Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerProcedureelNiet-ontvankelijk

ECLI:NL:RBNNE:2022:4372

Rechtbank Noord-Nederland · 15 november 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 15 november 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4372

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser stelde beroep in tegen het besluit op bezwaar van het IMG over de vergoeding van zijn mijnbouwschade. Het beroepschrift werd maanden na afloop van de termijn ingediend; de rechtbank acht de overschrijding niet verschoonbaar, omdat het besluit aantoonbaar aangetekend bij de gemachtigde is bezorgd, en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Citaat (regel 17)
“1. De rechtbank verklaart het beroep van eiser niet-ontvankelijk.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23)
      “Duidelijk is dat het beroepschrift van eiser van 2 maart 2022, enkele maanden na afloop van de beroepstermijn en dus te laat is ingediend.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25)
      “De rechtbank is van oordeel dat eiser geen omstandigheden heeft aangedragen op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat hij niet in verzuim is geweest als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

    • Niet-ontvankelijk

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 17)
      “1. De rechtbank verklaart het beroep van eiser niet-ontvankelijk.”
  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 27)
      “Dat betekent dat de rechtbank niet op de beroepsgronden en de inhoud van het bestreden besluit kan ingaan.”
  • Gemachtigde

    • Gepseudonimiseerde gemachtigde · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 7)
      “(gemachtigde: [gemachtigde] ),”
    • mr. K. Winterink · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigde: mr. K. Winterink).”
  • Bedrag

    • € 13.403,27 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 15)
      “waarbij aan eiser schadevergoeding is toegekend wegens mijnbouwactiviteiten van in totaal € 13.403,27, ongegrond verklaard en dat besluit in stand gelaten.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 25 augustus 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 15)
      “In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 25 augustus 2021.”
  • Datum primair besluit

    • 31 augustus 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 15)
      “Verweerder heeft in dit besluit eisers bezwaren tegen het primaire besluit van 31 augustus 2020, waarbij aan eiser schadevergoeding is toegekend”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. Regel 22

    Goedgekeurd

    Het besluit is volgens track&trace aangetekend bezorgd en voor ontvangst getekend; dat iemand anders tekende, komt voor risico van eiser.

    “Dat eiser niet zelf het bestreden besluit in ontvangst heeft genomen en iemand anders heeft getekend voor ontvangst, komt in dit verband voor zijn rekening en risico.”
  2. Regel 25

    Goedgekeurd

    Ook nadat eiser vanaf 23 december 2021 van het besluit wist, diende hij niet onverwijld beroep in; de overschrijding is niet verschoonbaar.

    “De rechtbank acht bovendien van betekenis dat uit het dossier blijkt dat eiser vanaf 23 december 2021 op de hoogte was van het bestreden besluit”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

proces-verbaal mondelinge uitspraak. Mijnbouwschade. Het beroep van eiser is buiten de beroepstermijn ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 22/1083
5proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2022 in de zaak tussen
6[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
7(gemachtigde: [gemachtigde] ),
8en
9Instituut Mijnbouwschade Groningen (verweerder)
10(gemachtigde: mr. K. Winterink).
11Zitting
12De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 25 augustus 2021 op 15 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
13Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.
14Inleiding
15In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 25 augustus 2021. Verweerder heeft in dit besluit eisers bezwaren tegen het primaire besluit van 31 augustus 2020, waarbij aan eiser schadevergoeding is toegekend wegens mijnbouwactiviteiten van in totaal € 13.403,27, ongegrond verklaard en dat besluit in stand gelaten.
16Beslissing
171. De rechtbank verklaart het beroep van eiser niet-ontvankelijk.
18Beoordeling door de rechtbank
192. De rechtbank geeft daarvoor de volgende motivering.
202.1. De rechtbank wijst eerst op de artikelen 8:1 in samenhang met artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waaruit volgt dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt. Verder volgt uit artikel 6:8, eerste lid van de Awb dat de termijn aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
212.2. De rechtbank stelt op basis van de stukken het volgende vast. Het bestreden besluit is genomen op 25 augustus 2021. Uit het door verweerder overgelegde track&trace-rapport van PostNL blijkt dat het bestreden besluit aangetekend is verzonden naar de gemachtigde van eiser, [gemachtigde] . Verder blijkt uit de verzendinformatie dat het bestreden besluit op 26 augustus 2021 om 12:07 is bezorgd op het juiste, door de gemachtigde doorgegeven adres en dat aldaar is getekend voor ontvangst.
222.3. De stelling van eiser dat hij noch zijn compagnon voor ontvangst hebben getekend, is onvoldoende om aan de verzendinformatie uit het track&trace rapport te moeten twijfelen. Dat eiser niet zelf het bestreden besluit in ontvangst heeft genomen en iemand anders heeft getekend voor ontvangst, komt in dit verband voor zijn rekening en risico. De omstandigheid dat het bestreden besluit niet door verweerder zou zijn geüpload in het digitale systeem, leidt evenmin tot de conclusie dat het bestreden besluit niet op de juiste, onder rechtsoverweging 2.2 weergegeven, wijze is bekend gemaakt.
232.4. Het voorgaande houdt in dat de beroepstermijn van zes weken op 27 augustus 2021 is gaan lopen en eindigde op 7 oktober 2021. Duidelijk is dat het beroepschrift van eiser van 2 maart 2022, enkele maanden na afloop van de beroepstermijn en dus te laat is ingediend.
243.1. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft, wanneer sprake is van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift, een niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.
253.2. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen omstandigheden heeft aangedragen op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat hij niet in verzuim is geweest als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Eiser stelt dat hij zijn zaaksbegeleider om een statusupdate heeft gevraagd op 16 augustus 2021, maar deze datum lag voor de datum waarop het bestreden besluit is genomen en bekendgemaakt. Dat er daarna vanuit verweerder geen communicatie meer met eiser is geweest, is begrijpelijk, omdat verweerder ruim een week later het bestreden besluit heeft genomen en op rechtmatige wijze aan eiser heeft verzonden en bekend gemaakt. De omstandigheid dat het bestreden besluit niet door verweerder zou zijn geüpload in het digitale systeem, kan ook niet leiden tot de conclusie dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank acht bovendien van betekenis dat uit het dossier blijkt dat eiser vanaf 23 december 2021 op de hoogte was van het bestreden besluit, maar dat eiser toen niet onverwijld of kort daarna een beroepschrift heeft ingediend. Eiser heeft ook in dat verband geen omstandigheden naar voren gebracht waarom hij vanaf 23 december 2021 niet onverwijld een beroepschrift heeft kunnen indienen. De door eiser gestelde omstandigheden dat verweerder in de besluitvormingsprocedure ook steken heeft laten vallen en dat het om een mijnbouwschadezaak gehad, zijn geen omstandigheden die in dit verband van belang zijn.
26Conclusie en gevolgen
274. Nu het beroepschrift buiten de beroepstermijn is ingediend en niet kan worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is het beroep van eiser niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank niet op de beroepsgronden en de inhoud van het bestreden besluit kan ingaan.
285. Voor vergoeding van griffierecht en proceskosten is geen aanleiding.
29Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
30Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 november 2022 door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. R.E.J. Jansen, griffier.
31griffier
32rechter
33Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
34Informatie over hoger beroep
35Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.