Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandGegrond, opnieuw beslissen

Rb. Noord-Nederland: het IMG moet bij schade die naar haar aard mijnbouwschade kan zijn eerst een andere uitsluitende oorzaak aanwijzen; pas daarna kunnen trillingssnelheden (Van Staalduinen & Everts) een rol spelen. Besluit onvoldoende gemotiveerd; kosten van de deskundige in bezwaar komen in aanmerking op grond van art. 7:15 Awb.

Rechtbank Noord-Nederland · 27 december 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 27 december 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4922

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiseres kwam op tegen de weigering van het IMG om de verzakking van haar stal (schade 27) te vergoeden. De rechtbank oordeelt dat het IMG eerst een andere uitsluitende oorzaak moet aanwijzen voordat trillingssnelheden relevant zijn, dat dit onvoldoende is gemotiveerd, vernietigt het besluit voor schade 27 en draagt het IMG op binnen zes weken opnieuw te beslissen.

Citaat (regel 45, r.o. 7.4)
“De rechtbank is dan ook van oordeel dat dat de gebrekkige motivering in deze procedure niet is hersteld waardoor het bewijsvermoeden niet weerlegd is.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24, r.o. 4.5)
      “Het bezwaar richt zich tegen de verzakking van de stal (schade 27).”
  • Kwesties

    • Bewijsvermoeden

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 45, r.o. 7.4)
      “De rechtbank is dan ook van oordeel dat dat de gebrekkige motivering in deze procedure niet is hersteld waardoor het bewijsvermoeden niet weerlegd is.”
    • Maatstaf voor weerlegging

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43)
      “7.2. De rechtbank overweegt dat het IMG, bij schade die naar zijn aard mijnbouwschade kan zijn, in alle gevallen eerst een andere uitsluitende oorzaak dient aan te wijzen.”
    • Zetting

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 34)
      “6.2. Het IMG gaat bij zettingsschade uit van het advies dat is gegeven in het op”
    • Vergewisplicht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29, r.o. 5)
      “Eiseres voert eerst aan dat gedupeerden op dit moment niet de bescherming van het Burgerlijk Wetboek (BW) genieten omdat er volgens eiseres te veel wordt geleund op de vergewisplicht.”
    • Kosten van een deskundige

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 51, r.o. 12)
      “De rechtbank acht de gemaakte kosten voor het opstellen van een advies van 5 september 2020 in bezwaar redelijk.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

    • Gegrond, opnieuw beslissen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 56)
      “- draagt het IMG op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;”
  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Terug naar het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 47, r.o. 8)
      “Deze schade dient door het IMG nogmaals beoordeeld te worden.”
  • Gemachtigde

    • mr. J.F. Verheijen · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 7)
      “(gemachtigde: mr. J.F. Verheijen),”
    • mr. K. Winterink · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigde: mr. K. Winterink).”
  • Deskundige

    • CED (P. Soet) · IMG-deskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 21, r.o. 4.2)
      “Deskundige P. Soet van deskundigenbureau CED is op 22 oktober 2019 op locatie geweest om de schade op te nemen.”
    • CED (C. Dobbe) · deskundige bezwaarcommissie · rechter volgt het advies niet

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43, r.o. 7.2)
      “In beroep heeft Dobbe toegelicht dat er geen sprake kan zijn van veenoxidatie.”
    • Energeo B.V. (W.A.B. Meiborg) · contra-expert · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24, r.o. 4.5)
      “Eiseres heeft in de bezwaarfase een rapport van deskundige W.A.B. Meiborg van deskundigenbureau Energeo B.V. overgelegd.”
    • overig (ir. P.C. van Staalduinen) · methodedeskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35, r.o. 6.2)
      “16 december 2020 uitgebrachte rapport ‘over de invloed van trillingen door bevingen op zettingen van gebouwen’ door ir. P.C. van Staalduinen en ing. H.J. Everts.”
  • Bedrag

