Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2024:1574

Rechtbank Noord-Nederland · 18 april 2024 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 18 april 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:1574

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser betwistte dat het IMG voor tientallen schades aan zijn woning uit 1965 het bewijsvermoeden had weerlegd. De rechtbank passeert het gebrek dat de contra-expertise niet was betrokken, volgt de adviezen van DOG en verklaart het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond (tegen het eerdere: niet-ontvankelijk). Het IMG vergoedt wel proces- en deskundigenkosten.

Citaat (regel 61)
“verklaart het beroep tegen het besluit van 1 februari 2023 ongegrond;”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de aan hem toegekende vergoeding wegens schade door mijnbouwactiviteiten.”
  • Kwesties

    • Vergewisplicht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43)
      “11.4. De rechtbank ziet in de namens eiser naar voren gebrachte argumenten, mede gelet op de inhoud van het nader advies van Wiersum, dan ook onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan het adviesrapport.”
    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 36, r.o. 9)
      “De rechtbank zal dit motiveringsgebrek echter passeren met artikel 6:22 van de Awb, omdat niet is gebleken dat eiser door dit gebrek is benadeeld.”
    • Trillingstool

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 52, r.o. 14)
      “Wat eiser voor het overige nog heeft aangevoerd over het gebruik van de SBR Trillingsrichtlijn A en het advies van Van Staalduinen en Everts als onderdeel van het toetsingskader, leidt evenmin tot een gegrond beroep.”
    • Kosten van een deskundige

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 56)
      “17. De rechtbank ziet -in het procesverloop- tevens aanleiding om de kosten van het opstellen van de contra-expertise van Vergnes voor vergoeding in aanmerking te brengen, alsmede de aanwezigheid ter zitting.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

    • Ongegrond

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 61)
      “verklaart het beroep tegen het besluit van 1 februari 2023 ongegrond;”
  • Gunstig voor

    • IMG of NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 54, r.o. 15)
      “Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 1 februari 2023 is ongegrond.”
  • Toewijzing

  • Gemachtigde

    • mr. H.J. de Groot · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 7)
      “(gemachtigde: mr. H.J. de Groot),”
    • mr. A.G. Sol · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mr. A.G. Sol en mr. S.C. Goldbohm).”
    • mr. S.C. Goldbohm · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mr. A.G. Sol en mr. S.C. Goldbohm).”
  • Deskundige

    • D.O.G. Ingenieurs (Van ’t Ende) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 42, r.o. 11.3)
      “Ook los daarvan zijn met de overgelegde contra-expertise de argumenten waarmee het bewijsvermoeden is weerlegd, niet voldoende bestreden.”
    • DOG (Hoven) · nader advies · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22)
      “2.3. Naar aanleiding van het daartegen door eiser gemaakte bezwaar heeft deskundige Hoven van DOG op 19 mei 2022 een aanvullend adviesrapport uitgebracht aan verweerder.”
    • D.O.G. Ingenieurs (ir. R. Wiersum) · nader advies · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43)
      “11.4. De rechtbank ziet in de namens eiser naar voren gebrachte argumenten, mede gelet op de inhoud van het nader advies van Wiersum, dan ook onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan het adviesrapport.”
    • Vergnes Expertise (P.J. Vrieling) · contra-expert · rechter volgt het advies niet

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 42, r.o. 11.3)
      “Dat standpunt overtuigt, ook in het licht van de uitgebrachte contra-expertise, niet.”
  • Bedrag

    • € 18.325,38 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “1.1. Verweerder heeft in het primaire besluit van 2 juli 2021 een schadevergoeding toegekend van in totaal € 18.325,38.”
    • € 19.959,44 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33, r.o. 7)
      “In de gronden is gesteld dat de in geschil zijnde schades moeten worden begroot op een bedrag van € 19.959,44.”
    • € 1.724,25 · deskundigenkosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 56, r.o. 17)
      “Dit komt neer op een bedrag van € 1.724,25 inclusief BTW.”
    • € 3.474,25 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 63)
      “€ 3.474,25;”
    • € 184,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 64)
      “- draagt verweerder op om het door eiser betaalde griffierecht aan hem te vergoeden tot een bedrag van € 184,-.”
  • Trillingssterkte

