Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRaad van State (ABRvS)meervoudige kamerWaardedalingHoger beroep: uitspraak bevestigd

ECLI:NL:RVS:2023:1722

Raad van State (ABRvS) · 3 mei 2023 · meervoudige kamer · Hoger beroep

ABRvS 3 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1722

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Een eigenaar in Uithuizen kreeg van het IMG een waardedalingsvergoeding volgens het Atlas-model en wilde een berekening op basis van gemist rendement en WOZ-waarden 2011-2016. De Afdeling acht het Atlas-model redelijk, ziet geen bijzondere omstandigheden en bevestigt de uitspraak van de rechtbank; bij latere verdere waardedaling kan een nieuwe aanvraag worden gedaan.

Citaat (regel 60)
“29. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Waardedaling

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 4)
      “Kern van het hoger beroep is of het Instituut bij het begroten van de schadevergoeding voor waardedaling het zogenoemde Atlas-model mag gebruiken.”
  • Kwesties

    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 42)
      “17. De Afdeling volgt niet het betoog van [appellant] dat het model van Atlas niet tot redelijke en aanvaardbare uitkomsten leidt, omdat in dit model geen plaats is ingeruimd voor de begroting van gemist rendement.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43)
      “18. Uit het betoog van [appellant] blijkt niet van bijzondere omstandigheden als bedoeld in art. 4:84 Awb.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Afgewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 60, r.o. 29)
      “Dat betekent dat aan [appellant] geen hogere schadevergoeding voor waardedaling wordt toegekend dan het bedrag van € 20.639,22 dat al is toegekend.”
  • Deskundige

    • Atlas · methodedeskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 51)
      “23. Anders dan [appellant] betoogt, wordt in het model van Atlas rekening gehouden met de kenmerken van het gebied waarin de woning ligt.”
  • Bedrag

    • € 20.639,22 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “toegekend van € 20.639,22 voor de waardedaling van zijn woning.”
  • Trillingssterkte

    • 2,9 mm/s · grenswaarde

      Goedgekeurd

      zoals genoemd in de uitspraak, met kansniveau en bron

      Citaat (regel 30, r.o. 9)
      “zeven bevingen met een grondsnelheid van ten minste 2,9 mm/s hebben voorgedaan in het postcodegebied”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 11 mei 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “Bij besluit van 11 mei 2021 heeft het Instituut het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 6 januari 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “Bij besluit van 6 januari 2021 heeft het Instituut aan [appellant] een schadevergoeding vermeerderd met wettelijke rente toegekend”

Niet genoemd in de uitspraak: gemachtigden, aantal schades, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 17

    Goedgekeurd

    Het Atlas-model vergoedt gemiste waardestijging ten opzichte van woningen elders; gemist rendement op een investering hoeft niet apart te worden begroot.

    “Zoals hierna nog aan de orde komt voorziet het model van Atlas in vergoeding van gemiste waardestijging door vergelijking met de waardestijging van woningen buiten het aardbevingsgebied.”
  2. r.o. 21

    Goedgekeurd

    Het verschil in WOZ-waarden 2011-2016 kan niet gelijkgesteld worden aan waardedaling door aardbevingen; peildatum 1 januari 2019 is toelaatbaar.

    “Het verschil in WOZ-waarden van de woning van [appellant] over de periode van 2011 en 2016 kan daarom niet gelijk gesteld worden aan de waardedaling”
  3. r.o. 28

    Goedgekeurd

    Bij verdere waardedaling door toekomstige bevingen kan een nieuwe aanvraag worden ingediend.

