ECLI:NL:HR:2019:1278
Hoge Raad · 19 juli 2019 · meervoudige kamer · Prejudiciële beslissing
HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278Samenvatting
RedactioneelGoedgekeurdOp prejudiciële vragen van de rechtbank in een zaak van Groningse woningeigenaren tegen NAM, EBN, de Maatschap en de Staat oordeelt de Hoge Raad onder meer dat EBN naast NAM exploitant is, dat het bewijsvermoeden van art. 6:177a BW alleen met bewijs van het tegendeel wordt weerlegd, dat waardedaling nog niet kan worden begroot en dat gederfd woongenot en immateriële schade vergoedbaar kunnen zijn.
Citaat (regel 247)
“beantwoordt de prejudiciële vragen op de hiervoor in 2.4.6, 2.5.5, 2.7.13, 2.8.8, 2.9.7, 2.10.11, 2.11.7, 2.12.5 en 2.13.7 weergegeven wijze;”
Feiten uit de uitspraak
Onderwerp
Civiel (NAM)
GoedgekeurdCitaat (regel 38)
“2.1.1 Deze prejudiciële zaak gaat over aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van aardbevingen die zich in Groningen voordoen als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld.”
Kwesties
Bewijsvermoeden
GoedgekeurdCitaat (regel 182, r.o. 9)
“Voor weerlegging van het vermoeden van art. 6:177a lid 1 BW is dus niet voldoende dat de exploitant twijfel zaait over de oorzaak van de schade.”
Maatstaf voor weerlegging
GoedgekeurdCitaat (regel 185, r.o. 9)
“de exploitant dat vermoeden alleen dan met succes weerlegt als hij erin slaagt te bewijzen – waaronder is begrepen voldoende aannemelijk te maken – dat de schade niet is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van het mijnbouwwerk.”
Civiel
GoedgekeurdCitaat (regel 130, r.o. 9)
“2.5.5 Het antwoord op de tweede prejudiciële vraag luidt dat EBN in het onderhavige geval – naast NAM – als exploitant in de zin van art. 6:177 lid 2 BW moet worden aangemerkt.”
Overig
GoedgekeurdCitaat (regel 212, r.o. 9)
“Hieruit volgt dat het begroten van schade die bestaat in waardevermindering van een woning als bedoeld hiervoor in 2.11.2 op dit moment in het algemeen nog niet mogelijk is.”
Wie stelde (hoger) beroep in
Aanvrager
Goedgekeurd
Uitspraak (dictum)
Overig
GoedgekeurdCitaat (regel 247)
“beantwoordt de prejudiciële vragen op de hiervoor in 2.4.6, 2.5.5, 2.7.13, 2.8.8, 2.9.7, 2.10.11, 2.11.7, 2.12.5 en 2.13.7 weergegeven wijze;”
Gunstig voor
Aanvrager
GoedgekeurdCitaat (regel 182, r.o. 9)
“Voor weerlegging van het vermoeden van art. 6:177a lid 1 BW is dus niet voldoende dat de exploitant twijfel zaait over de oorzaak van de schade.”
Toewijzing
Niet van toepassing
GoedgekeurdCitaat (regel 247)
“beantwoordt de prejudiciële vragen op de hiervoor in 2.4.6, 2.5.5, 2.7.13, 2.8.8, 2.9.7, 2.10.11, 2.11.7, 2.12.5 en 2.13.7 weergegeven wijze;”
Gemachtigde
mr. H.J.W. Alt · advocaat · namens aanvrager
GoedgekeurdCitaat (regel 13)
“advocaat in de prejudiciële procedure: mr. H.J.W. Alt,”
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk · advocaat · namens IMG
GoedgekeurdCitaat (regel 21)
“advocaat in de prejudiciële procedure: Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,”
mr. J.F. de Groot · advocaat · namens IMG
GoedgekeurdCitaat (regel 26)
“advocaten in de prejudiciële procedure: mr. J.F. de Groot en mr. P.A. Fruytier,”
mr. P.A. Fruytier · advocaat · namens IMG
GoedgekeurdCitaat (regel 26)
“advocaten in de prejudiciële procedure: mr. J.F. de Groot en mr. P.A. Fruytier,”
mr. K. Teuben · advocaat · namens IMG
GoedgekeurdCitaat (regel 31)
“advocaten in de prejudiciële procedure: mr. K. Teuben en M.H.K. Jansen.”
M.H.K. Jansen · advocaat · namens IMG
GoedgekeurdCitaat (regel 31)
“advocaten in de prejudiciële procedure: mr. K. Teuben en M.H.K. Jansen.”
Bedrag
€ 1.800,00 · proceskosten
GoedgekeurdCitaat (regel 248)
“op € 1.800,-- aan de zijde van [eisers] , op € 1.800,-- aan de zijde van de Maatschap en NAM”
Ligging
Boven het Groningenveld
GoedgekeurdCitaat (regel 76, r.o. 3)
“De woning bevindt zich boven het Groningenveld.”
Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.
Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.
Kernoverwegingen
r.o. 9
GoedgekeurdHet bewijsvermoeden van art. 6:177a BW wordt alleen weerlegd als de exploitant aannemelijk maakt dat de schade niet door de mijnbouw is veroorzaakt; twijfel zaaien volstaat niet.
“Voor weerlegging van het vermoeden van art. 6:177a lid 1 BW is dus niet voldoende dat de exploitant twijfel zaait over de oorzaak van de schade.”
r.o. 9
GoedgekeurdWaardevermindering door het risico op toekomstige bodembeweging kan pas worden begroot bij een geofysisch stabiele toestand; een voorschot is mogelijk.
“De omvang van de schade kan pas begroot worden op het moment dat sprake is van een geofysisch voldoende stabiele toestand.”
r.o. 9
GoedgekeurdAan een woning boven het Groningenveld kan niet de eis worden gesteld dat zij bodembeweging zonder schade doorstaat; kwetsbaarheid vermindert de vergoeding in beginsel niet.
“Aan een onroerende zaak die zich boven het Groningenveld bevindt kan in beginsel niet de eis worden gesteld dat zij zonder schade bodembeweging doorstaat.”
Inhoudsindicatie van de Rechtspraak
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art. 6:177 BW; art. 6:162 BW; art. 6:98 BW). Exploitant als bedoeld in art. 6:177 lid 2 BW. Aansprakelijkheid overheid. Formele rechtskracht. Bewijsvermoeden van art. 6:177a BW. Schade die voor vergoeding in aanmerking ko…
Volledige tekst
Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.