Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRaad van State (ABRvS)enkelvoudige kamerProcedureelHoger beroep: uitspraak bevestigd

ECLI:NL:RVS:2024:745

Raad van State (ABRvS) · 14 februari 2024 · enkelvoudige kamer · Hoger beroep, Mondelinge uitspraak

ABRvS 14 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:745

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Bewoners maakten bezwaar tegen een e-mail van de NCG namens de minister van BZK die een telefoongesprek samenvatte en meldde dat hun woning in aanmerking kwam voor een opname. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De Afdeling oordeelt dat de e-mail louter informatief en geen besluit is, bevestigt de uitspraak en wijst het verzoek om vergoeding van verstevigingskosten af.

Citaat (regel 21)
“I. bevestigt de aangevallen uitspraak;”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 26)
      “2. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de e-mail van 1 september 2020 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 27, r.o. 3)
      “Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de e-mail van 1 september 2020 niet op rechtsgevolg is gericht nu deze louter informatief van aard is”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28, r.o. 4)
      “Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

    • Aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 6)
      “[appellanten] (hierna en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Groningen,”
  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

  • Gemachtigde

    • mr. T.C.A. Hofman · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18)
      “de minister, vertegenwoordigd door mr. T.C.A. Hofman en mr. R.M. Don;”
    • mr. R.M. Don · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18)
      “de minister, vertegenwoordigd door mr. T.C.A. Hofman en mr. R.M. Don;”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 21 september 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 19)
      “Bij besluit van 21 september 2020 heeft de minister het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, bedragen, aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 3

    Goedgekeurd

    Een NCG-e-mail die alleen een telefoongesprek samenvat en een opname aankondigt is niet op rechtsgevolg gericht en dus geen besluit; bezwaar terecht niet-ontvankelijk.

    “De e-mail van 1 september 2020 wijzigt dan ook niets in de rechten en plichten van [appellant].”
  2. r.o. 4

    Goedgekeurd

    Zonder besluit is er geen schade door een onrechtmatig besluit; verzoek om vergoeding van verstevigingskosten (art. 8:88 Awb) afgewezen.

    “In dit geval is geen sprake van een besluit in de zin artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

In een e-mail van 1 september 2020 heeft de Nationaal Coördinator Groningen namens de minister een samenvatting gemaakt over het telefoongesprek dat diezelfde dag tussen [appellant] en de NCG was gevoerd. Bij besluit van 21 september 2020 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 2 april 2021 heeft…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1202103242/1/A3.
2Datum uitspraak: 14 februari 2024
3AFDELING
4BESTUURSRECHTSPRAAK
5PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) op het hoger beroep van:
6[appellanten] (hierna en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Groningen,
7appellanten,
8tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Nederland van 2 april 2021 in zaak nr. 20/3231 in het geding tussen:
9[appellanten]
10en
11de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
12Openbare zitting gehouden op 14 februari 2024 om 12:00 uur.
13Tegenwoordig:
14Staatsraad mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer
15griffiers: mr. Y. Soffner, mr. drs. C.D. Westerbaan
16Verschenen:
17[appellanten];
18de minister, vertegenwoordigd door mr. T.C.A. Hofman en mr. R.M. Don;
19In een e-mail van 1 september 2020 heeft de Nationaal Coördinator Groningen (hierna: NCG) namens de minister een samenvatting gemaakt over het telefoongesprek dat diezelfde dag tussen [appellant] en de NCG was gevoerd. Bij besluit van 21 september 2020 heeft de minister het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 2 april 2021 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Verder heeft [appellant] een verzoek om schadevergoeding ingediend.
20De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
21I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
22II. wijst het verzoek om schadevergoeding af.
23Gronden:
241. Ingevolge artikel 8:1 van de Awb in verbinding met artikel 7:1 van de Awb kan alleen bezwaar worden gemaakt tegen een besluit in de zin van de Awb.
25Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
262. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de e-mail van 1 september 2020 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Hij voert hiervoor aan dat de e-mail aangemerkt moet worden als een (bewuste) weigering om te beslissen of het niet tijdig beslissen na sommatie. Ook kan de e-mail volgens [appellant] aangemerkt worden als een weigering tot het nemen van een integraal besluit door het Instituut Mijnbouwschade Groningen en de NCG.
273. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de e-mail van 1 september 2020 niet op rechtsgevolg is gericht nu deze louter informatief van aard is en daardoor niet aangemerkt kan worden als een beslissing inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling met rechtsgevolg in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Ook is met de e-mail niet beoogd enig rechtsgevolg in het leven te roepen. In de e-mail van 1 september 2020 wordt namelijk het telefoongesprek tussen [appellant] en de NCG alleen samengevat. De NCG deelt alleen mee dat de woning van [appellant] in aanmerking komt voor een opname en dat contact met [appellant] opgenomen zal worden voor het maken van een afspraak. De e-mail van 1 september 2020 wijzigt dan ook niets in de rechten en plichten van [appellant]. Daarbij merkt de Afdeling nog het volgende op. De e-mail van 1 september 2020 betreft ook geen weigering een besluit te nemen, want er is geen sprake van een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Aangezien ingevolge artikel 8:1 van de Awb in verbinding met artikel 7:1 van de Awb alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen een besluit in de zin van de Awb, is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat de minister het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hoger beroep is ongegrond.
284. [appellant] heeft in hoger beroep verzocht om vergoeding van de kosten van versteviging van zijn woning. De Afdeling overweegt hierover als volgt. In artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, is bepaald dat de bestuursrechter bevoegd is op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit of een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit. In dit geval is geen sprake van een besluit in de zin artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Hierdoor heeft [appellant] geen schade geleden als gevolg van een onrechtmatig besluit van de minister, waardoor ook geen aanleiding bestaat voor vergoeding van de schade. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. De minister hoeft ook geen proceskosten te vergoeden.
29w.g. Verheij
30lid van de enkelvoudige kamer
31w.g. Soffner
32griffier
33818-1050