Uitspraken zoeken
Filters
Rechtsvraag
- Bewijsvermoeden7
- Overig5
- Maatstaf voor weerlegging3
- Zetting (filter actief, klik om te verwijderen)3
- Duurzaam herstel2
- Eerder behandelde schade2
- Trillingstool2
- Kosten van een deskundige1
Meer tonen (2)
Beroep ingesteld door
Uitspraak (dictum)
Gunstig voor
Plaats
Deskundigenbureau
- GoedgekeurdBestuurlijk / methodiekOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2026:2286
Rechtbank Noord-Nederland · 12 juni 2026 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:2286Deze uitspraak gaat over de eerste heffing die de Minister aan NAM op grond van artikel 15 van de Tijdelijke Wet Groningen (hierna: TwG) heeft opgelegd. Het gaat om kosten die het Instituut Mijnbouwschade Groningen (het Instituut) heeft gemaakt in verband met de afhandeling van fysieke schade aan gebouwen en werken over het derde en vierde kwartaal van 2020. Het gaat om een bedrag van ruim 268 mi…
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ABRvS: een roestend gevelanker (corrosie) is voldoende onderbouwd als autonome oorzaak van scheurvorming; dat de schade vóór 2012 niet zichtbaar was, past bij het langzaam voortschrijdende roestproces. Geen toepassing van de hardheidsclausule voor in 2012 bij de NAM gemelde schades.
Raad van State (ABRvS) · 18 maart 2026 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:1572Bij besluit van 28 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 42.166,42, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend voor schade aan zijn boerderij. [appellant] is sinds 1995 eigenaar van de monumentale [boerderij] aan de [locatie] te [woonplaats]. Op 28 augustus 2018 heeft [appellant] bij het Instituut een vergoeding voor schade aan…
- GoedgekeurdSchade aan een pandGegrond, opnieuw beslissen
ECLI:NL:RBNNE:2026:191
Rechtbank Noord-Nederland · 14 januari 2026 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2026:191Mijnbouwschade. Fysieke schade. Bewijsvermoeden. Omvang schade. Wierde. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Het Instituut moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.