    “kan hij opnieuw een aanvraag indienen en daarin aan de orde stellen of de in beginsel eenmalige definitieve vergoeding nog wel redelijk is”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Bij besluit van 6 januari 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding vermeerderd met wettelijke rente toegekend van € 20.639,22 voor de waardedaling van zijn woning. [appellant] is sinds [datum] 1976 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Uithuizen (postcode […]). Het Instituut heeft op 10 november 2020 de aanvraag van [appellant] om vergoeding van…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1202201368/1/A2.
2Datum uitspraak: 3 mei 2023
3AFDELING
4BESTUURSRECHTSPRAAK
5Uitspraak op het hoger beroep van:
6[appellant], wonend te [woonplaats],
7tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 28 januari 2022 in zaak nr. 21/1762 in het geding tussen:
8[appellant]
9en
10Instituut Mijnbouwschade Groningen.
11Procesverloop
12Bij besluit van 6 januari 2021 heeft het Instituut aan [appellant] een schadevergoeding vermeerderd met wettelijke rente toegekend van € 20.639,22 voor de waardedaling van zijn woning.
13Bij besluit van 11 mei 2021 heeft het Instituut het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
14Bij uitspraak van 28 januari 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
15Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
16Het Instituut heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
17[appellant] en het Instituut hebben ieder nadere stukken ingediend.
18De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 14 december 2022.
19Overwegingen
201. [appellant] is sinds [datum] 1976 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Uithuizen (postcode […]).
212. Het Instituut heeft op 10 november 2020 de aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling ontvangen.
223. Het Instituut heeft een vergoeding toegekend van € 20.639,22 inclusief de wettelijke rente voor de waardedaling van de woning.
234. Kern van het hoger beroep is of het Instituut bij het begroten van de schadevergoeding voor waardedaling het zogenoemde Atlas-model mag gebruiken. [appellant] stelt een andere wijze van schadeberekening voor. Hij neemt de WOZ-waardevermindering van zijn woning in de periode 2011-2016 tot uitgangspunt en kijkt naar het verlies van rendement dat hij uit zijn woning had kunnen halen.
24Regeling waardedaling / de methode Atlas
255. De regeling voor de begroting van waardedaling van woningen (hierna: de Regeling) is neergelegd in de Procedure en werkwijze van het Instituut (art. 3.2-3.5).
266. Het Instituut kent op aanvraag vergoedingen toe voor waardedaling van woningen als gevolg van aardbevingen en het risico daarop. In de Regeling is neergelegd dat het Instituut de ontstane waardedaling in het aardbevingsgebied aan de hand van de methode van Atlas voor gemeenten (tegenwoordig Atlas Research; verder: Atlas) begroot. Het Instituut volgt daarbij de adviezen van de onafhankelijke Adviescommissie Waardedaling woningen aardbevingsgebied Groningen.
277. De Afdeling verwijst voor de beschrijving van de inhoud van de Regeling op hoofdlijnen naar de uitspraak van 9 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3218), r.o. 11-16.
28De begroting van de waardedaling
298. Het Instituut begroot de waardedaling in het risicogebied in de periode van 16 augustus 2012 tot 1 januari 2019 enerzijds op basis van het imago-effect van 2,29% plus een zekerheidstoeslag van 0,43%. Dit wordt eenmalig uitgekeerd aan degene(n) die op 16 augustus 2012 eigenaar is/zijn van een woning in het gebied. Daarnaast berekent het Instituut de waardedaling aan de hand van het aantal bevingen boven de 2,9 mm/s die in een (zespositie) postcodegebied (1234AB) hebben plaatsgevonden. Per beving wordt een percentage toegekend van 0,82% dat met een toeslag van 0,10% wordt verhoogd. De zekerheidstoeslagen hebben tot doel de inherente onzekerheden van een abstracte, modelmatige schadeberekening niet in het nadeel van benadeelden te laten uitvallen (hierna ook wel: zekerheidstoeslag). De omvang van de waardedaling wordt berekend aan de hand van de WOZ-waarde op 1 januari 2019. In het geval een woning na 16 augustus 2012 maar voorafgaand aan de aanvraag om vergoeding voor waardedaling is verkocht en overgedragen, gaat het Instituut voor de waarde van de woning uit van de verkoopprijs. De aldus berekende vergoeding voor waardedaling heeft in beginsel een definitief karakter.
