Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdGerechtshof Arnhem-Leeuwardenmeervoudige kamerTussenuitspraakCiviel (NAM)Tussenuitspraak

ECLI:NL:GHARL:2019:8773

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 oktober 2019 · meervoudige kamer · Tussenuitspraak

Hof Arnhem-Leeuwarden 22 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:8773

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Civiel hoger beroep van een boerderij-eigenaar tegen de NAM over aardbevingsschade en de kosten van verbouwing volgens Bouwbesluit en NPR 9998. Na het tussenarrest van 16 juli 2019 benoemt het hof twee deskundigen, legt hun vragen vast, bepaalt een voorschot van elk € 40.000 per partij en houdt iedere verdere beslissing aan.

Citaat (regel 85)
“houdt iedere verdere beslissing aan.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

  • Kwesties

    • Civiel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 2.1)
      “In het tussenarrest heeft het hof overwogen dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Gemachtigde

    • mr. P.W. Huitema · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “advocaat: mr. P.W. Huitema, kantoorhoudend te Groningen,”
    • mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk · advocaat · namens NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20)
      “advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, kantoorhoudend te Amsterdam.”
  • Deskundige

    • EBMC Nederland · rechtbankdeskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28)
      “benoemt tot deskundigen [B] , p/a EBMC Nederland, Stern 4, 1721DB Broek op Langedijk (tel. [00000] , e-mail info@ebmcnederland.nl) en ing. [C] , p/a abtWassenaar, postbus 24, 9751SL Haren (tel. [00001] , e-mail [C] @abtwassenaar.nl),”
    • abtWassenaar · rechtbankdeskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28)
      “benoemt tot deskundigen [B] , p/a EBMC Nederland, Stern 4, 1721DB Broek op Langedijk (tel. [00000] , e-mail info@ebmcnederland.nl) en ing. [C] , p/a abtWassenaar, postbus 24, 9751SL Haren (tel. [00001] , e-mail [C] @abtwassenaar.nl),”
  • Bedrag

    • € 40.000,00 · deskundigenkosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 81)
      “een bedrag van elk € 40.000,- inclusief BTW ter griffie van het hof zal zijn gedeponeerd”
    • € 105.255,00 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 62)
      “bedrag van € 105.255,- exclusief btw?”

Niet genoemd in de uitspraak: aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 2.1

    Goedgekeurd

    Omdat partijen geen alternatief voor het voorschot voorstelden, gelast het hof het deskundigenbericht zoals in het tussenarrest overwogen.

