Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

Rb. Noord-Nederland: schade aan onthecht of verouderd kitwerk en lekkende dubbele beglazing is naar haar aard geen mijnbouwschade; het IMG hoefde geen destructief onderzoek naar de plaatsingsconstructie te doen. Beroep ongegrond.

Rechtbank Noord-Nederland · 29 januari 2025 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 29 januari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1853

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiseres (voortzetting na overlijden van haar echtgenoot) vroeg vergoeding van lekkage van dubbele beglazing in een serre; het IMG wees af. De rechtbank oordeelt dat het IMG op het CED-advies mocht afgaan dat deze schade naar haar aard geen mijnbouwschade is, dat geen sprake is van gevolgschade en dat destructief onderzoek niet nodig was. Beroep ongegrond.

Citaat (regel 49)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “1.1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag om de lekkage van de dubbele beglazing te vergoeden.”
  • Kwesties

    • Naar zijn aard

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 38, r.o. 6.3)
      “Hij heeft voldoende duidelijk uitgelegd waarom het om schade gaat die naar haar aard geen mijnbouwschade is.”
    • Bewijsvermoeden

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31)
      “5. Het geschil spitst zich in de eerste plaats toe op de vraag of het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 6:177a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is.”
    • Vergewisplicht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 45, r.o. 8)
      “Gelet op het onder 7.2. genoemde deskundigenadvies ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het onzorgvuldig is geweest om geen destructief onderzoek te doen naar de plaatsingsconstructie.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43, r.o. 7.3)
      “De rechtbank ziet in het betoog van eiseres geen grond voor het oordeel dat de lekkage is veroorzaakt door schade die als mijnbouwschade kan worden gekwalificeerd.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

  • Gemachtigde

    • mr. J.R. Feitsma · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 7)
      “(gemachtigde: mr. J.R. Feitsma),”
    • mr. A.G. Sol · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mrs. A.G. Sol en R.A.M.H.W. Wierenga).”
    • mr. R.A.M.H.W. Wierenga · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mrs. A.G. Sol en R.A.M.H.W. Wierenga).”
  • Deskundige

    • CED (P. Kleine) · nader advies · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 38)
      “6.3. De rechtbank is van oordeel dat het IMG zich heeft kunnen verlaten op het advies van Kleine.”
    • CED (R. Beumer) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24, r.o. 2.4)
      “Op 10 maart 2021 heeft Beumer een adviesrapport uitgebracht, waarin hij adviseert geen schadevergoeding toe te kennen, met als reden dat de schade naar haar aard geen mijnbouwschade betreft.”
    • CED (P. Kroes) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43)
      “7.3. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van hetgeen de deskundigen van de zijde van het IMG hebben ingebracht.”
    • Vergnes Expertise bv (R. Lania) · contra-expert · rechter volgt het advies niet

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 38, r.o. 6.3)
      “De opmerking van Vergnes dat de schade zich eerder had moeten openbaren kan hier niet aan afdoen, nog daargelaten dat het een serre betreft uit 2003, die blijkens eerder ingediende stukken al bij de aankoop in 2013 met lekkage kampte.”
    • Kenniscentrum Glas · partijdeskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 38, r.o. 6.3)
      “Verder sluit de beoordeling van lekkage van dubbele beglazing aan bij dat wat Kenniscentrum Glas per e-mail van 18 oktober 2022 heeft bericht:”
    • Panel van deskundigen · methodedeskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 38, r.o. 6.3)
      “Daar waar het gaat om onthecht/verouderd kitwerk sluit dit aan bij het advies van het Panel van deskundigen van 22 januari 2019.”
  • Bedrag

    • € 4.809,81 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 2.5)
      “In het rapport wordt een schadevergoeding van € 4.809,81 geadviseerd.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 10 augustus 2022

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13, r.o. 1.2)
      “Met het bestreden besluit van 10 augustus 2022 op het bezwaar is het IMG bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.”
  • Datum primair besluit

    • 29 oktober 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “1.2. Het IMG heeft deze aanvraag met het besluit van 29 oktober 2020 afgewezen.”

Niet genoemd in de uitspraak: aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. Regel 38

    Goedgekeurd

    Lekkage van dubbele beglazing door verouderd of onthecht kitwerk is naar haar aard geen mijnbouwschade; het IMG mocht het CED-advies volgen.

    “6.3. De rechtbank is van oordeel dat het IMG zich heeft kunnen verlaten op het advies van Kleine.”
  2. r.o. 7.3

    Goedgekeurd

    Geen gevolgschade: ontzetting van de plaatsingsconstructie door een beving vindt onvoldoende steun in de rapportages.

    “De door eiseres geopperde mogelijkheid dat de plaatsingsconstructie door een aardbeving is ontzet, vindt onvoldoende steun in de aanwezige rapportages.”
  3. r.o. 8

    Goedgekeurd

    Afzien van destructief onderzoek was niet onzorgvuldig.

