Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRaad van State (ABRvS)enkelvoudige kamerOverig (raakt mijnbouwschade)Overig

ECLI:NL:RVS:2026:946

Raad van State (ABRvS) · 24 februari 2026 · enkelvoudige kamer · Voorlopige voorziening

ABRvS 24 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:946

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Dorpsbelangen Warffum en anderen en gedeputeerde staten van Groningen vroegen opnieuw schorsing van het instemmingsbesluit van de minister met het NAM-winningsplan Warffum, onder meer wegens de aardbeving van 14 november 2025. De voorzieningenrechter weegt maatschappelijke onrust mee, maar acht de belangen van NAM en minister bij hervatting van de gaswinning zwaarder; verzoeken afgewezen.

Citaat (regel 52)
“wijst de verzoeken af.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Overig (raakt mijnbouwschade)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13, r.o. 2)
      “Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister ingestemd met het door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) ingediende winningsplan Warffum van 23 september 2022.”
  • Kwesties

    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 30, r.o. 5)
      “Die betekenis voor de beleving telt mee in de belangenafweging.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 46, r.o. 9)
      “Deze belangen van de NAM en de minister bij hervatting van de gaswinning wegen naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog steeds zwaarder dan de belangen van verzoekers bij schorsing van het besluit van 27 maart 2025.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

    • Aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 6)
      “1. Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum, gevestigd in Warffum, gemeente Het Hogeland, en anderen”
  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

  • Gemachtigde

    • mr. P.M.J. de Goede · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18, r.o. 2)
      “vertegenwoordigd door mr. P.M.J. de Goede, advocaat in Groningen”
    • mr. R.E. van ’t Hof · jurist · namens derde

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18, r.o. 2)
      “het college en anderen, vertegenwoordigd door mr. R.E. van ’t Hof, vergezeld door P.W. van Hoorn”
    • mr. I.M. van der Heijden · advocaat · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18, r.o. 2)
      “en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.M. van der Heijden en mr. M.P. Sluijter, advocaten in Den Haag”
    • mr. M.P. Sluijter · advocaat · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18, r.o. 2)
      “en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.M. van der Heijden en mr. M.P. Sluijter, advocaten in Den Haag”
    • mr. L. Ensing · advocaat · namens NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18, r.o. 2)
      “Verder is op de zitting de NAM, vertegenwoordigd door mr. L. Ensing, vergezeld door [personen], gehoord.”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, bedragen, aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 5

    Goedgekeurd

    De aardbeving van 14 november 2025 kwam uit het Groningenveld, maar de daardoor vergrote onrust en onveiligheidsgevoelens tellen mee in de belangenafweging.

    “Die betekenis voor de beleving telt mee in de belangenafweging.”
  2. r.o. 7

    Goedgekeurd

    Winstgevendheid van de NAM doet niet af aan haar financieel belang bij gaswinning uit het veld Warffum.

    “Hoewel de NAM ook zonder gaswinning vanuit het gasveld Warffum winstgevend zal zijn, betekent dat niet dat met die gaswinning geen financieel belang is gemoeid.”
  3. r.o. 9

    Goedgekeurd

    De belangen van NAM en minister bij hervatting (o.a. continuïteit Grijpskerk-installatie) wegen nog steeds zwaarder dan het schorsingsbelang.

