Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2022:3467

Rechtbank Noord-Nederland · 23 september 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 23 september 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3467

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eisers kregen van het IMG alleen vergoeding voor één schade en bestreden de afwijzing van drie schades aan de voorgevel. De rechtbank oordeelt dat eisers zonder contra-expertise onvoldoende concrete aanknopingspunten hebben aangedragen om aan de deskundigenadviezen te twijfelen; het bewijsvermoeden is weerlegd en één schade is naar zijn aard geen mijnbouwschade. Het beroep is ongegrond.

Citaat (regel 42)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11, r.o. 1)
      “In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de beoordeling van de aanvraag voor schadevergoeding.”
  • Kwesties

    • Bewijsvermoeden

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 27, r.o. 4)
      “Ten aanzien van schade 1 en 2 heeft het IMG het bewijsvermoeden toegepast dat is neergelegd in artikel 6:177a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW).”
    • Maatstaf voor weerlegging

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28, r.o. 4.1)
      “Het gaat hierbij om een hoge mate van zekerheid, niet om 100% of natuurwetenschappelijke zekerheid.”
    • Vergewisplicht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 34, r.o. 5.4)
      “Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat eisers onvoldoende concrete aanknopingspunten hebben aangereikt om aan de adviezen van de deskundigen te twijfelen.”
    • Naar zijn aard

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33, r.o. 5.3)
      “Het IMG heeft het bewijsvermoeden niet toegepast bij schade 3, omdat de schade volgens het IMG naar zijn aard niet door mijnbouwactiviteiten kan zijn ontstaan.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 36, r.o. 5.6)
      “Hiermee is afdoende weersproken dat het besluit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Afgewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 34, r.o. 5.4)
      “De rechtbank is dan ook met het IMG van oordeel dat het bewijsvermoeden ten aanzien van schades 1 en 2 is weerlegd”
  • Gemachtigde

    • mr. T.W. Franssen · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. T.W. Franssen en mr. R.L. Langeveld).”
    • mr. R.L. Langeveld · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. T.W. Franssen en mr. R.L. Langeveld).”
    • mr. K. Winterink · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14, r.o. 1.3)
      “Hieraan hebben deelgenomen: eiser [eiser] en namens het IMG mr. K. Winterink en mr. R.L. Langeveld.”
  • Deskundige

    • NIVRE (D. Beijersbergen van Henegouwen) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32, r.o. 5.2)
      “De door de deskundigen aan het IMG uitgebrachte adviezen zijn concludent en navolgbaar.”
    • CED (Kroes) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32, r.o. 5.2)
      “De door de deskundigen aan het IMG uitgebrachte adviezen zijn concludent en navolgbaar.”
    • CED (C. Dobbe) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14, r.o. 1.3)
      “Ook verschenen is deskundige C. Dobbe van deskundigenbureau CED.”
  • Bedrag

    • € 794,53 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12, r.o. 1.1)
      “Het IMG heeft met het besluit van 27 juli 2020 een bedrag van in totaal € 794,53 aan schadevergoeding toegekend.”
  • Aantal schades

    • 14 schades · totaal

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 19, r.o. 2.3)
      “In totaal heeft hij in dit rapport 14 schades beoordeeld.”
    • 3 schades · in geschil

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 3)
      “terecht geen vergoeding heeft toegekend voor de schade aan de voorgevel (schade 1 t/m 3 in het herziene adviesrapport).”
    • 1 schade · toegewezen door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 2.4)
      “een vergoeding is toegekend voor schade 9 van in totaal (inclusief bijkomende kosten en rente) € 794,53.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 26 november 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12, r.o. 1.1)
      “Met het bestreden besluit van 26 november 2021 op het bezwaar van eisers is het IMG bij deze toekenning gebleven.”
  • Datum primair besluit

    • 27 juli 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 2.4)
      “Het IMG heeft op 27 juli 2021 een besluit genomen waarin de conclusies uit het herziene adviesrapport zijn overgenomen”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 5.2

    Goedgekeurd

    Drie deskundigen van twee bureaus concluderen tot een andere oorzaak; eigen kennis en waarnemingen van eisers zonder contra-expertise zijn onvoldoende.

    “Eisers baseren zich op hun eigen kennis en waarnemingen, maar dat is niet genoeg.”
  2. r.o. 5.6

    Goedgekeurd

    Vergoeding van schade bij de buren levert geen strijd met het gelijkheidsbeginsel op.

