Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdGerechtshof Arnhem-Leeuwardenmeervoudige kamerCiviel (NAM)Overig

ECLI:NL:GHARL:2022:8326

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 september 2022 · meervoudige kamer · Hoger beroep

Hof Arnhem-Leeuwarden 27 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8326

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eindarrest voor bewoners die tegen NAM gemist woongenot en smartengeld door gaswinning vorderden en hun vorderingen niet verder onderbouwden. Het hof wijst smartengeld af en verklaart voor recht dat NAM aansprakelijk is voor gemist woongenot van eisers met eenmaal A- of B-schade (op te maken bij staat); voor drie eisers wordt alles afgewezen.

Citaat (regel 89, r.o. 2.3)
“Het hof zal hun vorderingen tot vergoeding van immateriële schade afwijzen en voor zover hun vorderingen tot vergoeding van vermogensschade vanwege gemist woongenot al wel voldoende onderbouwd waren deze vorderingen alsnog toewijzen.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Civiel (NAM)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 87, r.o. 2.1)
      “In deze procedure vorderen zij dat wordt vastgesteld dat zij recht hebben op vermogensschade vanwege het gemis aan een ongestoord woongenot en dat zij recht hebben op vergoeding van smartengeld (immateriële schade), onder meer vanwege die inbreuk op hun woongenot.”
  • Kwesties

    • Civiel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 92, r.o. 3.1)
      “Voor de toewijsbaarheid van de vordering tot vergoeding van immateriële schade is vereist dat tenminste tweemaal A- of B-schade is vastgesteld.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 110, r.o. 4)
      “wijst de andere vorderingen van de hiervoor genoemde geïntimeerden en de vorderingen van de geïntimeerden 7,11 en 16 in de zaak met nummer 200.222.324/01 af.”
  • Gunstig voor

    • Neutraal

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 98, r.o. 3.3)
      “Omdat volgens het genoemde arrest bij de woningen van [geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] niet tweemaal A- of B-schade is vastgesteld en door hen geen aanvullende gegevens zijn aangevoerd, zullen hun vorderingen tot vergoeding van immateriële schade worden afgewezen.”
  • Toewijzing

    • Gedeeltelijk toegewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 108, r.o. 4)
      “veroordeelt NAM tot vergoeding van de vermogensschade wegens gemist woongenot van de hiervoor genoemde geïntimeerden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;”
  • Gemachtigde

    • mr. R. van Tricht · advocaat · namens NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14)
      “advocaat: mr. R. van Tricht, die kantoor houdt te Amsterdam,”
    • mr. P.W. Huitema · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 52)
      “advocaat: mr. P.W. Huitema, die kantoor houdt te Groningen,”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, bedragen, aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 3.1

    Goedgekeurd

    Vergoeding van gemist woongenot vereist minimaal eenmaal vastgestelde A- of B-schade; smartengeld vereist tenminste tweemaal.

    “Voor de toewijsbaarheid van de vordering tot vergoeding van immateriële schade is vereist dat tenminste tweemaal A- of B-schade is vastgesteld.”
  2. r.o. 3.3

    Goedgekeurd

    Omdat niet tweemaal A- of B-schade is vastgesteld en geen aanvullende gegevens zijn aangevoerd, wordt het smartengeld afgewezen.

    “Omdat volgens het genoemde arrest bij de woningen van [geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] niet tweemaal A- of B-schade is vastgesteld en door hen geen aanvullende gegevens zijn aangevoerd, zullen hun vorderingen tot vergoeding van immateriële schade worden afgewezen.”
  3. r.o. 3.5

    Goedgekeurd

    Gemist woongenot wordt begroot als verschil in huurwaarde met en zonder bodembewegingen, in de schadestaatprocedure.