    “Gelet op het onder 7.2. genoemde deskundigenadvies ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het onzorgvuldig is geweest om geen destructief onderzoek te doen naar de plaatsingsconstructie.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade. Fysieke schade. Bewijsvermoeden niet van toepassing. Schade is naar zijn aard geen mijnbouwschade. Geen sprake van gevolgschade. Het Instituut hoefde geen destructief onderzoek uit te voeren. Ongegrond.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 22/3254
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2025 in de zaak tussen
6[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
7(gemachtigde: mr. J.R. Feitsma),
8en
9Instituut Mijnbouwschade Groningen, het IMG
10(gemachtigden: mrs. A.G. Sol en R.A.M.H.W. Wierenga).
11Inleiding
121.1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag om de lekkage van de dubbele beglazing te vergoeden.
131.2. Het IMG heeft deze aanvraag met het besluit van 29 oktober 2020 afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 augustus 2022 op het bezwaar is het IMG bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
141.3. Tegen dit besluit is door de echtgenoot van eiseres beroep ingesteld. Op 19 december 2022 zijn de gronden van beroep ingediend.
151.4. Het IMG heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift, voorzien van een deskundigenbericht van deskundige P. Kroes van CED.
161.5. De echtgenoot van eiseres is overleden op [datum] . Eiseres heeft de rechtbank laten weten het beroep voort te willen zetten.
171.6. De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2024 op zitting behandeld. Eiseres, haar gemachtigde en de deskundige van eiseres, P.J. Vrieling van Vergnes Expertise bv (Vergnes), waren bij de zitting aanwezig. Namens het IMG hebben zijn gemachtigden en deskundige Kroes aan de zitting deelgenomen.
18Totstandkoming van het besluit
192. Aan het bestreden besluit is het hierna volgende voorafgegaan.
202.1. Eiseres is sinds 2013 woonachtig aan de in 1920 gebouwde woning aan [adres] te [woonplaats] .
212.2. Na aankoop van deze woning zijn meerdere schadeclaims ingediend. In 2015 zijn door het Noordelijk Schade Taxatie Bureau rapporten opgesteld, waarbij is geadviseerd een vergoeding toe te kennen. Verder is bij besluit van 25 juli 2019 een vergoeding toegekend in het kader van de Stuwmeerregeling. Op 21 oktober 2019 is een opnamerapport opgesteld.
222.3. Op 7 juli 2020 is opnieuw schade gemeld. Daarbij is gewezen op lekkage van de dubbele beglazing van elf ramen in de in 2003 gebouwde serre.
232.3. Met het besluit van 29 oktober 2020 heeft het IMG deze aanvraag afgewezen, met als reden dat er sinds het besluit van 25 juli 2019 geen aardbeving is geweest die aan de woning schade kan hebben veroorzaakt. Hiertegen is bezwaar gemaakt. Daarbij is vermeld dat de schade aan de ramen in de uitbouw sinds de aankoop van het huis geleidelijk is verergerd.
242.4. Het IMG heeft in bezwaar besloten alsnog een deskundige naar de schade in de uitbouw te laten kijken. Op 22 februari 2021 is de schade opgenomen door R. Beumer van CED. Op 10 maart 2021 heeft Beumer een adviesrapport uitgebracht, waarin hij adviseert geen schadevergoeding toe te kennen, met als reden dat de schade naar haar aard geen mijnbouwschade betreft.
252.5. De gemachtigde van eiseres heeft op het adviesrapport gereageerd. Ook is een contra-expertise van R. Lania van Vergnes van 3 januari 2022 overgelegd. In het rapport wordt een schadevergoeding van € 4.809,81 geadviseerd. Deskundige P. Kleine van CED heeft hierop gereageerd in een adviesrapport van 11 januari 2022, waarin hij zich aansluit bij het oordeel van Beumer. Op 12 mei 2022 heeft het IMG een hoorzitting gehouden, waarbij Kleine een toelichting heeft gegeven.
262.6. Op 10 augustus 2022 heeft het IMG het bezwaar ongegrond verklaard.
27Beoordeling door de rechtbank
283. De rechtbank beoordeelt het besluit de lekkage van de dubbele beglazing niet te vergoeden. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
294. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
30Toetsingskader
315. Het geschil spitst zich in de eerste plaats toe op de vraag of het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 6:177a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is.
325.1. Op grond van deze bepaling wordt bij fysieke schade aan gebouwen en werken, vermoed dat die schade is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld, als die schade naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk zou kunnen zijn.
335.2. Bij de vraag of het bewijsvermoeden in een concreet geval van toepassing is, moet worden gekeken naar de aard van de schade. Daarbij kan bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt tussen een scheur in een muur en een vochtplek op een plafond (vgl. Eerste Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 041, G, blz. 2). In een in juli 2022 opgesteld overzicht heeft het IMG inzichtelijk gemaakt welke schade volgens IMG naar haar aard geen mijnbouwschade is. Daarbij is onder meer lekkage dubbele beglazing en onthechting kitwerk vermeld.
