Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2025:641

Rechtbank Noord-Nederland · 21 februari 2025 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 21 februari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:641

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eisers vroegen het IMG om vergoeding van verhuiskosten en gederfde inkomsten na hun verhuizing uit het aardbevingsgebied. De rechtbank oordeelt dat de Stuwmeerregeling hieraan niet in de weg staat, maar dat eisers niet hebben meegewerkt aan medisch onderzoek, zodat het causaal verband niet vaststaat. Beroep ongegrond; wel vergoeding griffierecht en proceskosten.

Citaat (regel 42)
“6. Omdat het causaal verband tussen de gestelde schade en mijnbouw niet is vast komen te staan, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20)
      “2.5. Op 15 maart 2023 hebben eisers bij het IMG een aanvraag voor vergoeding van verhuiskosten ten bedrage van € 16.766,- en voor vergoeding van gederfde inkomsten ten bedrage van € 38.178,- ingediend.”
  • Kwesties

    • Bijkomende kosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 36)
      “4.3. Naar het oordeel van de rechtbank valt de nu gevorderde schadevergoeding niet onder de post ‘overige schade’ van de Stuwmeerregeling.”
    • Vaste vergoeding

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 36)
      “4.3. Naar het oordeel van de rechtbank valt de nu gevorderde schadevergoeding niet onder de post ‘overige schade’ van de Stuwmeerregeling.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 41)
      “5.3. Deze keuze van eisers heeft er, naar het oordeel van de rechtbank, toe geleid dat verweerder niet in staat is gesteld om vast te stellen of het causaal verband zich wel of niet voordeed.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

    • IMG of NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 44)
      “7.1. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag tot schadevergoeding in stand blijft.”
  • Toewijzing

    • Afgewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 44)
      “7.1. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag tot schadevergoeding in stand blijft.”
  • Gemachtigde

    • mr. I. Pijper · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. I. Pijper en mr. B.C. Rots).”
    • mr. B.C. Rots · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. I. Pijper en mr. B.C. Rots).”
  • Deskundige

    • Peritia BV (mr. drs. J.H.M. de Brouwer) · IMG-deskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 26, r.o. 2.8)
      “Dit betreft de heer mr. drs. J.H.M. de Brouwer, namens Peritia BV.”
  • Bedrag

    • € 16.766,00 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20)
      “2.5. Op 15 maart 2023 hebben eisers bij het IMG een aanvraag voor vergoeding van verhuiskosten ten bedrage van € 16.766,- en voor vergoeding van gederfde inkomsten ten bedrage van € 38.178,- ingediend.”
    • € 38.178,00 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20)
      “2.5. Op 15 maart 2023 hebben eisers bij het IMG een aanvraag voor vergoeding van verhuiskosten ten bedrage van € 16.766,- en voor vergoeding van gederfde inkomsten ten bedrage van € 38.178,- ingediend.”
    • € 187,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 49)
      “- bepaalt dat het IMG het griffierecht van € 187,- aan eisers moet vergoeden;”
    • € 65,18 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 50)
      “- veroordeelt het IMG tot betaling van de proceskosten van eisers van € 65,18.”
  • Plaats

  • Datum besluit op bezwaar

    • 3 april 2024

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12, r.o. 1.1)
      “Met het bestreden besluit van 3 april 2024 op het bezwaar van eisers is het IMG bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.”
  • Datum primair besluit

    • 10 juli 2023

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “1.1. Het IMG heeft deze aanvraag met het besluit van 10 juli 2023 afgewezen.”

Niet genoemd in de uitspraak: aantal schades, trillingssterkte.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 4.3

    Goedgekeurd

    Verhuiskosten en gederfde inkomsten vallen niet onder de post 'overige schade' van de Stuwmeerregeling; IMG is bevoegd de aanvraag te behandelen.

    “De kosten waarvan eisers in de voorliggende aanvraag vergoeding vragen, zijn naar hun aard van een andere orde.”
  2. r.o. 5.3

    Goedgekeurd

    Door weigering mee te werken aan medisch onderzoek kon het IMG het causaal verband niet vaststellen; toekenning van immateriële schade bewijst dat verband niet.