    “De voorzieningenrechter ziet in de door verzoekers aangevoerde ontwikkelingen dus geen aanleiding om anders te oordelen dan in de uitspraak van 5 juni 2025.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei ingestemd met het door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) ingediende winningsplan Warffum van 23 september 2022. Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister ingestemd met het door de NAM ingediende winningsplan Warffum. Het winningsplan Warffum voorziet in verlenging van de gaswinning uit het bestaande ga…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1202501962/3/R4.
2Datum uitspraak: 24 februari 2026
3AFDELING
4BESTUURSRECHTSPRAAK
5Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
61. Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum, gevestigd in Warffum, gemeente Het Hogeland, en anderen
72. het college van gedeputeerde staten van Groningen en anderen,
8verzoekers,
9en
10de minister van Klimaat en Groene Groei,
11verweerder.
12Procesverloop
13Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister ingestemd met het door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) ingediende winningsplan Warffum van 23 september 2022.
14Tegen dit besluit hebben onder meer de Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum en anderen en het college en anderen beroep ingesteld.
15De Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum en anderen en het college en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek heeft de voorzieningenrechter bij uitspraak van 5 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2569, afgewezen.
16De Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum en anderen en het college en anderen hebben de voorzieningenrechter een tweede keer verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
17De NAM en de minister hebben nadere stukken ingediend.
18De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op een zitting behandeld op 12 februari 2026, waar de Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum en anderen, vertegenwoordigd door mr. P.M.J. de Goede, advocaat in Groningen, vergezeld door [persoon], het college en anderen, vertegenwoordigd door mr. R.E. van ’t Hof, vergezeld door P.W. van Hoorn, en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.M. van der Heijden en mr. M.P. Sluijter, advocaten in Den Haag, vergezeld door mr. J.E.W. Tieleman, zijn verschenen. Verder is op de zitting de NAM, vertegenwoordigd door mr. L. Ensing, vergezeld door [personen], gehoord.
19Overwegingen
201. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
21Inleiding
222. Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister ingestemd met het door de NAM ingediende winningsplan Warffum. Het winningsplan Warffum voorziet in verlenging van de gaswinning uit het bestaande gasveld Warffum tot en met 31 december 2032. Op het moment van het besluit van 27 maart 2025 lag de gaswinning uit het gasveld Warffum stil, omdat de in het eerdere winningsplan opgenomen winningsperiode was verstreken. Verzoekers beogen schorsing van het besluit van 27 maart 2025 om te voorkomen dat gaswinning plaatsvindt voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure.
23De eerste en tweede verzoeken om schorsing
243. In de hierboven genoemde uitspraak van 5 juni 2025 heeft de voorzieningenrechter aan de hand van een belangenafweging de eerdere verzoeken van verzoekers om schorsing van het besluit van 27 maart 2025 afgewezen. Verzoekers hebben aan hun tweede verzoeken om schorsing van het besluit van 27 maart 2025 ten grondslag gelegd dat er sinds de uitspraak van 5 juni 2025 verschillende ontwikkelingen hebben plaatsgevonden die volgens hen ertoe moeten leiden dat de voorzieningenrechter alsnog het besluit van 27 maart 2025 schorst.
25Beoordeling van de tweede verzoeken
264. Net als in de uitspraak van 5 juni 2025 is de voorzieningenrechter van oordeel dat de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling van de door verzoekers tegen het besluit van 27 maart 2025 aangevoerde beroepsgronden. Beoordeling daarvan zal in de bodemprocedure moeten plaatsvinden. Daarom zal de voorzieningenrechter net als in de uitspraak van 5 juni 2025 op grond van een belangenafweging beoordelen of er aanleiding bestaat om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen.
