Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRaad van State (ABRvS)meervoudige kamerSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd

ABRvS: wie schade aan de fundering stelt, moet die schade eerst zelf aannemelijk maken; pas daarna moet het Instituut het bewijsvermoeden voor de oorzaak weerleggen. Het Instituut hoefde hier geen funderingsonderzoek te doen.

Raad van State (ABRvS) · 19 maart 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep

ABRvS 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1144

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

De eigenaar van een Jugendstilwoning uit 1908 in Wildervank vond de door de TCMG/het IMG toegekende € 52.544,95 ontoereikend voor herstel van de gevels, betwistte de onpartijdigheid van 10BE en wilde funderingsonderzoek. De Afdeling acht de herstelwijze navolgbaar, de deskundigen onpartijdig en funderingsonderzoek niet vereist; de uitspraak wordt bevestigd.

Citaat (regel 54)
“12. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23)
      “4. In hoger beroep is in geschil of de toegekende schadevergoeding toereikend is voor het herstel van de schades en of het Instituut een funderingsonderzoek had moeten laten verrichten.”
  • Kwesties

    • Vergewisplicht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32, r.o. 9.1)
      “ligt het op de weg van het Instituut zich te vergewissen van de onpartijdigheid van de geraadpleegde deskundige.”
    • Duurzaam herstel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 42, r.o. 10.3)
      “De Afdeling acht het voldoende navolgbaar dat de door Handgraaf voorgestelde herstelwijze volstaat voor herstel van de gevels”
    • Zetting

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 49, r.o. 11.3)
      “Het advies van Van Staalduinen en Everts is dus van belang voor de beantwoording van de causaliteitsvraag en niet bedoeld om te onderzoeken of de fundering beschadigd is.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 49)
      “11.3. Verder rust op het Instituut in beginsel geen verplichting om zelfstandig onderzoek te doen naar mogelijke schades aan de fundering.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

    • IMG of NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 54)
      “12. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.”
  • Toewijzing

    • Afgewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 54)
      “12. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.”
  • Gemachtigde

    • Gepseudonimiseerde gemachtigde · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18)
      “waar [appellant], bijgestaan door [gemachtigde], en het Instituut”
    • mr. S.C. Goldbohm · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18)
      “en het Instituut, vertegenwoordigd door mr. S.C. Goldbohm, vergezeld door J.N. Handgraaf, deskundige, zijn verschenen.”
  • Deskundige

    • 10BE (J.N. Handgraaf) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 42, r.o. 10.3)
      “De Afdeling acht het voldoende navolgbaar dat de door Handgraaf voorgestelde herstelwijze volstaat voor herstel van de gevels”
    • Jouke Jongsma restauratie ambacht (ing. J. Jongsma) · contra-expert · rechter volgt het advies niet

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 40)
      “10.1. Naar het oordeel van de Afdeling biedt het tegenadvies van Jongsma onvoldoende aanknopingspunten om te twijfelen aan de adviezen van de door het Instituut ingeschakelde deskundigen.”
  • Bedrag

    • € 52.544,95 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “een schadevergoeding van € 52.544,95, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend.”
    • € 39.310,81 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 39, r.o. 10)
      “In zijn schadeberekening komt Jongsma uit op een bedrag van € 39.310,81 voor de door hem betrokken schades.”
  • Aantal schades

    • 26 schades · in geschil

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22, r.o. 3)
      “onder meer voor herstel van schades 1 t/m 13 en 22 t/m 34 (verder ook: de schades).”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 11 juni 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14)
      “Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het Instituut het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 16 december 2019

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “Bij besluit van 16 december 2019 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) aan [appellant] een schadevergoeding van € 52.544,95, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend.”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 9.2

    Goedgekeurd

    Dat deskundigen door het IMG worden ingeschakeld en betaald, is onvoldoende om aan hun onpartijdigheid te twijfelen.

    “Dat de deskundigen ingeschakeld en betaald worden door het Instituut is onvoldoende om te twijfelen aan hun onpartijdigheid.”
  2. Regel 42

    Goedgekeurd

    Bij een historisch pand gaat behoud voor vervanging; herstel van enkele gescheurde stenen met kleurpasta en diep uithakken en hervoegen volstaat.

