Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerProcedureelGegrond, opnieuw beslissen

ECLI:NL:RBNNE:2026:492

Rechtbank Noord-Nederland · 21 januari 2026 · enkelvoudige kamer · Vereenvoudigde behandeling

Rb. Noord-Nederland 21 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:492

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Beroep wegens niet tijdig beslissen op een schadeaanvraag bij het IMG. Het IMG had besloten, maar het besluit alleen in 'Mijn dossier' gezet terwijl de gemachtigde om post had gevraagd. Volgens de rechtbank is het besluit niet bekendgemaakt; beroep kennelijk gegrond, het IMG moet het binnen twee weken bekendmaken op straffe van een dwangsom.

Citaat (regel 33)
“draagt het Instituut op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog het besluit op de juiste wijze bekend te maken;”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het Instituut volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 5 december 2023.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 19, r.o. 5.1)
      “Nu de gemachtigde van eiseres niet kenbaar heeft gemaakt langs de elektronische weg bereikbaar te zijn, is hiermee niet voldaan aan de bekendmaking van het besluit in de zin van artikel 3:40 van de Awb.”
    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 21, r.o. 5.3)
      “Het niet tijdig nemen van een besluit omvat eveneens het niet tijdig bekendmaken.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

    • Gegrond, opnieuw beslissen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33)
      “draagt het Instituut op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog het besluit op de juiste wijze bekend te maken;”
  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 21, r.o. 5.3)
      “De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat het beroep niet tijdig beslissen ontvankelijk en kennelijk gegrond is.”
  • Gemachtigde

    • mr. A. Kwint-Ocelikova · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 6)
      “(gemachtigde: mr. A. Kwint-Ocelikova),”
  • Bedrag

    • € 100,00 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25)
      “7. De rechtbank bepaalt dat het Instituut een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de onder 6 bepaalde termijn wordt overschreden door het Instituut.”
    • € 15.000,00 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 7)
      “Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.”
    • € 385,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35)
      “bepaalt dat het Instituut het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;”
    • € 467,00 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 36)
      “veroordeelt het Instituut tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres.”
  • Datum primair besluit

    • 4 augustus 2025

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 17)
      “4. De rechtbank stelt vast dat het Instituut op 4 augustus 2025 een besluit heeft genomen op de aanvraag.”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 5.1

    Goedgekeurd

    Plaatsing in 'Mijn dossier' is geen bekendmaking als de gemachtigde heeft laten weten niet elektronisch bereikbaar te willen zijn.

    “Nu de gemachtigde van eiseres niet kenbaar heeft gemaakt langs de elektronische weg bereikbaar te zijn, is hiermee niet voldaan aan de bekendmaking van het besluit in de zin van artikel 3:40 van de Awb.”
  2. r.o. 5.3

    Goedgekeurd

    Toezending als bijlage bij de gedingstukken is geen toereikende bekendmaking; niet tijdig bekendmaken valt onder niet tijdig beslissen.

