Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRaad van State (ABRvS)meervoudige kamerWaardedalingHoger beroep: uitspraak bevestigd

ECLI:NL:RVS:2025:516

Raad van State (ABRvS) · 12 februari 2025 · meervoudige kamer · Hoger beroep

ABRvS 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:516

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eigenaar van een woning in Slochteren kreeg 50% van de waardedalingsvergoeding omdat hij op de peildatum voor de helft eigenaar was; zijn ex-echtgenote ontving de andere helft. Hij vond dat het echtscheidingsconvenant hem recht gaf op 100%. De Afdeling oordeelt dat de convenantbepaling de vordering wegens waardedaling onvoldoende bepaald overdraagt. Uitspraak bevestigd.

Citaat (regel 36)
“14. De Afdeling is van oordeel dat artikel 2.4 in dit geval onvoldoende bepaald is.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Waardedaling

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22)
      “3. Het Instituut heeft op 2 januari 2021 de aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling van de woning ontvangen.”
  • Kwesties

    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28, r.o. 7)
      “Meer specifiek staat centraal of de ex-echtgenote haar deel van de waardedalingsvergoeding heeft overgedragen aan [appellant].”
    • Civiel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33, r.o. 12)
      “Bij cessie moet de vordering op grond van artikel 3:98, in samenhang met artikel 3:84, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (BW), in voldoende mate door de akte worden bepaald.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

    • IMG of NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 39)
      “16. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.”
  • Toewijzing

    • Gedeeltelijk toegewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31, r.o. 10)
      “Dat betekent dat [appellant] recht heeft op 50% van de totale schadevergoeding voor waardedaling.”
  • Gemachtigde

    • mr. C.L. Kuipers · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18)
      “vertegenwoordigd door mr. C.L. Kuipers en mr. A.M. Wenniger, zijn verschenen.”
    • mr. A.M. Wenniger · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18)
      “vertegenwoordigd door mr. C.L. Kuipers en mr. A.M. Wenniger, zijn verschenen.”
  • Bedrag

    • € 7.199,25 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “een vergoeding van € 7.199,25, te vermeerderen met wettelijke rente, toegekend voor de waardedaling van zijn woning.”
    • € 11.000,00 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35, r.o. 13)
      “Partijen hebben een voorstel ontvangen tot vergoeding van de door hen geleden aardbevingsschade voor een bedrag van € 11.000.”
  • Plaats

    • Slochteren

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 1)
      “beiden voor 50% eigenaar van de woning aan de [locatie] te Slochteren.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 10 september 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 14)
      “Bij besluit van 10 september 2021 heeft het Instituut het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 10 februari 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het Instituut aan [appellant] een vergoeding van € 7.199,25”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, aantal schades, trillingssterkte.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 9

    Goedgekeurd

    Aanspraak op waardedalingsvergoeding volgt de juridische eigendom op de peildatum; bij 50% eigendom wordt 50% vergoed.

    “Dit betekent dat als een aanvrager op de peildatum voor 50% (juridisch) eigenaar is van een woning, aan hem 50% van de totale waardedaling wordt vergoed.”
  2. r.o. 14

    Goedgekeurd

    Een convenantbepaling over een aanbod voor fysieke bevingsschade draagt niet zonder meer ook de vordering wegens waardedaling over.

