Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerProcedureelOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2022:1410

Rechtbank Noord-Nederland · 29 april 2022 · enkelvoudige kamer · Proceskostenveroordeling

Rb. Noord-Nederland 29 april 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1410

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Verzoekers trokken hun beroep tegen de afwijzing van waardedalingsvergoeding in en vroegen proceskostenvergoeding omdat het IMG pas in het verweerschrift nader motiveerde. De rechtbank oordeelt dat een nadere onderbouwing geen tegemoetkoming is in de zin van artikel 8:75a Awb en wijst het verzoek af.

Citaat (regel 26)
“De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 15)
      “Verzoekers hebben bij brief van 5 april 2022 het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22, r.o. 3.2)
      “Naar het oordeel van de rechtbank kan een nadere onderbouwing, los van de vraag of hiermee een motiveringsgebrek is hersteld, niet aangemerkt worden als het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan het beroep van verzoekers als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

    • IMG of NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 26)
      “De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.”
  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 26)
      “De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.”
  • Gemachtigde

    • drs. S.A.N. Geerling · particulier · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 7)
      “(gemachtigde: drs. S.A.N. Geerling),”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 11 oktober 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “In het besluit van 11 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker [verzoeker] ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 4 januari 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “In het besluit van 4 januari 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser [verzoeker] tot vergoeding van waardedaling afgewezen.”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, bedragen, aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 3.2

    Goedgekeurd

    Een nadere motivering in het verweerschrift is geen (gedeeltelijke) tegemoetkoming aan het beroep, dus geen proceskostenveroordeling na intrekking.

    “zodat de rechtbank hierin geen grond vindt om verweerder te veroordelen in de proceskosten.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade. Waardedaling. Verzoek om proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb. Een nadere onderbouwing kan, los van de vraag of hiermee een motiveringsgebrek is hersteld, niet aangemerkt worden als een (gedeeltelijke) tegemoetkoming als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 21/3605
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2022 in de zaak tussen
6[verzoekster] en [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoekers
7(gemachtigde: drs. S.A.N. Geerling),
8en
9Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder.
10Procesverloop
11In het besluit van 4 januari 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser [verzoeker] tot vergoeding van waardedaling afgewezen.
12In het besluit van 11 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker [verzoeker] ongegrond verklaard.
13Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
14Bij brieven van 18 februari 2022 heeft de rechtbank partijen meegedeeld dat het beroep op 7 april 2022 behandeld zal worden.
15Verzoekers hebben bij brief van 5 april 2022 het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
16De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
17Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld geen grond te zien voor vergoeding van de proceskosten aan eisers.
18Overwegingen
191. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
202. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
213.1. Verzoekers voeren aan dat verweerder pas in het verweerschrift gemotiveerd heeft waarop verweerder het bestreden besluit gebaseerd heeft, nu uit een tabel in het verweerschrift blijkt dat er na verkrijging van de woning bevingen op het perceel van verzoekers hebben plaatsgevonden. Deze tabel was ten onrechte niet opgenomen in het bestreden besluit, terwijl de betreffende gegevens al wel bekend waren bij verweerder.
223.2. Naar het oordeel van de rechtbank kan een nadere onderbouwing, los van de vraag of hiermee een motiveringsgebrek is hersteld, niet aangemerkt worden als het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan het beroep van verzoekers als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb zodat de rechtbank hierin geen grond vindt om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
23Conclusie en gevolgen
24Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
25Beslissing
26De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
27Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Dijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2022.
28griffier
29rechter
30Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
31Bent u het niet eens met deze uitspraak?
32Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.