    “Wat eisers hebben aangevoerd over de schade in de woning van de buren kan ook niet tot een gegrond beroep leiden.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade. Eisers zijn het niet eens met de beoordeling van schade 1 t/m 3. Dit benoemen eisers, maar daarnaast hebben eisers onvoldoende aanknopingspunten aangedragen om te twijfelen aan de adviesrapporten van de door het IMG ingeschakelde deskundigen. Het beroep is ongegrond.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 22/78
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2022 in de zaak tussen
6[eiser] en [eiseres], uit [woonplaats 1], eisers
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen (het IMG)
9(gemachtigden: mr. T.W. Franssen en mr. R.L. Langeveld).
10Inleiding
111. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de beoordeling van de aanvraag voor schadevergoeding.
121.1. Het IMG heeft met het besluit van 27 juli 2020 een bedrag van in totaal € 794,53 aan schadevergoeding toegekend. Met het bestreden besluit van 26 november 2021 op het bezwaar van eisers is het IMG bij deze toekenning gebleven.
131.2. Het IMG heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
141.3. De rechtbank heeft het beroep op 7 september 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser [eiser] en namens het IMG mr. K. Winterink en mr. R.L. Langeveld. Ook verschenen is deskundige C. Dobbe van deskundigenbureau CED.
15Totstandkoming van het besluit
162. Eisers hebben op 2 december 2020 een aanvraag voor schadevergoeding gedaan voor schade aan de woning aan [adres], [postcode], te [woonplaats 2].
172.1. Op 21 december 2020 heeft een aannemer de schade aan de woning opgenomen. Deskundige D. Beijersbergen van Henegouwen van deskundigenbureau NIVRE heeft de schade aan de hand van de foto’s van de aannemer beoordeeld. Op 3 februari 2021 heeft de deskundige een adviesrapport uitgebracht waarin hij 11 schades heeft beschreven.
182.2. Eisers hebben op 26 februari 2021 een zienswijze ingediend op het adviesrapport.
192.3. Naar aanleiding van de zienwijze is op 12 juli 2021 een herzien adviesrapport uitgebracht door deskundige Beijersbergen van Henegouwen waarin aanvullend 3 schades zijn beschreven. In totaal heeft hij in dit rapport 14 schades beoordeeld.
202.4. Het IMG heeft op 27 juli 2021 een besluit genomen waarin de conclusies uit het herziene adviesrapport zijn overgenomen en een vergoeding is toegekend voor schade 9 van in totaal (inclusief bijkomende kosten en rente) € 794,53.
212.5. Eisers hebben op 4 september 2021 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
222.6. Eisers hebben hun bezwaren toegelicht tijdens de hoorzitting op 22 september 2021. Bij de hoorzitting was deskundige Kroes van deskundigenbureau CED aanwezig.
232.7. In het bestreden besluit heeft het IMG het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.
24Beoordeling door de rechtbank
253. De rechtbank beoordeelt of het IMG met het bestreden besluit terecht geen vergoeding heeft toegekend voor de schade aan de voorgevel (schade 1 t/m 3 in het herziene adviesrapport). Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eisers hebben aangevoerd, de beroepsgronden.
263.1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
274. Ten aanzien van schade 1 en 2 heeft het IMG het bewijsvermoeden toegepast dat is neergelegd in artikel 6:177a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit bewijsvermoeden brengt een omkering van de bewijslast mee en dus een verlichting van de bewijslast van de aanvrager. De aanvrager wordt tegemoetgekomen in de op hem rustende bewijslast in die zin dat hij in eerste instantie kan volstaan met het stellen van schade, waarna het IMG na inschakeling van een deskundige een gemotiveerd besluit neemt.
284.1. Het IMG heeft het bewijsvermoeden met succes weerlegd als het aan de hand van een adviesrapport aantoont dat de schadeoorzaak evident en aantoonbaar uitsluitend een andere is dan bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk. Het gaat hierbij om een hoge mate van zekerheid, niet om 100% of natuurwetenschappelijke zekerheid. De rechtbank verwijst hier verder naar het toetsingskader zoals dat is uiteengezet in de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling).