    • € 5.532,20 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 4.4)
      “conform het herziene adviesrapport, een schadevergoeding van € 5.532,20 is toegekend.”
    • € 1.815,00 · deskundigenkosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 51, r.o. 12)
      “Totaal komt dit neer op een bedrag van € 1.815,-- inclusief omzetbelasting.”
    • € 365,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 57)
      “- bepaalt dat het IMG het griffierecht van € 365,- aan eiseres moet vergoeden;”
    • € 3.333,00 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 58)
      “- veroordeelt het IMG tot betaling van € 3.333,- aan proceskosten aan eiseres.”
  • Aantal schades

    • 27 schades · totaal

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 21, r.o. 4.2)
      “Hij heeft 27 schades opgenomen en beoordeeld.”
    • 1 schade · in geschil

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24, r.o. 4.5)
      “Het bezwaar richt zich tegen de verzakking van de stal (schade 27).”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 17 februari 2022

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13, r.o. 1.1)
      “Met het bestreden besluit van 17 februari 2022 op het bezwaar van eiseres is het IMG bij deze toekenning gebleven.”
  • Datum primair besluit

    • 8 april 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13, r.o. 1.1)
      “De rechtsvoorganger van het IMG heeft in het besluit van 8 april 2020 voor enkele schades een schadevergoeding toegekend.”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 7.2

    Goedgekeurd

    Het IMG moet eerst een andere uitsluitende oorzaak aanwijzen; pas daarna kunnen trillingssnelheden als tweede stap worden bezien.

    “Pas wanneer deze andere uitsluitende oorzaak is aangewezen kan, als tweede stap, worden gekeken naar trillingssnelheden en de schademechanismen die aan deze snelheden gerelateerd zijn.”
  2. r.o. 7.4

    Goedgekeurd

    Functiegericht peilbeheer en bouw op een gedempte vijver zijn te algemeen of onvoldoende toegelicht om de verzakking te verklaren.

    “Dit is naar het oordeel van de rechtbank te algemeen om vast te stellen dat specifiek deze schade daardoor is ontstaan.”
  3. r.o. 12

    Goedgekeurd

    Kosten van het contra-advies in bezwaar komen voor vergoeding in aanmerking omdat het besluit wordt herroepen.