309. In dit geval heeft het Instituut vastgesteld dat zich, naast een algemeen imago-effect door ligging in het risicogebied, zeven bevingen met een grondsnelheid van ten minste 2,9 mm/s hebben voorgedaan in het postcodegebied ([…] waarin de woning van [appellant] ligt. Dit correspondeert met een waardedalingspercentage van 9,19%. Uitgaande van de WOZ-waarde van de woning op 1 januari 2019 is de waardedalingsvergoeding berekend op € 20.639,22, te vermeerderen met de wettelijke rente.
31Uitspraak van de rechtbank
3210. De rechtbank heeft onder verwijzing naar haar uitspraak van 1 november 2021 (ECLI:NL:RBNNE:2021:4668) voorop gesteld dat de keuze van het Instituut voor het op abstracte (modelmatige) wijze berekenen van de waardedaling van woningen in het aardbevingsgebied volgens de methode van Atlas voldoende ruimhartig, redelijk en aanvaardbaar is.
3311. De rechtbank volgt [appellant] niet in zijn betoog dat het Instituut in zijn geval niet de waardevermindering aan de hand van het model van Atlas mocht berekenen en de door hem voorgestelde berekening had moeten gebruiken. Voor (de gevolgen van) investeringsbeslissingen zoals [appellant] in dit geval heeft gemaakt, is in het model geen plaats ingeruimd. Omdat het model van Atlas uitgaat van objectieve aanknopingspunten, kunnen de subjectieve overwegingen van [appellant] naar het oordeel van de rechtbank hierin geen rol spelen. Afwijking van dit model is slechts aan de orde als het resultaat in een individueel geval tot een zeer onredelijke uitkomst leidt. In dit geval is daar geen aanleiding voor. Mogelijk heeft de hoogstpersoonlijke keuze van [appellant] om al zijn spaargeld in zijn huis te investeren niet het door hem beoogde resultaat opgeleverd. Dit betekent niet dat het Instituut gehouden is om de daardoor gestelde schade te vergoeden, aldus de rechtbank.
34Het betoog van [appellant] in hoger beroep
3512. [appellant] handhaaft in hoger beroep zijn betoog dat de door het Instituut toegekende schadevergoeding voor waardedaling niet in de buurt komt van zijn werkelijke verlies en daarmee niet toereikend, ruimhartig en rechtvaardig is. [appellant] wil dat het Instituut hem schadeloos stelt voor zijn pensioeninvestering. Voor de aardbevingen had hij een rendement van 4% op de investering in zijn woning. Door de waardedaling als gevolg van aardbevingen heeft hij dit rendement niet langer kunnen halen. [appellant] bepleit de toepassing van een algoritme voor de berekening van verlies op geïnvesteerd vermogen in plaats van het model van Atlas. Daarbij gaat hij uit van de waardedaling van zijn woning aan de hand van de WOZ-waardes in de periode van 2011 tot en met 2016.
3613. [appellant] betoogt verder dat het model van Atlas ten onrechte uitgaat van een gemiddelde waardedaling van alle soorten panden afgezet tegen de waardeontwikkeling van vergelijkbare woningen elders in het land. In het model wordt ten onrechte geen rekening gehouden met variabelen als geografische ligging ten opzichte van een hoofdstad, woonkern, spoor, water, haven en industrie voor werkgelegenheid. Die variabelen zijn voor de vaststelling van de waardedaling van zijn woning juist van belang, aldus [appellant].
3714. Tot slot stelt [appellant] dat de toegekende vergoeding niet toereikend is, omdat er ook na afloop van de door het Instituut gehanteerde periode waardedaling als gevolg van aardbevingen zal zijn.
38Oordeel Afdeling in hoger beroep
39Gemist rendement
4015. De Afdeling gaat eerst in op het betoog van [appellant] dat het model van Atlas niet tot een redelijk en aanvaardbaar resultaat leidt, omdat daarin geen plaats is voor vergoeding van gemist rendement.