294.2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt daarnaast dat een bestuursorgaan, indien in een advies van een door dat bestuursorgaan benoemde deskundige op objectieve en onpartijdige wijze verslag is gedaan van het door de deskundige verrichte onderzoek en daarin op inzichtelijke wijze is aangegeven welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, bij het nemen van een besluit van dat advies mag uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht. Het ligt daarbij op de weg van eisers om deze aanknopingspunten naar voren te brengen.
305. Eisers zijn het niet eens met de beoordeling door het IMG van de schades 1 t/m 3 zoals die zijn beschreven in het herziene adviesrapport. In dit verband hebben zij onder meer aangevoerd dat op de foto’s niet duidelijk te zien is hoe bol de gevel staat (schade 1), dat de conclusie dat de spouwankers een oorzaak zouden zijn van de schade niet te volgen is (schade 2) en dat er wel degelijk sprake is van gescheurde bakstenen (schade 3). Eisers hebben ook aangevoerd dat de expert bij de opname uitspraken deed die afwijken van het rapport. Ook hebben eisers erop gewezen dat bij de buurvrouw wel schade aan de voorgevel is vergoed.
315.1. Het IMG verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar de adviezen die door de deskundigen zijn uitgebracht.
325.2. De rechtbank stelt vast dat het IMG drie verschillende deskundigen van twee verschillende deskundigenbureaus heeft gevraagd de schades te beoordelen. Deze deskundigen hebben allen geconcludeerd dat de oorzaak van schade 1 en 2 evident en aantoonbaar een andere is dan bodembeweging als bedoeld in artikel 6:177a, eerste lid, van het BW. De door de deskundigen aan het IMG uitgebrachte adviezen zijn concludent en navolgbaar. Eisers zijn het niet eens met het in de adviesrapporten gegeven advies, maar dat geeft onvoldoende reden om te twijfelen aan de beoordeling van de deskundigen. Er is geen onderbouwing gegeven van het standpunt met, bijvoorbeeld, een contra-expertise. Eisers baseren zich op hun eigen kennis en waarnemingen, maar dat is niet genoeg.
335.3. Het IMG heeft het bewijsvermoeden niet toegepast bij schade 3, omdat de schade volgens het IMG naar zijn aard niet door mijnbouwactiviteiten kan zijn ontstaan. Ook dit oordeel is onderbouwd met de rapporten van de deskundigen, die allen tot deze conclusie komen. Eisers hebben ook hun standpunt hierover niet voldoende onderbouwd.
345.4. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat eisers onvoldoende concrete aanknopingspunten hebben aangereikt om aan de adviezen van de deskundigen te twijfelen. De rechtbank is dan ook met het IMG van oordeel dat het bewijsvermoeden ten aanzien van schades 1 en 2 is weerlegd en dat mag worden aangenomen dat schade 3 naar zijn aard geen mijnbouwschade kan zijn.
355.5. De stelling dat tijdens de schadeopname uitspraken zijn gedaan die niet herkenbaar zijn in het deskundigenrapport, maakt, wat er ook precies van zij, de procedure niet onzorgvuldig. De uitspraken zijn gedaan door de aannemer, die enkel was ingeschakeld voor de beoordeling van de schade, de beoordeling vond plaats door een deskundige.
365.6. Wat eisers hebben aangevoerd over de schade in de woning van de buren kan ook niet tot een gegrond beroep leiden. Op de zitting bij de rechtbank is door het IMG toegelicht dat slechts voor drie van de 47 in die woning geconstateerde schades een vergoeding is toegekend. Ten aanzien van die drie schades kon, aldus het IMG, niet met voldoende zekerheid een andere uitsluitende oorzaak worden vastgesteld. Hiermee is afdoende weersproken dat het besluit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
375.7. De schade die het IMG in het bestreden besluit niet heeft beoordeeld kan in deze procedure niet meegenomen worden. Het IMG heeft aangegeven dat voor deze schade een nieuwe aanvraag gedaan kan worden en dat de schade in dat kader zal worden beoordeeld.
38Conclusies en gevolgen
396. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit, waarin het besluit waarin een vergoeding is toegekend voor herstel van schade 9 in stand is gelaten, in stand blijft.
407. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
41Beslissing
42De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
43Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2022.
44griffier
45rechter
46Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
47Informatie over hoger beroep
48Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
49 
50[1] Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:374 en de uitspraak van 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1631.
51[2] Waaronder de uitspraak van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4250.