    “In de schadestaatprocedure zal de schade vanwege gederfd woongenot overeenkomstig deze maatstaf moeten worden begroot.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Immateriële schade na gaswinning. Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2019:10717. Einduitspraak in de zaken waarop nog niet was beslist en die niet zijn afgesplitst.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
2locatie Leeuwarden
3afdeling civiel recht, handel
4zaaknummer gerechtshof 200.222.324/01 en 200.222.187/01
5(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/19/109028 en C/19/109680)
6arrest van 27 september 2022
7in de zaak van
8Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.,
9gevestigd te 's-Gravenhage,
10appellante in het principaal hoger beroep,
11geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
12bij de rechtbank: gedaagde,
13hierna: NAM,
14advocaat: mr. R. van Tricht, die kantoor houdt te Amsterdam,
15tegen
161 [geïntimeerde1] ,
17wonende te [woonplaats1] ,
182. [geïntimeerde2],
19wonende te [woonplaats2] ,
203. [geïntimeerde3],
21wonende te [woonplaats2] ,
224. [geïntimeerde4],
23wonende te [woonplaats3] ,
245. [geïntimeerde5],
25wonende te [woonplaats3] ,
266. [geïntimeerde6] ,
27wonende te [woonplaats2] ,
287. [geïntimeerde7],
29wonende te [woonplaats4] ,
308. [geïntimeerde8],
31wonende te [woonplaats5] ,
329. [geïntimeerde9],
33wonende te [woonplaats6] ,
3410. [geïntimeerde10],
35wonende te [woonplaats7] ,
3611. [geïntimeerde11],
37wonende te [woonplaats8] ,
3812. [geïntimeerde12],
39wonende te [woonplaats9] ,
4013. [geïntimeerde13],
41wonende te [woonplaats9] ,
4214. [geïntimeerde14],
43wonende te [woonplaats8] ,
4415. [geïntimeerde15],
45wonende te [woonplaats10] ,
4616. [geïntimeerde16],
47wonende te [woonplaats11] ,
48hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden1],
49geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
50appellanten in het incidenteel hoger beroep,
51bij de rechtbank: eisers,
52advocaat: mr. P.W. Huitema, die kantoor houdt te Groningen,
53en in de zaak met nummer 200.222.187/01 van
54Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.,
55gevestigd te 's-Gravenhage,
56appellante in het principaal hoger beroep,
57geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
58bij de rechtbank: gedaagde,
59hierna: NAM,
60advocaat: mr. R. van Tricht, die kantoor houdt te Amsterdam,
61tegen
621 1. [geïntimeerde17] ,
63wonende te [woonplaats12] ,
642. [geïntimeerde18] ,
65wonende te [woonplaats8] ,
663. [geïntimeerde19] ,
67wonende te [woonplaats13] ,
684. [geïntimeerde20] ,
69wonende te [woonplaats14] ,
705. [geïntimeerde21] ,
71wonende te [woonplaats14] ,
726. [geïntimeerde22] ,
73wonende te [woonplaats15] ,
747. [geïntimeerde23] ,
75wonende te [woonplaats15] ,
768. [geïntimeerde24] ,
77wonende te [woonplaats8] ,
78hierna gezamenlijk te noemen [geïntimeerden2] ,
79geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
80appellanten in het incidenteel hoger beroep,
81bij de rechtbank: eisers,
82advocaat: mr. P.W. Huitema, die kantoor houdt te Groningen.
831 Het verdere verloop van de procedure bij het hof
841.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 4 augustus 2020 hier over.
851.2 Vervolgens zijn de stukken opnieuw overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof een datum voor arrest vastgesteld.
862 Waar gaat het in deze zaak om?
872.1 [geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] hebben samen met een aantal andere eigenaren en/of bewoners van een woning in (de omgeving van) het gebied waar aardgas wordt gewonnen een procedure aanhangig gemaakt tegen NAM. In deze procedure vorderen zij dat wordt vastgesteld dat zij recht hebben op vermogensschade vanwege het gemis aan een ongestoord woongenot en dat zij recht hebben op vergoeding van smartengeld (immateriële schade), onder meer vanwege die inbreuk op hun woongenot.
882.2 In een arrest van 17 december 2019 heeft het hof bepaald dat onder andere [geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] hun vordering tot schadevergoeding vanwege gemist woongenot en/of tot vergoeding van immateriële schade nog verder dienen te onderbouwen. De Hoge Raad heeft op 15 oktober 2021 het cassatieberoep tegen dat arrest verworpen.
892.3 [geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] hebben ervoor gekozen hun vorderingen niet verder te onderbouwen. Het hof zal hun vorderingen tot vergoeding van immateriële schade afwijzen en voor zover hun vorderingen tot vergoeding van vermogensschade vanwege gemist woongenot al wel voldoende onderbouwd waren deze vorderingen alsnog toewijzen.
902.4 Het hof zal deze beslissing hierna toelichten.
913 3. De motivering van de beslissing