34Bewijsvermoeden van toepassing?
356. Partijen hebben hun standpunten over de toepasselijkheid van het bewijsvermoeden toegelicht aan de hand van deskundigenadviezen.
366.1. Eiseres heeft een contra-expertise van Vergnes overgelegd. Hierin is vermeld dat bij de aangewezen schadeoorzaak de schade zich in de jaren na de oplevering had moeten openbaren en dat dit niet het geval is. Verder is Kenniscentrum Glas ingeschakeld en is daarmee gevoerd e-mailverkeer overgelegd. Ook is gewezen op het advies van het Panel van deskundigen van 22 januari 2019.
376.2 Het IMG stelt dat het bewijsvermoeden niet van toepassing is. Het IMG verwijst hierbij naar de beoordeling van Kleine, waarbij is gewezen op de bouwkundige situatie en is vermeld dat lekkage ontstaat door veroudering of onthechting van de kit door langdurig inwateren in de sponning. De schade kan volgens het IMG naar haar aard niet zijn ontstaan of verergerd door mijnbouwactiviteiten.
386.3. De rechtbank is van oordeel dat het IMG zich heeft kunnen verlaten op het advies van Kleine. Hij heeft voldoende duidelijk uitgelegd waarom het om schade gaat die naar haar aard geen mijnbouwschade is. Daar waar het gaat om onthecht/verouderd kitwerk sluit dit aan bij het advies van het Panel van deskundigen van 22 januari 2019. Verder sluit de beoordeling van lekkage van dubbele beglazing aan bij dat wat Kenniscentrum Glas per e-mail van 18 oktober 2022 heeft bericht: “Meerbladig isolatieglas zal niet lek gaan door trillingen. Een aardbeving draagt niet bij aan het lek raken van een ruit meerbladig isolatieglas. Wij delen daarmee de mening van de heer Kleine.” De opmerking van Vergnes dat de schade zich eerder had moeten openbaren kan hier niet aan afdoen, nog daargelaten dat het een serre betreft uit 2003, die blijkens eerder ingediende stukken al bij de aankoop in 2013 met lekkage kampte. Hetgeen overigens nog in overgelegde adviezen is vermeld leidt niet tot een ander oordeel.
39Gevolgschade?
407. Daarmee speelt de door eiseres opgeworpen vraag of de lekkage is aan te merken als gevolgschade, omdat de lekkage het gevolg is van schade die wel kan worden gekwalificeerd als mijnbouwschade.
417.1. Eiseres heeft in dit kader gewezen op de mogelijkheid dat de plaatsingsconstructie is ontzet door trillingen.
427.2. Het IMG stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat er geen aanwijzingen zijn dat de beglazingsconstructie ontzet is geraakt door een aardbeving, waardoor er water binnen de plaatsingsconstructie zou zijn gekomen. Daarbij is verwezen naar het addendum van de door het IMG in beroep ingeschakelde deskundige Kroes van 17 februari 2023. Volgens hem zijn er geen aanwijzingen dat de plaatsingsconstructie ontzet is geraakt door een aardbeving. Nergens in de constructie zijn vervormingen waarneembaar die hierop wijzen. Wel te zien is dat de gekozen bouwkundige detaillering aan de onderzijde van de kozijnen ervoor zorgt dat de onderzijde van het glas niet voldoende is afgeschermd. Hierdoor heeft vocht de mogelijkheid in de sparing aan de onderzijde van de ruiten te dringen en heeft het kitwerk zijn functie verloren, met lekkage van de dubbele beglazing tot gevolg. In het door Kroes opgestelde addendum is tot slot nog opgemerkt dat het dichtslaan van een deur voor een hogere trillingssnelheid zorgt dan de op locatie berekende trillingssnelheden voor bevingen. Glas dient hier volgens Kroes bestand tegen te zijn.
437.3. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van hetgeen de deskundigen van de zijde van het IMG hebben ingebracht. De door eiseres geopperde mogelijkheid dat de plaatsingsconstructie door een aardbeving is ontzet, vindt onvoldoende steun in de aanwezige rapportages. De rechtbank ziet in het betoog van eiseres geen grond voor het oordeel dat de lekkage is veroorzaakt door schade die als mijnbouwschade kan worden gekwalificeerd. Ook deze beroepsgrond slaagt niet.
44Destructief onderzoek
458. Daarmee resteert nog de stelling dat het IMG ten onrechte geen destructief onderzoek heeft uitgevoerd met betrekking tot de constructie. In een e-mail van Kenniscentrum Glas is er op gewezen dat er ook in de constructie kan worden gekeken (destructief onderzoek) en dat een dergelijke inspectie € 2.750,- (excl. BTW) kost. Gelet op het onder 7.2. genoemde deskundigenadvies ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het onzorgvuldig is geweest om geen destructief onderzoek te doen naar de plaatsingsconstructie. Deze stelling slaagt dan ook niet.
46Conclusie en gevolgen
479. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen schadevergoeding ontvangt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
48Beslissing
49De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
50Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van mr.A. Huizenga-Bergsma, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025.
51griffier
52rechter
53Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
54Informatie over hoger beroep
55Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.