Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2021:2634

Rechtbank Noord-Nederland · 18 juni 2021 · enkelvoudige kamer · Bodemzaak

Rb. Noord-Nederland 18 juni 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:2634

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser betwistte de afwijzing door het IMG van craquelé in het gevelpleister (schades 1-3), onder meer met een vergelijking met de erkende schade bij de buren en een taxatierapport, en vroeg een second opinion. De rechtbank oordeelt dat de schade zorgvuldig is beoordeeld, de vergelijking met de buren mank gaat en geen nieuwe deskundige nodig is. Het beroep is ongegrond.

Citaat (regel 72)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 19, r.o. 1)
      “Op 26 november 2019 heeft eiser een aanvraag ingediend voor vergoeding van schade aan de woning als gevolg van mijnbouwactiviteiten.”
  • Kwesties

    • Maatstaf voor weerlegging

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31, r.o. 4)
      “Er moet ook voldoende zekerheid bestaan over het antwoord op de vraag waardoor de schade wel is ontstaan/verergerd.”
    • Bewijsvermoeden

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 58, r.o. 5.3)
      “Ook deze gegevens wijzen er op dat het niet aannemelijk is dat de schade door mijnbouwactiviteiten is veroorzaakt/verergerd.”
    • Vergewisplicht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 45, r.o. 5.1)
      “De rechtbank concludeert dat er onvoldoende reden is om aan te nemen dat de schade niet zorgvuldig is beoordeeld.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 50, r.o. 5.2)
      “Voor de bepaling van de (oorzaak van de) schade aan de woning van eiser kan niet zomaar een vergelijking worden gemaakt met de schade aan het pand van de buren.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Gedeeltelijk toegewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22, r.o. 1)
      “In het herziene rapport wordt naast schades 4 en 7 ook schade 6 erkend als een mogelijk gevolg van aardbevingen.”
  • Gemachtigde

    • mr. T.W. Franssen · advocaat · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigde: mr. T.W. Franssen).”
  • Deskundige

    • expertisebureau NIVRE (A. Warnaar) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43, r.o. 5.1)
      “Deskundige Warnaar heeft zich dus gebaseerd op zowel een onderzoek ter plekke als op een bestudering van het dossier en de foto’s van eiser.”
    • expertisebureau CED (B. Veurink) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 44, r.o. 5.1)
      “Eiser is het oneens met Veurinks mening over (de oorzaak van) de schade, maar dat betekent niet dat deze deskundige geen duidelijk beeld had van de schade.”
    • expertisebureau CED (C. Dobbe) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 57, r.o. 5.3)
      “In beroep is ook een schriftelijke toelichting van deskundige Dobbe overgelegd, die in dezelfde lijn oordeelt.”
    • D.O.G. Ingenieurs · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 51, r.o. 5.2)
      “Daarin is te lezen dat met de kennis van nu die schade niet meer als aardbevingsschade zou zijn aangemerkt.”
  • Bedrag

    • € 3.335,00 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “een schadevergoeding van in totaal € 3.335,- inclusief rente toegekend wegens schade aan het pand”
  • Aantal schades

    • 7 schades · totaal

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 1)
      “In het rapport zijn 7 schades beschreven.”
    • 3 schades · toegewezen door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22, r.o. 1)
      “In het herziene rapport wordt naast schades 4 en 7 ook schade 6 erkend als een mogelijk gevolg van aardbevingen.”
    • 3 schades · in geschil

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 27, r.o. 3)
      “Het gaat eiser om de beoordeling van de schades 1 t/m 3.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 16 december 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “In het besluit van 16 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 24 juli 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “In het besluit van 24 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser op grond van de Tijdelijke wet Groningen”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 5.2

    Goedgekeurd

    Erkenning van vergelijkbare schade bij de buren dwingt het IMG niet tot erkenning; er is geen rechtsregel die dwingt eerder gemaakte fouten te herhalen.

    “Er is ook geen rechtsregel die verweerder dwingt om eenmaal gemaakte fouten te herhalen.”
  2. r.o. 5.3

    Goedgekeurd

    De summiere vermelding 'onderhoudstoestand goed' in een taxatierapport is onvoldoende om aan de deskundigen te twijfelen.

