Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRaad van State (ABRvS)meervoudige kamerVersterking / NCGOngegrond

ECLI:NL:RVS:2025:3825

Raad van State (ABRvS) · 13 augustus 2025 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig

ABRvS 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3825

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eigenaren van een woning in Siddeburen bestreden het besluit van de staatssecretaris Herstel Groningen dat hun woning aan de veiligheidsnorm voldoet en niet versterkt hoeft te worden. De Afdeling oordeelt dat het bewijsvermoeden hierbij geen rol speelt en dat geen gronden tegen de op W2N-adviezen gebaseerde motivering zijn aangevoerd. Beroep ongegrond.

Citaat (regel 35)
“verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Versterking / NCG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris besloten dat de woning van [appellanten] niet versterkt hoeft te worden.”
  • Kwesties

    • Bewijsvermoeden

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 4.1)
      “speelt geen rol bij de beoordeling van de vraag of de woning voldoet aan de veiligheidsnorm.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28, r.o. 4.6)
      “Bij deze stand van zaken is er geen grond voor het oordeel dat dit besluit onvoldoende is gemotiveerd.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 3)
      “heeft de staatssecretaris vastgesteld dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden.”
  • Gemachtigde

    • mr. M.A. Meesters · advocaat · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 16)
      “vertegenwoordigd door mr. M.A. Meesters, advocaat in Utrecht, is verschenen.”
  • Deskundige

    • W2N · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 26, r.o. 4.4)
      “De staatssecretaris heeft aan het besluit van 19 maart 2024 het advies van 19 februari 2024, opgesteld door ingenieursbureau W2N, ten grondslag gelegd.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 5 november 2024

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “Bij besluit van 5 november 2024 heeft de staatssecretaris het door [appellanten] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 19 maart 2024

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris besloten dat de woning van [appellanten] niet versterkt hoeft te worden.”

Niet genoemd in de uitspraak: bedragen, aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 4.1

    Goedgekeurd

    Het bewijsvermoeden van art. 6:177a BW geldt voor fysieke schade bij het IMG, niet voor de vraag of een woning aan de veiligheidsnorm voldoet.

    “Het bewijsvermoeden, neergelegd in artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek, is van toepassing op de beoordeling van fysieke schades door het Instituut Mijnbouwschade Groningen”
  2. Regel 28

    Goedgekeurd

    Appellanten voerden geen gronden aan tegen de motivering van het besluit op bezwaar, dat steunt op de NPR-berekening van W2N.

    “4.6. De Afdeling stelt vast dat [appellanten] geen gronden hebben ingebracht tegen de motivering van het besluit van 5 november 2024.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris Herstel Groningen besloten dat de woning van [appellanten] niet versterkt hoeft te worden. [appellanten] betogen dat de staatssecretaris ten onrechte heeft besloten dat hun woning voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. Volgens hen zijn de besluiten van de staatssecretaris onvoldoende onderbouwd. Daarbij verwijzen z…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1202407075/1/A2.
2Datum uitspraak: 13 augustus 2025
3AFDELING
4BESTUURSRECHTSPRAAK
5Uitspraak in het geding tussen:
6[appellant A] en [appellant B], wonend in [woonplaats],
7appellanten,
8en
9de staatssecretaris Herstel Groningen (voorheen: staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties),
10verweerder.
11Procesverloop
12Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris besloten dat de woning van [appellanten] niet versterkt hoeft te worden.
13Bij besluit van 5 november 2024 heeft de staatssecretaris het door [appellanten] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
14Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld.
15De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
16De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 4 augustus 2025, waar de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. M.A. Meesters, advocaat in Utrecht, is verschenen.
17Overwegingen
181. [appellanten] zijn eigenaar van de vrijstaande woning aan de [locatie] te Sidderburen.
192. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen.
203. Bij besluit van 19 maart 2024, gehandhaafd bij besluit van 5 november 2024, heeft de staatssecretaris vastgesteld dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden.
21Beoordeling van het beroep door de Afdeling
224. [appellanten] betogen dat de staatssecretaris ten onrechte heeft besloten dat hun woning voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. Volgens hen zijn de besluiten van de staatssecretaris onvoldoende onderbouwd. Daarbij verwijzen zij naar het bewijsvermoeden.
234.1. De Afdeling stelt voorop dat het in dit geval gaat om de vraag of de woning van [appellanten] versterkt moet worden. Het bewijsvermoeden, neergelegd in artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek, is van toepassing op de beoordeling van fysieke schades door het Instituut Mijnbouwschade Groningen en speelt geen rol bij de beoordeling van de vraag of de woning voldoet aan de veiligheidsnorm.
244.2. De veiligheidsnorm is neergelegd in artikel 52d, tweede lid, aanhef en onder a van de Mijnbouwwet en in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen. Deze zogenoemde Meijdam-norm schrijft de maximaal aanvaardbare kans voor dat iemand bij een aardbeving komt te overlijden door instorting van een woning. De kans dat iemand overlijdt door het bezwijken van (een deel van) een bouwwerk door een aardbeving mag niet groter zijn dan 1 op de 100.000. Dit is gelijk aan de landelijke veiligheidsnorm, die voor alle gebouwen in Nederland geldt.
254.3. De Nederlandse Praktijkrichtlijn (hierna: NPR) beschrijft uitgangspunten en rekenmethodes waarmee kan worden bepaald of nieuwe en bestaande gebouwen bestand zijn tegen aardbevingen in het gebied van het Groninger gasveld. Constructeurs kunnen met deze richtlijn berekenen hoe sterk een gebouw moet zijn om te voldoen aan de veiligheidsnorm.
264.4. De staatssecretaris heeft aan het besluit van 19 maart 2024 het advies van 19 februari 2024, opgesteld door ingenieursbureau W2N, ten grondslag gelegd. Constructeurs hebben aan de hand van de NPR:9998:2020 T5 berekend dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm.
274.5. Naar aanleiding van het daartegen gemaakte bezwaar van [appellanten] heeft de staatssecretaris W2N verzocht om een nader advies. W2N heeft in het nader advies van 28 augustus 2024 de conclusie dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm en voldoende bestand is tegen aardbevingen gehandhaafd. De staatssecretaris heeft dit advies ten grondslag gelegd aan het besluit van 5 november 2024.
284.6. De Afdeling stelt vast dat [appellanten] geen gronden hebben ingebracht tegen de motivering van het besluit van 5 november 2024. Bij deze stand van zaken is er geen grond voor het oordeel dat dit besluit onvoldoende is gemotiveerd.
294.7. Het betoog slaagt niet.
30Conclusie
315. Het beroep is ongegrond.
326. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
33Beslissing
34De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
35verklaart het beroep ongegrond.
36Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. A.B. Blomberg, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. Planken, griffier.
37w.g. Den Ouden
38voorzitter
39w.g. Planken
40griffier
41Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2025
42299-1120