    • 2,95 mm/s · kansniveau 1% · op de locatie

      Goedgekeurd

      zoals genoemd in de uitspraak, met kansniveau en bron

      Citaat (regel 19, r.o. 2)
      “Uit het verweerschrift blijkt dat er voor aankoop vanuit het Groningenveld trillingssnelheden zijn becijferd tot 2,95 mm/s met een overschrijdingskans van 1%.”
  • Ligging

    • Boven het Groningenveld

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 19, r.o. 2)
      “Daarom valt de woning binnen het effectgebied waar het bewijsvermoeden wordt toegepast.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 1 februari 2023

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 15)
      “1.3. Op 1 februari 2023 heeft verweerder een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen (bestreden besluit II).”
  • Datum primair besluit

    • 2 juli 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “1.1. Verweerder heeft in het primaire besluit van 2 juli 2021 een schadevergoeding toegekend van in totaal € 18.325,38.”

Niet genoemd in de uitspraak: aantal schades, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 9

    Goedgekeurd

    Het niet betrekken van de contra-expertise is een motiveringsgebrek dat met art. 6:22 Awb wordt gepasseerd, omdat in beroep alsnog inhoudelijk is gereageerd.

    “De rechtbank zal dit motiveringsgebrek echter passeren met artikel 6:22 van de Awb, omdat niet is gebleken dat eiser door dit gebrek is benadeeld.”
  2. r.o. 12.1

    Goedgekeurd

    Kruip van de betonnen etagevloer, onvoldoende ondersteuning en te strak ingemetselde lateien zijn als autonome oorzaken aanvaard.

    “De rechtbank ziet in de namens eiser naar voren gebrachte argumenten ook voor het overige onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de uitgebrachte adviesrapporten.”
  3. r.o. 16

    Goedgekeurd

    Vanwege het gepasseerde gebrek vergoedt het IMG toch proces- en deskundigenkosten.