    “Anders dan de gemachtigde van eisers toentertijd heeft gesteld, volgt uit de toekenning van immateriële schade niet dat andersoortige gestelde schade ook is veroorzaakt door mijnbouw.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Eisers vragen van het IMG vergoeding van verhuiskosten en van gederfde inkomsten in verband met hun verhuizing uit het aardbevingsgebied. Doordat eisers niet hebben meegewerkt aan de beoordeling door een medisch deskundige, is het IMG niet in staat gesteld om vast te stellen of er een causaal verband is tussen de aardbevingsproblematiek en de medische klachten van eisers.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 24/1992
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen
6[naam 1] en [naam 2] , uit Rotterdam, eisers
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen, het IMG
9(gemachtigden: mr. I. Pijper en mr. B.C. Rots).
10Inleiding
111. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van de aanvraag van eisers om schadevergoeding.
121.1. Het IMG heeft deze aanvraag met het besluit van 10 juli 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 april 2024 op het bezwaar van eisers is het IMG bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
131.2. Het IMG heeft op beroep gereageerd met een verweerschrift.
141.3. De rechtbank heeft beroep op 23 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser [naam 2] en de gemachtigden van het IMG.
15Feiten en totstandkoming van het besluit
162.1. Eisers waren woonachtig op het [adres] te Oosternieland. Vanaf 2012 zijn zij betrokken geweest in verschillende procedures voor vergoeding van mijnbouwgerelateerde schade. De tegenpartijen in deze procedures zijn geweest de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen en het IMG.
172.2. Aan eisers is in totaal € 39.772,04 aan vergoeding van fysieke schade aan de woning toegekend (waaronder de vergoeding die onder 2.3. wordt besproken), € 14.000,- als vergoeding voor de daling van de waarde van de woning en € 10.000,- als vergoeding van immateriële schade.
182.3. Op 4 oktober 2019 hebben eisers een aanvraag gedaan op grond van de Stuwmeerregeling. Met deze regeling werd beoogd een groot aantal (lopende) fysieke schadegevallen af te handelen met een forfaitaire regeling. Bij besluit van 15 november 2019 heeft het IMG overeenkomstig de aanvraag aan eisers een schadevergoeding van € 5.000,- toegekend, bestaande uit een vergoeding van € 4.000,- voor fysieke schade aan de woning ten tijde van het besluit en uit een vergoeding van € 1.000,- voor ‘overige schade’.
192.4. In 2020 hebben eisers hun woning in Oosternieland verkocht en zijn zij verhuisd naar Rotterdam.
202.5. Op 15 maart 2023 hebben eisers bij het IMG een aanvraag voor vergoeding van verhuiskosten ten bedrage van € 16.766,- en voor vergoeding van gederfde inkomsten ten bedrage van € 38.178,- ingediend.
212.6. In het primaire besluit van 10 juli 2023 heeft het IMG bovengenoemde verhuiskosten en gederfde inkomsten aangemerkt als bijkomende kosten en gesteld dat eisers daarvoor in het kader van de Stuwmeerregeling als ‘overige kosten’ (zie 2.3.) al vergoeding hebben ontvangen. Om die reden is de aanvraag afgewezen.
222.7. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Desgevraagd heeft de toenmalige gemachtigde van eisers bij e-mailbericht van 14 februari 2024 kenbaar gemaakt dat een hoorzitting achterwege gelaten kan worden omdat de toegevoegde waarde daarvan niet ingezien wordt.
232.8. Bij e-mailbericht van 14 maart 2024 heeft het IMG het volgende aan de toenmalige gemachtigde van eisers voorgelegd:
24Zoals vanmiddag eerder telefonisch besproken heeft het Instituut voor de afhandeling van het in het onderwerp genoemd dossier nadere bewijsstukken nodig. Het Instituut kan op basis van de in het dossier aangeleverde bewijsstukken niet concluderen wat de precieze
25klachten van uw cliënt, de heer [naam 2] , waren, hoe deze zijn ontstaan en hoe deze zich in de tijd hebben ontwikkeld. Ook kan het Instituut op basis van deze bewijsstukken niet vaststellen dat de klachten een gevolg zijn van (de afhandeling van) mijnbouwschade.
26Het Instituut is voornemens een onafhankelijke medisch adviseur in te schakelen om hem te adviseren. Dit betreft de heer mr. drs. J.H.M. de Brouwer, namens Peritia BV.
27Deze onafhankelijke medisch adviseur heeft dan wel inzage in de medische dossiers van uw cliënt nodig. Het Instituut verzoekt dan ook om toestemming van uw cliënt voor deze inzage. Het Instituut verneemt graag binnen een week of uw cliënt de gevraagde toestemming verleent.
28De toenmalige gemachtigde van eisers heeft bij e-mailbericht van 20 maart 2024 als volgt gereageerd:
29IMG heeft zowel aan de heer [naam 2] als aan mevrouw [naam 1] een vergoeding toegekend voor immateriële schade (zie bijgevoegde besluiten). Daarmee staat vast dat sprake is van immateriële schade als gevolg van de gevolgen van de gaswinning. Volgens IMG is zelfs sprake van een ernstige persoonsaantasting. Is het enkele feit dat reeds vaststaat dat sprake is van een ernstige persoonsaantasting als gevolg van de gevolgen van de gaswinning niet reeds voldoende om het causaal verband aan te nemen met betrekking tot de thans
30gevorderde schade?
312.9. In het besluit op bezwaar van 3 april 2024 heeft het IMG het primaire besluit, en daarmee de afwijzing van de aanvraag, gehandhaafd.
32Beoordeling door de rechtbank