    “10.3. Verder heeft Handgraaf toegelicht dat ook voor door en door gescheurde stenen bij historische panden behoud voor vervanging gaat.”
  3. r.o. 11.1

    Goedgekeurd

    De aanvrager moet funderingsschade eerst zelf onderbouwen; het IMG hoeft niet zelfstandig funderingsonderzoek te doen.

    “Dat betekent dat voor zover [appellant] stelt dat er schade is aan de fundering, het in de eerste plaats aan hem is om die schade te onderbouwen.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Bij besluit van 16 december 2019 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) aan [appellant] een schadevergoeding van € 52.544,95, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. [appellant] is eigenaar van de woning aan de Raadhuiskade 29 te Wildervank. Het gaat om een vrijstaande woning die in 1908 in Jugendstil is gebouwd. Op 27 juli 2017 heeft [appellant] mijnbou…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1202203761/1/A2.
2Datum uitspraak: 19 maart 2025
3AFDELING
4BESTUURSRECHTSPRAAK
5Uitspraak op het hoger beroep van:
6[appellant], wonend in [woonplaats],
7appellant,
8tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Nederland van 11 mei 2022 in zaak nr. 21/2250 in het geding tussen:
9[appellant]
10en
11Instituut Mijnbouwschade Groningen.
12Procesverloop
13Bij besluit van 16 december 2019 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) aan [appellant] een schadevergoeding van € 52.544,95, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend.
14Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het Instituut het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
15Bij uitspraak van 11 mei 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
16Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
17Het Instituut heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
18De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 maart 2025, waar [appellant], bijgestaan door [gemachtigde], en het Instituut, vertegenwoordigd door mr. S.C. Goldbohm, vergezeld door J.N. Handgraaf, deskundige, zijn verschenen.
19Overwegingen
201. [appellant] is eigenaar van de woning aan de Raadhuiskade 29 te Wildervank. Het gaat om een vrijstaande woning die in 1908 in Jugendstil is gebouwd.
212. Op 27 juli 2017 heeft [appellant] mijnbouwschade aan zijn woning bij het Centrum Veilig Wonen gemeld. De schademelding is overgedragen aan de TCMG (verder: het Instituut).
223. Het Instituut heeft aan [appellant] een schadevergoeding toegekend van in totaal € 52.544,95, onder meer voor herstel van schades 1 t/m 13 en 22 t/m 34 (verder ook: de schades). Bij schades 1 t/m 13 gaat het om schades aan voeg-, metsel- en tegelwerk van de voorgevel. Bij schades 22 t/m 34 gaat het om schades aan voeg- en metselwerk van de rechterzijgevel.
234. In hoger beroep is in geschil of de toegekende schadevergoeding toereikend is voor het herstel van de schades en of het Instituut een funderingsonderzoek had moeten laten verrichten.
24Uitspraak van de rechtbank
255. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de adviezen van de door het Instituut ingeschakelde deskundigen naar voren heeft gebracht. De deskundigen hebben voldoende inzichtelijk gemaakt waarom de schade aan de gevels hersteld kan worden door het diep uithakken van de voegen, waarna de samenhang van de muur hersteld kan worden door te voegen met een mortel van gelijke samenstelling en sterkte, waarbij de gescheurde stenen in de gevel met kleurpasta kunnen worden hersteld. De enkele niet nader onderbouwde stelling van [appellant] dat het aanbrengen van een pasta bij een (door en door) gescheurde steen alleen cosmetisch maar geen constructief herstel inhoudt, is onvoldoende voor twijfel aan de adviezen. [appellant] heeft zich verder niet uitgelaten over de stelling van de deskundige dat bij reparaties aan historische panden als uitgangspunt geldt dat de originele staat van het pand zoveel als mogelijk moet worden behouden en dat gescheurde stenen in de regel niet zouden moeten worden vervangen, omdat anders een onwenselijk kleurverschil ontstaat.