    “Er is in dit geval -gelet op de toepassing van 6:22 van de Awb- aanleiding om over te gaan tot een proceskostenveroordeling.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade. Fysieke schades. Het beroep tegen bestreden besluit I is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen bestreden besluit II is ongegrond. Wel aanleiding pkv.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 22/1462
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2024 in de zaak tussen
6[eiser] uit [woonplaats], eiser
7(gemachtigde: mr. H.J. de Groot),
8en
9Instituut Mijnbouwschade Groningen (verweerder)
10(gemachtigden: mr. A.G. Sol en mr. S.C. Goldbohm).
11Inleiding
121. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de aan hem toegekende vergoeding wegens schade door mijnbouwactiviteiten.
131.1. Verweerder heeft in het primaire besluit van 2 juli 2021 een schadevergoeding toegekend van in totaal € 18.325,38.
141.2. Verweerder heeft in de beslissing op bezwaar van 10 maart 2022 (bestreden besluit I) het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
151.3. Op 1 februari 2023 heeft verweerder een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen (bestreden besluit II). Verweerder heeft daarbij het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
161.4. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Op 26 januari 2024 heeft eiser nadere gronden ingediend en op 6 februari 2024 een aanvullende memo van de contra-expert Vergnes Expertise (hierna: Vergnes).
171.5. De rechtbank heeft het beroep op 7 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde, en de gemachtigden van verweerder. Als deskundige is verschenen: ir. R. Wiersum, deskundige van D.O.G. Ingenieurs (hierna: DOG). Daarnaast is als contra-expert verschenen: P.J. Vrieling, deskundige van Vergnes.
18Totstandkoming van het besluit
192. Eiser is sinds 2021 eigenaar van een in 1965 gebouwde vrijstaande woning op het adres [adres] te [woonplaats]. Uit het verweerschrift blijkt dat er voor aankoop vanuit het Groningenveld trillingssnelheden zijn becijferd tot 2,95 mm/s met een overschrijdingskans van 1%. Daarom valt de woning binnen het effectgebied waar het bewijsvermoeden wordt toegepast. Eiser heeft kort na de aankoop van zijn woning, op 11 februari 2021, een schademelding ingediend bij verweerder.
202.1. Verweerder heeft adviesbureau DOG ingeschakeld om de schade van eiser te taxeren. Op 20 mei 2021 heeft deskundige Van ’t Ende een adviesrapport uitgebracht aan verweerder. Eiser heeft daarop een zienswijze ingediend.
212.2. In het primaire besluit heeft verweerder op basis van het adviesrapport besloten om aan eiser een vergoeding toe te kennen van in totaal € 18.325,38.
222.3. Naar aanleiding van het daartegen door eiser gemaakte bezwaar heeft deskundige Hoven van DOG op 19 mei 2022 een aanvullend adviesrapport uitgebracht aan verweerder.
232.4. Verweerder heeft op 1 maart 2022 (bestreden besluit I) een beslissing op bezwaar genomen en heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. In de gewijzigde beslissing op bezwaar (bestreden besluit II) van 1 februari 2023 is geconstateerd dat dit een concept-beslissing betrof, en dat verweerder op dat moment nog in afwachting was van het adviesrapport van deskundige Hoven. In het bestreden besluit is, mede op basis van het rapport van Hoven, besloten om het bezwaar van eiser ongegrond te verklaren.
24Het geschil
253. Eiser voert in beroep aan dat verweerder ten aanzien van schades 20, 21, 23 t/m 25, 31, 32, 34, 36, 37, 41, 45, 49, 50, 54, 56 t/m 58, 61 t/m 63, 67, 69, 70, 71, 73, 75, 76, 78, 81, 83, 84, 85, 88 t/m 93, 96, 97, 99 t/m 102, 105 t/m 109, en 111 t/m 114 onterecht heeft geconcludeerd dat de schade niet is veroorzaakt door trillingen als gevolg van mijnbouwactiviteiten. Eiser heeft Vergnes ingeschakeld voor het opstellen van een contra-expertise. Eiser heeft in de op 26 januari 2024 ingediende gronden, onder verwijzing naar deze contra-expertise, naar voren gebracht dat de deskundigen van verweerder de schades niet hebben voorzien van feitelijk deugende en toetsbare argumentatie.
264. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bewijsvermoeden is weerlegd ten aanzien van alle schades die in geschil zijn. Verweerder geeft aan dat de contra-expertise per abuis niet is beoordeeld in bestreden besluit II en biedt daarvoor zijn excuses aan. In beroep is hierop alsnog gereageerd met het nader advies van Wiersum. Volgens verweerder is dit nader advies niet meer dan een bevestiging van hetgeen eerder in de procedure door andere deskundigen al naar voren is gebracht.
27Toetsingskader
285. Tussen partijen is niet in geschil dat het bewijsvermoeden van artikel 6:177a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is.
