Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerProcedureelOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2021:3575

Rechtbank Noord-Nederland · 18 augustus 2021 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 18 augustus 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:3575

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Het IMG weigerde eiser schadevergoeding en verklaarde zijn bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift na afloop van de termijn ter post is bezorgd, dat een mondelinge mededeling aan de zaakbegeleider geen bezwaar is omdat bezwaar schriftelijk moet, en dat de overschrijding niet verschoonbaar is. Het beroep is ongegrond.

Citaat (regel 37)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 1.8)
      “In het besluit op bezwaar heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31, r.o. 2.4)
      “De rechtbank overweegt dat uit artikel 6:4 van de Awb volgt dat het bezwaar schriftelijk moet worden gemaakt zodat deze grond niet tot een geslaagd beroep kan leiden.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 1.8)
      “In het besluit op bezwaar heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.”
  • Gemachtigde

    • Zonder gemachtigde · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 15)
      “Eiser is verschenen in persoon vergezeld door [persoon 1] , werkzaam bij [ingenieursbureau] .”
    • mr. S.C. Goldbohm · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigde: mr. S.C. Goldbohm).”
  • Aantal schades

  • Datum besluit op bezwaar

    • 8 januari 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “In het besluit van 8 januari 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 18 september 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “In het besluit van 18 september 2020 (primaire besluit) heeft verweerder geweigerd eiser een schadevergoeding toe te kennen.”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, bedragen, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 2.3

    Goedgekeurd

    Eiser verzond het bezwaarschrift volgens eigen zeggen na afloop van de termijn; mogelijke vertraging van de post door corona is dan niet relevant.

    “De rechtbank gaat er daarom vanuit dat het bezwaarschrift te laat ter post is bezorgd.”
  2. r.o. 2.5

    Goedgekeurd

    Een mondelinge mededeling aan de zaakbegeleider is geen geldig bezwaar en maakt de overschrijding niet verschoonbaar.