    “Volgens vaste rechtspraak is de toezending van het besluit als bijlage bij de gedingstukken voor een beroepsprocedure geen toereikende wijze van bekendmaking.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Beroep tegen het niet tijdig beslissen omvat ook het niet tijdig bekendmaken van een besluit. IMG heeft het besluit niet op de juiste wijze bekendgemaakt omdat de gemachtigde kenbaar heeft gemaakt niet langs elektronische weg bereikbaar te zijn. Zolang een besluit nog niet is bekend gemaakt heeft het nog niet de gevolgen van een rechtshandeling. Een onjuist bekend gemaakt besluit kan immers gevol…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Bestuursrecht
3zaaknummer: LEE 25/5125
4uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2026 in de zaak tussen
5AZexpress holding B.V., uit Groningen, eiseres
6(gemachtigde: mr. A. Kwint-Ocelikova),
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen.
9Inleiding
101. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het Instituut volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 5 december 2023.
111.1. Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
12Beoordeling door de rechtbank
132. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
14Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
153. Eiseres heeft op 5 december 2023 een aanvraag ingediend om schadevergoeding. De aanvraag heeft betrekking op het pand aan de Stavangerweg 33 te Groningen. Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn is verstreken. Eiseres heeft het Instituut op
163 september 2025 in gebreke gesteld en gevraagd om alsnog binnen twee weken een besluit te nemen. Toen een besluit uitbleef, heeft eiseres op 3 december 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen.
174. De rechtbank stelt vast dat het Instituut op 4 augustus 2025 een besluit heeft genomen op de aanvraag. Het besluit is op dezelfde dag door het Instituut geplaatst in ‘mijn dossier’. De gemachtigde van eiseres heeft een e-mailnotificatie ontvangen dat er een brief klaarstond in het dossier. Het voorgaande geldt ook voor het besluit naar aanleiding van de ingediende ingebrekestelling. De gemachtigde van eiseres stelt echter pas met de toezending van de processtukken door de rechtbank bekend te zijn geworden met beide besluiten.
185. De rechtbank stelt voorop dat op grond van artikel 3:40 Awb een besluit niet in werking treedt voordat het is bekendgemaakt. Zolang een besluit nog niet bekend is gemaakt heeft het derhalve nog niet de gevolgen van een rechtshandeling. Een onjuist bekend gemaakt besluit kan immers gevolgen hebben voor de aanvang van de bezwaartermijn.
195.1. Artikel 2:14, eerste lid, van de Awb maakt verzending van berichten (een bericht kan ook een besluit zijn) langs elektronische weg in plaats van verzending (of uitreiking) aan een of meer geadresseerden alleen mogelijk voor zover die geadresseerden hebben laten weten dat zij langs die weg voldoende bereikbaar zijn. Uit de door de gemachtigde van eiseres overgelegde correspondentie blijkt dat zij expliciet heeft meegedeeld niet via ‘Mijn dossier’ te willen communiceren en dat het Instituut heeft bevestigd dat correspondentie via de post wordt verzonden. Nu de gemachtigde van eiseres niet kenbaar heeft gemaakt langs de elektronische weg bereikbaar te zijn, is hiermee niet voldaan aan de bekendmaking van het besluit in de zin van artikel 3:40 van de Awb.
205.2. De gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank verzocht te oordelen dat het besluit voor het eerst op 16 december 2025 bekend is gemaakt, namelijk doordat het besluit in het kader van de beroepsprocedure kenbaar is geworden aan de gemachtigde. Volgens eiseres staat daarmee vast dat het beroep wegens het niet tijdig beslissen terecht is ingesteld en dat het Instituut in gebreke is gebleven door het besluit niet op correcte wijze bekend te maken.
215.3. Volgens vaste rechtspraak is de toezending van het besluit als bijlage bij de gedingstukken voor een beroepsprocedure geen toereikende wijze van bekendmaking. Dat betekent dat het Instituut het besluit nog niet op de juiste wijze bekend heeft gemaakt. Bekendmaking van een genomen besluit kan op grond van artikel 6:2, aanhef en onderdeel b, van de Awb middels beroep worden afgedwongen. Het niet tijdig nemen van een besluit omvat eveneens het niet tijdig bekendmaken. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat het beroep niet tijdig beslissen ontvankelijk en kennelijk gegrond is.
22Welke beslistermijn moet aan het Instituut worden opgelegd?
236. Omdat het Instituut het besluit nog niet op de juiste wijze heeft bekendgemaakt, bepaalt de rechtbank dat het Instituut dit alsnog moet doen. Het Instituut kan dit doen door het besluit alsnog via de (aangetekende) post te verzenden. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het Instituut dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.
24Welke dwangsom wordt aan het Instituut opgelegd?
257. De rechtbank bepaalt dat het Instituut een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de onder 6 bepaalde termijn wordt overschreden door het Instituut. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
26Conclusie en gevolgen
278. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, het Instituut de onder 6 genoemde termijn krijgt om alsnog het besluit bekend te maken en aan het Instituut de onder 7 genoemde dwangsom wordt opgelegd.
288.1. Omdat het beroep gegrond is moet het Instituut het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding voor haar proceskosten. Het Instituut moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
29Beslissing
30De rechtbank:
31verklaart het beroep gegrond;
32vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
33draagt het Instituut op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog het besluit op de juiste wijze bekend te maken;
34- bepaalt dat het Instituut aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
35bepaalt dat het Instituut het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;
36veroordeelt het Instituut tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres.
37Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van O.T. Smit, griffier.
38Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2026.
39griffier
40rechter
41Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
42Informatie over verzet
43Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
44 
45[1] Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
46[2] Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.
47[3] Vergelijk de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 september 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU2930. Zie ook r.o. 2.4.2 van ECLI:NL:RVS:2006:AV2250.
48[4] Zie ook bijvoorbeeld r.o. 4.3 in samenhang met 4.6 van ECLI:NL:CBB:2016:160.