Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

Rb. Noord-Nederland: lekkage van een met pannen gedekt dak (kieren bij lood, afgezaagde pannen) is naar haar aard geen mijnbouwschade, in lijn met het IMG-overzicht van juli 2022; het bewijsvermoeden is dan niet van toepassing. Beroep ongegrond.

Rechtbank Noord-Nederland · 12 februari 2025 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 12 februari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:566

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser kwam op tegen de gedeeltelijke afwijzing van schade aan zijn verhuurde woning, vooral lekkage van het pannendak. De rechtbank oordeelt dat het IMG op de deskundigen mocht afgaan: daklekkage en enkele andere schades zijn naar hun aard geen mijnbouwschade en voor een gescheurde tegel is een autonome oorzaak aangewezen. Beroep ongegrond.

Citaat (regel 54)
“De rechtbank verklaart beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11, r.o. 1)
      “In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit op zijn aanvraag om vergoeding van geleden aardbevingsschade aan zijn woning op het adres [adres] te [plaats].”
  • Kwesties

    • Naar zijn aard

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 45, r.o. 6.7)
      “Met de gegeven adviezen is voldoende duidelijk uitgelegd waarom het om schade gaat die naar haar aard geen mijnbouwschade is, hetgeen ook in lijn is met het hiervoor genoemde overzicht van juli 2022.”
    • Bewijsvermoeden

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 49, r.o. 7)
      “Voor deze schade is echter door de deskundigen een andere autonome oorzaak aangewezen; de tegel is niet voldoende in de specie/lijm is gezet, waardoor de tegel door de belasting (lopen) is gaan scheuren.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Gedeeltelijk toegewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 52, r.o. 8)
      “Dat betekent dat het bestreden besluit en de daarmee toegekende vergoeding in stand blijft.”
  • Gemachtigde

    • mr. R.A.M.H.W. Wierenga · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigde: mr. R.A.M.H.W. Wierenga).”
  • Deskundige

    • adviesbureau 10BE (H. Veenstra) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 45, r.o. 6.7)
      “De rechtbank is van oordeel dat het Instituut zich heeft kunnen verlaten op de uitgebrachte deskundigenadviezen.”
    • adviesbureau 10BE (H. Pierik) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 46, r.o. 6.8)
      “De rechtbank ziet in hetgeen eiser naar voren heeft gebracht geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van hetgeen de door het Instituut ingeschakelde deskundigen hebben ingebracht.”
    • adviesbureau 10BE (M. Ottevanger) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 45, r.o. 6.7)
      “Ook de in beroep door het Instituut ingeschakelde deskundige is het hiermee eens.”
  • Bedrag

    • € 8.722,72 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22, r.o. 2.6)
      “Met het besluit van 5 oktober 2022 heeft het Instituut, conform het herziene adviesrapport, een schadevergoeding van € 8.722,72 aan eiser toegekend.”
  • Ligging

    • Boven het Groningenveld

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31, r.o. 5.1)
      “Niet in geschil is dat de woning van eiser staat in het effectgebied waarbinnen door het Instituut het bewijsvermoeden op grond van artikel 6:177a van het BW wordt toegepast.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 31 juli 2023

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12, r.o. 1.1)
      “Met het bestreden besluit van 31 juli 2023 op het bezwaar van eiser is het Instituut bij dit besluit gebleven.”
  • Datum primair besluit

    • 5 oktober 2022

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12, r.o. 1.1)
      “Het Instituut heeft met het besluit van 5 oktober 2022 een schadevergoeding toegekend”

Niet genoemd in de uitspraak: aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 6.7

    Goedgekeurd

    Lekkage van een pannendak door slechte aansluitingen en afgezaagde pannen is naar haar aard geen mijnbouwschade; het bewijsvermoeden geldt dan niet.

    “Met de gegeven adviezen is voldoende duidelijk uitgelegd waarom het om schade gaat die naar haar aard geen mijnbouwschade is, hetgeen ook in lijn is met het hiervoor genoemde overzicht van juli 2022.”
  2. r.o. 6.8

    Goedgekeurd

    Eiser onderbouwde zijn stellingen niet; de mail van de dakdekker steunt eerder het standpunt van het IMG.