4116. In de uitspraak van 19 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1536 heeft de Afdeling overwogen dat het model van Atlas voor de afwikkeling van grote aantallen zaken van eigenaren in het risicogebied als geheel tot redelijke en aanvaardbare uitkomsten leidt. Het Instituut heeft na vergelijkend onderzoek door de Adviescommissie gekozen voor het model van Atlas, omdat dit model voor het overgrote deel van de woningeigenaren in het gebied tot hogere schadevergoedingen leidt dan andere onderzochte modellen. Het Instituut begroot de waardedaling op basis van de Regeling abstract en modelmatig op basis van objectieve factoren, zoals ligging van de woning (imago-effect) en het aantal bevingen boven 2,9 mm/s. Het Instituut houdt ten gunste van woningeigenaren rekening met inherente onzekerheden van een abstracte, modelmatige schadeberekening. Het Instituut past verschillende correcties toe op het model van Atlas en op de wijze van schadeberekening. Daarbij geldt dat in individuele gevallen ruimte bestaat om onevenredige uitkomsten van het model van Atlas in een voorkomend geval te corrigeren met toepassing van art. 4:84 Awb.
4217. De Afdeling volgt niet het betoog van [appellant] dat het model van Atlas niet tot redelijke en aanvaardbare uitkomsten leidt, omdat in dit model geen plaats is ingeruimd voor de begroting van gemist rendement. Zoals hierna nog aan de orde komt voorziet het model van Atlas in vergoeding van gemiste waardestijging door vergelijking met de waardestijging van woningen buiten het aardbevingsgebied.
4318. Uit het betoog van [appellant] blijkt niet van bijzondere omstandigheden als bedoeld in art. 4:84 Awb. Voor zover [appellant] als bijzondere omstandigheid heeft aangevoerd dat hij over zijn woning een rendement misloopt van 4% per jaar, overweegt de Afdeling dat hij zijn stelling dat de waardedaling van zijn woning als gevolg van (het risico op) aardbevingen niet met concrete gegevens heeft onderbouwd.
4419. Het betoog slaagt niet.
45Periode 2011-2016 in plaats van 2012-2019
4620. Volgens [appellant] moet voor de berekening van de omvang van de waardedaling worden uitgegaan van de ontwikkeling van de WOZ-waarde in de periode van 2011 tot en met 2016. Daartoe stelt hij dat 2011 ver na de kredietcrisis ligt en na 2016 enig herstel van de huizenprijzen is opgetreden.
4721. Dit betoog treft geen doel. Uit het onderzoek van Atlas volgt dat de waardedaling van woningen in het risicogebied is ingetreden na de aardbeving van Huizinge op 16 augustus 2012. [appellant] heeft dit niet weersproken. In de uitspraak van 18 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:156 (r.o. 21) heeft de Afdeling geoordeeld dat het Instituut bij de modelmatige berekening van waardedaling mag uitgaan van de WOZ-waarde per 1 januari 2019.
48De stelling van [appellant] dat moet worden uitgegaan van een peildatum in 2016, omdat daarna de huizenmarkt weer enigszins is hersteld en dit tot een grotere waardedaling leidt, is onvoldoende voor een ander oordeel. Het Instituut stelt aan de hand van het model van Atlas vast hoe de waardeontwikkeling in het risicogebied specifiek door het risico op aardbevingen is achtergebleven. [appellant] onderkent niet dat er ook andere redenen kunnen zijn dan (het risico op) aardbevingen waardoor de waarde van woningen in het aardbevingsgebied kunnen dalen. Het verschil in WOZ-waarden van de woning van [appellant] over de periode van 2011 en 2016 kan daarom niet gelijk gesteld worden aan de waardedaling die deze woning heeft ondervonden als gevolg van aardbevingen. Daarbij komt dat het model van Atlas ook beoogt het relatieve verschil in waardeontwikkeling vergeleken met woningen buiten het aardbevingsgebied te vergoeden en dus ook aanspraak geeft op vergoeding van misgelopen waardestijging. De methode die [appellant] bepleit voorziet daar niet in.
4922. Het betoog slaagt niet.
50Gebieds- en woningkenmerken in het model van Atlas
5123. Anders dan [appellant] betoogt, wordt in het model van Atlas rekening gehouden met de kenmerken van het gebied waarin de woning ligt. Atlas heeft woningen in het aardbevingsgebied vergeleken met woningen op vergelijkbare locaties elders in het land maar zonder bevingen en bevingsrisico’s. Voor duizenden woningen in het aardbevingsgebied is een referentieobject elders in Nederland gevonden. Atlas heeft aldus (zoveel als mogelijk) empirisch vastgesteld in welk gebied waardedaling optreedt en welke factoren de waardedaling van individuele woningen bepalen en in welke mate.