266. Onder verwijzing naar rechtspraak van de Afdeling overweegt de rechtbank dat het Instituut, gelet op de aard van het schadevergoedingsrecht, terecht het uitgangspunt hanteert dat de kosten van herstel van fysieke schade begroot moeten worden naar het tijdstip waarop die schade is ontstaan. Dit betekent dat uitgegaan wordt van een prijspeil in het verleden waarbij het Instituut, zoals in het geval van [appellant] ook is gebeurd, uitgaat van het meest actuele prijspeil zoals dat geldt ten tijde van het opleveren van het advies door de onafhankelijke deskundige. De handelwijze van het Instituut waarbij vertraging in de voldoening van de geldsom wordt gecompenseerd door uitkering van de wettelijke rente (berekend vanaf het tijdstip dat de schademelding is gedaan) is voldoende ruimhartig. De rechtbank volgt daarom niet het betoog van [appellant] dat het aan hem toegekende schadebedrag in verband met prijsindexering opnieuw berekend en verhoogd moet worden.
277. Tot slot volgt de rechtbank [appellant] niet in zijn betoog dat het Instituut ten onrechte geen funderingsonderzoek heeft gedaan. Het is aan [appellant] om aan te geven dat er schade is aan de fundering. De stelling dat er schade zou zijn aan de fundering heeft hij verder niet onderbouwd, anders dan door in zijn algemeenheid te stellen dat de locatie van zijn woning in een verveningsgebied ligt nabij een gedempte zwetsloot en dat de fundering van de woning zichtbaar is. Het Instituut stelt volgens de rechtbank terecht dat een funderingsonderzoek niet nodig is om het causale verband tussen de schade en mijnbouwactiviteiten uit te sluiten. Bij een groot deel van de schades is dit verband al aangenomen en bij de overige schades is het causaal verband uitgesloten, omdat er geen zettingen of verzakkingen zijn. De noodzaak voor een onderzoek naar de fundering blijkt ook niet uit de door de deskundigen opgestelde adviezen.
28Beoordeling van het hoger beroep
298. Hieronder bespreekt de Afdeling de hogerberoepsgronden van [appellant].
30Onafhankelijkheid deskundige
319. Op de zitting heeft [appellant] de onafhankelijkheid van door het Instituut ingeschakelde deskundigen van 10BE ter discussie gesteld. Volgens hem behartigt 10BE uitsluitend de belangen van het Instituut.
329.1. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:374, ligt het op de weg van het Instituut zich te vergewissen van de onpartijdigheid van de geraadpleegde deskundige. Als de schijn is gewekt dat de door het Instituut benoemde deskundige niet onpartijdig is, mag het bestuursorgaan het advies van deze adviseur niet aan zijn besluitvorming ten grondslag leggen. De Afdeling heeft het aanvaardbaar geacht dat het Instituut de waarborgen voor onpartijdigheid zoekt in de eisen die aan de persoon van de deskundige worden gesteld (zie onder 52). Ook heeft de Afdeling de door het Instituut gestelde eisen om de (schijn van) partijdigheid voor de persoon van de deskundige te voorkomen adequaat geacht (zie onder 53). Aan de hand van disclosure statements vergewist het Instituut zich ervan dat de door hem ingeschakelde deskundigen voldoen aan de gestelde eisen en daarmee onpartijdig zijn.
339.2. Anders dan [appellant] betoogt, is er geen grond voor het oordeel dat de door het Instituut ingeschakelde deskundigen partijdig zijn. [appellant] heeft onvoldoende aangevoerd, waaruit blijkt dat de deskundigen van 10BE in zijn geval niet onpartijdig zijn geweest. Dat de deskundigen ingeschakeld en betaald worden door het Instituut is onvoldoende om te twijfelen aan hun onpartijdigheid.
349.3. Het betoog slaagt niet.
35Herstelwijze gevels
