Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdHoge Raadmeervoudige kamerOverig (raakt mijnbouwschade)Terugwijzing

ECLI:NL:HR:2018:457

Hoge Raad · 30 maart 2018 · meervoudige kamer · Cassatie

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:457

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Een woningeigenaar in het Groningse gaswinningsgebied kwam in cassatie op tegen de WOZ-waarde 2013. De Hoge Raad oordeelt dat de aardbeving bij Huizinge van 2012 een bijzondere omstandigheid in de zin van art. 18 lid 3 letter c Wet WOZ is, ook zonder zichtbare schade, vernietigt de uitspraak van het hof en verwijst de zaak.

Citaat (regel 28)
“verklaart het beroep in cassatie gegrond,”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Overig (raakt mijnbouwschade)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 2.3.2)
      “Artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, van de Wet WOZ bepaalt dat de waarde van een onroerende zaak wordt bepaald”
  • Kwesties

    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22, r.o. 2.3.2)
      “De aardbeving in 2012 in de omgeving van de woning die is gelegen in het hiervoor in 2.1.1 omschreven gebied, is voor de waardering van de woning aan te merken als een dergelijke bijzondere omstandigheid.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

    • Aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 6, r.o. 1)
      “Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.”
  • Uitspraak (dictum)

    • Terugwijzing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 30)
      “verwijst het geding naar het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,”
  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 2.3.3)
      “Verwijzing moet volgen om alsnog te doen vaststellen of de waarde van de woning ten gevolge van de aardbeving is verminderd”
  • Bedrag

    • € 124,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31)
      “betaalde griffierecht ten bedrage van € 124,”
    • € 3.006,00 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32)
      “vastgesteld op € 3006 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.”
    • € 97.000,00 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 16, r.o. 2.1.3)
      “voor het jaar 2013 vastgesteld op € 97.000.”
  • Ligging

    • Boven het Groningenveld

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14, r.o. 2.1.1)
      “De woning van belanghebbende (hierna: de woning) is gelegen in het gaswinningsgebied van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.”

Niet genoemd in de uitspraak: gemachtigden, deskundigen, aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 2.3.2

    Goedgekeurd

    Een aardbeving is een externe bijzondere omstandigheid voor woningen in het gebied; waardevermindering leidt tot waardering naar de toestandsdatum.

    “Deze gebeurtenis is een externe omstandigheid ten aanzien van de woningen in dat gebied.”
  2. r.o. 2.3.2

    Goedgekeurd

    Het ontbreken van zichtbare schade is niet beslissend voor een waardevermindering door de aardbeving.

    “Daarbij verdient opmerking dat voor die vermindering de enkele omstandigheid dat de woning door de aardbeving geen zichtbare schade heeft opgelopen niet beslissend is.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, Wet WOZ. Aardbeving is voor de waardering van in aardbevingsgebied gelegen woning aan te merken als een bijzondere omstandigheid.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