    “Ze is in elk geval niet genoeg om te twijfelen aan de adviezen van de door verweerder ingeschakelde deskundigen.”
  3. r.o. 5.4

    Goedgekeurd

    Zonder concrete aanknopingspunten voor twijfel, bijvoorbeeld via contra-expertise, is geen second opinion nodig.

    “Het is aan eiser om aanknopingspunten aan te reiken voor twijfel, bijvoorbeeld door een contra-expertise te laten uitvoeren.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende reden is om aan te nemen dat de schade aan eisers woning niet zorgvuldig is beoordeeld. Deskundige Warnaar heeft zich gebaseerd op zowel een onderzoek ter plekke als op een bestudering van het dossier en de foto’s van eiser. De rechtbank is voorts van oordeel dat voor de bepaling van de (oorzaak van de) schade aan de woning van eiser niet zomaar een…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 21/385
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2021 in de zaak tussen
6[naam eiser] , te [plaats] , eiser,
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder
9(gemachtigde: mr. T.W. Franssen).
10Procesverloop
11In het besluit van 24 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser op grond van de Tijdelijke wet Groningen een schadevergoeding van in totaal € 3.335,- inclusief rente toegekend wegens schade aan het pand op het perceel [adres] te [plaats] (hierna: de woning).
12In het besluit van 16 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
13Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
14Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
15Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2021. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was aanwezig C. Dobbe, deskundige van het expertisebureau CED (hierna: Dobbe).
16Overwegingen
171. Feiten
18Bij de beoordeling van dit beroep gaat de rechtbank uit van de volgende feiten.
19Op 26 november 2019 heeft eiser een aanvraag ingediend voor vergoeding van schade aan de woning als gevolg van mijnbouwactiviteiten.
20Deskundige A. Warnaar van expertisebureau NIVRE (hierna: Warnaar) heeft op 30 december 2019 een schadeopname uitgevoerd. Hij heeft op 7 januari 2020 een adviesrapport uitgebracht. In het rapport zijn 7 schades beschreven. Alleen schade 4 en 7 zijn in het rapport erkend als schade die (mogelijk) het gevolg is van aardbevingen.
21Eiser was het niet eens met de inhoud van het rapport en heeft op 22 januari 2020 een zienswijze ingediend. Hij heeft zijn zienswijze later met foto’s aangevuld.
22Op 2 juli 2021 heeft Warnaar een herzien adviesrapport uitgebracht. Hij heeft zich hierbij gebaseerd op het dossier en de foto’s van eiser. In het herziene rapport wordt naast schades 4 en 7 ook schade 6 erkend als een mogelijk gevolg van aardbevingen. De schades 1 t/m 3 zijn in het rapport beschreven als craquelévorming in het pleisterwerk van de gevels door achteruitgang van het pleisterwerk, achterstallig onderhoud en de invloed van omgevingsfactoren, zoals vocht en vorst.
23Op 24 juli 2020 heeft verweerder een besluit genomen waarin eiser een schadevergoeding van in totaal € 3.335,- is toegekend. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
24Op 2 december 2020 heeft in de bezwaarprocedure een hoorzitting plaatsgevonden. Eiser is daar verschenen. Deskundige B. Veurink (hierna: Veurink), schade-expert van expertisebureau CED, ingeschakeld door verweerder, heeft toen een toelichting gegeven.
252. In het bestreden besluit heeft verweerder eisers bezwaar ongegrond verklaard. Verweerder baseert dat standpunt op de conclusies van de ingeschakelde deskundigen.
263. Het beroep
27Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij heeft de rechtbank een beroepschrift toegestuurd en daarbij gevoegd een bladzijde van een taxatierapport van de woning. Het gaat eiser om de beoordeling van de schades 1 t/m 3.
28Verweerder blijft bij zijn standpunt dat de toegekende schadevergoeding correct is. Verweerder heeft een opinie overgelegd van deskundige Dobbe, die ook is meegekomen naar de zitting, en een schriftelijke verklaring van een deskundige van expertisebureau D.O.G. Ingenieurs (hierna: D.O.G.).
294. Het juridische kader