3610. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de adviezen van de door het Instituut ingeschakelde deskundigen naar voren heeft gebracht over de schades aan de voorgevel en rechterzijgevel. Ter onderbouwing van zijn betoog verwijst hij naar het in hoger beroep overgelegde tegenrapport van 3 augustus 2022 van ing. J. Jongsma van Jouke Jongsma restauratie ambacht. Volgens Jongsma stelt Handgraaf van 10BE in het (door het Instituut in beroep ingebrachte) nadere advies van 31 januari 2022 ten onrechte dat de woning is gemetseld en gevoegd met schelpgebonden mortel. Volgens Jongsma is dit bastaardmortel. Dit is van belang omdat de verhouding van de bastaardmortel met monsters uit alle gevels moet worden vastgesteld voordat overgegaan kan worden tot herstel.
37Verder kunnen volgens Jongsma door en door lopende scheuren niet met kleurenpasta worden hersteld, maar moeten de stenen vervangen worden. Indien het metselverband en de constructieve toestand van de muren niet op deze wijze worden hersteld, dan zal dat eerder leiden tot vervolgschade. Daarbij wijst Jongsma in het bijzonder op schade 10 en schade 27, waarvan het constructieve verband met de voorgestelde herstelwijze in gevaar komt. Anders dan Handgraaf stelt Jongsma dat nieuwe stenen - op minimale verschillen na - uitstekend op kleur gevonden kunnen worden.
38Ook is volgens Jongsma het omringende voegwerk bij schades 22, 23 en 24 niet van matige tot slechte kwaliteit.
39In zijn schadeberekening komt Jongsma uit op een bedrag van € 39.310,81 voor de door hem betrokken schades.
4010.1. Naar het oordeel van de Afdeling biedt het tegenadvies van Jongsma onvoldoende aanknopingspunten om te twijfelen aan de adviezen van de door het Instituut ingeschakelde deskundigen.
4110.2. In het nadere advies van 19 oktober 2022, opgesteld in reactie op het door [appellant] overgelegde tegenadvies, heeft deskundige Handgraaf van 10BE toegelicht dat in de schadeberekening een toeslag is opgenomen voor herstel met een kalkmortel. Een bastaardmortel is een dergelijke mortel met een cement-/kalkverhouding. Meer specifiek gaat het om een toevoeging van kalk aan de mortel in een bepaalde verhouding met cement. Door de toegekende toeslag is het ook mogelijk om een juiste verhouding tussen een cementgebonden en een kalkgebonden voegmiddel samen te stellen, de zogenoemde bastaardmortel waar Jongsma op wijst. Uit het door [appellant] overgelegde tegenadvies van Jongsma kan niet worden opgemaakt dat de door Handgraaf gegeven toelichting hierover onjuist is. [appellant] heeft ook anderszins hier onvoldoende tegenover gesteld.
4210.3. Verder heeft Handgraaf toegelicht dat ook voor door en door gescheurde stenen bij historische panden behoud voor vervanging gaat. In dit geval gaat het om enkele gescheurde stenen, waarbij de constructieve samenhang niet in gevaar komt als de schade met een kleurenpasta wordt hersteld. Wat schade 10 betreft, is van belang dat het herstel erop is gericht dat de voegen diep worden uitgehakt en worden hersteld met een mortel van gelijke samenstelling. Bij schade 27 gaat het om voegwerk dat eruit is gedrukt en om lichte scheurvorming. Deugdelijk herstel is mogelijk door de voegen met het juiste gereedschap diep uit te hakken, te voegen en af te werken. Bij vervanging van de stenen zouden kleurverschillen niet kunnen worden voorkomen. De Afdeling acht het voldoende navolgbaar dat de door Handgraaf voorgestelde herstelwijze volstaat voor herstel van de gevels, temeer nu de constructieve samenhang daarmee niet in gevaar komt als de schade volgens het ook door Jongsma erkende principe van behoud-gaat-voor-vervanging-bij-historische-panden wordt hersteld.
