Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerProcedureelGegrond, opnieuw beslissen

Rb. Noord-Nederland: opvolgend beroep tegen niet tijdig beslissen door het IMG op een aanvraag Duurzaam Herstel gegrond; geen nieuwe ingebrekestelling nodig; het IMG moet binnen vier weken beslissen op straffe van een dwangsom van € 100 per dag (maximaal € 15.000).

Rechtbank Noord-Nederland · 2 april 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 2 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2120

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

In een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag Duurzaam Herstel oordeelt de rechtbank dat het IMG ook de eerder opgelegde termijn heeft overschreden. Beroep gegrond: het IMG moet binnen vier weken beslissen, op straffe van een nieuwe dwangsom van € 100 per dag (maximaal € 15.000) vanaf 4 augustus 2026.

Citaat (regel 28)
“draagt het IMG op om binnen vier weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het opvolgende beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het IMG.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 16, r.o. 4)
      “Bij een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag is een nieuwe ingebrekestelling niet nodig.”
    • Duurzaam herstel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14)
      “2. Eiseres heeft op 29 juli 2024 een aanvraag Duurzaam Herstel bij het IMG ingediend.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

    • Gegrond, opnieuw beslissen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28)
      “draagt het IMG op om binnen vier weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;”
  • Gunstig voor

    • Aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22, r.o. 10)
      “Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en het IMG vier weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen.”
  • Toewijzing

  • Gemachtigde

    • mr. L.J. Blijdorp · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 6)
      “(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),”
    • mr. B.P. van der Togt · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. B.P. van der Togt en T. de Boer).”
    • T. de Boer · onbekend · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. B.P. van der Togt en T. de Boer).”
  • Bedrag

    • € 100,00 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29)
      “bepaalt dat het IMG met ingang van 4 augustus 2026 aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-;”
    • € 15.000,00 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29)
      “bepaalt dat het IMG met ingang van 4 augustus 2026 aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-;”
    • € 200,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 30)
      “bepaalt dat het IMG het griffierecht van € 200,- aan eiseres moet vergoeden;”
    • € 1.401,00 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31)
      “veroordeelt het IMG in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.401,-.”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 4

    Goedgekeurd

    Het IMG heeft de in de eerdere uitspraak opgelegde beslistermijn overschreden; procesbelang bestaat ook als de eerdere dwangsom nog niet is volgelopen.

    “Verder is het vaste jurisprudentie dat procesbelang bestaat ondanks het feit dat de rechterlijke dwangsom die in een eerdere procedure is opgelegd nog niet is volgelopen.”
  2. r.o. 8

    Goedgekeurd

    Geen verhoging van de dwangsom: geen weigerachtige houding maar capaciteitsproblemen en afhankelijkheid van derden.

