Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRaad van State (ABRvS)meervoudige kamerVersterking / NCGOverig

ECLI:NL:RVS:2025:4106

Raad van State (ABRvS) · 27 augustus 2025 · meervoudige kamer · Herziening

ABRvS 27 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4106

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Verzoekers vroegen herziening van de uitspraak van 2 oktober 2024 over de afwijzing van hun verzoeken om een versterkingsbesluit en een integraal besluit met het IMG. Zij voerden aan pas in 2025 te hebben vernomen dat de Tijdelijke Commissie Versterking nooit is ingesteld. De Afdeling oordeelt dat dit geen nieuw feit is dat redelijkerwijs onbekend kon zijn en wijst het verzoek af.

Citaat (regel 33)
“wijst het verzoek af.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Versterking / NCG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14, r.o. 1)
      “verzoeken van [verzoeker] om een versterkingsbesluit te nemen en de versterkingsmaatregelen in dat besluit vast te leggen”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24)
      “5. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [verzoeker] geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb aangevoerd.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

    • Aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 6)
      “[verzoeker A] en [verzoekster] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [verzoeker]), beiden wonend te Groningen,”
  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

    • IMG of NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29)
      “6. Gelet op het vorenstaande zal de Afdeling het verzoek afwijzen.”
  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29)
      “6. Gelet op het vorenstaande zal de Afdeling het verzoek afwijzen.”
  • Gemachtigde

    • mr. A. Brouwer · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “vertegenwoordigd door mr. A. Brouwer en A. Snippe, zijn verschenen.”
    • A. Snippe · onbekend · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “vertegenwoordigd door mr. A. Brouwer en A. Snippe, zijn verschenen.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 22 februari 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14, r.o. 1)
      “Bij besluiten van 22 februari 2021 heeft hij de door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 21 september 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14)
      “1. Bij besluiten van 21 september 2020 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat verzoeken van [verzoeker]”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, bedragen, aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 5

    Goedgekeurd

    Dat de TCV niet is ingesteld, was vóór de eerdere uitspraak kenbaar uit Kamerstukken en de parlementaire enquête en is dus geen herzieningsgrond.

    “[verzoeker] had vóór de uitspraak van de Afdeling van 2 oktober 2024 dus redelijkerwijs bekend kunnen zijn met het feit dat de TCV niet is ingesteld.”
  2. r.o. 4

    Goedgekeurd

    Herziening dient niet om het debat te heropenen; een vermeend onjuiste rechtsopvatting is geen herzieningsgrond.

