21 mei 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:1854

    Mijnbouwschade. Fysieke schade. Afbakening effectgebied bewijsvermoeden. Schuur van eisers valt buiten het effectgebied omdat deze gebouwd is in 2014. Het Instituut heeft er voor mogen kiezen om een bouwjaar van 2012 of eerder als extra voorwaarde te stellen bij het weer betrekken van de 6 km-gebieden bij het effectgebied van het bewijsvermoeden. Het Instituut heeft in de beroepsfase aangegeven d…

  12. GoedgekeurdTussenuitspraakSchade aan een pandTussenuitspraak

    Rb. Noord-Nederland (tussenuitspraak): zetting als andere uitsluitende oorzaak is onvoldoende gemotiveerd nu het grondonderzoek tot 3,5 m reikte, terwijl uit voortschrijdend onderzoek bleek dat in dit geval onderzoek tot 5 m onder maaiveld nodig is; het Instituut moet nader grondonderzoek (boringen tot 5 m) doen.

    Rechtbank Noord-Nederland · 18 mei 2026 · enkelvoudige kamer · Tussenuitspraak bestuurlijke lus

    ECLI:NL:RBNNE:2026:1904

    Mijnbouwschade. Fysieke schade. Tussenuitspraak. Met het onderzoek dat het Instituut heeft gedaan is voor verschillende schades onvoldoende gemotiveerd dat het bewijsvermoeden is weerlegd. Het Instituut krijgt de gelegenheid om het gebrek in het besluit te herstellen door nader onderzoek te doen. Hiervoor krijgt het Instituut een termijn van acht weken.

  13. GoedgekeurdProcedureelOverig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2147

    Rechtbank Noord-Nederland · 15 mei 2026 · enkelvoudige kamer · Voorlopige voorziening

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2147

    In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Het bezwaar tegen het besluit van de NCG van 13 mei 2025 heeft daarom naar voorlopig oordeel geen redelijke kans van slagen. Weliswaar heeft verzoeker het verzoe…

  14. GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ABRvS: wie een vaste vergoeding met finale kwijting heeft aanvaard, kan niet daarnaast bijkomende kosten vergoed krijgen; dat het portaal een aparte aanvraag technisch toeliet, wekt geen gerechtvaardigd vertrouwen.

    Raad van State (ABRvS) · 13 mei 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:2757

    Bij besluit van 25 juli 2024 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om vergoeding van bijkomende kosten afgewezen. Op 29 juni 2024 heeft [appellant] een aanvraag ingediend bij het Instituut voor een vaste vergoeding van € 10.000,00. Daarnaast heeft hij eveneens op 29 juni 2024 bij het Instituut een vergoeding van totaal € 9.896,00 aan bijkomende kosten in verband…

  15. GoedgekeurdImmateriële schadeGegrond, rechtsgevolgen in stand

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2083

    Rechtbank Noord-Nederland · 11 mei 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2083

    Deze zaak gaat over de afwijzing van een aanvraag voor vergoeding van immateriële schade door mijnbouwactiviteiten. De rechtbank oordeelt dat eiser, omdat hij na 16 augustus 2012 niet in het aardbevingsgebied woonde, geen recht heeft op vergoeding van immateriële schade. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel is genomen. De rechtbank laat wel de re…

  16. GoedgekeurdImmateriële schadeOngegrond

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2106

    Rechtbank Noord-Nederland · 11 mei 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2106

    Deze zaak gaat over de hoogte van de toegekende vergoeding voor immateriële schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Instituut de methode juist heeft toegepast en ook geen maatwerk hoefde toe te passen. Van schending met het gelijkheidsbeginsel is geen sprake. Eiser heeft daarom geen recht op een hogere vergoeding.

  17. GoedgekeurdWaardedalingOngegrond

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2109

    Rechtbank Noord-Nederland · 11 mei 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2109

    Deze uitspraak gaat over de hoogte van de toegekende bedragen voor schadevergoedingen voor waardedaling van twee objecten. De rechtbank oordeelt dat het Instituut de WOZ-waarden van de objecten met peildatum 1 januari 2019 mocht gebruiken om de waarden vast te stellen. Het beroep is ongegrond.

  18. GoedgekeurdTussenuitspraakCiviel (NAM)Tussenuitspraak

    ECLI:NL:GHARL:2026:2611

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 april 2026 · Hoger beroep

    ECLI:NL:GHARL:2026:2611

    Benoeming deskundige.

  19. GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond

    ECLI:NL:RBNNE:2026:1464

    Rechtbank Noord-Nederland · 24 april 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:1464

    Mijnbouwschade. Vaste vergoeding. Ongegrond. Eisers hebben een aanvraag gedaan voor een (aanvullende) vaste vergoeding. Zij menen dat zij recht hebben op de vaste vergoeding, ofwel via de AVV-regeling of via de Vaste vergoeding Eerste Schademelding (VES-regeling). De rechtbank is van oordeel dat het Instituut de aanvraag van eisers heeft kunnen opvatten als een aanvraag voor de AVV en deze aanvra…

  20. GoedgekeurdOverig (raakt mijnbouwschade)Gegrond, zelf voorzien

    ECLI:NL:RBNNE:2026:1526

    Rechtbank Noord-Nederland · 23 april 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:1526

    WOZ-zaak woning met geschilpunten over de oppervlakte van de woning, het bouwjaar en de (al dan niet) aanwezigheid van een rioolaansluiting. Omdat geen van beide partijen naar het oordeel van de rechtbank er in is geslaagd het van haar gevraagde bewijs te leveren, bepaalt de rechtbank de waarde van de woning op de waardepeildatum schattenderwijs op € 180.000.