    “Partijen hebben geen gebruik gemaakt van die gelegenheid, zodat het hof alsnog een deskundigenbericht zal gelasten overeenkomstig wat in het tussenarrest van 16 juli 2019 is overwogen.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Aardbevingsschade. Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2019:5849. Het hof gelast een deskundigenonderzoek.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
2locatie Leeuwarden
3afdeling civiel recht, handel
4zaaknummer gerechtshof 200.213.095/01
5(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/19/111015 / HA ZA 15-151)
6arrest van 22 oktober 2019
7in de zaak van
8[appellant] ,
9wonende te [A] ,
10appellant,
11in eerste aanleg: eiser,
12hierna: [appellant],
13advocaat: mr. P.W. Huitema, kantoorhoudend te Groningen,
14tegen
15Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.,
16gevestigd te Assen,
17geïntimeerde,
18in eerste aanleg: gedaagde,
19hierna: NAM,
20advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, kantoorhoudend te Amsterdam.
21Het hof neemt het arrest van 16 juli 2019 hier over.
221 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
231.1 Het hof heeft partijen in genoemd tussenarrest in de gelegenheid gesteld een akte te nemen. Partijen hebben laten weten geen behoefte te hebben aan het nemen van een akte, waarna het hof arrest heeft bepaald.
242 Verder over de grieven
252.1 In het tussenarrest heeft het hof overwogen dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is. Het hof heeft aangegeven welke vragen het aan de deskundigen wil voorleggen (rov. 5.21), welke deskundigen het wil benoemen (rov. 5.23), wat het voorschot op de kosten van de deskundigen is (rov. 5.24) en dat partijen ieder de helft van dat voorschot voor hun rekening dienen te nemen (rov. 5.26). Omdat partijen hadden aangeven niet zonder meer in te stemmen met de hoogte van het voorschot, heeft het hof partijen de gelegenheid geboden om (bij voorkeur eensluidend) een alternatief voor te stellen. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van die gelegenheid, zodat het hof alsnog een deskundigenbericht zal gelasten overeenkomstig wat in het tussenarrest van 16 juli 2019 is overwogen.
263 De beslissing
27Het gerechtshof, voordat het verder beslist:
28benoemt tot deskundigen [B] , p/a EBMC Nederland, Stern 4, 1721DB Broek op Langedijk (tel. [00000] , e-mail info@ebmcnederland.nl) en ing. [C] , p/a abtWassenaar, postbus 24, 9751SL Haren (tel. [00001] , e-mail [C] @abtwassenaar.nl),
29om een onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen over de volgende vragen:
30a. Kunt u aangeven wat in 2011/2012 de algehele bouwkundige toestand van de
31boerderij was?
32b. Voldeed de boerderij in 2011/2012 aan het destijds geldende Bouwbesluit?
33c. Kon de verbouwing waarvoor in 2011/2012 een vergunning werd aangevraagd
34(en verkregen), plan A, toen worden uitgevoerd op basis van de destijds aanwezige
35constructie?
36d. Indien u vraag c ontkennend beantwoordt:
37Welke aanpassingen aan de constructie waren in 2011/2012 nodig om plan A
38uit te kunnen voeren in overeenstemming met het toen geldende Bouwbesluit en
39welke kosten waren daarmee gemoeid (gespecificeerd per maatregel)?
40e. Kon plan A in 2015 worden uitgevoerd in overeenstemming met het toen geldende
41Bouwbesluit en de NPR 9998:2015?
42f. Indien u vraag e ontkennend beantwoordt:
43Welke aanpassingen aan de constructie waren in 2015 nodig om plan A
44uit te kunnen voeren in overeenstemming met het toen geldende Bouwbesluit en de
45NPR 9998:2015?
46Welke kosten waren daarmee gemoeid (gespecificeerd per maatregel)?
47g. Indien u de vragen c en e ontkennend beantwoordt:
48Welke van de door u bij uw antwoord op vraag f vermelde maatregelen betreffen ten
49opzichte van het in 2011geldende Bouwbesluit aanvullende maatregelen om ook aan
50het in 2015 geldende Bouwbesluit en aan de NPR 9998:2015 te voldoen en welke
51kosten zijn daarmee gemoeid (gespecificeerd per maatregel)?
52Toelichting: deze vraag betreft dus de aanvullende maatregelen ten opzichte van
532011 om aan het Bouwbesluit 2015 te voldoen, dus de maatregelen die niet
54voorkomen onder d, maar wel onder f.
55h. Hoe beoordeelt u in het licht van uw antwoord op de vragen e en f de in plan B
56genomen maatregelen? Waren deze maatregelen nodig om te kunnen bouwen in
57overeenstemming met het toen geldende Bouwbesluit en de NPR 9998:2015?
58i. Indien u het tweede deel van vraag h bevestigend beantwoordt:
59Welke kosten waren in 2015 in redelijkheid met deze maatregelen gemoeid en hoe
60verhouden deze kosten zich tot het in de offerte van Bouwbedrijf Boelens van
6128 februari 2015 (productie 13 inleidende dagvaarding) als stelpost opgenomen
62bedrag van € 105.255,- exclusief btw?
63j. Welke in plan C genomen maatregelen/voorzieningen zijn het gevolg van toepassing
64van de NPR 9998:2018, in die zin dat de maatregelen/voorzieningen niet getroffen
65zouden hoeven zijn/worden, indien de NPR 9998:2018 niet van toepassing zou zijn
66geweest?
67En, welke kosten zijn met deze maatregelen gemoeid?
68k. Welke wijzigingen heeft plan C ten opzichte van plan A?
69l. Welke van deze wijzigingen zijn niet het gevolg van, of hangen niet samen met, de
70wijziging van de constructie vanwege de toepasselijkheid van enerzijds het in 2018
71geldende Bouwbesluit en de NPR 9998:2018 en anderzijds het in 2011/2012
72geldende Bouwbesluit?
73m. Zijn de in uw antwoord op vraag l vermelde wijzigingen een verbetering ten
74opzichte van plan A en, zo ja, waarom?
75n. Wilt u, per wijziging, aangeven welke kosten daarmee zijn gemoeid?
76o. Geeft uw onderzoek overigens nog aanleiding tot opmerkingen?
77bepaalt dat [appellant] aan de deskundigen het volledige procesdossier ter inzage zal geven en beveelt partijen aan de deskundige alle door deze gewenste inlichtingen te verstrekken;
78bepaalt dat de deskundigen op de voet van het bepaalde in artikel 198 Rv bij hun onderzoek partijen (via hun advocaten) in de gelegenheid zullen stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat zij daarvan in hun rapport melding dienen te maken waarbij van de inhoud van de gemaakte opmerkingen en gedane verzoeken moet blijken;
79bepaalt dat de deskundigen hun concept-rapport aan (de advocaten van) partijen zullen sturen, aan hen een redelijke termijn zullen stellen om op het concept-rapport te reageren en in het definitieve rapport zullen ingaan op de eventuele reacties van partijen op het concept-rapport;
80bepaalt dat de deskundigen het door hen uit te brengen rapport (ondertekend en met redenen omkleed) ter griffie van dit hof (postbus 1704, 8901 CA te Leeuwarden) zullen indienen vóór 21 januari 2020;
81bepaalt dat de deskundigen het onderzoek pas zullen beginnen nadat door beide partijen bij wege van voorschot ter zake van de kosten van het deskundigenonderzoek een bedrag van elk € 40.000,- inclusief BTW ter griffie van het hof zal zijn gedeponeerd conform de nota met betaalinstructies die partijen hiertoe zullen ontvangen van het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak en de griffie aan de deskundige heeft bericht dat het voorschot is voldaan;
82bepaalt dat het onderzoek door de deskundigen zal worden verricht onder leiding van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof, mr. H. de Hek, en dat de deskundigen zich voor vragen en/of opmerkingen betreffende het onderzoek zullen kunnen wenden tot de raadsheer-commissaris;
83bepaalt dat de griffier een afschrift van dit arrest naar de deskundigen zal verzenden;
84bepaalt dat de zaak zal worden verwezen naar de roldatum van dinsdag 3 maart 2010 voor memorie na deskundigenrapport aan de zijde van [appellant] ;
85houdt iedere verdere beslissing aan.
86Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. I.F. Clement en mr. D.J. Keur en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019, in aanwezigheid van de griffier.