295.1. Verweerder weerlegt het bewijsvermoeden als het aan de hand van een adviesrapport aantoont dat de schade is te herleiden tot een evidente en autonome oorzaak, waarvan (met hoge mate van zekerheid) aannemelijk is dat die bodembeweging als (mede)oorzaak van die schade uitsluit.
305.2. Volgens vaste rechtspraak van de ABRvS mag een bestuursorgaan, als in een advies van een door dat bestuursorgaan benoemde deskundige op objectieve en onpartijdige wijze verslag is gedaan van het door de deskundige verrichte onderzoek en op inzichtelijke wijze is aangegeven welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, bij het nemen van een besluit van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid naar voren zijn gebracht.
31Beoordeling door de rechtbank
326. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen het besluit aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
337. De rechtbank overweegt allereerst dat eiser ter zitting heeft aangegeven dat de in geschil zijnde schades inmiddels met de hulp van aannemers zijn hersteld. De rechtbank stelt vast dat het belang van eiser is gelegen in het ontvangen van een aanvullende schadevergoeding. In de gronden is gesteld dat de in geschil zijnde schades moeten worden begroot op een bedrag van € 19.959,44.
348. De rechtbank constateert dat verweerder hangende dit beroep een nieuwe beslissing op bezwaar heeft genomen (bestreden besluit II). De rechtbank stelt vast dat dit een besluit is in de zin van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor het beroep van eiser tegen het besluit van 10 maart 2022 geacht wordt mede te zijn gericht tegen het besluit van 1 februari 2023. Aan het besluit van 10 maart 2022 komt geen zelfstandige betekenis meer toe. Gronden zullen worden besproken in het kader van het besluit van 1 februari 2023. Het beroep tegen het besluit van 10 maart 2022 zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
359. De rechtbank constateert dat verweerder het contra-expertiserapport van
36Vergnes van 3 juli 2022 niet heeft betrokken bij bestreden besluit II. Dat levert een motiveringsgebrek op. De rechtbank zal dit motiveringsgebrek echter passeren met artikel 6:22 van de Awb, omdat niet is gebleken dat eiser door dit gebrek is benadeeld. Met het nader advies van Wiersum, dat als bijlage bij het verweerschrift is opgenomen, is een inhoudelijke reactie gegeven op de contra-expertise. Eiser heeft vervolgens inhoudelijk gereageerd met aanvullende beroepsgronden en een aanvullende memo van Vergnes.
3710. Hierna zal de rechtbank per schadecategorie de beroepsgronden van eiser beoordelen.
38Schades 67, 69, 83, 88-90, 101, 106, 107, 70, 78, 84, 91, 93, 96, 97, 99, 100, 102, 105, 108, 109, 111-114
3911. Deze schades betreffen scheurvorming in de etagevloer en scheurvorming in de wanden op de begane grond.
4011.1. Verweerder geeft aan dat kruip (doorbuiging) van de lichte betonnen etagevloer als autonome oorzaak wordt aangewezen voor alle hierboven vermelde schades. In het adviesrapport is verder gewezen op de langdurige, permanente belasting door het eigen gewicht van de constructie en de (zware) inboedel die langdurig op de vloer staat. Verder is in algemene zin zetting als bijkomend element genoemd, omdat dit mechanisme enige invloed kan hebben gehad op de ontstane schade.
4111.2. Voornoemde oorzaken zijn in het adviesrapport van 20 mei 2021 ook genoemd bij schades 67 en 70. In de contra-expertise van 3 juli 2022 schrijft Vergnes bij de uitleg van deze schades het met de visie van deze deskundige eens te zijn. Bij andere schades is vervolgens een ander standpunt ingenomen. De rechtbank kan verweerder volgen in de opmerking in het verweerschrift (onder 4.8) dit merkwaardig te vinden, nu deze schades vergelijkbaar zijn met schades 67 en 70.
4211.3. Of er tussen 1965 en 2021, voor eiser de woning heeft gekocht, zware inboedel heeft gestaan, zal de rechtbank in het midden laten. Ook los daarvan zijn met de overgelegde contra-expertise de argumenten waarmee het bewijsvermoeden is weerlegd, niet voldoende bestreden. Verweerder stelt in het verweerschrift (onder 4.13) terecht dat ook is gewezen op het “eigen gewicht van de constructie”. Verder is -zoals verweerder ook stelt- bij schade 67 bevestigd dat er wél doorbuiging van de vloer is waargenomen en is bij schade 70 vermeld dat het eigen gewicht van de constructie tot schade heeft geleid. Ter zitting heeft de contra-expert een nuance ingebracht door te stellen dat doorbuiging altijd een rol speelt, maar hier niet dermate dat dat schade veroorzaakt. Dat standpunt overtuigt, ook in het licht van de uitgebrachte contra-expertise, niet.
