Uitspraken zoeken
Filters
Procedure
Rechtsvraag
Beroep ingesteld door
Uitspraak (dictum)
Toewijzing
Gunstig voor
Trillingssterkte
Plaats
Soort gemachtigde
- GoedgekeurdWaardedalingHoger beroep: uitspraak bevestigd
ECLI:NL:RVS:2025:2563
Raad van State (ABRvS) · 4 juni 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2025:2563Bij besluit van 17 januari 2025 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 2.360,03, inclusief wettelijke rente, toegekend. Deze tegemoetkoming komt bovenop de vergoeding die hij van de Nederlandse Aardolie Maatschappij heeft ontvangen voor de waardedaling van zijn (voormalige) woning. [appellant] was van 23 oktober 1989 tot 1 december 2017 eigenaar van…
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ABRvS (einduitspraak na STAB-advies): de Afdeling volgt de STAB, die voor alle schades uitsluitend andere oorzaken aanwees; trillingswaarden mogen aanvullend worden betrokken nadat eerst een andere uitsluitende oorzaak is vastgesteld; de onafhankelijkheid van de STAB is niet met objectieve gegevens bestreden.
Raad van State (ABRvS) · 11 januari 2023 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2023:96Bij besluit van 21 februari 2019 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat het verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak van 24 februari 2021. De Afdeling heeft de STAB ook om advies gevraagd of, en zo ja, in hoeverre de ligging van de woning van [appellant] bij de beoordeling van de schade een relevante factor is waarmee in h…
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ABRvS: het Instituut is niet bevoegd schades te beoordelen waarover de NAM vóór 31 maart 2017 al (afwijzend) heeft beslist, ook als de NAM het bewijsvermoeden toen nog niet toepaste; geen toepassing van de hardheidsclausule.
Raad van State (ABRvS) · 3 augustus 2022 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2022:2232Bij besluit van 18 november 2019 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat aan [appellant] een schadevergoeding toegekend van € 1.311,35, inclusief een overlastvergoeding en de wettelijke rente. [appellant] is eigenaar van de vrijstaande woning, gebouwd in 1919, aan de [locatie]. In 2014 heeft [appellant] schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld gemeld bij de Neder…
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ABRvS: het Instituut mag het calculatiemodel gebruiken voor uniforme afhandeling, behoudens concrete aanknopingspunten voor twijfel; herstelkosten naar prijspeil bij het adviesrapport met wettelijke rente vanaf de melding; het Instituut moet zich vergewissen van de onpartijdigheid van de deskundige.
Raad van State (ABRvS) · 1 december 2021 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2021:2682Bij besluit van 15 april 2019 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat aan [appellant] een schadevergoeding van € 34.397,83, inclusief wettelijke rente, toegekend. [appellant] is sinds 1996 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Haren. De woning is gebouwd in 1936 en bevindt zich boven het Groningenveld, in het gebied waar zich als gevolg van gaswinning bodemdaling en aardbevingen v…
- GoedgekeurdCiviel (NAM)Hoger beroep: uitspraak bevestigd
ECLI:NL:HR:2021:1534
Hoge Raad · 15 oktober 2021 · meervoudige kamer · Cassatie
ECLI:NL:HR:2021:1534Aansprakelijkheidsrecht. Afwikkeling aardbevingsschade. Onrechtmatigheid van hinder en overlast jegens bewoners. Vraag wanneer aanspraak bestaat op vergoeding van vermogensschade wegens gederfd woongenot, en op vergoeding van immateriële schade. Belang van de omstandigheid hoe vaak de bewoner fysieke schade aan de woning heeft gehad. Omvang immateriële schadevergoeding. Art. 6:162 BW, art. 6:97 B…
- GoedgekeurdOverig (raakt mijnbouwschade)Hoger beroep: uitspraak bevestigd
ECLI:NL:GHARL:2017:262
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 januari 2017 · Hoger beroep
ECLI:NL:GHARL:2017:262Door aardbeving van 16 augustus 2012 is de staat van de woning gewijzigd en moet rekening worden gehouden met een waardevermindering. Het Hof schat de schade op € 10.000, een imagoschade van 5% en een rompslompschade van € 2.500.