27Bij het besluit van 27 maart 2025 zijn vele verschillende belangen betrokken. Die speelden ook al toen de voorzieningenrechter de uitspraak van 5 juni 2025 deed. In deze uitspraak zal de voorzieningenrechter aan de hand van de door verzoekers aangevoerde ontwikkelingen van ná de uitspraak van 5 juni 2025 bezien of de tweede verzoeken aanleiding geven om tot een andere uitkomst van de belangenafweging te komen dan in de uitspraak van 5 juni 2025. Zoals op de zitting besproken, gaat het daarbij om vier specifieke ontwikkelingen.
28- Aardbeving 14 november 2025
295. Allereerst voeren verzoekers aan dat op 14 november 2025 een krachtige aardbeving met twee naschokken heeft plaatsgevonden.
30Partijen onderkennen dat uit onderzoek is gebleken dat deze aardbeving niet vanuit het gasveld Warffum is ontstaan, maar vanuit het Groningengasveld ter hoogte van een bekende breuk in de buurt van Loppersum. Dat betekent dat schorsing van het besluit van 27 maart 2025 er niet toe zou hebben geleid dat deze beving niet zou hebben plaatsgevonden en dat schorsing van het besluit van 27 maart 2025 een volgende beving vanuit het Groningengasveld niet kan voorkomen. Dat neemt echter niet weg dat de aardbeving van 14 november 2025 ook in Warffum voelbaar was en dat deze heeft bijgedragen aan de al bestaande gevoelens van maatschappelijke onrust en onveiligheid. Schorsing van het besluit van 27 maart 2025, en dus de zekerheid dat er niet ‘direct onder hun voeten’ gas wordt gewonnen, zou betekenen dat deze bestaande gevoelens van maatschappelijke onrust en onveiligheid niet nog verder worden vergroot. Die betekenis voor de beleving telt mee in de belangenafweging.
31- Moties Tweede Kamer der Staten-Generaal
326. Daarnaast voeren verzoekers aan dat op 17 juni 2025 en op 9 december 2025 een meerderheid van de Tweede Kamer heeft ingestemd met een motie waarbij de minister is opgeroepen om de gaswinning in Warffum te stoppen. De minister heeft deze moties naast zich neergelegd.
33De voorzieningenrechter overweegt dat deze moties met name gaan over de verhouding tussen de Tweede Kamer en de minister. Hoewel uit deze aangenomen moties een maatschappelijke opvatting over gaswinning in Warffum kan worden afgeleid, voegen deze als zodanig in deze procedure slechts een gering gewicht toe aan het belang om het besluit van 27 maart 2025 te schorsen.
34- Financiële situatie NAM
357. Verder voeren verzoekers aan dat de voorzieningenrechter in de uitspraak van 5 juni 2025 in de belangenafweging gewicht heeft toegekend aan het financiële belang van de NAM bij gaswinning vanuit het gasveld Warffum, maar dat daarna bekend is geworden dat de NAM over 2024 zeer winstgevend was en een zeer hoog bedrag aan dividend heeft uitgekeerd.
36De voorzieningenrechter overweegt dat de vraag of de NAM financieel belang heeft bij gaswinning vanuit het gasveld Warffum, op zichzelf losstaat van de financiële situatie van de NAM. Hoewel de NAM ook zonder gaswinning vanuit het gasveld Warffum winstgevend zal zijn, betekent dat niet dat met die gaswinning geen financieel belang is gemoeid. De kern van ondernemen is dat je investeringen pleegt en activiteiten onderneemt met als doel daar geld mee te verdienen. En dat belang mag er ook gewoon zijn. Wat verzoekers aanvoeren geeft daarom naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding om aan het financiële belang van de NAM bij gaswinning vanuit het gasveld Warffum een ander gewicht toe te kennen dan in de uitspraak van 5 juni 2025.
37- Nauwelijks gas gewonnen
388. Ten slotte voeren verzoekers aan dat er in de maanden juni en november van 2025 nauwelijks gas is gewonnen uit het gasveld Warffum en dat in de maanden juli, augustus, september en oktober 2025 helemaal geen gas is gewonnen. Volgens verzoekers betekent dit dat de belangen van de NAM en de minister bij een spoedige hervatting van de gaswinning uit het gasveld Warffum minder groot zijn dan waarvan de voorzieningenrechter in haar uitspraak van 5 juni 2025 is uitgegaan.
