Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRaad van State (ABRvS)meervoudige kamerSchade aan een pandOverig

ECLI:NL:RVS:2025:514

Raad van State (ABRvS) · 12 februari 2025 · meervoudige kamer · Herziening

ABRvS 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:514

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Verzoeker vroeg herziening van de uitspraak van 2 november 2022 over zijn schadevergoeding van het IMG (o.a. identieke, eerder door de NAM behandelde schades). Hij wees op onjuiste metingen, de parlementaire enquête en de onafhankelijkheid van het IMG. De Afdeling oordeelt dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd en wijst het verzoek af.

Citaat (regel 41)
“wijst het verzoek af.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 15, r.o. 2)
      “Ook heeft de Afdeling geoordeeld dat het Instituut toereikend heeft gemotiveerd dat drie schades identiek zijn aan de door de NAM eerder behandelde schades.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29)
      “9. De Afdeling stelt vast dat [verzoeker] ter onderbouwing van het verzoek om herziening geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb heeft aangevoerd.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

    • IMG of NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 37)
      “16. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.”
  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 37)
      “16. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.”
  • Gemachtigde

    • Gepseudonimiseerde gemachtigde · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “waar [verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde], is verschenen.”
    • mr. S.C. Goldbohm · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “vertegenwoordigd door mr. S.C. Goldbohm en mr. B.C. Rots, als partij gehoord.”
    • mr. B.C. Rots · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “vertegenwoordigd door mr. S.C. Goldbohm en mr. B.C. Rots, als partij gehoord.”
  • Deskundige

    • 10BE · IMG-deskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32, r.o. 12)
      “dat 10BE incorrecte gegevens en cijfers zou hebben gehanteerd”
    • Bouwkundig ontwerp- & adviesbureau HHCBakker · contra-expert · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31, r.o. 11)
      “Ook de op zitting overgelegde bouwkundige observatie, opgesteld door Bouwkundig ontwerp- & adviesbureau HHCBakker”
  • Bedrag

    • € 30.424,05 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 16, r.o. 3)
      “Het Instituut heeft bij besluit van 3 maart 2021 een schadevergoeding van € 30.424,05 toegekend voor 45 schades.”
  • Aantal schades

    • 45 schades · toegewezen door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 16, r.o. 3)
      “Het Instituut heeft bij besluit van 3 maart 2021 een schadevergoeding van € 30.424,05 toegekend voor 45 schades.”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 10

    Goedgekeurd

    Herziening is niet bedoeld om het eerdere debat te heropenen; de aangevoerde punten waren al in de eerdere procedure naar voren gebracht.

    “Uit wat [verzoeker] in het verzoekschrift heeft aangevoerd blijkt dat hij vooral tot doel heeft het geschil opnieuw voor te leggen aan de rechter”
  2. r.o. 13

    Goedgekeurd

    Het enquêterapport dateert van na de uitspraak en is daarom geen nader gebleken feit in de zin van art. 8:119 Awb.