    “De rechtbank acht de gemaakte kosten voor het opstellen van een advies van 5 september 2020 in bezwaar redelijk.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Eiseres stelt dat er te veel wordt verwezen naar de trillingssnelheden en geen andere uitsluitende oorzaak voor de schade wordt aangewezen. De rechtbank is van oordeel dat met de motivering in het bestreden besluit onvoldoende duidelijk is geworden wat de andere uitsluitende oorzaak is, het bewijsvermoeden is niet weerlegd. Het beroep is gegrond.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 22/1023
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2022 in de zaak tussen
6[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
7(gemachtigde: mr. J.F. Verheijen),
8en
9Instituut Mijnbouwschade Groningen (het IMG)
10(gemachtigde: mr. K. Winterink).
11Inleiding
121. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit waarin niet alle schade van eiseres is vergoed.
131.1. Eiseres heeft een aanvraag voor schadevergoeding gedaan. De rechtsvoorganger van het IMG heeft in het besluit van 8 april 2020 voor enkele schades een schadevergoeding toegekend. Met het bestreden besluit van 17 februari 2022 op het bezwaar van eiseres is het IMG bij deze toekenning gebleven. Voor schade 27 heeft het IMG geen vergoeding toegekend.
141.2. Het IMG heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
151.3. De rechtbank heeft het beroep op 2 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vertegenwoordigd door [betrokkene 1] en [betrokkene 2], de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het IMG en deskundige ing. C.N Dobbe.
16Beoordeling door de rechtbank
172. De rechtbank beoordeelt of het IMG terecht tot het oordeel is gekomen dat het bewijsvermoeden voor schade 27 is weerlegd en er dus voor deze schade terecht geen schadevergoeding is toegekend aan eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden.
183. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
194. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
204.1. Op 25 september 2019 is namens eiseres een “Aanvraag vergoeding schade door mijnbouw” gedaan bij de rechtsvoorganger van het IMG voor schade aan de boerderij op het adres [adres], [postcode], te [woonplaats]. In de aanvraag is beschreven dat er schade aan de mestkelder aanwezig is.
214.2. Deskundige P. Soet van deskundigenbureau CED is op 22 oktober 2019 op locatie geweest om de schade op te nemen. Hij heeft 27 schades opgenomen en beoordeeld. Daarbij is de schade aan de mestkelder niet meegenomen. Voor die schade is een nieuw dossier aangemaakt.
224.3. Op 20 januari 2020 is er een adviesrapport opgemaakt van de door Soet opgenomen schades. Daar is namens eiseres op 13 maart 2020 een zienswijze op gegeven aan de hand waarvan deskundige Soet op 30 maart 2020 een herzien adviesrapport heeft uitgebracht.
234.4. De rechtsvoorganger van het IMG heeft op 8 april 2020 een besluit genomen waarin, conform het herziene adviesrapport, een schadevergoeding van € 5.532,20 is toegekend.
244.5. Eiseres heeft in de bezwaarfase een rapport van deskundige W.A.B. Meiborg van deskundigenbureau Energeo B.V. overgelegd. Het bezwaar richt zich tegen de verzakking van de stal (schade 27).
254.6. Het IMG heeft de Bezwaaradviescommissie van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (de bezwaaradviescommissie) om advies gevraagd. De bezwaaradviescommissie heeft deskundige C. Dobbe van deskundigenbureau CED gevraagd nader advies te geven over de oorzaak van schade 27. Op 26 januari 2021 heeft Dobbe een addendum bezwaar opgeleverd waarin de bodemprofielen en de trillingssterktes worden besproken.
264.7. Op 6 april 2021 heeft er een hoorzitting van de bezwaaradviescommissie plaatsgevonden. Na de hoorzitting heeft Dobbe op 12 april 2021 nader onderzoek op locatie gedaan, de resultaten hiervan zijn vastgelegd in een tweede addendum. Meiborg heeft in reactie daarop drie deskundigenberichten aangeleverd.
274.8. Onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie heeft het IMG het bezwaar op 17 februari 2022 ongegrond verklaard.
28Toepassing civiele schadevergoedingsrecht
295. Eiseres voert eerst aan dat gedupeerden op dit moment niet de bescherming van het Burgerlijk Wetboek (BW) genieten omdat er volgens eiseres te veel wordt geleund op de vergewisplicht.
305.1. De rechtbank is, in lijn met hetgeen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft bepaald, van oordeel dat de Tijdelijke wet Groningen voorziet in een publiekrechtelijke afhandeling van schade met rechtsbescherming bij de bestuursrechter. Volgens de Memorie van Toelichting kunnen de inwoners van Groningen daarmee rekenen op een laagdrempelige en onafhankelijke afhandeling van schade met toepassing van de bepalingen van het BW over aansprakelijkheid en schadevergoeding. Deze procedure is bovendien omkleed met alle waarborgen die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt. De Tijdelijke wet Groningen laat overigens de weg naar de burgerlijke rechter open. Om die reden slaagt deze beroepsgrond niet.
