Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerProcedureelOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2021:1924

Rechtbank Noord-Nederland · 14 mei 2021 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 14 mei 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:1924

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Het IMG verklaarde het bezwaar van eiseres tegen een schadebesluit kennelijk niet-ontvankelijk omdat het na afloop van de bezwaartermijn was ingediend. De rechtbank acht de overschrijding niet verschoonbaar; onbereikbaarheid en wisseling van zaakbegeleider en de feestdagen ontslaan eiseres niet van haar verantwoordelijkheid. Het beroep is ongegrond.

Citaat (regel 39)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Procedureel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29, r.o. 2)
      “De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of verweerder het”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 36, r.o. 4)
      “De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende aanleiding is om termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 30, r.o. 2)
      “bezwaarschrift van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard”
  • Gemachtigde

    • K. Winterink · onbekend · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: K. Winterink en mr. S.C. Goldbohm).”
    • mr. S.C. Goldbohm · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: K. Winterink en mr. S.C. Goldbohm).”
  • Bedrag

    • € 5.391,78 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 1.5)
      “€ 5.391,78 toegekend (herstelkosten € 4.472,97, bijkomende kosten € 695,-- en wettelijke rente € 223,81).”
    • € 4.472,97 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 1.5)
      “€ 5.391,78 toegekend (herstelkosten € 4.472,97, bijkomende kosten € 695,-- en wettelijke rente € 223,81).”
    • € 695,00 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 1.5)
      “€ 5.391,78 toegekend (herstelkosten € 4.472,97, bijkomende kosten € 695,-- en wettelijke rente € 223,81).”
    • € 223,81 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 1.5)
      “€ 5.391,78 toegekend (herstelkosten € 4.472,97, bijkomende kosten € 695,-- en wettelijke rente € 223,81).”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 11 november 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “In het besluit van 11 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 22 november 2019

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “In het besluit van 22 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder een besluit genomen op de door eiseres ingediende aanvraag om schadevergoeding.”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, aantal schades, trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 4

    Goedgekeurd

    Mislukte telefonische contactpogingen en een wisseling van zaakbegeleider ontslaan eiseres niet van haar verantwoordelijkheid tijdig bezwaar te maken.

    “Deze omstandigheden ontslaan eiseres echter niet van haar verantwoordelijkheid om op tijd bezwaar in te stellen.”
  2. r.o. 4

    Goedgekeurd

    Ook het vallen van de feestdagen in de bezwaartermijn maakt de overschrijding niet verschoonbaar.

    “Ook de andere omstandigheden die eiseres noemt, zoals het feit dat de feestdagen in de bezwaartermijn vielen, maken de overschrijding niet verschoonbaar.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

bezwaar niet-ontvankelijk

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 21/11
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2021 in de zaak tussen
6[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
7en
8het Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder
9(gemachtigden: K. Winterink en mr. S.C. Goldbohm).
10Procesverloop
11In het besluit van 22 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder een besluit genomen op de door eiseres ingediende aanvraag om schadevergoeding.
12In het besluit van 11 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.
13Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
14Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 mei 2021. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
15Overwegingen
161. Bij de beoordeling van dit beroep neemt de rechtbank de volgende feiten en
17omstandigheden als vaststaand aan.
181.1 Op 7 juni 2017 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot vergoeding van mijnbouwschade aan haar woning aan de [adres] te [woonplaats] .
191.2 Op 1 april 2019 heeft een schade-opname op het perceel plaatsgevonden. Van die opname heeft een deskundige van het Nivre een adviesrapport opgemaakt, gedateerd 3 juni 2019. Geadviseerd is om geen schadevergoeding aan eiseres uit te keren.
201.3 Bij brief van 18 juni 2019 heeft verweerder het adviesrapport aan eiseres toegestuurd en haar in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Bij e-mailbericht van 27 augustus 2019 heeft eiseres een zienswijze ingediend. Bij deze zienswijze was een brief gevoegd van Adviesburo Van der Plas B.V. van 27 augustus 2019.
211.4 Op 7 oktober 2019 heeft een deskundige van het Nivre naar aanleiding van de zienswijze van eiseres een herzien adviesrapport opgemaakt. In dit rapport stelt de deskundige het totaalbedrag aan schade vast op € 4.472,97.
221.5 Bij het primaire besluit heeft verweerder eiseres een schadevergoeding van
23€ 5.391,78 toegekend (herstelkosten € 4.472,97, bijkomende kosten € 695,-- en wettelijke rente € 223,81).
241.6 Bij e-mailbericht van 15 januari 2020 heeft eiseres haar zaakbegeleider verzocht om schade 28 nog in bezwaar te behandelen. Bij brief van 17 januari 2020 heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend.
251.7 Bij brief van 3 februari 2020 heeft verweerder eiseres geïnformeerd dat het bezwaar buiten de bezwaartermijn is ingediend en haar in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 2 maart 2020 de redenen hiervoor te geven. Bij brief van 28 februari 2020 heeft eiseres op dit verzoek gereageerd.
261.8 Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk
27verklaard. Dit is samengevat weergegeven als volgt gemotiveerd. Het bezwaarschrift is op 22 januari 2020 bij verweerder bezorgd. Omdat er op de envelop geen leesbare poststempel staat, wordt er vanuit gegaan dat het bezwaarschrift 3 werkdagen voor de ontvangstdatum, op 17 januari 2020, is verzonden. Hiermee is het bezwaar buiten de termijn van 6 weken ingesteld. De door eiseres opgegeven redenen dat de bezwaartermijn is overschreden, zijn daarnaast onvoldoende om te oordelen dat zij niet in verzuim is geweest.
28Beoordeling van het geschil
292. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of verweerder het
30bezwaarschrift van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.
313. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) bedraagt de
32termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken.
333.1 Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
343.2 Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen.
353.3 Uit artikel 6:11 van de Awb volgt dat niet-ontvankelijkverklaring van een na afloop van die termijn ingediend bezwaarschrift achterwege blijft als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
364. De rechtbank stelt vast dat de bezwaartermijn is begonnen te lopen op 23 november 2019 en dat de laatste dag van die termijn 3 januari 2020 was. Eiseres heeft op 15 januari 2020 richting haar zaaksbegeleider op het primaire besluit gereageerd en daarna op 17 januari een bezwaarschrift ingediend. Dit is buiten de bezwaartermijn. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende aanleiding is om termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Eiseres heeft in dit verband aangegeven dat zij in december 2019 geprobeerd heeft om telefonisch contact op te nemen met haar zaakbegeleider maar dat dit niet lukte en dat zij zich begin januari zag geconfronteerd met een wisseling van zaakbegeleiders. Deze omstandigheden ontslaan eiseres echter niet van haar verantwoordelijkheid om op tijd bezwaar in te stellen. Omstandigheden die wijzen op een situatie van overmacht zijn gesteld noch gebleken. Ook de andere omstandigheden die eiseres noemt, zoals het feit dat de feestdagen in de bezwaartermijn vielen, maken de overschrijding niet verschoonbaar.
375. Het beroep is dan ook ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding.
38Beslissing
39De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
40Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid van
41mr. S.I. Havinga, griffier, op 14 mei 2021. De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.
42griffier
43rechter
44(de griffier is verhinderd deze uitspraak
45mede te ondertekenen)
46Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
47Bent u het niet eens met deze uitspraak?
48Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.