30Er geldt een zogenoemd bewijsvermoeden bij de beoordeling van fysieke schade aan gebouwen en werken die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld zou kunnen zijn. Dit vermoeden is neergelegd in artikel 6:177a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. Er wordt vermoed dat die schade is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.
31Om dit bewijsvermoeden te weerleggen is niet voldoende dat het aannemelijk is dat een schade niet door aardbevingen is ontstaan/verergerd. Er moet ook voldoende zekerheid bestaan over het antwoord op de vraag waardoor de schade wel is ontstaan/verergerd.
32Verweerder heeft deskundigen Warnaar en Veurink ingeschakeld om het bewijsvermoeden te weerleggen. Verweerder mag bij het nemen van een besluit in beginsel op het advies van deze deskundigen afgaan. Wel moet:
33- de deskundige op een objectieve en onpartijdige wijze verslag hebben gedaan;
34- de deskundige op een inzichtelijke wijze hebben aangegeven welke feiten aan zijn conclusie ten grondslag liggen;
35- de conclusie van de deskundige begrijpelijk zijn.
36Er mag niet van het advies van een deskundige worden uitgegaan als er concrete aanknopingspunten zijn om aan diens conclusies te twijfelen. Het ligt op de weg van eiser om die aanknopingspunten te stellen en te onderbouwen.
37De rechtbank verwijst voor een uitgebreide weergave van het juridische kader naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), van 24 februari 2021, te vinden via Google of op www.rechtspraak.nl met de zoekterm ECLI:NL:RVS:2021:374.
385. De rechtbank zal hierna puntsgewijs op de beroepsgronden ingaan.
395.1. Beoordeling op basis van foto’s
40Eiser heeft aangevoerd dat de schade ten onrechte deels is beoordeeld op basis van foto’s. Op de zitting heeft hij er op gewezen dat Warnaar in het herziene rapport na de zienswijze opeens reden zag om ook schade 6 toe te wijzen en dat dit nieuwe inzicht uitsluitend op de foto’s is gebaseerd. Dit doet eiser twijfelen aan de juistheid van de rapporten van Warnaar.
41Verweerder heeft betwist dat de beoordeling onzorgvuldig is geweest.
42De rechtbank is het volgende van oordeel.
43Het eerste schaderapport is tot stand gekomen na een schadeopname van de woning. Deskundige Warnaar heeft daarna, naar aanleiding van de zienswijze van eiser, opnieuw naar het dossier gekeken. Hij heeft toen ook de toegestuurde foto’s bekeken. Deskundige Warnaar heeft zich dus gebaseerd op zowel een onderzoek ter plekke als op een bestudering van het dossier en de foto’s van eiser. Niet gezegd kan worden dat dat onzorgvuldig is. Integendeel.
44Voor zover het standpunt is dat deskundige Veurink niet mocht uitgaan van het dossier met de foto’s, is dat niet voldoende onderbouwd. Eiser is het oneens met Veurinks mening over (de oorzaak van) de schade, maar dat betekent niet dat deze deskundige geen duidelijk beeld had van de schade.
45De rechtbank concludeert dat er onvoldoende reden is om aan te nemen dat de schade niet zorgvuldig is beoordeeld.
465.2. De vergelijking met de buren
47Eiser voert aan dat hij heeft gesproken met de deskundige die bij de buren de schade heeft opgenomen. Bij hen is vergelijkbare schade wel als aardbevingsschade erkend. Eiser is het oneens met de opmerkingen die deskundige Veurink tijdens de hoorzitting in bezwaar hierover heeft gemaakt. Die deskundige heeft onder andere gezegd dat het verschil te maken heeft met een verschil in leefpatroon en dat de buurman misschien wel geluk heeft gehad.
48Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat een vergelijking tussen de woningen moeilijk kan worden gemaakt. Op de zitting heeft de advocaat van verweerder toegelicht dat dit ook is wat Veurink tijdens de hoorzitting probeerde te zeggen.
49De rechtbank is het volgende van oordeel.
50Voor de bepaling van de (oorzaak van de) schade aan de woning van eiser kan niet zomaar een vergelijking worden gemaakt met de schade aan het pand van de buren.