    “De rechtbank is van oordeel dat eiser er redelijkerwijs niet van uit mocht gaan dat hij met de mededeling aan zijn zaakbegeleider op een geldige wijze bezwaar zou hebben gemaakt.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Bezwaarschrift dat na het verstrijken van de bezwaartermijn is ingediend. Doorgeven aan zaakbegeleider dat bezwaar zal worden gemaakt, is niet hetzelfde als bezwaar maken. Dat moet namelijk schriftelijk geschieden.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 21/641
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2021 in de zaak tussen
6[eiser] , te [plaats] , eiser,
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder
9(gemachtigde: mr. S.C. Goldbohm).
10Procesverloop
11In het besluit van 18 september 2020 (primaire besluit) heeft verweerder geweigerd eiser een schadevergoeding toe te kennen. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.
12In het besluit van 8 januari 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.
13Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
14Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
15De rechtbank heeft het beroep op 29 juli 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen in persoon vergezeld door [persoon 1] , werkzaam bij [ingenieursbureau] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
16Overwegingen
171. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
181.1 Eiser heeft op 28 november 2019 een aanvraag vergoeding schade door mijnbouw ingediend ten aanzien van zijn woning op het perceel [adres] te [plaats] .
191.2 Op 4 juni 2020 heeft deskundige H. Buchwald (Buchwald) van expertisebureau NIVRE in opdracht van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (hierna ook: verweerder) een adviesrapport uitgebracht. Dit rapport is gebaseerd op een opname van de schade op 9 januari 2020. In het rapport zijn 74 schades beschreven. Buchwald heeft geadviseerd geen vergoeding voor deze schades toe te kennen, omdat het gaat om schades die niet zijn veroorzaakt of verergerd door mijnbouwactiviteiten.
201.3 Het rapport is op 12 juni 2020 naar eiser gezonden. Eiser heeft bij e-mail van 24 augustus 2020 zijn zienswijze op het rapport ingediend.
211.4 Bij het primaire besluit heeft verweerder geweigerd om eiser een schadevergoeding toe te kennen. Verweerder heeft daarbij verwezen naar het rapport van Buchwald. Verweerder ziet in de door eiser ingediende zienswijze geen aanleiding om te twijfelen aan het advies van Buchwald.
221.5 Eiser heeft een bezwaarschrift ingediend tegen het primaire besluit. Het bezwaarschrift, met poststempel 9 november 2020, is bij verweerder binnengekomen op 10 november 2020.
231.6 Bij brief van 17 november 2020 heeft verweerder eiser verzocht aan te geven wat de reden is van het te laat indienen van het bezwaarschrift.
241.7 Bij e-mail van 13 december 2020 heeft eiser aangegeven dat hij het bezwaarschrift ruim op tijd heeft verzonden en daarnaast dat hij het bezwaar ruim op tijd heeft doorgesproken met zijn zaakbegeleider. Ervan uitgaande dat verweerder de ingekomen post voortvarend verwerkt, moet naar zijn mening de oorzaak worden gezocht in een trage postbezorging. Hij wijst erop dat door Covid-19 de postbezorging enorm onder druk is komen te staan. Het ligt naar zijn mening voor de hand dat dit de oorzaak moet zijn geweest voor het te laat ontvangen van het bezwaarschrift.
251.8 In het besluit op bezwaar heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
262. De rechtbank overweegt als volgt.
272.1 De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zes weken. De termijn vangt op grond van artikel 6:8, eerste lid van de Awb aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. In artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is vervolgens bepaald dat bij verzending per post een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Het betreft dwingende regels waar de rechtbank niet van kan afwijken.
282.2 Niet in geschil is dat verweerder het primaire besluit aan eiser heeft toegezonden op 18 september 2020. Dit betekent dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift liep tot en met 30 oktober 2020. Ook niet in geschil is dat het bezwaarschrift, met poststempel 9 november 2020, op 10 november 2020 door verweerder is ontvangen.
292.3 De rechtbank begrijpt het beroep van eiser aldus dat hij er, zoals hij ook ter zitting heeft verklaard, van overtuigd is dat hij het bezwaarschrift toch op tijd heeft verstuurd. De rechtbank acht dat desondanks niet aannemelijk omdat eiser in zijn e-mail van 13 december 2020 schrijft dat hij het bezwaarschrift op 2 november 2020 heeft verstuurd. Dat is na het verstrijken van de bezwaartermijn. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat het bezwaarschrift te laat ter post is bezorgd. In verband hiermee is het niet relevant, zoals door eiser aangevoerd, of de postbezorging door corona vertraging heeft opgelopen. Immers, de bezwaartermijn was al verlopen voordat het bezwaarschrift ter post werd bezorgd.
302.4 Eiser heeft verder aangevoerd, zo begrijpt de rechtbank zijn stellingen, dat ook als de rechtbank tot de conclusie zou komen dat hij zijn bezwaar wel te laat schriftelijk heeft ingediend hij zich op het standpunt stelt dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt doordat hij zijn zaakbegeleider in de periode dat de bezwaartermijn liep, mondeling heeft meegedeeld dat hij bezwaar maakte en gevraagd heeft dat in zijn dossier te noteren.
31De rechtbank overweegt dat uit artikel 6:4 van de Awb volgt dat het bezwaar schriftelijk moet worden gemaakt zodat deze grond niet tot een geslaagd beroep kan leiden.
322.5 In artikel 6:11 van de Awb is bepaald dat niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaarschrift dat te laat is ingediend, achterwege moet blijven wanneer redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest. De rechtbank begrijpt de gronden van eiser aldus dat hij meent dat het verschoonbaar zou zijn dat hij het bezwaarschrift pas later zou hebben verzonden omdat hij verschoonbaar in de veronderstelling verkeerde dat hij via de zaakbegeleider bezwaar had gemaakt.
33De rechtbank is van oordeel dat eiser er redelijkerwijs niet van uit mocht gaan dat hij met de mededeling aan zijn zaakbegeleider op een geldige wijze bezwaar zou hebben gemaakt. De rechtbank overweegt daartoe dat uit artikel 6:4 van de Awb volgt dat het bezwaar schriftelijk moet worden gemaakt en dat verweerder deze eis ook in de bezwaarclausule onder het primaire besluit heeft opgenomen. Door eiser is niet aannemelijk gemaakt dat er aanknopingspunten zouden zijn waaruit zou kunnen worden afgeleid dat hij desondanks in de veronderstelling mocht verkeren dat hij zijn bezwaar ook tijdig mondeling bij de zaakbegeleider zou kunnen maken. De rechtbank is daarom van oordeel dat de termijnoverschrijding om die reden niet verschoonbaar is.
342.6 Het beroep is ongegrond.
352.7 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
36Beslissing
37De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
38Deze uitspraak is gedaan door mr. R.L. Vucsán, rechter, in aanwezigheid van
39mr. J.A. van Loo, griffier, op 18 augustus 2021. De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.
40griffier
41rechter
42Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
43Bent u het niet eens met deze uitspraak?
44Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.