923.1 Het hof heeft in het arrest van 17 december 2019 eisen gesteld aan de toewijsbaarheid van de vorderingen van (onder meer) [geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] Die eisen komen erop neer dat een vordering tot vergoeding van vermogensschade vanwege gemist woongenot toewijsbaar is indien aan de woning van eisers minimaal eenmaal fysieke schade veroorzaakt of verergerd door aardbevingen (zogenaamde A-schade of B-schade) is vastgesteld. Voor de toewijsbaarheid van de vordering tot vergoeding van immateriële schade is vereist dat tenminste tweemaal A- of B-schade is vastgesteld.
933.2 In het arrest van 17 december 2019 heeft het hof alle eisers ingedeeld in categorieën.
94[geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] zijn allen ingedeeld in categorieën B1
95(eisers van wie de vergoeding tot vermogensschade wegens gemist woongenot toewijsbaar is, maar van wie onduidelijk is of het smartengeld wel toewijsbaar is), D1
96(eisers van wie onduidelijk is of (een van) beide vorderingen toewijsbaar is) en D2
97(eisers van wie de vordering tot vermogensschade vanwege gederfd woongenot niet toewijsbaar is en onduidelijk is of het smartengeld wel toewijsbaar is). Deze indeling was gebaseerd op de aan het hof voorgelegde gegevens over het aantal malen dat A- of B-schade aan de woningen van (onder meer) [geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] was vastgesteld. Het hof zal in dit arrest uitgaan van wat het daarover in dat arrest heeft overwogen.
983.3 Omdat volgens het genoemde arrest bij de woningen van [geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] niet tweemaal A- of B-schade is vastgesteld en door hen geen aanvullende gegevens zijn aangevoerd, zullen hun vorderingen tot vergoeding van immateriële schade worden afgewezen.
993.4 Voor de vorderingen tot vergoeding van schade vanwege gemist woongenot ligt dat anders. Voor degenen van [geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] die door het hof zijn ingedeeld in categorie B1 staat vast dat eenmaal sprake is geweest van A- of B-schade. Hun vordering tot vergoeding van vermogensschade vanwege gemist woongenot en de daarmee samenhangende vordering tot een verklaring voor recht zijn dan ook toewijsbaar. Het gaat in de zaak met nummer 200.222.324/01 ( [geïntimeerden1] ) om de geïntimeerden 1 t/m 6, 8 t/m 10 en 12 t/m 15 en in de zaak met nummer 200.222.187/01 ( [geïntimeerden2] ) om alle geïntimeerden. De vorderingen betreffende de schade vanwege gemist woongenot van de geïntimeerden 7, 11 en 16 in de zaak met nummer 200.222.324/01 zijn niet toewijsbaar.
1003.5 In het arrest 19 december 2019 overwoog het hof over de wijze van begroting van deze schade:
101‘De vermogensschade vanwege gemist woongenot moet worden begroot volgens de door de Hoge Raad in de uitspraak van 19 juli 2019 [hof: in rov. 2.12.4] gegeven maatstaf (…). Die komt erop neer dat de huurwaarde van een woning in een situatie zonder bodembewegingen (op basis van een marktconforme huur) moet worden vergeleken met de huurwaarde van dezelfde woning maar dan in de situatie met bodembewegingen. Het verschil tussen beide waardes is de schade. Die schade is verschuldigd in de periode dat het woongenot is gemist.
102Vanwege het verband tussen fysieke schade aan een woning en het ontstaan van het recht op schadevergoeding wegens gemist woongenot is het uitgangspunt dat deze periode begint op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vastgestelde A- of B-schade is ontstaan. Voor de keuze van het eindpunt van de periode geldt als uitgangspunt de laatste dag van de maand waarin de schade is hersteld en geheel financieel is afgewikkeld.’
103In de schadestaatprocedure zal de schade vanwege gederfd woongenot overeenkomstig deze maatstaf moeten worden begroot.
1043.6 In het arrest van 19 december 2019 heeft het hof het vonnis van de rechtbank al vernietigd. Dat hoeft dus niet meer te gebeuren. Ook heeft het hof al beslist op de proceskosten tot dat moment. Omdat geen verdere kosten zijn gemaakt, ziet het hof geen reden daarover een aanvullende beslissing te nemen. Het hof zal dan ook volstaan met een toe- of afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerden1] en [geïntimeerden2] op de wijze als hiervoor is vermeld.
1054 4. De beslissing
106Het hof:
107verklaart voor recht dat NAM onrechtmatig heeft gehandeld tegen de geïntimeerden 1 t/m 6, 8 t/m 10 en 12 t/m 15 in de zaak met nummer 200.222.324/01 en tegen alle geïntimeerden in de zaak met nummer 200.222.187/01 en aansprakelijk is op grond van artikel 6:162 BW en 6:177 BW voor hun vermogensschade wegens gemist woongenot;
108veroordeelt NAM tot vergoeding van de vermogensschade wegens gemist woongenot van de hiervoor genoemde geïntimeerden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
109verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
110wijst de andere vorderingen van de hiervoor genoemde geïntimeerden en de vorderingen van de geïntimeerden 7,11 en 16 in de zaak met nummer 200.222.324/01 af.
111Dit arrest is gewezen door mrs. H. de Hek, R.E. Weening en M. Willemse en is op
11227 september 2022 in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer, in aanwezigheid van de griffier.
113 
114[1] ECLI:NL:GHARL:2019:10717.
115[2] ECLI:NL:HR:2021:1534.