    “is een vermeend onjuiste rechtsopvatting geen grond voor herziening, evenmin als een veronderstelde rechterlijke misslag ten aanzien van de gevolgde procedure of de vaststelling van de feiten.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht de uitspraak van 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3958, te herzien. Bij besluiten van 21 september 2020 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat verzoeken van [verzoeker] om een versterkingsbesluit te nemen en de versterkingsmaatregelen in dat besluit vast te leggen en om samen met het Instituut Mijnbouwschade Groningen een integraal beslui…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1202500880/1/A2.
2Datum uitspraak: 27 augustus 2025
3AFDELING
4BESTUURSRECHTSPRAAK
5Uitspraak op het verzoek van:
6[verzoeker A] en [verzoekster] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [verzoeker]), beiden wonend te Groningen,
7verzoekers,
8om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 2 oktober 2024 in zaak nr. 202204564/1/A2.
9Procesverloop
10[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht de uitspraak van 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3958, te herzien.
11De Afdeling heeft het verzoek op een zitting behandeld op 30 juli 2025, waar [verzoeker A] en de staatssecretaris Herstel Groningen, vertegenwoordigd door mr. A. Brouwer en A. Snippe, zijn verschenen.
12Overwegingen
13Achtergrond
141. Bij besluiten van 21 september 2020 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat verzoeken van [verzoeker] om een versterkingsbesluit te nemen en de versterkingsmaatregelen in dat besluit vast te leggen en om samen met het Instituut Mijnbouwschade Groningen een integraal besluit te nemen op zijn verzoek om schadevergoeding, het verzoek om een versterkingsbesluit en het verzoek om het vaststellen van (een vergoeding voor) de benodigde versterkingsmaatregelen, afgewezen. Bij besluiten van 22 februari 2021 heeft hij de door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 juni 2022 heeft de rechtbank Noord-Nederland de door [verzoeker] daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. De Afdeling heeft bij uitspraak van 2 oktober 2024 het door [verzoeker] daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
15Verzoek om herziening
162. [verzoeker] heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 2 oktober 2024.
17Beoordeling van het verzoek
183. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt:
19"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
20a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
21b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
22c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden."
234. Bij de beoordeling van een herzieningsverzoek is uitsluitend van belang of feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb zijn gesteld. Het moet dan gaan om nader gebleken feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht en die de verzoeker in de procedure die heeft geleid tot die uitspraak niet naar voren heeft kunnen brengen. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening dient er niet toe om het geschil waarover bij uitspraak is beslist opnieuw aan de rechter voor te leggen en biedt een partij niet de mogelijkheid gronden die in een eerdere procedure naar voren zijn of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw, dan wel alsnog naar voren te brengen en zo het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2455), is een vermeend onjuiste rechtsopvatting geen grond voor herziening, evenmin als een veronderstelde rechterlijke misslag ten aanzien van de gevolgde procedure of de vaststelling van de feiten. Verder geldt dat, wil een verzoek om herziening voor toewijzing in aanmerking komen, aan de in artikel 8:119, eerste lid, onder a, b en c, van de Awb genoemde criteria moet worden voldaan. Deze criteria zijn cumulatief.
245. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [verzoeker] geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb aangevoerd. Het betoog van [verzoeker] dat hij pas op 13 mei 2025 bekend is geworden met het feit dat de Tijdelijke Commissie Versterking (hierna: TCV), die in artikel 15 van het Besluit versterking gebouwen Groningen (hierna: het Besluit) is genoemd, er nooit is gekomen, leidt niet tot het oordeel dat de uitspraak van de Afdeling van 2 oktober 2024 moet worden herzien. De staatssecretaris Herstel Groningen heeft op de zitting bij de Afdeling toegelicht dat bekend was dat de TCV een tijdelijke rol zou hebben. Dat blijkt ook uit de toelichting bij het Besluit (Stcrt. 2019, nr. 30569). Verder blijkt bijvoorbeeld uit Kamerstukken uit het jaar 2023 - en dus kenbaar vóór de uitspraak van de Afdeling van 2 oktober 2024 - dat de TCV niet is ingesteld. Zo is in deelrapport 4 van de Parlementaire enquête over aardgaswinning in Groningen (Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nr. 9, p. 216) vermeld dat er tussen het Rijk en de regio discussie was over de invulling van de TCV en dat deze er daarom niet is gekomen. [verzoeker] had vóór de uitspraak van de Afdeling van 2 oktober 2024 dus redelijkerwijs bekend kunnen zijn met het feit dat de TCV niet is ingesteld.
25De Afdeling overweegt voorts dat uit het proces-verbaal van de zitting van de Afdeling van 11 april 2024 blijkt dat de zaak - anders dan [verzoeker] stelt - wel op een zitting is behandeld.
26Wat [verzoeker] verder naar voren heeft gebracht kan evenmin tot herziening leiden omdat de Afdeling daarover al heeft geoordeeld in de uitspraak van 2 oktober 2024.
27Het betoog slaagt niet.
28Conclusie
296. Gelet op het vorenstaande zal de Afdeling het verzoek afwijzen.
307. De staatssecretaris Herstel Groningen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
31Beslissing
32De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
33wijst het verzoek af.
34Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Engele, griffier.
35w.g. Van Altena
36voorzitter
37w.g. Engele
38griffier
39Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2025
40452-1033