    “Er is geen sprake van een weigerachtige houding bij het IMG, maar van - algemeen bekende - capaciteitsproblemen en afhankelijkheid van derden.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Opvolgende beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het IMG.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Bestuursrecht
3zaaknummer: LEE 26/825
4uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2026 in de zaak tussen
5[naam] , uit [woonplaats] , eiseres
6(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen, het IMG
9(gemachtigden: mr. B.P. van der Togt en T. de Boer).
10Inleiding
111. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het opvolgende beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het IMG.
121.1. De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het IMG.
13Beoordeling door de rechtbank
142. Eiseres heeft op 29 juli 2024 een aanvraag Duurzaam Herstel bij het IMG ingediend. 2.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de termijn om op de aanvraag van eiseres te beslissen inmiddels (ruimschoots) is verstreken.
153. In een eerdere procedure heeft deze rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard. Het IMG moest binnen een termijn van zes weken na de dag van verzending van de uitspraak van 22 januari 2026 alsnog een besluit nemen op de aanvraag. Daarbij heeft de rechtbank ook bepaald dat als het IMG niet op tijd een besluit neemt, door het IMG aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet worden betaald voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
164. Voorafgaand aan het instellen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen moet eiser de minister laten weten dat zij binnen twee weken alsnog op de aanvraag moet beslissen (de ingebrekestelling). Bij een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag is een nieuwe ingebrekestelling niet nodig. Verder is het vaste jurisprudentie dat procesbelang bestaat ondanks het feit dat de rechterlijke dwangsom die in een eerdere procedure is opgelegd nog niet is volgelopen.
175. In de uitspraak van 22 januari 2026 heeft de rechtbank het IMG een beslistermijn opgelegd van zes weken. Het IMG heeft niet binnen deze termijn een besluit op de aanvraag genomen.
186. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.
197. Het IMG moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag.
208. Op de zitting van 25 maart 2026 heeft het IMG toegelicht welke stappen nog moeten worden gezet om te komen tot een afronding van de behandeling van de aanvraag van eiseres. Het IMG is afhankelijk van derden, meer in het bijzonder van de rapportage door een bouwbedrijf. Nadat op 10 februari 2026 de benodigde rapportage door het bouwbedrijf was opgeleverd bleek dat aanvullende informatie noodzakelijk was. Deze is door het bouwbedrijf op 24 maart 2026 aan het IMG verstrekt. Het IMG kan nu beoordelen of aan de criteria is voldaan en heeft ter zitting aangegeven dat te kunnen doen binnen een periode van 14 dagen. Toegezegd is dat de rapportage uiterlijk 14 dagen na de datum van bekendmaking van deze uitspraak door het IMG in bezit gesteld kan worden van eiseres. Vervolgens heeft eiseres - zoals ter zitting besproken - uiterlijk 14 dagen de tijd om op de rapportage te reageren. Dat kan door akkoord te gaan met de inhoud van de rapportage, deze te bestrijden of door het formuleren van een zienswijze. Het IMG heeft toegezegd binnen een dag na ontvangst van de reactie van eiseres een besluit te kunnen nemen. Tegen dat besluit kan door eiseres, indien zij de inhoud ervan bestrijdt, bezwaar gemaakt worden. 8.1. Gelet op het voorgaande bepaalt de rechtbank de nadere beslistermijn in deze zaak op vier weken, waarbij geldt dat het IMG binnen twee weken de rapportage aanlevert aan eiseres, eiseres binnen twee weken haar reactie daarop aan het IMG kenbaar maakt en het IMG vervolgens uiterlijk de volgende werkdag een besluit bekend maakt. 9. De rechtbank bepaalt in deze zaak voorts dat, als het IMG niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn alsnog een besluit op de aanvraag neemt, opnieuw een dwangsom van € 100,- moet worden betaald voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, opnieuw met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank overweegt dat deze dwangsom redelijk is. Als het bestuursorgaan een weigerachtige houding heeft, kan de rechtbank het bedrag van de dwangsom verhogen. In dit geval doet de rechtbank dat niet. Er is geen sprake van een weigerachtige houding bij het IMG, maar van - algemeen bekende - capaciteitsproblemen en afhankelijkheid van derden. Toch is het belangrijk dat het IMG spoedig een beslissing neemt op de aanvraag van eiseres. Daarom overweegt de rechtbank dat een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- redelijk is. Deze dwangsom gaat in op het moment dat de in de vorige procedure opgelegde dwangsom volledig is verbeurd. De bij uitspraak van 22 januari 2026 opgelegde rechterlijke dwangsom is aangevangen op 6 maart 2026 en eindigt op 3 augustus 2026. Dit betekent dat de bij deze uitspraak op te leggen rechterlijke dwangsom aanvangt op 4 augustus 2026.
21Conclusie en gevolgen
2210. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en het IMG vier weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet het IMG dat niet, dan is het IMG aan eiseres met ingang van 4 augustus 2026 een dwangsom verschuldigd.
2310.1. Omdat het beroep gegrond is moet het IMG het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het IMG moet deze vergoeding betalen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een halve punt toegekend. Voor de deelname aan de zitting wordt 1 punt toegekend. Een punt heeft een waarde van € 934,-. Daarmee bedraagt de vergoeding € 1.401,-. Verder is niet gebleken van kosten die vergoed kunnen worden.
24Beslissing
25De rechtbank:
26verklaart het beroep gegrond;
27vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
28draagt het IMG op om binnen vier weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
29bepaalt dat het IMG met ingang van 4 augustus 2026 aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-;
30bepaalt dat het IMG het griffierecht van € 200,- aan eiseres moet vergoeden;
31veroordeelt het IMG in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.401,-.
32Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Hulst, griffier.
33Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2026.
34griffier
35rechter
36Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
37Informatie over hoger beroep
38Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
39 
40[1] LEE 25/5156.
41[2] Artikel 6:12, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
42[3] Vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2019:673.
43[4] Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb.
44[5] Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
45[6] Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand.