Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRaad van State (ABRvS)meervoudige kamerProcedureelHoger beroep: uitspraak bevestigd

ECLI:NL:RVS:2025:126

Raad van State (ABRvS) · 15 januari 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep

ABRvS 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:126

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Een burger verzocht de staatssecretaris van EZK het toepassingsgebied te wijzigen van de waardedalingsregeling van het IMG, een subsidieregeling voor het aardbevingsgebied en regelingen van het Nationaal Programma Groningen. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de staatssecretaris niet bevoegd is; de Afdeling bevestigt die uitspraak.

Citaat (regel 28)
“5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 3)
      “Daarom is dit verzoek geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) en is de reactie van de staatssecretaris daarop geen besluit waartegen bezwaar openstaat.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 4.1)
      “terecht tot het oordeel gekomen dat het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk is.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

    • IMG of NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28)
      “5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.”
  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 3)
      “Het verzoek van 31 juli 2021 is niet gericht aan een bevoegd bestuursorgaan.”
  • Gemachtigde

    • Zonder gemachtigde · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 19)
      “waar [appellant], in persoon, en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.G.C. Bulten, zijn verschenen.”
    • mr. A.G.C. Bulten · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 19)
      “waar [appellant], in persoon, en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.G.C. Bulten, zijn verschenen.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 31 maart 2022

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14)
      “Bij besluit van 31 maart 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar van [appellant] tegen deze brief kennelijk ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 23 november 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “Bij brief van 23 november 2021 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant] om wijziging van het toepassingsgebied van drie financiële regelingen”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, bedragen, aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 4.1

    Goedgekeurd

    De staatssecretaris is niet bevoegd de bedoelde regelingen te wijzigen; het verzoek is geen aanvraag en de reactie daarop geen besluit, zodat het bezwaar niet-ontvankelijk is.

    “In het betoog van [appellant] in hoger beroep ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat dit niet juist is.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Bij brief van 23 november 2021 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat een verzoek van [appellant] om wijziging van het toepassingsgebied van drie financiële regelingen over de vergoeding van mijnbouwschade en subsidies in het aardbevingsgebied in Groningen afgewezen. [appellant] heeft bij brief van 31 juli 2021 verzocht om wijziging van de toepassingsgebieden van de Waardedali…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1202302519/1/A2.
2Datum uitspraak: 15 januari 2025
3AFDELING
4BESTUURSRECHTSPRAAK
5Uitspraak op het hoger beroep van:
6[appellant], wonend in [woonplaats],
7appellant,
8tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 10 maart 2023 in zaak nr. 22/1057 in het geding tussen:
9[appellant]
10en
11de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de staatssecretaris), thans: de minister van Klimaat en Groene Groei (hierna: de minister).
12Procesverloop
13Bij brief van 23 november 2021 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant] om wijziging van het toepassingsgebied van drie financiële regelingen over de vergoeding van mijnbouwschade en subsidies in het aardbevingsgebied in Groningen afgewezen.
14Bij besluit van 31 maart 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar van [appellant] tegen deze brief kennelijk ongegrond verklaard.
15Bij uitspraak van 10 maart 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 31 maart 2022 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd, het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
16Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
17De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
18[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
19De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 december 2024, waar [appellant], in persoon, en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.G.C. Bulten, zijn verschenen.
20Overwegingen
211. Onder de minister wordt hierna tevens verstaan: de staatssecretaris.
222. [appellant] heeft bij brief van 31 juli 2021 verzocht om wijziging van de toepassingsgebieden van de Waardedalingsregeling van het Instituut Mijnbouwschade Groningen, de Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen en regelingen met betrekking tot het Nationaal Programma Groningen.
233. De rechtbank heeft aan haar uitspraak ten grondslag gelegd dat de staatssecretaris niet bevoegd is om de door [appellant] bedoelde regelingen te wijzigen. Het verzoek van 31 juli 2021 is niet gericht aan een bevoegd bestuursorgaan. Daarom is dit verzoek geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) en is de reactie van de staatssecretaris daarop geen besluit waartegen bezwaar openstaat. Daarom had de staatssecretaris het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
244. [appellant] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank, omdat de rechtbank volgens hem heeft miskend dat andere bestuursorganen in alle door hem aangedragen kwesties van de minister afhankelijk zijn en dat de minister in deze kwesties kennelijk als het bevoegd gezag wordt beschouwd.
254.1. In de schriftelijke uiteenzetting heeft de minister nader toegelicht waarom hij niet bevoegd is om de door [appellant] bedoelde regelingen te wijzigen. In het betoog van [appellant] in hoger beroep ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat dit niet juist is. De rechtbank is, gelet op de door haar vermelde uitspraak van de Afdeling van 13 februari 2008 (ECLI:NL:RVS:2008:BC4253), terecht tot het oordeel gekomen dat het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk is.
26Het betoog slaagt niet.
27Conclusie
285. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
296. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
30Beslissing
31De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
32bevestigt de aangevallen uitspraak.
33Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. C.C.W. Lange, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.
34w.g. Scholten-Hinloopen
35voorzitter
36w.g. Hazen
37griffier
38Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2025
39452-1100