Uitspraken zoeken
Filters
Instantie
Procedure
Rechtsvraag
Beroep ingesteld door
Uitspraak (dictum)
Gunstig voor
Plaats
Soort gemachtigde
- GoedgekeurdTussenuitspraakCiviel (NAM)Tussenuitspraak
Hof Arnhem-Leeuwarden (civiel, NAM; tussenarrest): de NAM heeft het bewijsvermoeden slechts voor een deel van de schades weerlegd; weerlegging moet ook verergering door bevingen omvatten; voldoende aannemelijk, geen onomstotelijk bewijs vereist.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 juni 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:GHARL:2025:3971Aardbevingsschade. Het hof oordeelt dat NAM het (in dit geval toepasselijke) bewijsvermoeden slechts voor een deel van de schades heeft weerlegd. Partijen krijgen de gelegenheid zich uit te laten over de benoeming van een deskundige om de hoogte van de schades te bepalen, ten aanzien waarvan het bewijsvermoeden niet is weerlegd.
- GoedgekeurdTussenuitspraakCiviel (NAM)Tussenuitspraak
ECLI:NL:RBNNE:2025:675
Rechtbank Noord-Nederland · 19 februari 2025 · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2025:675Aardbevingszaak. Eisende partij stelt NAM aansprakelijk voor aardbevingsschade. NAM heeft het bewijsvermoeden van artikel 6:177a lid 1 BW vooralsnog niet weerlegd. De rechtbank overweegt om een deskundigenonderzoek te gelasten naar het causaal verband, de herstelmethode en de herstelkosten..
- GoedgekeurdTussenuitspraakCiviel (NAM)Tussenuitspraak
ECLI:NL:GHARL:2024:3857
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 juni 2024 · meervoudige kamer · Hoger beroep, Tussenuitspraak
ECLI:NL:GHARL:2024:3857Geschil tussen eigenaren woning en boerderij over aardbevingsschade. Vordering tot schade wegens waardevermindering afgewezen. Ook de schadeclaim van ruim € 36.000.000,- van een vennootschap van beide eigenaren wordt afgewezen, omdat niet aannemelijk is dat indien al sprake is van winstderving de schade bij deze vennootschap is gevallen. De boerderij heeft diverse schades. NAM is er niet in gesla…
- GoedgekeurdCiviel (NAM)Hoger beroep: uitspraak vernietigd
ECLI:NL:GHARL:2023:6101
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 juli 2023 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:GHARL:2023:6101Aardbevingsschade. Stelplicht met betrekking tot schade. Weerlegging van wettelijk bewijsvermoeden. De algemene en specifieke bezwaren tegen weerlegging wettelijke bewijsvermoeden worden verworpen. Dat schade ondeugdelijk is hersteld is onvoldoende onderbouwd. Er is nieuwe schade opgetreden waarvan de schade is begroot op € 5.700,-. Dit bedrag wordt toegewezen. Ook wordt toegewezen de overeengeko…
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ABRvS: het geactualiseerde beoordelingskader (Praktische Uitwerking 1 juli 2021, Van Staalduinen & Everts voor zettingen, SBR Trillingsrichtlijn) mag worden gehanteerd, maar de deskundige moet altijd eerst evident en uitsluitend een andere oorzaak aanwijzen; hoge mate van zekerheid, geen onomstotelijk bewijs.
Raad van State (ABRvS) · 8 juni 2022 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2022:1631Bij besluit van 17 augustus 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen het verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is sinds 2011 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Feerwerd. De vrijstaande woning is gebouwd in 1890. In de achtertuin van het woonhuis staat een bijgebouw uit 1960. In november 2014 en 1 april 2015 is schade als gevolg van mijnbouwactiviteite…
- GoedgekeurdCiviel (NAM)Overig
ECLI:NL:RBNNE:2021:3821
Rechtbank Noord-Nederland · 8 september 2021 · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2021:3821Eisers stellen schade te hebben geleden aan hun woning en aan een woonboerderij vanwege aardbevingen als gevolg van de gaswinning. Voor de waardedaling van de woning heeft de rechtbank een deskundigenbericht laten opstellen. De rechtbank volgt dit bericht en veroordeelt NAM tot betaling van een voorschot op de waardevermindering. Voor de fysieke schade aan de woonboerderij heeft NAM een zogenoemd…
- GoedgekeurdCiviel (NAM)Overig
ECLI:NL:RBNNE:2020:3553
Rechtbank Noord-Nederland · 21 oktober 2020 · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2020:3553In vervolg op de antwoorden van de HR op de prejudiciële vragen van de rechtbank omtrent de schade door de gaswinning in Groningen, heeft de rechtbank einduitspraak gedaan. De vorderingen tegen de maatschap zijn niet-ontvankelijk verklaard. De vorderingen tegen de Staat stranden voor een groot deel op het gezag van gewijsde. NAM en EBN worden als exploitant aansprakelijk gesteld voor een deel van…
- GoedgekeurdImmateriële schadeHoger beroep: uitspraak vernietigd
ECLI:NL:GHARL:2019:10717
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 december 2019 · Tussenuitspraak
ECLI:NL:GHARL:2019:10717Schade door aardgaswinning. Vordering tot vergoeding van vermogensschade wegens gemist woongenot en tot vergoeding van immateriële schade.
- GoedgekeurdCiviel (NAM)Overig
ECLI:NL:HR:2019:1278
Hoge Raad · 19 juli 2019 · meervoudige kamer · Prejudiciële beslissing
ECLI:NL:HR:2019:1278Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art. 6:177 BW; art. 6:162 BW; art. 6:98 BW). Exploitant als bedoeld in art. 6:177 lid 2 BW. Aansprakelijkheid overheid. Formele rechtskracht. Bewijsvermoeden van art. 6:177a BW. Schade die voor vergoeding in aanmerking ko…
- GoedgekeurdCiviel (NAM)Overig
ECLI:NL:PHR:2019:496
Parket bij de Hoge Raad · 10 mei 2019
ECLI:NL:PHR:2019:496Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art. 6:177 BW; art. 6:162 BW; art. 6:98 BW). Exploitant als bedoeld in art. 6:177 lid 2 BW. Aansprakelijkheid overheid. Formele rechtskracht. Bewijsvermoeden van art. 6:177a BW. Schade die voor vergoeding in aanmerking ko…
- GoedgekeurdTussenuitspraakCiviel (NAM)Tussenuitspraak
ECLI:NL:RBNNE:2017:5257
Rechtbank Noord-Nederland · 27 juni 2017 · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2017:5257De rechtbank is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad in een zogenoemde NAM-zaak. Partijen worden in de gelegenheid gesteld op de door de rechtbank voorgestelde vragen te reageren.