Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerProcedureelNiet-ontvankelijk

ECLI:NL:RBNNE:2021:4687

Rechtbank Noord-Nederland · 22 september 2021 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 22 september 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4687

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser stelde beroep in tegen een besluit op bezwaar over zijn mijnbouwschadevergoeding, maar deed dat na afloop van de beroepstermijn. Het besluit was aangetekend aangeboden en niet afgehaald; eiser maakte niet aannemelijk dat geen afhaalbericht was achtergelaten. De rechtbank verklaart het beroep in een mondelinge uitspraak niet-ontvankelijk.

Citaat (regel 20)
“De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 26)
      “Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingesteld.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24)
      “Als PostNL bij aanbieding van het stuk niemand thuis treft en daarom een afhaalbericht achterlaat, komt het niet ophalen van dat stuk bij het kantoor van PostNL voor rekening van de geadresseerde.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 26)
      “Dat betekent dat niet wordt toegekomen aan een bespreking van de schades.”
  • Gemachtigde

    • mr. K. Winterink · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mr. K. Winterink en mr. S.O. Visch).”
    • mr. S.O. Visch · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mr. K. Winterink en mr. S.O. Visch).”
  • Deskundige

    • schade-expertisebureau 10BE (J.N. Handgraaf) · IMG-deskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 17)
      “J.N. Handgraaf, werkzaam als deskundige bij het schade-expertisebureau 10BE, verschenen.”
  • Bedrag

    • € 16.231,34 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “heeft verweerder eiser een schadevergoeding toegekend van € 16.231,34, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente.”
    • € 18.545,49 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “in totaal een schadevergoeding toegekend van € 18.545,49, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 3 februari 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “Bij besluit van 3 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard”
  • Datum primair besluit

    • 12 mei 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “Bij besluit van 12 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser een schadevergoeding toegekend van € 16.231,34”

Niet genoemd in de uitspraak: aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. Regel 22

    Goedgekeurd

    Het beroep is na de termijn van zes weken ingesteld en de overschrijding is niet verschoonbaar.

    “Het beroep is aldus ingesteld nadat de wettelijke termijn van zes weken was verstreken.”
  2. Regel 25

    Goedgekeurd

    Bij regelmatige aangetekende aanbieding moet de geadresseerde aannemelijk maken dat geen afhaalbericht is achtergelaten.

    “Eiser heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat er geen afhaalbericht is achtergelaten”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade Groningen. Mondelinge uitspraak. Het beroep is ingediend en ontvangen na het verstrijken van de beroepstermijn. De omstandigheden die eiser heeft aangevoerd over het te laat indienen, zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de termijnoverschrijding in dit geval verschoonbaar te achten. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 21/1251
5proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
622 september 2021 in de zaak tussen
7[eiser] , te [plaats] , eiser,
8en
9Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder
10(gemachtigden: mr. K. Winterink en mr. S.O. Visch).
11Procesverloop
12Bij besluit van 12 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser een schadevergoeding toegekend van € 16.231,34, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
13Bij besluit van 3 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard en in totaal een schadevergoeding toegekend van € 18.545,49, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente.
14Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
15Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
16Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2021. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Daarnaast is
17J.N. Handgraaf, werkzaam als deskundige bij het schade-expertisebureau 10BE, verschenen.
18Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan, in lijn met de tekst zoals hieronder opgenomen.
19Beslissing
20De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
21Overwegingen
221. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingesteld met een brief gedateerd op 19 april 2021, bij de griffie ontvangen op 22 april 2021. Het besluit dateert van 3 februari 2021. Het beroep is aldus ingesteld nadat de wettelijke termijn van zes weken was verstreken. In beginsel is het beroep dan niet-ontvankelijk. Dit is alleen anders als de termijnoverschrijding verschoonbaar is, zoals dat in de wet wordt genoemd (artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht).
232. De rechtbank stelt vast dat uit de verzendingsgegevens van PostNL, die door verweerder zijn overgelegd, blijkt dat het besluit aangetekend is verzonden en op 4 februari 2021 is aangeboden op het adres van eiser, maar daar toen niet kon worden bezorgd. De brief is daarna ook niet afgehaald bij het afhaalpunt van PostNL en op 19 februari 2021 retour gekomen bij verweerder.
243. De hoogste bestuursrechter hanteert een strenge lijn als het aankomt op de betwisting van de ontvangst van aangetekend verstuurde stukken. De rechtbank volgt hier deze lijn. Er wordt daarom van uitgegaan dat als een besluit of uitspraak aangetekend is verzonden en de belanghebbende de ontvangst daarvan ontkent, moet worden onderzocht of het stuk door PostNL op een regelmatige wijze aan het adres is aangeboden. De rechtbank gaat uit van een regelmatige verzending gelet op de overgelegde verzendregistratie. Als PostNL bij aanbieding van het stuk niemand thuis treft en daarom een afhaalbericht achterlaat, komt het niet ophalen van dat stuk bij het kantoor van PostNL voor rekening van de geadresseerde. Als deze stelt geen afhaalbericht te hebben ontvangen, dan ligt het op zijn weg om feiten aannemelijk te maken op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat er een afhaalbericht is achtergelaten (vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2014:585).
254. Eiser heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat er geen afhaalbericht is achtergelaten, bijvoorbeeld door aannemelijk te maken dat er problemen zijn met de postbezorging en dat nader te onderbouwen. Ook verder zijn geen feiten gesteld die verschoonbaarheid meebrengen.
265. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingesteld. Dat betekent dat niet wordt toegekomen aan een bespreking van de schades. Voor een proceskostenveroordeling bestaat dan ook geen aanleiding.
276. Er is hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak. Dat moet dan ingesteld binnen 6 weken na versturing van dit proces-verbaal.
28Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 september 2021 door
29mr. S. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid vanA.J. van Bruggen, griffier.
30griffier (verhinderd te tekenen)
31rechter
32Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
33Bent u het niet eens met deze uitspraak?
34Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.