Uitspraken zoeken
Filters
Onderwerp
Rechtsvraag
Beroep ingesteld door
Uitspraak (dictum)
Gunstig voor
Trillingssterkte
Ligging
Plaats
Deskundigenbureau
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ABRvS: het Instituut mag het effectgebied van het bewijsvermoeden begrenzen op een trillingssnelheid van 2 mm/s bij 1% overschrijdingskans; uitspraken van een deskundige zijn geen toezegging van het Instituut (geen geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel). Wel € 500 vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Raad van State (ABRvS) · 22 mei 2024 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2024:2132Bij besluiten van 16 januari 2020 en 1 december 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvragen van wijlen [erflater] en [appellante] om schadevergoeding voor mijnbouwschade afgewezen. [appellante] is eigenaar van de woning en garage aan [locatie] te Oudeschans. De woning is in 1980 gebouwd en de garage is in 1992 herbouwd, nadat deze in 1990 is afgebrand. Op 6 september 2017 heeft…
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2023:3547
Rechtbank Noord-Nederland · 27 juni 2023 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2023:3547Mijnbouwschade. Fysieke schade. Het bewijsvermoeden van artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing. De woning is niet te kwalificeren als bijzonder kwetsbaar object. Het beroep is ongegrond.
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2022:4575
Rechtbank Noord-Nederland · 1 december 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2022:4575Mijnbouwschade. Het Instituut heeft mogen concluderen dat het bewijsvermoeden niet van toepassing is. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van schade, welke het gevolg is van bodembeweging door mijnbouwactiviteiten.
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2022:4298
Rechtbank Noord-Nederland · 14 november 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2022:4298Mijnbouwschade. De vraag die voorligt is of het bewijsvermoeden van toepassing is.