4311.4. De rechtbank ziet in de namens eiser naar voren gebrachte argumenten, mede gelet op de inhoud van het nader advies van Wiersum, dan ook onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan het adviesrapport.
44Schades 20, 21, 23-25, 31, 36, 37, 41, 45, 54, 61-63, 71, 73, 75, 76, 81 en 92
4512. Bij deze schades is sprake van scheurvorming boven diverse wanddoorbrekingen (deuren). De door verweerder ingeschakelde deskundigen hebben geconcludeerd dat de autonome oorzaak is gelegen in de belasting van onder meer de bovenliggende balkenvloer, die bij het ontbreken van voldoende ondersteuning door een deugdelijke draagconstructie niet kan worden opgenomen. Wiersum heeft in het nader advies bevestigd dat sprake is van onvoldoende ondersteuning van een deugdelijke draagconstructie.
4612.1. Gelet op de uitgebrachte adviesrapporten en hetgeen hiervoor onder 11 is overwogen, is het per schade vermelden dat er geen tekenen van doorbuiging zijn waargenomen, niet voldoende om te twijfelen aan het adviesrapport. De rechtbank ziet in de namens eiser naar voren gebrachte argumenten ook voor het overige onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de uitgebrachte adviesrapporten.
47Schades 32, 34, 49, 50, 56 t/m 58
4813. Verweerder heeft zich bij deze schades op het standpunt gesteld dat de scheurvorming is veroorzaakt doordat de betonlatei te strak in het metselwerk is gelegd, waardoor de beweging van de latei niet kan worden opgevangen en er drukbelasting in het onderliggende metselwerk ontstaat met scheurvorming tot gevolg.
4913.1. In de reactie van 6 februari 2024 heeft Vergnes opgemerkt dat een eventuele lichte doorbuiging van de latei gezien de bouwperiode reeds is uitgewerkt.
5013.2. De rechtbank stelt vast dat eiser de woning uit 1965 in 2021 heeft aangekocht en in zijn aanvraag schrijft dat hij na het verwijderen van behang scheuren heeft ontdekt. Dat deze scheuren recent zijn ontstaan, is niet nader onderbouwd. In zoverre kunnen de door eiser gemaakte opmerkingen niet afdoen aan de uitgebrachte adviesrapporten.
5113.3. De rechtbank ziet in de namens eiser naar voren gebrachte argumenten, mede gelet op de inhoud van het nader advies van Wiersum, ook overigens onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan het adviesrapport.
5214. Wat eiser voor het overige nog heeft aangevoerd over het gebruik van de SBR Trillingsrichtlijn A en het advies van Van Staalduinen en Everts als onderdeel van het toetsingskader, leidt evenmin tot een gegrond beroep. De rechtbank verwijst hierbij naar de eerder genoemde uitspraak van de ABRvS van 8 juni 2022.
53Conclusie en gevolgen
5415. Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 1 februari 2023 is ongegrond. Dat betekent dat hij geen gelijk krijgt.
5516. Er is in dit geval -gelet op de toepassing van 6:22 van de Awb- aanleiding om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. De rechtbank stelt deze vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.750, omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend (ter waarde van 1 punt à € 875,-) en aan de zitting heeft deelgenomen (ter waarde van 1 punt à € 875,-).
5617. De rechtbank ziet -in het procesverloop- tevens aanleiding om de kosten van het opstellen van de contra-expertise van Vergnes voor vergoeding in aanmerking te brengen, alsmede de aanwezigheid ter zitting. Verweerder heeft zich hier ter zitting ook niet tegen verzet. Gelet op de uitgebrachte offerte gaat de rechtbank daarbij uit van een besteding van 14 uren tegen een uurtarief van € 95,- voor de contra-expertise. Tevens zal een uur voor de aanwezigheid ter zitting worden vergoed. Dit komt neer op een bedrag van € 1.724,25 inclusief BTW.
5718. Ook moet verweerder het door eiser betaalde griffierecht aan hem vergoeden tot een bedrag van € 184,-.
58Beslissing
59De rechtbank:
60verklaart het beroep tegen het besluit van 10 maart 2022 niet-ontvankelijk;
61verklaart het beroep tegen het besluit van 1 februari 2023 ongegrond;
62veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een totaalbedrag van
63€ 3.474,25;
64- draagt verweerder op om het door eiser betaalde griffierecht aan hem te vergoeden tot een bedrag van € 184,-.
65Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van mr. R.E.J. Jansen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2024.
66griffier
67rechter
68Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
69Informatie over hoger beroep
70Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
71 
72[1] vgl. de uitspraak van de ABRvS van 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1631, overweging 39.
73[2] o.a. de uitspraak van de ABRvS van 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1019.