    “Daarbij komt dat de door eiser eerder overgelegde mail van dakdekkersbedrijf Adzinkwerk veeleer een onderbouwing is voor wat het Instituut stelt.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade. Schade naar zijn aard geen mijnbouwschade.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 23/3539
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2025 in de zaak tussen
6[eiser], uit [woonplaats], eiser
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen
9(gemachtigde: mr. R.A.M.H.W. Wierenga).
10Inleiding
111. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit op zijn aanvraag om vergoeding van geleden aardbevingsschade aan zijn woning op het adres [adres] te [plaats].
121.1. Het Instituut heeft met het besluit van 5 oktober 2022 een schadevergoeding toegekend en ten aanzien van een aantal schades geconcludeerd dat deze geen verband houden met mijnbouwactiviteiten. Met het bestreden besluit van 31 juli 2023 op het bezwaar van eiser is het Instituut bij dit besluit gebleven.
131.2. Het Instituut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
141.3. De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het Instituut. Aan de zijde van het Instituut was deskundige M. Ottevanger, verbonden aan adviesbureau 10BE, aanwezig.
15Totstandkoming van het besluit
162. Eiser is sinds 2003 mede-eigenaar van de woning op het adres [adres] te [plaats]. Dit betreft een hoekwoning gebouwd in 1915. Het pand wordt verhuurd.
172.1. Op 27 augustus 2021 heeft eiser een aanvraag voor schadevergoeding voor zijn woning ingediend bij het Instituut. Daarbij is vermeld dat voortdurende lekkages na een flinke regenbui doen vermoeden dat de dakconstructie uit balans is.
182.2. Het Instituut heeft een deskundige aangewezen om de schade aan de woning op te nemen. H. Veenstra, verbonden aan adviesbureau 10BE, heeft op 21 september 2021 een schade-opname van de woning verricht. Daarbij zijn twintig schades opgenomen.
192.3. Veenstra heeft op 6 oktober 2021 een adviesrapport aan het Instituut uitgebracht.
202.4. Eiser heeft een zienswijze ingediend tegen dit rapport.
212.5. Veenstra heeft naar aanleiding van de zienswijze op 31 augustus 2022 een herzien adviesrapport aan het Instituut uitgebracht. Daarbij is een extra schadenummer (schade 21) opgenomen. Dit schadenummer ziet op lekkage van met pannen gedekte daken.
222.6. Met het besluit van 5 oktober 2022 heeft het Instituut, conform het herziene adviesrapport, een schadevergoeding van € 8.722,72 aan eiser toegekend. Daarnaast is € 250,- aan overlastvergoeding, € 250,- aan aanvullende overlastvergoeding, € 95,- aan thuisblijfvergoeding en € 198,83 aan wettelijke rente toegekend.
232.7. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
242.8. Op 28 december 2022 heeft eiser zijn bezwaar kunnen toelichten bij een hoorzitting. Tevens was deskundige H. Pierik, verbonden aan adviesbureau 10BE, aanwezig.
252.9. Met het besluit van 31 juli 2023 heeft het Instituut het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
26Beoordeling door de rechtbank
273. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
284. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
29Schade naar haar aard geen mijnbouwschade
305. Op grond van artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade zou kunnen zijn door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld, vermoed dat die schade is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.
315.1. Niet in geschil is dat de woning van eiser staat in het effectgebied waarbinnen door het Instituut het bewijsvermoeden op grond van artikel 6:177a van het BW wordt toegepast. Volgens het Instituut is echter met betrekking tot schades 1, 5, 6, 11, 12 en 21 sprake van schades die naar hun aard geen mijnbouwschade kunnen zijn. Daarom is het bewijsvermoeden volgens het Instituut niet van toepassing op deze schades.
325.2. Bij de vraag of het bewijsvermoeden in een concreet geval van toepassing is, moet worden gekeken naar de aard van de schade. Daarbij kan bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt tussen een scheur in een muur en een vochtplek op een plafond (vgl. Eerste Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 041, G, blz. 2).
335.3. In een in juli 2022 opgesteld -en in het verweerschrift genoemd- overzicht heeft het Instituut inzichtelijk gemaakt welke schade volgens het Instituut naar haar aard geen mijnbouwschade is. Daarbij is onder meer lekkage van met pannen gedekte daken genoemd.
34Schade 1 en 21
356. Eiser heeft in beroep naar voren gebracht het niet eens te zijn met de conclusie dat de schade aan het dak niet door mijnbouwactiviteiten veroorzaakt kan zijn.
366.1. In het primaire adviesrapport van 6 oktober 2021 heeft Veenstra onder schade 1 het dak beoordeeld en hierover gesteld:
37“Er is geen fysieke schade waarneembaar. Hierdoor kan deze schade niet worden beoordeeld.”
386.2. Eiser heeft in zijn zienswijze van 20 oktober 2021 gesteld dat sprake is van een ontwrichting van het dak. Eiser wijst op aardbevingen als oorzaak voor verticaal gescheurde dakpannen, het schots en scheef liggen van dakpannen en de daaruit voortvloeiende lekkages. Eiser stelt dat een medewerker van dakdekkersbedrijf Adzinkwerk het met deze conclusie eens was.