31Bewijsvermoeden
326. Niet in geschil is dat het bewijsvermoeden van artikel 6:177a, eerste lid, van het BW van toepassing is. Op grond van deze bepaling wordt vermoed, bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld zou kunnen zijn, dat die schade is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.
336.1. Volgens de vaste werkwijze van het IMG is het bewijsvermoeden weerlegd als het aan de hand van een adviesrapport aantoont dat de schade is te herleiden tot een evidente en autonome oorzaak, waarvan (met hoge mate van zekerheid) aannemelijk is dat die bodembeweging als (mede)oorzaak van die schade uitsluit. Deze werkwijze is aanvaardbaar geacht.
346.2. Het IMG gaat bij zettingsschade uit van het advies dat is gegeven in het op
3516 december 2020 uitgebrachte rapport ‘over de invloed van trillingen door bevingen op zettingen van gebouwen’ door ir. P.C. van Staalduinen en ing. H.J. Everts. Daarin is als meest krachtige ontzenuwing van het bewijsvermoeden bij zettingen weergegeven:
36- een onderzoek ter plaatse, waarbij wordt vastgesteld dat er zettingen zijn en waarbij de oorzaak voor het ontstaan van de zettingen wordt aangetoond;
37- een onderzoek waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat de trillingen als gevolg van de opgetreden bevingen zo gering in sterkte zijn geweest, dat daardoor de zettingen niet kunnen zijn ontstaan of vergroot.
386.3. Dit betekent dat de door het IMG ingeschakelde deskundigen ook bij zettingen eerst toetsen of zij met een voldoende mate van zekerheid een andere uitsluitende oorzaak kunnen aanwijzen waaruit volgt dat de schade niet door bodembeweging door mijnbouwactiviteiten is ontstaan.
396.4. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag een bestuursorgaan, als in een advies van een door dat bestuursorgaan benoemde deskundige op objectieve en onpartijdige wijze verslag is gedaan van het door de deskundige verrichte onderzoek en op inzichtelijke wijze is aangegeven welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, bij het nemen van een besluit van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid naar voren zijn gebracht.
407. Eiseres voert aan dat het IMG ten onrechte de notitie van Staalduinen en Everts gebruikt om aan de hand van de trillingssnelheid aan te tonen dat schade 27 niet is ontstaan door mijnbouwactiviteiten. De notitie is hier niet voor bedoeld en ziet enkel op de relatie tussen trillingen door bevingen en zettingen in de vorm van verdichting en verweking. Er kan aan de hand van de notitie niet uitgesloten worden dat een schade is veroorzaakt door trillingen. Ook dient het IMG, ongeacht wat er in de notitie wordt gezegd, eerst een andere uitsluitende oorzaak aan te wijzen, maar dit wordt niet gedaan.
41Daarnaast stelt eiseres dat de trillingen in deze situatie niet relevant zijn omdat de schade is ontstaan door bodemdaling ten gevolg van de gaswinning. De schade is niet door trillingen veroorzaakt, maar wel als gevolg van effecten van de gaswinning waarvoor de NAM aansprakelijk is. Kortom, het bewijsvermoeden is niet weerlegd en het IMG dient de schade te vergoeden.
427.1. Het IMG voert aan dat de verzakking is veroorzaakt door onvoldoende draagkracht van de ondergrond (veen en klei). In theorie kunnen twee schademechanismen worden gerelateerd aan trillingen door aardbevingen die verband houden met zettingen, namelijk verdichting en verweking. Beide mechanismen komen, zo blijkt uit de tot op heden uitgevoerde onderzoeken, niet in Nederland voor omdat de trillingen veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten te laag zijn geweest. Daarbij stelt het IMG dat de stal zich in het agrarische poldergebied bevindt waar het waterschap functiegericht beheer voert van het grondwaterpeil. De wisselingen van het waterpeil in combinatie met de bodemsamenstelling en het feit dat de stal op een gedempte vijver is gebouwd zorgen volgens het IMG voor een ongelijkmatige verzakking van de ondergrond.
437.2. De rechtbank overweegt dat het IMG, bij schade die naar zijn aard mijnbouwschade kan zijn, in alle gevallen eerst een andere uitsluitende oorzaak dient aan te wijzen. Pas wanneer deze andere uitsluitende oorzaak is aangewezen kan, als tweede stap, worden gekeken naar trillingssnelheden en de schademechanismen die aan deze snelheden gerelateerd zijn. De rechtbank stelt vast dat met het bestreden besluit, door verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie, eerst wordt gewezen op de opgetreden trillingssnelheden en daarnaast summier wordt gewezen op de onvoldoende draagkracht van de ondergrond waardoor de schade zou zijn ontstaan. De onvoldoende draagkracht ontstaat, volgens het advies, door inklinking van klei en oxidatie van veen. In beroep heeft Dobbe toegelicht dat er geen sprake kan zijn van veenoxidatie. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en de beroepsgrond slaagt.
