Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRaad van State (ABRvS)enkelvoudige kamerProcedureelNiet-ontvankelijk

ECLI:NL:RVS:2025:4998

Raad van State (ABRvS) · 8 oktober 2025 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

ABRvS 8 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4998

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Gedeputeerde staten van Groningen en anderen kwamen in beroep tegen de instemming van de minister met verlenging van de gaswinning uit gasveld Pieterzijl-Oost (NAM) tot en met 2030, maar dienden de gronden niet tijdig in. De Afdeling verklaart het beroep na vereenvoudigde behandeling kennelijk niet-ontvankelijk.

Citaat (regel 29)
“I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24, r.o. 2)
      “Dit te laat ingediende uitstelverzoek kan niet leiden tot het oordeel dat het niet tijdig aanvullen van de beroepsgronden om de genoemde redenen verschoonbaar is.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

    • Derde

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 6)
      “het college van gedeputeerde staten van Groningen en anderen (hierna tezamen en in enkelvoud: het college),”
  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

  • Bedrag

    • € 385,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 30)
      “II. bepaalt dat van het college van gedeputeerde staten van Groningen een griffierecht van € 385,00 wordt geheven.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 10 juli 2025

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “Het college heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 10 juli 2025”
  • Datum primair besluit

    • 11 december 2024

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van 11 december 2024”

Niet genoemd in de uitspraak: gemachtigden, deskundigen, aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 2

    Goedgekeurd

    Het niet tijdig indienen van beroepsgronden komt voor risico van het college; vakantieperiode en afwezige ambtenaren maken dit niet verschoonbaar.

    “Het komt voor risico van het college dat de beroepsgronden niet zijn ingediend.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Het college heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Klimaat en Groene Groei van 10 juli 2025, waarbij het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van 11 december 2024, waarin de minister heeft ingestemd met het verzoek van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. tot verlenging van de productie uit gasveld Pieterzijl-Oost tot en met 2030, ongegrond is verklaard. Het coll…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1202504574/2/R4.
2Datum uitspraak: 8 oktober 2025
3AFDELING
4BESTUURSRECHTSPRAAK
5Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:
6het college van gedeputeerde staten van Groningen en anderen (hierna tezamen en in enkelvoud: het college),
7appellanten
8en
9de minister van Klimaat en Groene Groei,
10verweerder.
11Procesverloop
12Het college heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 10 juli 2025, waarbij het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van 11 december 2024, waarin de minister heeft ingestemd met het verzoek van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna: NAM) tot verlenging van de productie uit gasveld Pieterzijl-Oost tot en met 2030, ongegrond is verklaard.
13Overwegingen
141. De bepalingen van de Awb die in deze zaak van toepassing zijn, luiden:
15Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d: "Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
16[…]."
17d. de gronden van het bezwaar of beroep."
18Artikel 6:6: "Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien:
19a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of
20[…]
21mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn."
22Artikel 8:109, tweede lid: "Indien het bestuursorgaan hoger beroep heeft ingesteld en de aangevallen uitspraak in stand blijft, wordt van het bestuursorgaan een griffierecht geheven dat gelijk is aan het in het eerste lid onderdeel c, genoemde bedrag."
232. Het college heeft op 12 augustus 2025 een pro forma beroepschrift ingediend. Hij heeft de gronden van zijn beroepschrift niet vermeld. Bij aangetekend verzonden brief van 13 augustus 2025 is het college gewezen op dit verzuim en is hij tot en met 10 september 2025 in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen. Hierbij is vermeld dat wanneer het college van deze gelegenheid geen gebruik maakt, hij ervan moet uitgaan dat niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat zijn zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld.
24Het college heeft het verzuim niet tijdig hersteld. Pas op 15 september 2025, en dus te laat, heeft het college via Veilig Mailen verklaard dat de gronden nog niet waren ingediend vanwege de vakantieperiode en de daardoor afwezige ambtenaren, en verzocht om de termijn voor het nader aanvullen van de gronden te verlengen tot en met 1 oktober 2025. Dit te laat ingediende uitstelverzoek kan niet leiden tot het oordeel dat het niet tijdig aanvullen van de beroepsgronden om de genoemde redenen verschoonbaar is. Het komt voor risico van het college dat de beroepsgronden niet zijn ingediend. Ook anderszins is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat het college in verzuim is geweest met betrekking tot het niet indienen van de beroepsgronden.
253. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
264. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
27Beslissing
28De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
29I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
30II. bepaalt dat van het college van gedeputeerde staten van Groningen een griffierecht van € 385,00 wordt geheven.
31Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. Klingers, griffier.
32w.g. Ten Veen
33lid van de enkelvoudige kamer
34w.g. Klingers
35griffier
36Uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2025
37341
38Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb).
39- Verzet moet schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak worden gedaan.
40- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met wat er in deze uitspraak staat.
41- Als de indiener over het verzet door de Afdeling wil worden gehoord, moet dit in het verzetschrift worden gevraagd. De zitting gaat dan alleen over de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak waartegen uw verzet is gericht.