39Het is de NAM de afgelopen periode niet gelukt om de gaswinning vanuit het gasveld Warffum te hervatten. Doordat de gaswinning langere tijd heeft stilgelegen, is er namelijk water in de put gekomen. In juni en november van 2025 is geprobeerd om de gaswinning op te starten, maar dat is niet gelukt. Een nieuwe poging staat gepland in april 2026. Volgens de NAM zal het steeds lastiger worden de gaswinning te hervatten naarmate die langer stilligt. Op dit moment wordt er dus (nagenoeg) geen gas gewonnen uit het gasveld Warffum.
40De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 5 juni 2025 groot gewicht toegekend aan de gevolgen die het niet hervatten van de gaswinning uit het gasveld Warffum zou hebben voor de gasbehandelingsinstallatie Grijpskerk GDF. De voorzieningenrechter heeft daarover overwogen dat die installatie volgens de NAM een zogenoemde minimumflow nodig heeft om te functioneren en dat zonder die minimumflow het risico bestaat dat de installatie stilvalt. In het bijzonder het gasveld Warffum was daarbij volgens de NAM van belang om de vereiste minimumflow te kunnen garanderen, omdat dat gasveld relatief groot is.
41Zoals gezegd is sinds de uitspraak van 5 juni 2025 nauwelijks gas gewonnen vanuit het gasveld Warffum. Dat heeft niet tot gevolg gehad dat de Grijpskerk-installatie is stilgevallen. Daar staat tegenover dat de situatie volgens de NAM instabiel is. Zo heeft de NAM toegelicht dat de Grijpskerk-installatie op dit moment op het technisch minimum functioneert en dat daarvoor versneld gasputten in productie moesten worden genomen. Indien de gaswinning vanuit het gasveld Warffum niet kan worden hervat, zou dat volgens de NAM betekenen dat er een grote kans bestaat dat de Grijpskerk-installatie toch zal stilvallen indien er elders iets misgaat.
42Over het belang bij hervatting van de gaswinning vanuit het gasveld Warffum heeft de minister verder nog gewezen op de omstandigheid dat er weliswaar in Nederland ongeveer 200 kleine gasvelden bestaan, maar dat deze tezamen bijna 30% van het totale gasverbruik van Nederland produceren en dat daarbinnen het gasveld Warffum vanwege de hoge productie een belangrijke rol speelt.
43De voorzieningenrechter overweegt dat door de feitelijke omstandigheid dat de Grijpskerk-installatie is blijven functioneren ondanks dat het niet is gelukt de gaswinning vanuit het gasveld Warffum te hervatten, afbreuk is gedaan aan het belang waar de voorzieningenrechter in de uitspraak van 5 juni 2025 een groot gewicht aan heeft toegekend. Namelijk het belang van de gaswinning vanuit het gasveld Warffum voor de continuïteit van de Grijpskerk-installatie. Anderzijds neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat een schorsing waarschijnlijk zal betekenen dat het later nog moeilijker zal zijn om het gasveld Warffum weer op te starten. Bovendien vindt de voorzieningenrechter het aannemelijk dat het gasveld Warffum nog steeds van groot belang is voor de continuïteit van de Grijpskerk-installatie en het belang bij gaswinning in Nederland.
44De belangen rondom het onderwerp dat er sinds de uitspraak van 5 juni 2025 nauwelijks gas is gewonnen uit dit veld, leggen dus verschillende gewichten in de weegschaal, zowel aan de ene als de andere kant.
45- Uitkomst belangenafweging
469. Dit alles bij elkaar maakt dat de voorzieningenrechter zich realiseert dat de hervatting van de gaswinning vanuit het gasveld Warffum de al bestaande gevoelens van maatschappelijke onrust en onveiligheid bij bewoners zal versterken. Tegelijkertijd zijn de grote belangen bij gaswinning vanuit het gasveld Warffum naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog steeds aannemelijk. Deze belangen van de NAM en de minister bij hervatting van de gaswinning wegen naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog steeds zwaarder dan de belangen van verzoekers bij schorsing van het besluit van 27 maart 2025. De voorzieningenrechter ziet in de door verzoekers aangevoerde ontwikkelingen dus geen aanleiding om anders te oordelen dan in de uitspraak van 5 juni 2025.
47Conclusie
4810. De verzoeken worden afgewezen.
4911. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
50Beslissing
51De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
52wijst de verzoeken af.
53Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Es, griffier.
54w.g. Verburg
55voorzieningenrechter
56w.g. Van Es
57griffier
58Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026
59826