Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2022:2752

Rechtbank Noord-Nederland · 13 juli 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 13 juli 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:2752

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser kreeg van het IMG in totaal € 17.993,54 voor schade aan zijn boerderij en vroeg daarnaast € 500 aan bijkomende kosten voor eigen onderzoek in de kruipruimte en tijd besteed aan de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelt dat bestede tijd geen vergoedbare proceskosten zijn en dat de overlastvergoeding het kruipruimte-onderzoek dekt. Beroep ongegrond.

Citaat (regel 49)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 39, r.o. 2)
      “Eiser heeft recht op een vergoeding van € 500,- (10 x € 50,-) voor bijkomende kosten in plaats van de toegekende € 50,-.”
  • Kwesties

    • Bijkomende kosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 45, r.o. 4.3)
      “Naar het oordeel van de rechtbank kan het aan eiser als overlastvergoeding betaalde bedrag worden gezien als vergoeding voor schade die eiser stelt, zodat de conclusie moet zijn dat hij op dit punt is vergoed.”
    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43, r.o. 4.1)
      “De kosten voor aan de procedure bestede tijd vallen hier in principe niet onder.”
    • Vaste vergoeding

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 45, r.o. 4.3)
      “Dat eiser hoe dan ook die overlastvergoeding had ontvangen en ook anderen standaard die uitkering ontvangen, maakt niet dat deze vergoeding deze schade niet dekt.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Afgewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43, r.o. 4.1)
      “Gelet hierop komen de kosten waarvoor eiser in verband met het bezwaar een bedrag wil ontvangen, niet voor vergoeding in aanmerking.”
  • Gemachtigde

    • mr. K. Winterink · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. K. Winterink en mr. S.C. Goldbohm).”
    • mr. S.C. Goldbohm · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. K. Winterink en mr. S.C. Goldbohm).”
  • Deskundige

    • CED · IMG-deskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24, r.o. 1.3)
      “In het adviesrapport van 28 oktober 2020 – opgesteld door [naam] , deskundige van CED – zijn de schades beschreven en onderverdeeld in schade 1 tot en met 43.”
  • Bedrag

    • € 15.717,57 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “In het besluit van 28 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag toegewezen en besloten om een vergoeding toe te kennen van € 15.717,57.”
    • € 17.993,54 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 30, r.o. 1.9)
      “Verweerder heeft besloten dat eiser in totaliteit een vergoeding krijgt van € 17.993,54.”
    • € 500,00 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 39, r.o. 2)
      “Eiser heeft recht op een vergoeding van € 500,- (10 x € 50,-) voor bijkomende kosten in plaats van de toegekende € 50,-.”
    • € 1.000,00 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 40, r.o. 3)
      “Eiser heeft een bedrag van in totaal € 1.000,- ontvangen.”
  • Aantal schades

    • 43 schades · totaal

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24, r.o. 1.3)
      “zijn de schades beschreven en onderverdeeld in schade 1 tot en met 43”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 2 februari 2022

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 16)
      “In het besluit van 2 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit gedeeltelijk gegrond verklaard”
  • Datum primair besluit

    • 28 april 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “In het besluit van 28 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag toegewezen”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 4.1

    Goedgekeurd

    Tijd die een aanvrager zelf aan de bezwaarprocedure besteedt, is geen vergoedbare proceskosten- of verletpost.

    “Gelet hierop komen de kosten waarvoor eiser in verband met het bezwaar een bedrag wil ontvangen, niet voor vergoeding in aanmerking.”
  2. r.o. 4.3

    Goedgekeurd

    De forfaitaire overlastvergoeding (art. 2.7 Procedure en werkwijze) dekt ook het eigen onderzoek in de kruipruimte.