51De door verweerder ingeschakelde deskundigen zijn het eens over de oorzaak van de schade aan de woning van eiser. Verweerder heeft daarnaast gemotiveerd aangegeven dat, hoewel de woningen dicht bij elkaar liggen en de schade vergelijkbaar is, er verschillen bestaan, bijvoorbeeld ten aanzien van de ouderdom van het stucwerk. Verweerder heeft ook een schriftelijke verklaring overgelegd van D.O.G., die destijds de schade bij de buren heeft beoordeeld. Daarin is te lezen dat met de kennis van nu die schade niet meer als aardbevingsschade zou zijn aangemerkt. De vergelijking die eiser maakt met de situatie van de buren gaat dus mank. Er is ook geen rechtsregel die verweerder dwingt om eenmaal gemaakte fouten te herhalen.
52De rechtbank komt tot de conclusie dat deze beroepsgrond niet slaagt.
535.3. De door eiser toegestuurde taxatie
54Eiser heeft in beroep een pagina uit een taxatierapport van zijn woning toegestuurd. Hij wil hiermee onderbouwen dat de schade niet is veroorzaakt door slecht onderhoud.
55Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat deze informatie onvoldoende is.
56De rechtbank is het volgende van oordeel.
57Op de pagina van het taxatierapport wordt op dit punt enkel vermeld: “onderhoudstoestand goed”. Deze informatie is erg summier. Ook is het onduidelijk waarop deze informatie precies is gebaseerd. Ze is in elk geval niet genoeg om te twijfelen aan de adviezen van de door verweerder ingeschakelde deskundigen. Zoals gezegd, de deskundigen zijn het eens over de oorzaak van de schade, te weten achterstallig onderhoud en de invloed van omgevingsfactoren anders dan aardbevingen. Deskundige Warnaar heeft die oorzaak in de rapporten toegelicht en deskundige Veurink heeft dat mondeling gedaan tijdens de hoorzitting in de bezwaarfase. In beroep is ook een schriftelijke toelichting van deskundige Dobbe overgelegd, die in dezelfde lijn oordeelt.
58Daar komt bij dat op de zitting door deskundige Dobbe en de advocaat van verweerder ook is toegelicht dat alleen de beving van Huizinge van 16 augustus 2012 bij eisers woning heeft geleid tot trillingen met een snelheid die niet verwaarloosbaar was. Verweerder schat de kans op schade vanwege die beving slechts iets groter dan 0,01%. Eiser heeft deze gegevens niet weersproken. Ook deze gegevens wijzen er op dat het niet aannemelijk is dat de schade door mijnbouwactiviteiten is veroorzaakt/verergerd.
59De rechtbank komt tot de conclusie dat deze beroepsgrond niet slaagt.
605.4. Second opinion
61Eiser verzoekt om een second opinion voor de beoordeling van de schade.
62Verweerder betwist dat dit nodig is.
63De rechtbank is het volgende van oordeel.
64De schades in de rapporten
65De schades aan eisers woning zijn door meerdere deskundigen bekeken. Zoals gezegd, mag verweerder in beginsel van hun conclusies uitgaan. Het is aan eiser om aanknopingspunten aan te reiken voor twijfel, bijvoorbeeld door een contra-expertise te laten uitvoeren. Dit is niet gebeurd. Omdat de conclusies van de door verweerder ingeschakelde deskundigen voldoen aan de vereisten, zie hierboven in overweging 4., hoeft er niet opnieuw een deskundige naar de schades te kijken.
66Andere schade
67Eiser heeft op de zitting verteld dat er sprake is van scheurvorming in de onderliggende stenen muur van de voorgevel. De rechtbank is het met verweerder eens dat deze schade buiten deze procedure valt. Eiser had de schade eerder duidelijker naar voren moeten brengen. In eisers zienswijze en in het bezwaarschift zegt hij hier niks over (zie bijlagen 7 en 16 in het dossier van verweerder). Als eiser deze schade beoordeeld wil hebben, kan hij een nieuwe aanvraag bij verweerder indienen.
68De rechtbank komt tot de conclusie dat deze beroepsgrond niet slaagt.
696. Eindconclusie
70Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit blijft dan ook in stand. Eiser heeft geen recht op een proceskostenvergoeding.
71Beslissing
72De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
73Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid van
74mr. R.A. Schaapsmeerders, griffier, op18 juni 2021. De uitspraak is openbaargemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.
75griffier
76rechter
77Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
78Bent u het niet eens met deze uitspraak?
79Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hoger beroepschrift. U moet dit hoger beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.