    “Daaruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat partijen ten aanzien van alle rechten die vervolgens worden overgedragen ook bedoeld hebben de vordering tot schadevergoeding wegens waardedaling van de woning over te dragen.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Bij besluit van 10 februari 2021, gehandhaafd bij besluit van 10 september 2021, heeft het Instituut een vergoeding van € 7.199,25, te vermeerderen met wettelijke rente, toegekend voor 50% van de waardedaling van de woning. Daarbij is het Instituut op basis van de openbare gegevens van de Basisregistratie Kadaster uitgegaan van een 50% eigendomsaandeel van [appellant] op 1 januari 2019, de peilda…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1202307696/1/A2.
2Datum uitspraak: 12 februari 2025
3AFDELING
4BESTUURSRECHTSPRAAK
5Uitspraak op het hoger beroep van:
6[appellant], wonend in Slochteren, gemeente Midden-Groningen,
7appellant,
8tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 1 november 2023 in zaak nr. 22/3621 in het geding tussen:
9[appellant]
10en
11Instituut Mijnbouwschade Groningen.
12Procesverloop
13Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het Instituut aan [appellant] een vergoeding van € 7.199,25, te vermeerderen met wettelijke rente, toegekend voor de waardedaling van zijn woning.
14Bij besluit van 10 september 2021 heeft het Instituut het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
15Bij uitspraak van 1 november 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
16Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
17Het Instituut heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
18De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 januari 2025, waar [appellant], aanwezig via een videoverbinding, en het Instituut, vertegenwoordigd door mr. C.L. Kuipers en mr. A.M. Wenniger, zijn verschenen.
19Overwegingen
201. [appellant] en zijn ex-echtgenote waren vanaf 18 februari 1991 tot 3 juni 2019 beiden voor 50% eigenaar van de woning aan de [locatie] te Slochteren.
212. In het echtscheidingsconvenant (hierna: het convenant), dat deel uitmaakt van de beschikking van 20 februari 2019 van de rechtbank, is in artikel 2.3 bepaald dat de woning wordt toebedeeld aan [appellant] tegen een waarde van € 210.000,00. Door inschrijving van de akte van verdeling op 3 juni 2019 in de Basisregistratie Kadaster is [appellant] voor 100% eigenaar van de woning geworden.
223. Het Instituut heeft op 2 januari 2021 de aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling van de woning ontvangen.
234. Bij besluit van 10 februari 2021, gehandhaafd bij besluit van 10 september 2021, heeft het Instituut een vergoeding van € 7.199,25, te vermeerderen met wettelijke rente, toegekend voor 50% van de waardedaling van de woning. Daarbij is het Instituut op basis van de openbare gegevens van de Basisregistratie Kadaster uitgegaan van een 50% eigendomsaandeel van [appellant] op 1 januari 2019, de peildatum voor het bepalen van de waardedaling. In het besluit is ter informatie vermeld dat de andere eigenaar zelf een vergoeding kan aanvragen voor de waardedaling die is ontstaan voor haar deel van de woning.
24Uitspraak van de rechtbank
255. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Instituut terecht is uitgegaan van een 50% eigendomsaandeel van [appellant] in de periode van 16 augustus 2012 tot 1 januari 2019. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ex-echtgenote van [appellant] haar vordering op het Instituut niet aan [appellant] heeft gecedeerd. [appellant] heeft daarom geen recht op een schadevergoeding voor meer dan 50% van de waardedaling van de woning.
26Oordeel van de Afdeling
276. In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vraag of [appellant] recht heeft op een schadevergoeding van 100% voor de waardedaling van de woning. Volgens [appellant] volgt duidelijk uit het convenant dat hij recht heeft op de volledige waardedalingsvergoeding voor de woning. Het Instituut heeft een onverschuldigde betaling gedaan door de waardedalingsvergoeding voor 50% uit te keren aan zijn ex-echtgenote. Ook wijst [appellant] op de bewijskracht van het convenant.
287. De Afdeling stelt voorop dat niet de bewijskracht, maar de uitleg van het convenant van belang is. Meer specifiek staat centraal of de ex-echtgenote haar deel van de waardedalingsvergoeding heeft overgedragen aan [appellant].
298. Het Instituut houdt bij het bepalen van de schadevergoeding voor waardedaling in de periode van 16 augustus 2012 tot 1 januari 2019 rekening met de zakenrechtelijke positie van de aanvrager ten opzichte van de woning. Het is de zakelijk gerechtigde of zakelijk gerechtigden tot een woning die aanspraak heeft of hebben op de waardedalingsvergoeding. De zakelijk gerechtigde is, in veruit de meeste gevallen, de juridisch eigenaar van de woning. Om de juridische eigendom van een woning te verkrijgen is een notariële akte vereist, die wordt ingeschreven in het Kadaster.