    “Naar het oordeel van de rechtbank kan het aan eiser als overlastvergoeding betaalde bedrag worden gezien als vergoeding voor schade die eiser stelt, zodat de conclusie moet zijn dat hij op dit punt is vergoed.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade / Bijkomende kosten Bij de beoordeling moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de vergoeding die eiser vraagt voor het opnemen van de schades in de kruipruimte en de vergoeding die betrekking heeft op de tijd die is besteed aan de bezwaarschriftprocedure. De kosten voor aan de procedure bestede tijd vallen in principe niet onder onder proceskosten. Voor de vergoeding van h…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 22/893
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2022 in de zaak tussen
6[eiser] , uit [plaats] , eiser,
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder
9(gemachtigden: mr. K. Winterink en mr. S.C. Goldbohm).
10Procesverloop
11Op 10 januari 2018 heeft eiser bij het Centrum Veilig Wonen (CVW) een aanvraag ingediend tot schadevergoeding voor het gebouw aan de [adres] .
12Op 14 maart 2018 is het schadeafhandeling overgedragen van het CVW naar de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (thans: Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder).
13In het besluit van 28 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag toegewezen en besloten om een vergoeding toe te kennen van € 15.717,57.
14Eiser heeft op 16 mei 2021 tegen het primaire besluit bezwaar ingediend.
15Op 24 november 2021 heeft eiser zijn bezwaren tegen het primaire besluit tijdens een hoorzitting nader toegelicht.
16In het besluit van 2 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit gedeeltelijk gegrond verklaard en besloten dat eiser in totaliteit een vergoeding krijgt van € 17.993,54.
17Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
18Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
19De rechtbank heeft het beroep op 28 juni 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
20Overwegingen
211. De rechtbank gaat uit van het volgende.
221.1. Het betreffende gebouw aan de [adres] is gebouwd in 1899 en betreft een boerderij met een woning (hierna: woning). Eiser is sinds 1955 de eigenaar van de woning.
231.2. Op 10 januari 2018 heeft eiser een aanvraag ingediend tot vergoeding van de schade aan de woning door mijnbouwactiviteiten.
241.3. Op 24 augustus 2020 zijn de schades aan de woning opgenomen. In het adviesrapport van 28 oktober 2020 – opgesteld door [naam] , deskundige van CED – zijn de schades beschreven en onderverdeeld in schade 1 tot en met 43. In het adviesrapport wordt geadviseerd om een schadevergoeding toe te kennen van € 12.952,22.
251.4. Eiser heeft vervolgens op 3 december 2020 zijn zienswijze naar voren gebracht.
261.5. Naar aanleiding van de zienswijze heeft deskundige [naam] op 16 april 2021 een herzien adviesrapport uitgebracht. In het herzien adviesrapport wordt geadviseerd om een schadevergoeding toe te kennen van € 13.685,43.
271.6. In het primaire besluit heeft verweerder een schadevergoeding van € 15,717,57 inclusief wettelijke rente en bijkomende kosten, toegekend wegens fysieke schade aan de woning door mijnbouwactiviteiten.
281.7. Tegen het primaire besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.
291.8. In het kader van de behandeling van dat bezwaarschrift is eiser op 24 november 2021 door de Bezwaaradviescommissie van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (de bezwaaradviescommissie) gehoord. Op 9 december 2021 heeft de bezwaaradviescommissie geadviseerd om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en aanvullend € 2.052,74 te vergoeden.
301.9. Bij het bestreden besluit van 2 februari 2022 heeft verweerder het advies van de bezwaaradviescommissie overgenomen en het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard. Verweerder heeft besloten dat eiser in totaliteit een vergoeding krijgt van € 17.993,54.
31Deze vergoeding bestaat uit:
32- een vergoeding van de schade (primair besluit): € 13.685,43;
33- de wettelijke rente: € 937,14;
34- de bijkomende kosten: € 1.095,-;
35- een vergoeding van de schade (beslissing op bezwaar): € 2.052,74;
36- de wettelijke rente: € 173,23;
37- de bijkomende kosten: € 50,-.
381.10. De bijkomende kosten van € 50,- bij het bestreden besluit zijn toegekend voor het (digitaal) bijwonen van de hoorzitting.
392. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert in beroep het volgende aan. Eiser heeft recht op een vergoeding van € 500,- (10 x € 50,-) voor bijkomende kosten in plaats van de toegekende € 50,-. Hij voert aan dat hij samen met zijn vrouw onderzoek heeft gedaan in de kruipruimte van de woning en dat dit onderzoek ertoe heeft geleid dat er schades zijn ontdekt die zijn vergoed. Eiser stelt dat zijn vrouw en hij hiermee het werk van de schade-expert hebben gedaan. Hij stelt het aantal uren dat hiermee gemoeid was op 4. Zij hebben een boerenbedrijf dus elk uur is er één. Ook is eiser vier uur bezig geweest met het doorlezen van het nieuwe en het oude adviesrapport en het schrijven van een bezwaarschrift. Tot slot voert hij aan dat hij ook twee uur bezig geweest met het opnieuw inlezen ter voorbereiding op en het bijwonen van de hoorzitting.
403. Verweerder verzoekt om het beroep ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten en voert daartoe, samengevat, het volgende aan. Voor het bijwonen van de hoorzitting in bezwaar is een vergoeding van € 50,- (1 uur) toegekend. Eiser heeft verder niet gevraagd om een vergoeding van kosten die op grond van artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor vergoeding in aanmerking komen. Er is daarnaast een overlastvergoeding toegekend. Deze vergoeding strekt onder meer ter vergoeding van ongemak die verband houdt met de procedure. De hoogte van de deze vergoeding wordt forfaitair vastgesteld, omdat het onwerkbaar is om deze individueel vast te stellen. Eiser heeft een bedrag van in totaal € 1.000,- ontvangen. Ook verwijst verweerder naar de uitspraak van deze rechtbank van 9 september 2021 (ECLI:NL:RBNNE:2021:3998).
41De rechtbank overweegt als volgt.
424. Bij de beoordeling moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de vergoeding die eiser vraagt voor het opnemen van de schades in de kruipruimte en de vergoeding die betrekking heeft op de tijd die is besteed aan de bezwaarschriftprocedure.
434.1. Bij deze laatste kostenpost is van belang dat de wet een regeling kent voor de vergoeding van proceskosten (artikel 7:15 van de Awb). Een vergoeding kan volgens deze regeling alleen betrekking hebben op specifieke kostenposten, zoals kosten voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, kosten van getuigen, tolken, reiskosten en verletkosten (artikel 1 van het Bpb). De kosten voor aan de procedure bestede tijd vallen hier in principe niet onder. Ze vallen ook niet onder de verletkosten waar de regeling op doelt. Deze betreffen volgens vaste rechtspraak niet het tijdverzuim door voorbereidende handelingen, zoals het opstellen of lezen van processtukken en het voorbereiden van een zitting (HR van 21 maart 2001, BNB 2001/235 en CRvB van 31 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:415). Gelet hierop komen de kosten waarvoor eiser in verband met het bezwaar een bedrag wil ontvangen, niet voor vergoeding in aanmerking.
444.2. Over de vergoeding die eiser wil ontvangen voor het onderzoek in de kruipruimte wordt als volgt overwogen.
454.3. Het debat tussen partijen roept verschillende vragen op, bijvoorbeeld hoe het zat met de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen ten aanzien van de schades in de kruipruimte en of de vergoeding die eiser wil een compensatie is voor verlies van privétijd of gemiste arbeidsuren. Het antwoord op die vragen kan echter in het midden blijven. Vast staat namelijk dat eiser een overlastvergoeding heeft ontvangen op grond van artikel 2.7 van de Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Deze overlastvergoeding strekt onder andere tot vergoeding van “nadeel dat een gevolg is van de procedure tot afhandeling van de fysieke schade”. Naar het oordeel van de rechtbank kan het aan eiser als overlastvergoeding betaalde bedrag worden gezien als vergoeding voor schade die eiser stelt, zodat de conclusie moet zijn dat hij op dit punt is vergoed. Dat eiser hoe dan ook die overlastvergoeding had ontvangen en ook anderen standaard die uitkering ontvangen, maakt niet dat deze vergoeding deze schade niet dekt.
465. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep van eiser ongegrond is.
476. Omdat het beroep ongegrond is bestaat er voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.
48Beslissing
49De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
50Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Versteeg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2022.
51griffier rechter
52Afschrift verzonden aan partijen op:
53Rechtsmiddel
54Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.