Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerProcedureelNiet-ontvankelijk

ECLI:NL:RBNNE:2022:4921

Rechtbank Noord-Nederland · 21 december 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 21 december 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4921

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser kwam op tegen het uitblijven van een besluit van het IMG op zijn schadeaanvraag van 29 december 2020. Omdat de tijdig verlengde beslistermijn liep tot 29 april 2023 en nog niet was verstreken, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

Citaat (regel 19, r.o. 3.1)
“Deze termijn is nog niet verstreken. Dat betekent dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12, r.o. 1)
      “De rechtbank begrijpt het beroep aldus dat eiser erover klaagt dat het IMG niet (op tijd) heeft beslist op zijn aanvraag van 29 december 2020.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 17)
      “2.1. Als de termijn voor het nemen van een besluit nog niet is verstreken of als betrokkene geen ingebrekestelling stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22, r.o. 4)
      “Dit betekent dat er geen inhoudelijke beoordeling kan plaatsvinden.”
  • Gemachtigde

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, bedragen, aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 3.1

    Goedgekeurd

    De tijdig met vijftien maanden verlengde beslistermijn loopt tot 29 april 2023, zodat het beroep niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk is.

    “De termijn voor het nemen van een besluit door het IMG loopt daarmee tot en met 29 april 2023.”
  2. r.o. 3.2

    Goedgekeurd

    De rechtbank kan in deze procedure niet gelasten dat het IMG de schade zo snel mogelijk opneemt.

    “De rechtbank kan niet gelasten dat, zoals eiser verzoekt, het IMG de schade zo snel mogelijk opneemt en beoordeelt.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Eiser heeft beroep ingesteld omdat hij wil dat het IMG zijn aanvraag afhandelt. De termijn waarbinnen het IMG moet beslissen is echter nog niet verstreken. Het beroep is niet-ontvankelijk.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 22/3517
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2022 in de zaak tussen
6[eiser], uit [woonplaats 1], eiser
7(gemachtigde: [gemachtigde]),
8en
9Instituut Mijnbouwschade Groningen (het IMG)
10(gemachtigde: mr. S.O. Visch).
11Inleiding
121. De rechtbank begrijpt het beroep aldus dat eiser erover klaagt dat het IMG niet (op tijd) heeft beslist op zijn aanvraag van 29 december 2020.
131.1. Het IMG heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
141.2. De rechtbank heeft het beroep op 6 december 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en aan de zijde van het IMG waren de gemachtigde van het IMG en mr. I. Pijper aanwezig.
15Overwegingen
162. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan daartegen in beroep worden gaan. Voordat de betrokkene beroep kan instellen, moet hij per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.
172.1. Als de termijn voor het nemen van een besluit nog niet is verstreken of als betrokkene geen ingebrekestelling stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.
183. De rechtbank overweegt als volgt.
193.1 Eiser heeft op 29 december 2020 een aanvraag gedaan voor een schadevergoeding wegens mijnbouwactiviteiten voor het pand aan [adres], [postcode] te [woonplaats 2]. Op 29 december 2020 heeft het IMG de ontvangst van de aanvraag bevestigd en is een beslistermijn van vijftien maanden aangekondigd, die op 29 januari 2022 tijdig met vijftien maanden is verlengd. De termijn voor het nemen van een besluit door het IMG loopt daarmee tot en met 29 april 2023. Deze termijn is nog niet verstreken. Dat betekent dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is.
203.2 De discussie over de procedure tegen de NAM maakt het bovenstaande niet anders. De rechtbank kan niet gelasten dat, zoals eiser verzoekt, het IMG de schade zo snel mogelijk opneemt en beoordeelt. Dat gaat deze procedure, die slechts een smalle strekking heeft, te buiten. De rechtbank kan niet meer dan vaststellen dat het IMG ter zitting heeft verklaard dat als de uitkomst van de zaak tegen de NAM bekend is, het de beoordeling van de aanvraag voortvarend zal oppakken en met een welwillend oog zal kijken naar de kosten die eiser heeft gemaakt door de annulering van foutief gemaakte afspraak.
21Conclusie en gevolgen
224. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat er geen inhoudelijke beoordeling kan plaatsvinden.
235. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Ook voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
24Beslissing
25De rechtbank:
26verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
27Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2022.
28griffier
29rechter
30Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
31Informatie over hoger beroep
32Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.