309. Op grond van artikel 3.4, zesde lid, van de regeling voor de begroting van waardedaling van woningen, zoals neergelegd in de Procedure en werkwijze van het Instituut (art. 3.2-3.5) (verder: de regeling) neemt het Instituut de periode waarin de eigenaar de woning in eigendom had, de waardedaling die tijdens die periode is opgetreden en het gedeelte van de eigendom dat aan de aanvrager toebehoort, in aanmerking. Dit betekent dat als een aanvrager op de peildatum voor 50% (juridisch) eigenaar is van een woning, aan hem 50% van de totale waardedaling wordt vergoed. Zo is verzekerd dat de gezamenlijke eigenaren ieder voor hun eigen eigendomsdeel, aanspraak hebben op in totaal de volledige waardedalingsvergoeding. Het Instituut raadpleegt het Kadaster, een openbaar register, om vast te stellen wie de juridisch eigenaar is van een woning en vanaf welk moment en voor welk aandeel.
3110. In dit geval staat vast dat [appellant] en zijn ex-echtgenote in de periode van 16 augustus 2012 tot 1 januari 2019 ieder voor 50% eigenaar waren van de woning. Dat betekent dat [appellant] recht heeft op 50% van de totale schadevergoeding voor waardedaling. Door de inschrijving van de akte van verdeling op 3 juni 2019 is het aandeel van zijn ex-echtgenote in de woning aan [appellant] geleverd en is [appellant] voor 100% eigenaar van de woning geworden. De juridisch eigendom van de woning tot 3 juni 2019 was voor 50% in handen van zijn ex-echtgenote en op haar heeft voor dat aandeel het risico op het registergoed (en dus ook op de waardedaling daarvan) gerust. Zie de uitspraak van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1132, onder 9.1.
3211. In aanvulling op kadastrale gegevens over de eigendom van een woning, betrekt het Instituut ook een cessie van een vordering tot vergoeding van waardedaling om te bepalen aan wie de vergoeding voor waardedaling moet worden betaald. Dit betekent dat als een aanvrager aantoont dat hij aanspraak heeft op een waardedalingsvergoeding door bewijs te leveren van een rechtsgeldige cessie, het Instituut die aan hem moet vergoeden. Omgekeerd geldt dat zolang een aanvrager die aanspraak niet kan bewijzen, het Instituut hem geen vergoeding kan toekennen. Zie de uitspraak van de Afdeling van 11 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:95, onder 26.
3312. Bij cessie moet de vordering op grond van artikel 3:98, in samenhang met artikel 3:84, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (BW), in voldoende mate door de akte worden bepaald. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de eis dat de over te dragen vordering voldoende ‘bepaald’ moet zijn, niet strikt moet worden uitgelegd. Voor het overdragen van vorderingen is voldoende dat de desbetreffende akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vorderingen het gaat. De vraag hoe specifiek die gegevens dienen te zijn, moet worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval (zie HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, onder 4.2. en 4.5).
3413. Artikel 2.4 van het convenant luidt:
35Partijen hebben een voorstel ontvangen tot vergoeding van de door hen geleden aardbevingsschade voor een bedrag van € 11.000. Partijen hebben dit voorstel nog in overweging. Partijen komen overeen dat, alle rechten met betrekking tot een eventuele vergoeding van de geleden aardbeving schade vanaf datum overdracht van de echtelijke woning aan de man toekomen zonder verdere verrekening. Daarmee samenhangend is het de man vanaf voormelde datum toegestaan zonder overleg dan wel toestemming van de vrouw met betrekking tot deze schadevergoeding onderhandelingen te voeren dan wel overeenkomsten te sluiten. Dit artikel is een vaststellingsovereenkomst.
3614. De Afdeling is van oordeel dat artikel 2.4 in dit geval onvoldoende bepaald is. Uit de bepaling volgt dat een aanbod is gedaan voor fysieke bevingsschade. Daaruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat partijen ten aanzien van alle rechten die vervolgens worden overgedragen ook bedoeld hebben de vordering tot schadevergoeding wegens waardedaling van de woning over te dragen. Voor het oordeel dat partijen desondanks hebben bedoeld de vordering tot schadevergoeding wegens waardedaling over te dragen zijn bijkomende feiten en omstandigheden nodig die daar expliciet op wijzen. [appellant] heeft zodanige feiten en omstandigheden niet aangevoerd. De verwijzing van [appellant] naar artikel 9.2 van het convenant, slaagt niet, alleen al omdat deze bepaling ziet op de periode vanaf 3 juni 2019 en dus niet op de periode waarin de waardedaling zich heeft voorgedaan en [appellant] en zijn ex-echtgenote ieder voor 50% eigenaar waren van de woning. Uit het feit dat de ex-echtgenote de waardedalingsvergoeding heeft aangevraagd en ontvangen blijkt veeleer dat de ex-echtgenote kennelijk ervan uitging dat de vordering niet was overgedragen. Ook het Instituut mocht daarvan uitgaan.
3715. Het betoog slaagt niet.
38Conclusie
3916. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
4017. Het Instituut hoeft geen proceskosten te vergoeden.
41Beslissing
42De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
43bevestigt de aangevallen uitspraak.
44Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. C.H. Bangma, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. Planken, griffier.
45w.g. Van Altena
46voorzitter
47w.g. Planken
48griffier
49Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2025
50299-1120