333. De voor de beoordeling van beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
344.1. Zoals vermeld onder 2.6 heeft verweerder de aanvraag in het primaire besluit afgewezen omdat eisers voor de gestelde schadeposten reeds eerder vergoeding zouden hebben ontvangen in het kader van de Stuwmeerregeling. De rechtbank stelt vast dat verweerder dit standpunt in het nu bestreden besluit niet herhaalt en dat verweerder in dit besluit het verzoek tot schadevergoeding inhoudelijk beoordeelt.
354.2. In het verweerschrift en ter zitting heeft verweerder daarentegen het primaire standpunt ingenomen dat de posten waarvoor eisers vergoeding hebben gevraagd onder de Stuwmeerregeling vallen, ook voor zover het om toekomstige kosten ging.
364.3. Naar het oordeel van de rechtbank valt de nu gevorderde schadevergoeding niet onder de post ‘overige schade’ van de Stuwmeerregeling. In het besluit van 15 november 2019 (zie 2.3.) waarbij deze vergoeding is toegekend, wordt toegelicht dat dit gaat om eventuele materiële gevolgschade, bijkomende kosten, overlast en wettelijke rente. De rechtbank begrijpt, gezien deze omschrijving en de hoogte van het bedrag, dat dit gaat over beperkte kosten die zich voor kunnen doen rond het herstel van fysieke schade. De kosten waarvan eisers in de voorliggende aanvraag vergoeding vragen, zijn naar hun aard van een andere orde.
374.4. De rechtbank concludeert dat verweerder op grond van artikel 2, derde lid, van de Tijdelijke wet Groningen bevoegd is de aanvraag van eisers tot schadevergoeding te behandelen. In het bestreden besluit is hier, zij het niet expliciet, terecht vanuit gegaan.
385. De rechtbank overweegt dat verweerder uitsluitend de taak en de bevoegdheid heeft om schade te vergoeden die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van (in dit geval) de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld. De door eisers gestelde schade moet dus veroorzaakt zijn door mijnbouw. Als dit causaal verband ontbreekt, is vergoeding niet aan de orde.
395.1. Eisers stellen dat hun verhuizing (zie 2.2.) het directe gevolg is van stress door de aardbevingsproblematiek. Stress kan in het algemeen ziekmakend zijn en dat is bij beide eisers ook het geval geweest. Zij kampen beiden met chronische ziekten die, volgens eisers, deels zijn veroorzaakt en in ieder geval zijn verergerd door de stress rond de aardbevingsproblematiek.
405.2. Zoals beschreven in 2.8., heeft verweerder aan eisers voorgesteld een medisch deskundige onderzoek te laten doen naar het verband tussen de aardbevingsproblematiek en de medische klachten van eisers. Eisers hebben dit voorstel echter afgewezen.
415.3. Deze keuze van eisers heeft er, naar het oordeel van de rechtbank, toe geleid dat verweerder niet in staat is gesteld om vast te stellen of het causaal verband zich wel of niet voordeed. Anders dan de gemachtigde van eisers toentertijd heeft gesteld, volgt uit de toekenning van immateriële schade niet dat andersoortige gestelde schade ook is veroorzaakt door mijnbouw. Reeds om deze reden heeft verweerder in het bestreden besluit het bezwaar terecht ongegrond verklaard.
426. Omdat het causaal verband tussen de gestelde schade en mijnbouw niet is vast komen te staan, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
43Conclusie en gevolgen
447.1. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag tot schadevergoeding in stand blijft.
457.2. In de wisselende standpuntbepaling van verweerder (zie onder 4.2.) ziet de rechtbank wel aanleiding om te bepalen dat het IMG het griffierecht aan eisers moet vergoeden en om aan eisers vergoeding van hun proceskosten toe te kennen. Deze proceskosten zijn de reiskosten (berekend naar ov-kosten) die eiser [naam 2] heeft gemaakt voor deelname aan de zitting. De rechtbank ziet geen aanleiding om de overige door eisers genoemde kosten te vergoeden omdat niet is gebleken dat deze zijn gemaakt.
46Beslissing
47De rechtbank:
48- verklaart het beroep ongegrond;
49- bepaalt dat het IMG het griffierecht van € 187,- aan eisers moet vergoeden;
50- veroordeelt het IMG tot betaling van de proceskosten van eisers van € 65,18.
51Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.
52Uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2025.
53griffier
54rechter
55Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
56Informatie over hoger beroep
57Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
58Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
59Tijdelijke wet Groningen
60Artikel 1:
61In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
62(….)
63schade: schade die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk;
64Artikel 2, derde lid:
65Het Instituut:
66a. heeft tot taak en is bevoegd schade af te handelen en daartoe:
671°.aanvragen in behandeling te nemen, voor zover de aanvrager zijn vordering tot vergoeding van schade op de exploitant ter zake van de schade waarvoor vergoeding wordt aangevraagd aan de Staat heeft overgedragen;
682°.de aanspraak op een vergoeding van schade vast te stellen, en
693°.de omvang van de vergoeding van schade of, indien de aanvrager dit wenst en de schade zich daarvoor leent, de te treffen maatregelen in natura vast te stellen;
70b. heeft tot taak om schade te vergoeden en daartoe aan de aanvrager de vastgestelde vergoeding uit te keren of, indien de aanvrager dit wenst en de schade zich daarvoor leent, de te treffen maatregelen in natura uit te voeren; (…)