Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade

Uitspraken zoeken

Filters

10 uitspraken

Peildatum 27 oktober 2026

  1. GoedgekeurdProcedureelHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2026:5920

    Raad van State (ABRvS) · 7 oktober 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:5920

    Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] wegens fysieke schade aan zijn boerderij een vergoeding van € 18.003,46, inclusief een vergoeding van € 845,00 voor bijkomende kosten en € 448,08 aan wettelijke rente, toegekend. Deze uitspraak gaat over de vraag of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Tussen part…

  2. GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2026:4414

    Raad van State (ABRvS) · 29 juli 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:4414

    Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 18.572,66, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning toegekend. De Afdeling heeft op de zitting van 12 juni 2026 vier door [appellant] aanhangig gemaakte zaken behandeld. De vier zaken gaan over: 1. de fysieke mijnbouwschade aan de wonin…

  3. GoedgekeurdWaardedalingHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2026:4307

    Raad van State (ABRvS) · 22 juli 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:4307

    Bij besluit van 26 januari 2024 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding toegekend van € 10.666,67, vermeerderd met wettelijke rente van € 1.051,93, voor waardedaling van het winkelgedeelte van zijn pand. [appellant] was tot 15 december 2020 eigenaar van een pand met winkel- en bedrijfsruimte en bovenwoning aan de [locatie] in Appingedam. In de winkel- en…

  4. GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ECLI:NL:RVS:2026:3964

    Raad van State (ABRvS) · 8 juli 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:3964

    Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om vergoeding van bijkomende kosten afgewezen voor zover het gaat om de tijd die gemoeid is met de afhandeling van de aanvraag, de misgelopen inkomsten uit eigen onderneming en de overige kosten voor onder meer papier en toners. [appellant] is door vererving sinds 2016 eigenaar van de twee-onder-…

  5. GoedgekeurdVersterking / NCGGegrond, zelf voorzien

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2618

    Rechtbank Noord-Nederland · 30 juni 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2618

    Deze uitspraak gaat over de afwijzing door NCG van de aanvraag van eiser bij het ‘meldpunt kosten versterking’. Eiser heeft in 2016 met de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een vaststellingsovereenkomst gesloten. De woning van eiser is na deze vaststellingsovereenkomst gesloopt en (op)nieuw gebouwd. Tussen eiser en NAM is overeengekomen dat eiser voor de sloop-nieuwbouw zelf een bedrag van…

  6. GoedgekeurdVersterking / NCGGegrond, zelf voorzien

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2621

    Rechtbank Noord-Nederland · 30 juni 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2621

    Deze uitspraak gaat over de afwijzing door NCG van de aanvraag van eiser bij het ‘meldpunt kosten versterking’. Eiser heeft met de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een schikking getroffen, welke is vastgelegd in het proces-verbaal van de comparitie van 25 september 2019. De woning van eiser is na deze schikking gesloopt en (op)nieuw gebouwd. Eiser heeft zich op 19 oktober 2023 bij de NCG g…

  7. GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4007

    Rechtbank Noord-Nederland · 11 juni 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4007

    De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat dat te laat is ingediend en die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De door eiser genoemde feiten en omstandigheden maken niet dat het te laat indienen van beroep verschoonbaar is. De rechtbank betrekt daarbij dat eiser aangeeft tijdens de beroepstermijn kennis te hebben genomen van het bestrede…

  8. GoedgekeurdProcedureelNiet-ontvankelijk

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4008

    Rechtbank Noord-Nederland · 11 juni 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4008

    De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat dat te laat is ingediend en die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De door eiser genoemde feiten en omstandigheden maken niet dat het te laat indienen van beroep verschoonbaar is. De rechtbank betrekt daarbij dat eiser aangeeft tijdens de beroepstermijn kennis te hebben genomen van het bestrede…

  9. GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd

    ABRvS: een roestend gevelanker (corrosie) is voldoende onderbouwd als autonome oorzaak van scheurvorming; dat de schade vóór 2012 niet zichtbaar was, past bij het langzaam voortschrijdende roestproces. Geen toepassing van de hardheidsclausule voor in 2012 bij de NAM gemelde schades.

    Raad van State (ABRvS) · 18 maart 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep

    ECLI:NL:RVS:2026:1572

    Bij besluit van 28 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 42.166,42, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend voor schade aan zijn boerderij. [appellant] is sinds 1995 eigenaar van de monumentale [boerderij] aan de [locatie] te [woonplaats]. Op 28 augustus 2018 heeft [appellant] bij het Instituut een vergoeding voor schade aan…

  10. GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond

    ECLI:NL:RBNNE:2026:328

    Rechtbank Noord-Nederland · 23 januari 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

    ECLI:NL:RBNNE:2026:328

    Deze uitspraak gaat over de vergoeding van schade door mijnbouwactiviteiten. Eiseres is het niet eens met de hoogte van de vergoeding en met de herstelmethode. De rechtbank komt tot het oordeel dat de door het Instituut ingeschakelde deskundigen voldoende inzichtelijk hebben gemaakt dat de voorgestelde herstelwijze het pand terugbrengt – zowel cosmetisch als constructief- in de situatie van voor…