396.3. In het herziene adviesrapport stelt Veenstra met betrekking tot schade 1 en de -nieuw opgenomen- schade 21:
40“Op de in dit rapport opgenomen foto’s en de door schademelder aangeleverde foto’s is opstaand lood zichtbaar. Er is getracht een waterdichte afsluiting te maken maar door de duidelijk waarneembare kieren tussen het lood en de dakpannen zal door winddruk regenwater onder de dakpannen komen en schade veroorzaken.”
41Bij zowel schade 1 en 21 concludeert Veenstra vervolgens dat de schade naar haar aard geen mijnbouwschade betreft, omdat trillingen niet tot dergelijke schade kunnen leiden. Dat betekent dat het bewijsvermoeden volgens Veenstra niet van toepassing is. Het Instituut heeft deze conclusie in het besluit van 5 oktober 2022 gevolgd.
426.4. Tijdens de hoorzitting heeft Pierik gesteld dat hij het eens is met Veenstra. Schade aan dakpannen ontstaat volgens hem niet door trillingen, maar door weersinvloeden. Aan de hand van de aangeleverde foto’s stelt Pierik dat de aansluitingen niet goed zijn uitgevoerd, waardoor lekkages ontstaan.
436.5. Eiser heeft in beroep naar voren gebracht dat er herstelwerkzaamheden hebben plaatsgevonden en dat de lekkages daarna zijn gestopt. Eiser vindt het ongeloofwaardig dat het dak niet onder de trillingen heeft geleden, omdat de huurders van de bovenverdieping de trillingen hebben gevoeld.
446.6. Het Instituut herhaalt in het verweerschrift het eerdere standpunt van de ingeschakelde deskundigen. Verder is naar voren gebracht dat de stellingen van eiser te algemeen van aard zijn om te vermoeden dat de schade toch kan zijn ontstaan of verergerd door mijnbouwactiviteiten.
456.7. De rechtbank is van oordeel dat het Instituut zich heeft kunnen verlaten op de uitgebrachte deskundigenadviezen. Met de gegeven adviezen is voldoende duidelijk uitgelegd waarom het om schade gaat die naar haar aard geen mijnbouwschade is, hetgeen ook in lijn is met het hiervoor genoemde overzicht van juli 2022. Ook de in beroep door het Instituut ingeschakelde deskundige is het hiermee eens. Hij heeft ter zitting uitgelegd dat het verschuiven van de dakpannen geen mijnbouwgerelateerde schade is. Ottevanger stelt daartoe dat normaal de dakpannen in elkaar grijpen, maar dat in dit geval een deel van de pannen is afgezaagd en een strook met halve dakpannen is neergelegd. De onderlinge verbinding tussen de pannen is dan een stuk minder goed. De plek waar de halve dakpannen zijn neergelegd, noemt hij gevoelig voor invloeden van wind en weerstand.
466.8. De rechtbank ziet in hetgeen eiser naar voren heeft gebracht geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van hetgeen de door het Instituut ingeschakelde deskundigen hebben ingebracht. Zo is met het door eiser gevoerde betoog niet aannemelijk gemaakt dat de lekkage in verband staat tot schade die (mogelijk) door mijnbouwactiviteiten is veroorzaakt. Eiser heeft zijn stellingen verder ook niet onderbouwd. Daarbij komt dat de door eiser eerder overgelegde mail van dakdekkersbedrijf Adzinkwerk veeleer een onderbouwing is voor wat het Instituut stelt. Zo staat in de mail: “Het complete dak is op een zeer amateuristische wijze aangelegd dat de kans op lekkage zich blijft herhalen.” Volgens eiser was het dakdekkersbedrijf het nadien het wel eens met zijn betoog, maar hierover staat niets op papier.
476.9. De tegen schade 1 en 21 gerichte beroepsgrond slaagt daarom niet.
48Schades 5, 6, 11, 12 en 18
497. Het Instituut heeft zich op het standpunt gesteld dat schades 5 en 6 verouderd voegwerk betreffen, schade 11 een niet goed aangebracht slotplaatje betreft en bij schade 12 sprake is van vlekvorming. Dit zijn schades die volgens het Instituut naar hun aard evenmin mijnbouwschade kunnen zijn. Op schade 18 is het bewijsvermoeden wel van toepassing. Dit betreft een scheur in een tegel in de keukenvloer. Voor deze schade is echter door de deskundigen een andere autonome oorzaak aangewezen; de tegel is niet voldoende in de specie/lijm is gezet, waardoor de tegel door de belasting (lopen) is gaan scheuren.
507.1. Eiser heeft in zijn beroepschrift gesteld het niet eens te zijn met de beoordeling van schades 5, 6, 11, 12 en 18. Die stelling heeft hij niet onderbouwd. Ter zitting heeft eiser gesteld dat het hem niet gaat om deze schades, maar om het dak (schade 1 en 21). Voor zover eiser deze schades nog bestrijdt, heeft hij onvoldoende aangevoerd om af te kunnen doen aan het door het Instituut betrokken standpunt.
51Conclusie en gevolgen
528. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit en de daarmee toegekende vergoeding in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
53Beslissing
54De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
55Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van mr. E.T. de Boer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2025.
56griffier
57rechter
58Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
59Informatie over hoger beroep
60Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.