4310.4. Over het omringende voegwerk bij schades 22, 23 en 24 heeft Handgraaf aan de hand van foto’s toegelicht dat het voegwerk op bepaalde plekken duidelijk verweerd en verouderd is. De stelling van Jongsma dat het voegwerk technisch bezien in zeer goede staat is, biedt daarom onvoldoende aanknopingspunten om te twijfelen aan de conclusies van de deskundigen van het Instituut. Ook de opmerking van Jongsma dat het hier zou gaan om snijvoegen in plaats van knipvoegen biedt onvoldoende aanknopingspunten voor twijfel. Herstel met knipvoegen is ingewikkelder dan met snijvoegen, waardoor voor dat herstel in de schadeberekening een toeslag is toegekend. Als zou worden uitgegaan van snijvoegen, dan zou dit tot een lagere schadevergoeding leiden. Daarom komt aan dit argument niet de betekenis toe die [appellant] daaraan gehecht wil zien.
4410.5. Het betoog slaagt niet.
45Funderingsonderzoek
4611. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het Instituut niet gehouden is funderingsonderzoek te verrichten. Volgens hem is duidelijk dat schades 17, 29, 31 en 34 tenminste doorlopen tot het maaiveld. Wat daaronder aan schade zit is niet zichtbaar en evenmin onderzocht. Volgens het beoordelingskader van het Instituut dat gebaseerd is op paragraaf 3 van het advies van ir. P.C. van Staalduinen en ing. H.J. Everts van 16 december 2020 moet er bij opstallen binnen 6 meter van een talud nader onderzoek worden verricht.
4711.1. De Afdeling overweegt dat degene die stelt schade te hebben geleden de schade aannemelijk moet maken. Dat betekent dat voor zover [appellant] stelt dat er schade is aan de fundering, het in de eerste plaats aan hem is om die schade te onderbouwen. Vervolgens moet het Instituut het op de oorzaak van die schade van toepassing zijnde bewijsvermoeden weerleggen.
4811.2. In dit geval heeft [appellant] onvoldoende onderbouwd dat de fundering beschadigd is. De enkele stelling dat de schades 17, 29, 31 en 34 tenminste doorlopen tot het maaiveld, betekent niet dat er ook schade is aan de fundering. [appellant] heeft geen onderzoek laten doen naar de fundering om de gestelde schades daaraan bloot te leggen.
4911.3. Verder rust op het Instituut in beginsel geen verplichting om zelfstandig onderzoek te doen naar mogelijke schades aan de fundering. Het advies van Staalduinen en Everts waar [appellant] naar verwijst gaat over de beoordeling van (al vastgestelde) schade als gevolg van zettingen. Indien het gaat om schade die zijn oorzaak vindt in een zetting van de ondiepe bodem waarop het gebouw is gefundeerd, moet deze schade worden beoordeeld in overeenstemming met het advies van Van Staalduinen en Everts om vast te stellen of de zettingen het gevolg zijn van trillingen door aardbevingen. Het advies van Van Staalduinen en Everts is dus van belang voor de beantwoording van de causaliteitsvraag en niet bedoeld om te onderzoeken of de fundering beschadigd is.
5011.4. In dit geval is bijna voor alle schades vastgesteld dat een causaal verband met de aardbevingen door mijnbouw niet kan worden uitgesloten en een schadevergoeding toegekend. Voor de schades 28, 35, 44, 46-50, 54 en 59 is - onweersproken - het causaal verband uitgesloten. Het is volgens de door het Instituut ingeschakelde deskundigen daarbij niet nodig geweest om funderingsonderzoek te doen om dat causaal verband uit te kunnen sluiten, omdat die schades niet direct herleidbaar zijn naar eventuele zettingsverschillen.
5111.5. Het Instituut doet daarnaast funderingsonderzoek, indien dat nodig is voor het vaststellen van de aard en omvang van de schades. De aard en omvang van de schades kon in dit geval volgens de door het Instituut ingeschakelde deskundigen worden vastgesteld zonder dat hiervoor een funderingsonderzoek nodig was. [appellant] heeft hier onvoldoende tegenover gesteld.
5211.6. Het betoog slaagt niet.
53Conclusie
5412. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5513. Het Instituut hoeft geen proceskosten te vergoeden.
56Beslissing
57De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
58bevestigt de aangevallen uitspraak.
59Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. Planken, griffier.
60w.g. Den Ouden
61voorzitter
62w.g. Planken
63griffier
64Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2025
65299-1120