Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade

Uitspraken zoeken

Filters

6 uitspraken

Peildatum 24 oktober 2026

Rechterfilter actief

U ziet de zaken waarin deze rechter zitting had. Uitkomsten per rechter (dictum, toewijzing, gunstig voor) tonen en tellen we niet; daarom ontbreken die filters hier. Rechtersbeleid
  1. GoedgekeurdProcedureelHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2026:5920

    Raad van State (ABRvS) · 7 oktober 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:5920

    Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] wegens fysieke schade aan zijn boerderij een vergoeding van € 18.003,46, inclusief een vergoeding van € 845,00 voor bijkomende kosten en € 448,08 aan wettelijke rente, toegekend. Deze uitspraak gaat over de vraag of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Tussen part…

  2. GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk

    ECLI:NL:RVS:2026:4417

    Raad van State (ABRvS) · 29 juli 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:4417

    Bij mutatie van 10 maart 2022 heeft de Lokale Stuurgroep (LSG) het adres van de woning van [appellant A] toegevoegd aan de werkvoorraad van het Lokaal Plan van Aanpak (LPA) van de gemeente Groningen. Bij besluit van 17 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen het door [appellant A] daartegen gemaakte bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling he…

  3. GoedgekeurdProcedureelHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2026:4435

    Raad van State (ABRvS) · 29 juli 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:4435

    Bij besluit van 14 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat bepaald dat de woning in aanmerking komt voor een beoordeling. De Afdeling heeft op de zitting van 12 juni 2026 vier door [appellant] aanhangig gemaakte zaken behandeld. De vier zaken gaan over: 1. de fysieke mijnbouwschade aan de woning (zaak 202403009/1/A2); 2. de afgewezen vergoeding voor de waardedalin…

  4. GoedgekeurdProcedureelOverig

    ABRvS: bij een bezwaarprocedure plus twee rechterlijke instanties is de redelijke termijn in beginsel vier jaar vanaf ontvangst van het bezwaarschrift; bij overschrijding volgt een forfaitaire schadevergoeding per half jaar, naar evenredigheid ten laste van het Instituut en de Staat.

    Raad van State (ABRvS) · 26 februari 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2025:758

    Bij verzoek van 10 januari 2025 heeft [appellant] de Afdeling gevraagd om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in zaaknummer 202203679/1/A2 toe te kennen. [appellant] heeft de Afdeling verzocht een schadevergoeding uit te spreken omdat de redelijke termijn is overschreden. De redelijke termijn is voor zaken die uit een bezwaarschriftprocedure en een procedure in twee re…

  5. GoedgekeurdProcedureelHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2025:126

    Raad van State (ABRvS) · 15 januari 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2025:126

    Bij brief van 23 november 2021 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat een verzoek van [appellant] om wijziging van het toepassingsgebied van drie financiële regelingen over de vergoeding van mijnbouwschade en subsidies in het aardbevingsgebied in Groningen afgewezen. [appellant] heeft bij brief van 31 juli 2021 verzocht om wijziging van de toepassingsgebieden van de Waardedali…

  6. GoedgekeurdProcedureelTerugwijzing

    ABRvS: te late indiening van beroep is verschoonbaar als het aangetekend verzonden besluit op bezwaar niet is afgehaald, er geen afhaalbericht was en het proces bij het Instituut niet goed verliep; zaak terug naar de rechtbank.

    Raad van State (ABRvS) · 11 januari 2023 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2023:84

    Bij besluit van 12 mei 2020 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding toegekend van € 16.231,34. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het is ingesteld nadat de wettelijke termijn van zes weken was verstreken. Het in beroep bij de rechtbank bestreden besluit is op 3 februari 2021 aangetekend naar het adres van [appellant…