    “dateert dat rapport van ná de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2022.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Bij uitspraak van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3151) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 november 2021 in zaak nr. 21/1232 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de uitspraak van 2 november 2022 onder meer geoordeeld dat het Instituut niet in strijd heeft gehandeld met het verbod op belangenverstrengeling bij de beoo…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1202301406/1/A2.
2Datum uitspraak: 12 februari 2025
3AFDELING
4BESTUURSRECHTSPRAAK
5Uitspraak op het verzoek van:
6[verzoeker], wonend in Groningen,
7verzoeker,
8om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2022, in zaak nr. 202107547/1/A2.
9Procesverloop
10Bij uitspraak van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3151) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 november 2021 in zaak nr. 21/1232 ongegrond verklaard.
11[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
12De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 januari 2025, waar [verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde], is verschenen. Voorts is ter zitting het Instituut Mijnbouwschade Groningen, vertegenwoordigd door mr. S.C. Goldbohm en mr. B.C. Rots, als partij gehoord.
13Overwegingen
141. De Afdeling heeft in de uitspraak van 2 november 2022 onder meer geoordeeld dat het Instituut niet in strijd heeft gehandeld met het verbod op belangenverstrengeling bij de beoordeling van het verzoek om vergoeding van schade door mijnbouwactiviteiten. Verder heeft de Afdeling geoordeeld dat het Instituut zijn taken niet onbehoorlijk heeft vervuld in die zin dat het Instituut heeft nagelaten onafhankelijk en onpartijdig onderzoek te verrichten.
152. Ook heeft de Afdeling geoordeeld dat het Instituut toereikend heeft gemotiveerd dat drie schades identiek zijn aan de door de NAM eerder behandelde schades. Het Instituut is daarom niet bevoegd deze schades te behandelen. Daarnaast heeft het Instituut voor één schade voldoende inzichtelijk onderbouwd waarom daarvoor uitsluitend andere oorzaken dan bodembeweging door gaswinning zijn aangewezen en daarmee het bewijsvermoeden weerlegd.
163. Het Instituut heeft bij besluit van 3 maart 2021 een schadevergoeding van € 30.424,05 toegekend voor 45 schades. De Afdeling heeft geoordeeld dat het Instituut voldoende kenbaar en inzichtelijk heeft gemaakt welke herstelwerkzaamheden nodig zijn voor het herstel van die schades en welke kosten daarmee gemoeid zijn.
17Verzoek om herziening
184. Op 4 maart 2023 heeft [verzoeker] verzocht om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2022.
195. [verzoeker] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat [gemachtigde] op de zitting van 13 oktober 2022 erop heeft gewezen dat een aantal essentiële metingen in het NAM-rapport over het monumentale pand onjuist zijn. Dit volgt volgens hem ook uit een uiteenzetting van ir. T. van Kockelkoren van Staatstoezicht op de Mijnen in de Tweede Kamer en uit het rapport van de parlementaire enquêtecommissie. Uit dit rapport volgt verder dat de buitenste kringen van de bevingen verder reiken dan Assen. [verzoeker] plaatst ook vraagtekens bij de onafhankelijkheid van het Instituut en zijn rechtsvoorganger, de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen, wegens de grote hoeveelheid personen die in de procedure een rol hebben gespeeld.
206. [verzoeker] wijst er verder op dat [gemachtigde] sinds jaar en dag zijn woning heeft bezocht en de veranderingen aan de woning door de bevingen kon waarnemen. Volgens [gemachtigde] waren er tijdens het bezoek door deskundigen van het bedrijf 10BE aanzienlijk meer grote scheuren in de woning aanwezig dan daarvoor. Ook hanteert 10BE incorrecte gegevens en cijfers in de adviezen. Daarbij komt dat de deskundigen die het herzien advies hebben opgesteld, niet in de woning zijn geweest.
21Beoordelingskader
227. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt:
23De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
24a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
25b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
26c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
278. Het bijzondere rechtsmiddel herziening is niet bedoeld om een partij in de gelegenheid te stellen om het eerder gevoerde debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Dat [verzoeker] het niet eens is met de uitspraak van 2 november 2022 is geen grond voor toewijzing van het herzieningsverzoek.
28Oordeel van de Afdeling
299. De Afdeling stelt vast dat [verzoeker] ter onderbouwing van het verzoek om herziening geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb heeft aangevoerd. Dat betekent dat zijn verzoek om herziening moet worden afgewezen.
3010. Uit wat [verzoeker] in het verzoekschrift heeft aangevoerd blijkt dat hij vooral tot doel heeft het geschil opnieuw voor te leggen aan de rechter, omdat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Zo is het argument van [verzoeker] dat [gemachtigde] op de zitting erop heeft gewezen dat essentiële cijfers van metingen in het NAM-rapport onjuist zijn en dat ir. T. van Kockelkoren de Tweede Kamer hierover heeft geïnformeerd, al naar voren gebracht in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2022. Hetzelfde geldt voor het betoog over het gebrek aan de onafhankelijkheid van het Instituut en voor wat [verzoeker] heeft aangevoerd over de kennis van [gemachtigde] over de staat van de betreffende woning vóór en ná de bevingen.
3111. Ook de op zitting overgelegde bouwkundige observatie, opgesteld door Bouwkundig ontwerp- & adviesbureau HHCBakker, is al onderdeel geweest van de procedure die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd en daarmee dus geen feit dat of omstandigheid die niet bekend was bij [verzoeker] vóór die uitspraak.
3212. Dat de woning na de aardbevingen meer scheurvorming vertoonde, dat 10BE incorrecte gegevens en cijfers zou hebben gehanteerd en dat de deskundigen bij het opstellen van het herziene advies niet ter plaatse zijn geweest, zijn geen nader gebleken feiten of omstandigheden die [verzoeker] niet naar voren hadden kunnen brengen tijdens de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van 2 november 2022.
3313. Daargelaten dat [verzoeker] niet heeft onderbouwd waarom het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen tot een andere uitspraak zou leiden in zijn zaak, dateert dat rapport van ná de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2022. Het is daarmee geen nader gebleken feit dat of omstandigheid die vóór de uitspraak bekend was. Alleen al om die reden kan dat betoog niet slagen.
3414. Tot slot merkt de Afdeling op dat, zoals zij heeft overwogen in de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd, [verzoeker] voor nieuwe of verergerde schades waarover het Instituut nog geen besluit heeft genomen, een aanvraag kan indienen bij het Instituut. Ook kan [verzoeker] in geval van nieuwe, nog niet beoordeelde omstandigheden waarvan hij vermoedt dat deze een acuut onveilige situatie met zich brengen, opnieuw een AOS-melding doen.
3515. Het betoog slaagt niet.
36Conclusie
3716. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
3817. Het instituut hoeft geen proceskosten te vergoeden.
39Beslissing
40De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
41wijst het verzoek af.
42Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. C.H. Bangma, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. Planken, griffier.
43w.g. Van Altena
44voorzitter
45w.g. Planken
46griffier
47Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2025
48299-1120