Uitspraken zoeken
Filters
Rechtsvraag
Beroep ingesteld door
Uitspraak (dictum)
Gunstig voor
Trillingssterkte
Ligging
Deskundigenbureau
- GoedgekeurdBestuurlijk / methodiekOngegrond
Rb. Noord-Nederland (meervoudig): de aanvullende voorwaarde over het bouwjaar van de woning (ijkpunt 2012) voor toepassing van het bewijsvermoeden in de 6 km-gebieden (Praktische Uitwerking 18 april 2024) is een beleidsregel die niet onredelijk is gebleken; de onderzoeken van Deltares en TNO/TU Delft mochten worden gebruikt.
Rechtbank Noord-Nederland · 7 juli 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:3026Mijnbouwschade. Fysieke schade. Deze uitspraak gaat over de toepasselijkheid van het bewijsvermoeden binnen de 6 km gebieden. De rechtbank oordeelt dat de door het Instituut gestelde aanvullende voorwaarde van het bouwjaar 2012 bij het weer betrekken van de 6 km-gebieden bij het effectgebied, niet onredelijk is gebleken. Het bewijsvermoeden is in dit geval terecht niet toegepast op de schades aan…
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ABRvS: effectgebiedgrens van 2 mm/s bij 1% overschrijdingskans aanvaardbaar; een motiveringsgebrek over het bewijsvermoeden wordt gepasseerd (art. 6:22 Awb) omdat autonome oorzaken een zelfstandige afwijzingsgrond vormen, maar het Instituut moet wel de proceskosten vergoeden.
Raad van State (ABRvS) · 5 juni 2024 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2024:2309Bij besluit van 31 augustus 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen het verzoek van [appellante] om schadevergoeding afgewezen. [appellante] is sinds 2002 eigenaar van de woning aan de [locatie] te [woonplaats]. De vrijstaande woning is gebouwd in 1935. [appellante] heeft op 30 juli 2019 een vergoeding van € 11.000,- op grond van de Stuwmeerregeling ontvangen. Op 20 november 2019 heeft…
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2022:2411
Rechtbank Noord-Nederland · 13 juli 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2022:2411De deskundigen van verweerder hebben een andere uitsluitende oorzaak voor de schade aangewezen. Het bewijsvermoeden is daarom weerlegd. Verweerder heeft niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel gehandeld. Op basis van hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht, kan niet geoordeeld worden dat er sprake is van een (concreet) gelijk geval.