130 maart 2018
2nr. 17/01039
3Arrest
4gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 januari 2017, nrs. 15/01088 en 15/01092, op het hoger beroep van zowel de heffingsambtenaar van de gemeente Eemsmond (hierna: de heffingsambtenaar) als belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord‑Nederland (nr. LEE 13/2668) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
51 Geding in cassatie
6Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
7Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsmond (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
8Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
9Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend. Nu deze conclusie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.
10De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 14 november 2017 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2017:1283).
11Het College heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
122 Beoordeling van het middel
132.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
142.1.1. De woning van belanghebbende (hierna: de woning) is gelegen in het gaswinningsgebied van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. In dit gebied doen zich als gevolg van gaswinning aardbevingen voor. Sinds het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut deze in 1986 is gaan registreren, blijken de aardbevingen in frequentie en kracht toe te nemen.
152.1.2. Op 16 augustus 2012 heeft bij de plaats Huizinge een aardbeving met een kracht van 3,6 op de schaal van Richter plaatsgevonden (hierna: de aardbeving). Deze aardbeving was zwaarder en duurde langer dan voorgaande aardbevingen. De woning heeft door de aardbeving geen zichtbare schade opgelopen. Als gevolg van aardbevingen in 2013 is wel schade ontstaan aan de woning.
162.1.3. Bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) heeft de heffingsambtenaar de waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2012 (hierna: de waardepeildatum) voor het jaar 2013 vastgesteld op € 97.000.
172.2.1. Voor het Hof was in geschil of de waarde van de woning op de waardepeildatum op grond van artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, van de Wet WOZ moet worden vastgesteld naar de staat van de woning op 1 januari 2013 (hierna: de toestandsdatum).
182.2.2. Het Hof heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Daartoe heeft het overwogen dat de wetgever heeft beoogd als een specifiek voor een onroerende zaak geldende, bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, van de Wet WOZ uitsluitend aan te merken een omstandigheid die bepaalde, nauwkeurig aan te wijzen objecten raakt. Volgens het Hof is dat niet het geval voor woningen die weliswaar in een gebied liggen waarin aardbevingen hebben plaatsgevonden en waarin het risico op nadere aardbevingen aanzienlijk is, maar die in het onderhavige tijdvak geen schade hebben opgelopen ten gevolge van de aardbeving. Aangezien de woning als gevolg van de aardbeving geen zichtbare schade heeft opgelopen, is artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, van de Wet WOZ niet van toepassing. De waarde van de woning dient daarom te worden bepaald naar de waardepeildatum en naar de toestand per 1 januari 2012, aldus het Hof.
192.3.1. Het middel is gericht tegen het in 2.2.2 weergegeven oordeel van het Hof. Het betoogt onder meer dat de aardbeving een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, van de Wet WOZ is, ongeacht of sprake is van fysieke schade aan de woning.
202.3.2. Artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, van de Wet WOZ bepaalt dat de waarde van een onroerende zaak wordt bepaald naar de staat van die zaak bij het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt vastgesteld (de toestandsdatum), indien die onroerende zaak in het daaraan voorafgaande kalenderjaar een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een specifiek voor die onroerende zaak geldende bijzondere omstandigheid die niet een in artikel 18, lid 3, aanhef en letter a en letter b, van de Wet WOZ bedoelde omstandigheid is.
21Uit de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, van de Wet WOZ (vgl. Handelingen II, 1993/94, blz. 5523, 5531, 5639-5640 en 5741) volgt dat is beoogd als bijzondere omstandigheden in de zin van deze bepaling aan te merken specifiek ten opzichte van één of meer onroerende zaken geldende, zich buiten die onroerende zaken voltrekkende, externe omstandigheden of oorzaken.
22De aardbeving in 2012 in de omgeving van de woning die is gelegen in het hiervoor in 2.1.1 omschreven gebied, is voor de waardering van de woning aan te merken als een dergelijke bijzondere omstandigheid. Deze gebeurtenis is een externe omstandigheid ten aanzien van de woningen in dat gebied. Indien de onderhavige woning door die aardbeving een vermindering in waarde heeft ondergaan moet dat dus leiden tot aanpassing van de waardering naar de toestandsdatum. Daarbij verdient opmerking dat voor die vermindering de enkele omstandigheid dat de woning door de aardbeving geen zichtbare schade heeft opgelopen niet beslissend is.
232.3.3 In het licht van het voorgaande heeft het Hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door voor de toepasselijkheid van artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, van de Wet WOZ beslissend te achten of de woning bij de aardbeving zichtbare schade heeft opgelopen. In zoverre slaagt het middel. Voor het overige behoeft het geen behandeling. Verwijzing moet volgen om alsnog te doen vaststellen of de waarde van de woning ten gevolge van de aardbeving is verminderd ten opzichte van de waarde op de waardepeildatum.
243 Proceskosten
25Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof een vergoeding dient te worden toegekend.
264 Beslissing
27De Hoge Raad:
28verklaart het beroep in cassatie gegrond,
29vernietigt de uitspraak van het Hof,
30verwijst het geding naar het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
31gelast dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsmond aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 124,
32veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsmond in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 3006 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
33Dit arrest is gewezen door de vice‑president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra, Th. Groeneveld, J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2018.