Uitspraken zoeken
Filters
Procedure
Onderwerp
Rechtsvraag
- Bewijsvermoeden (filter actief, klik om te verwijderen)10
- Overig9
- Vergewisplicht8
- Procedureel (Awb)6
- Maatstaf voor weerlegging5
- Zetting3
- Eerder behandelde schade2
- Kosten van een deskundige2
Meer tonen (3)
Beroep ingesteld door
Uitspraak (dictum)
Toewijzing
Gunstig voor
Trillingssterkte
Plaats
Deskundigenbureau
Soort gemachtigde
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ABRvS: de deskundige mocht voor de bodemopbouw afgaan op DINOloket-boringen vlakbij de woning die eenduidig klei laten zien; een NEN-norm voor nieuwbouw (boring binnen 25 m) is niet bepalend. Indirecte effecten van diepe bodemdaling zijn volgens Deltares buiten 12 deelgebieden uit te sluiten.
Raad van State (ABRvS) · 19 maart 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2025:1145Bij besluit van 10 maart 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 8.637,17, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, voor de schade aan zijn woning toegekend. [appellant] is eigenaar van een woonhuis met schuur aan de [locatie] in [woonplaats]. In 2015 heeft [appellant] bevingsschade aan zijn woning bij Centrum Veilig Wonen gemeld. Na opname v…
- GoedgekeurdSchade aan een pandHoger beroep: uitspraak bevestigd
ABRvS: effectgebiedgrens van 2 mm/s bij 1% overschrijdingskans aanvaardbaar; een motiveringsgebrek over het bewijsvermoeden wordt gepasseerd (art. 6:22 Awb) omdat autonome oorzaken een zelfstandige afwijzingsgrond vormen, maar het Instituut moet wel de proceskosten vergoeden.
Raad van State (ABRvS) · 5 juni 2024 · meervoudige kamer · Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2024:2309Bij besluit van 31 augustus 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen het verzoek van [appellante] om schadevergoeding afgewezen. [appellante] is sinds 2002 eigenaar van de woning aan de [locatie] te [woonplaats]. De vrijstaande woning is gebouwd in 1935. [appellante] heeft op 30 juli 2019 een vergoeding van € 11.000,- op grond van de Stuwmeerregeling ontvangen. Op 20 november 2019 heeft…
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2022:3567
Rechtbank Noord-Nederland · 5 oktober 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2022:3567Mijnbouwschade. Fysieke schade: waterschade in de kelder van de woning. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het wettelijk bewijsvermoeden (artikel 6:177a BW) heeft weerlegd. Het beroep is ongegrond.
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2022:2751
Rechtbank Noord-Nederland · 13 juli 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2022:2751Mijnbouwschade / Fysieke schade De rechtbank stelt vast dat verweerder met een voldoende grote mate van zekerheid een andere oorzaak voor de schades heeft aangewezen dan mijnbouwactiviteiten. Eiseres heeft deze oorzaken onvoldoende gemotiveerd weersproken: zij is niet ingegaan op de specifieke door de deskundigen genoemde oorzaken en zij heeft geen contra-expertise in het geding gebracht. Het ber…
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2022:1655
Rechtbank Noord-Nederland · 28 april 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2022:1655Mijnbouwschade. Weerlegging bewijsvermoeden. Gelijkheidsbeginsel.
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
Rb. Noord-Nederland: het Instituut hoefde het behang niet te (laten) verwijderen om een oneffenheid in de wand te onderzoeken; volgens het Instituut is blootleggen in beginsel voor risico van de aanvrager, maar wordt het vergoed als mijnbouwschade blijkt.
Rechtbank Noord-Nederland · 7 maart 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2022:677Mijnbouwschade. Tijdelijke wet Groningen. Artikel 6:177a BW. Geen sprake van fysieke schade. In onderhavige procedure ligt de vraag voor of verweerder, na de schadeopname en het deskundige rapport, terecht heeft besloten om geen nader onderzoek te laten uitvoeren naar de oneffenheid achter het behang. Het beroep is ongegrond.
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
Rb. Noord-Nederland (meervoudig): het effectgebied van het bewijsvermoeden moet in de praktijk vorm krijgen sinds het voorstel om het bij ministeriële regeling vast te stellen bij amendement is geschrapt; het niet bezien van indirecte effecten van diepe bodemdaling werd gepasseerd (art. 6:22 Awb) nu dat in beroep alsnog gebeurde; deskundigenkosten in beroep deels vergoed.
Rechtbank Noord-Nederland · 26 januari 2022 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2022:228Uitspraak over het effectgebied dat het IMG hanteert bij de toepassing van het bewijsvermoeden. De rechtbank stelt voorop dat het effectgebied in de praktijk vorm moet worden gegeven. Het oorspronkelijke voorstel van de minister van Economische Zaken om bij ministeriële regeling het effectgebied vast te stellen is middels een amendement geschrapt. Om het effectgebied te (kunnen) bepalen is aan ee…
- GoedgekeurdSchade aan een pandGegrond, rechtsgevolgen in stand
ECLI:NL:RBNNE:2021:485
Rechtbank Noord-Nederland · 29 januari 2021 · meervoudige kamer · Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBNNE:2021:485De rechtbank constateert dat de bezwaarschriftenadviescommissie mede een doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan het feit dat er op het platte dak van het pand van eiseres zonnepanelen zijn aangebracht zodat, volgens de commissie, de voorheen onbelaste kanaalplaten naderhand zijn blootgesteld aan extra belasting, ten gevolge waarvan de platen ten opzichte van elkaar zijn doorgebogen. De ger…
- GoedgekeurdSchade aan een pandOngegrond
ECLI:NL:RBNNE:2021:144
Rechtbank Noord-Nederland · 20 januari 2021 · enkelvoudige kamer · Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBNNE:2021:144Mijnbouw.
- GoedgekeurdCiviel (NAM)Overig
ECLI:NL:RBDHA:2020:2120
Rechtbank Den Haag · 11 maart 2020 · Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2020:2120Eindvonnis na tussenvonnis van 30 mei 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:6517) over de vraag of schade aan de woning van eisers is veroorzaakt door aardbevingen als gevolg van gaswinning. De NAM heeft na het tussenvonnis onderzoek laten verrichten via de methode van Root Cause Analysis. Is het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW van toepassing?