447.3. Gelet op de aanvulling die het IMG in de beroepsprocedure heeft aangeleverd ziet de rechtbank, in het kader van finale geschilbeslechting, aanleiding om te beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
457.4. In deze procedure heeft het IMG toegevoegd dat er functiegericht beheer van het waterpeil wordt uitgevoerd op de locatie van de stal. Dit is naar het oordeel van de rechtbank te algemeen om vast te stellen dat specifiek deze schade daardoor is ontstaan. Ook dat de schade zou zijn ontstaan omdat de stal op een gedempte vijver is gebouwd is niet nader toegelicht. Daarbij is niet meegenomen dat de stal op een kelder is gebouwd en of dit gevolgen heeft voor (de schade aan) de stal. De rechtbank is dan ook van oordeel dat dat de gebrekkige motivering in deze procedure niet is hersteld waardoor het bewijsvermoeden niet weerlegd is.
46Conclusie en gevolgen
478. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel in artikel 7:12 van de Awb. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het besluit ziet op schade 27. Deze schade dient door het IMG nogmaals beoordeeld te worden. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit voor zover dat wordt vernietigd in stand te laten of zelf een beslissing te nemen.
489. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het IMG een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van hetgeen is opgenomen in deze uitspraak. De rechtbank geeft het IMG hiervoor zes weken.
4910. Omdat het beroep gegrond is moet het IMG het griffierecht aan eiseres vergoeden.
5011. Eiseres krijgt eveneens haar proceskosten vergoed. Het IMG moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand € 1.518,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.
5112. Eiseres heeft verzocht om een vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten voor het inschakelen van deskundige Meiborg. Op grond van artikel 7:15, tweede lid, Awb komen kosten in de bezwaarfase voor vergoeding in aanmerking indien belanghebbende hier tijdens de bezwaarprocedure om heeft verzocht, hij deze kosten in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken en voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Eiseres heeft reeds tijdens de bezwaarprocedure om een vergoeding van kosten verzocht. Wel heeft eiseres enkel verzocht om een vergoeding van de kosten gemaakt voor het advies van 5 september 2020 (factuur van 17 september 2020). Het IMG heeft in het bestreden besluit niet besloten over de eventuele vergoeding van deze kosten. Nu de rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit wordt herroepen en eiseres reeds in de bezwaarprocedure heeft verzocht om een vergoeding van de gemaakte kosten, komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking. Het gaat daarbij om de kosten die zijn gemaakt voor het advies van 5 september 2020 (factuur van 17 september 2020). Voor de factuur van 15 februari 2021 is geen vergoeding verzocht in de bezwaarprocedure. De rechtbank acht de gemaakte kosten voor het opstellen van een advies van 5 september 2020 in bezwaar redelijk. Totaal komt dit neer op een bedrag van € 1.815,-- inclusief omzetbelasting.
52Beslissing
53De rechtbank:
54- verklaart het beroep gegrond;
55- vernietigt het besluit van 17 februari 2022 voor zover daarin is beslist over schade 27;
56- draagt het IMG op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
57- bepaalt dat het IMG het griffierecht van € 365,- aan eiseres moet vergoeden;
58- veroordeelt het IMG tot betaling van € 3.333,- aan proceskosten aan eiseres.
59Deze uitspraak is gedaan door mr. M.R. Gans, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2022.
60griffier
61rechter
62Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
63Informatie over hoger beroep
64Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
65 
66[1] Kamerstukken II 2018/2019, 35250, nr. 3, p.
67[2] Zie de uitspraak van de AbRvS van 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1631.
68[3] Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de AbRvS van 8 juni 2022 ECLI:NL:RVS:2022:1631.
69[4] Zie bijvoorbeeld de uitspraak van deze rechtbank van 20 april 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1288.
70[5] Waaronder de uitspraak van de AbRvS van 18 december 2019 ECLI:NL:RVS:2019:4250.