Uitspraken zoeken
Filters
Instantie
Onderwerp
Rechtsvraag
- Kosten van een deskundige6
- Zetting6
- Bewijsvermoeden5
- Maatstaf voor weerlegging (filter actief, klik om te verwijderen)4
- Civiel3
- Vergewisplicht3
- Eerder behandelde schade2
- Procedureel (Awb)2
Meer tonen (2)
Beroep ingesteld door
Uitspraak (dictum)
Gunstig voor
Trillingssterkte
Plaats
Deskundigenbureau
- GoedgekeurdTussenuitspraakCiviel (NAM)Tussenuitspraak
ECLI:NL:RBNNE:2025:675
Rechtbank Noord-Nederland · 19 februari 2025 · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2025:675Aardbevingszaak. Eisende partij stelt NAM aansprakelijk voor aardbevingsschade. NAM heeft het bewijsvermoeden van artikel 6:177a lid 1 BW vooralsnog niet weerlegd. De rechtbank overweegt om een deskundigenonderzoek te gelasten naar het causaal verband, de herstelmethode en de herstelkosten..
- GoedgekeurdCiviel (NAM)Overig
ECLI:NL:RBNNE:2024:1780
Rechtbank Noord-Nederland · 8 mei 2024 · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2024:1780Aardbevingsschade, bewijsvermoeden na deskundigenbericht weerlegd. De rechtbank laat de kosten van het deskundigenbericht voor rekening NAM.
- GoedgekeurdSchade aan een pandGegrond, opnieuw beslissen
ECLI:NL:RBNNE:2024:1455
Rechtbank Noord-Nederland · 5 april 2024 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2024:1455Mijnbouwschade. Weerlegging bewijsvermoeden. Verzakkings- en zettingsschade.
- GoedgekeurdSchade aan een pandGegrond, opnieuw beslissen
Rb. Noord-Nederland: het IMG moet bij schade die naar haar aard mijnbouwschade kan zijn eerst een andere uitsluitende oorzaak aanwijzen; pas daarna kunnen trillingssnelheden (Van Staalduinen & Everts) een rol spelen. Besluit onvoldoende gemotiveerd; kosten van de deskundige in bezwaar komen in aanmerking op grond van art. 7:15 Awb.
Rechtbank Noord-Nederland · 27 december 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2022:4922Eiseres stelt dat er te veel wordt verwezen naar de trillingssnelheden en geen andere uitsluitende oorzaak voor de schade wordt aangewezen. De rechtbank is van oordeel dat met de motivering in het bestreden besluit onvoldoende duidelijk is geworden wat de andere uitsluitende oorzaak is, het bewijsvermoeden is niet weerlegd. Het beroep is gegrond.