5224. Het Instituut heeft in dit verband in de schriftelijke uiteenzetting toegelicht dat Atlas alle 45.073 bij de NVM geregistreerde woningtransacties tussen 16 augustus 2012 en 31 december 2018 in het potentiële risicogebied in kaart heeft gebracht. Per verkochte woning is vervolgens een referentiewoning buiten het potentiële risicogebied geselecteerd. Dit is gedaan op basis van het moment van verkoop van die referentiewoning en de kenmerken van het (zespositie) postcodegebied waarin de woning in het risicogebied en de referentiewoning liggen. De gebiedskenmerken zijn onderverdeeld in vijf categorieën: uitzicht (directe omgeving); natuur; werk; voorzieningen; en veiligheid. Atlas heeft deze categorieën vervolgens uitgewerkt in een groot aantal individuele indicatoren, variërend van het type woonomgeving, nabijheid van wenselijke (o.a. parken) en minder wenselijke (o.a. bedrijventerrein) bestemmingen en activiteiten, bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer, nabijheid van recreatiemogelijkheden en de aanwezigheid van verschillende vormen van criminaliteit. Per woning zijn ruim 100 locatiekenmerken beoordeeld, waarbij elk locatiekenmerk zijn eigen gewicht kent.
53Door de waardeontwikkeling van woningen in het aardbevingsgebied aan de hand van gebiedskenmerken te vergelijken met de waardeontwikkeling van woningen in de rest van Nederland en bovendien te corrigeren voor verschillende woningkenmerken, heeft Atlas vastgesteld hoe de waardeontwikkeling in het risicogebied specifiek als gevolg van het risico op aardbevingen is achtergebleven.
5425. Het betoog slaagt niet.
55Eenmalige vergoeding en verdere waardedaling
5626. [appellant] betoogt verder dat het Instituut niet mag uitgaan van een in beginsel eenmalige vergoeding voor waardedaling in een vaste periode. Hij verzet zich tegen het in beginsel definitieve karakter van de vaststelling van de waardedaling van de woning met het oog op mogelijke aardbevingen in de toekomst. Ook na 1 januari 2019 zijn er aardbevingen geweest en die zullen zich ook in de toekomst nog voordoen. Dit betekent volgens [appellant] dat zijn woning verder in waarde zal dalen.
5727. Het Instituut gaat er van uit dat de hoogte van een vergoeding is gebaseerd op de verwachting dat er ook in de toekomst nog aardbevingen zullen plaatsvinden, ook al is niet zeker hoeveel bevingen dit zullen zijn en welke kracht die zullen hebben. (Zie de uitspraak van 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3218 , r.o. 31.) Die onzekerheden (goede en kwade kansen) zijn dus al verdisconteerd in de berekening van de vergoeding. Dit ligt anders als er in de toekomst aardbevingen optreden met een bepaalde sterkte of frequentie of met onvoorzienbare gevolgen. In dat geval doet zich een nieuwe situatie voor die een aanvullende regeling vereist. Op de website van het Instituut is vermeld dat als die situatie zich voordoet, het Instituut er op dat moment naar zal handelen. Het Instituut bestudeert de mogelijkheid tot het aanpassen of actualiseren van de huidige regeling op dit punt.
5828. De Afdeling is van oordeel dat de stelling van [appellant] dat er ook in de toekomst aardbevingen zullen zijn , niet leidt tot het oordeel dat het Instituut in deze procedure een te laag bedrag aan schadevergoeding voor waardedaling heeft toegekend. Als [appellant] van mening is dat zijn woning in de toekomst door aardbevingen verder in waarde daalt, kan hij opnieuw een aanvraag indienen en daarin aan de orde stellen of de in beginsel eenmalige definitieve vergoeding nog wel redelijk is, gelet op de frequentie en/of zwaarte van aardbevingen of de onvoorzienbare gevolgen daarvan. (Zie de uitspraak van de Afdeling van 9 november 2022, r.o. 32.)
59Conclusie
6029. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Dat betekent dat aan [appellant] geen hogere schadevergoeding voor waardedaling wordt toegekend dan het bedrag van € 20.639,22 dat al is toegekend.
6130. Het Instituut hoeft geen proceskosten te vergoeden.
62Beslissing
63De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
64bevestigt de aangevallen uitspraak.
65Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. Planken, griffier.
66w.g. Van Altena
67voorzitter
68w.g. Planken
69griffier
70Uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2023
71299