Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2025:2468

Rechtbank Noord-Nederland · 6 juni 2025 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 6 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2468

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser vroeg vergoeding van scheuren in zijn woning; het IMG wees zonder inspectie af omdat de woning buiten het effectgebied ligt (1,8 mm/s). De rechtbank oordeelt dat de 2 mm/s-grens mag worden gehanteerd, het bewijsvermoeden niet geldt en eiser het causaal verband met foto's en schades bij de buren niet aannemelijk heeft gemaakt. Beroep ongegrond.

Citaat (regel 41)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit op zijn aanvraag om vergoeding van schade aan zijn woning op het [adres] (hierna: de woning) in [woonplaats] .”
  • Kwesties

    • Bewijsvermoeden

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33)
      “5.5. De rechtbank concludeert daarom dat het bewijsvermoeden in onderhavige zaak niet van toepassing is.”
    • Trillingstool

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32, r.o. 5.4)
      “De rechtbank overweegt dat de ABRvS verschillende malen heeft geoordeeld dat het Instituut voor het effectgebied waar het bewijsvermoeden van toepassing is, de grens van een trillingsnelheid van 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% mag hanteren.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 37, r.o. 6.2)
      “Dat eiser schades in zijn woning heeft opgemerkt (waaronder scheuren in de aansluiting bij de plafonds), en dat de buren soortgelijke schades hebben, is onvoldoende om een dergelijke koppeling te maken.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Afgewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 39, r.o. 7)
      “Dat betekent dat het besluit van 15 oktober 2024 in stand blijft en eiser geen schadevergoeding ontvangt.”
  • Gemachtigde

    • mr. I. Pijper · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. I. Pijper en mr. A.G. Sol).”
    • mr. A.G. Sol · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. I. Pijper en mr. A.G. Sol).”
  • Deskundige

    • Panel van deskundigen · methodedeskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 5.1)
      “Op 22 januari 2019 heeft het Panel zijn advies over het bewijsvermoeden uitgebracht (het paneladvies).”
  • Bedrag

    • € 10.000,00 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18, r.o. 2.2)
      “Eiser heeft daarbij vermeld dat hij de voorkeur geeft aan de gefixeerde vergoeding van € 10.000,-.”
  • Trillingssterkte

    • 1,8 mm/s · kansniveau 1% · op de locatie

      Goedgekeurd

      zoals genoemd in de uitspraak, met kansniveau en bron

      Citaat (regel 32, r.o. 5.4)
      “De maximaal berekende trilling vanuit het Groningenveld is lager dan 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% (1.8 mm/s met een overschrijdingskans van 1% tijdens de beving van Huizinge in 2012).”
    • 2 mm/s · kansniveau 1% · grenswaarde

      Goedgekeurd

      zoals genoemd in de uitspraak, met kansniveau en bron

      Citaat (regel 27, r.o. 5.1)
      “- ( ii) het gebied waar als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld tenminste een trilling van 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% is berekend.”
    • 1,6 mm/s · kansniveau 1% · grenswaarde

      Goedgekeurd

      zoals genoemd in de uitspraak, met kansniveau en bron

      Citaat (regel 29, r.o. 5.1)
      “Het Instituut acht het bewijsvermoeden ook van toepassing bij een piekwaarde van 1,6 mm/s met een overschrijdingskans van 1% als een gebouw aan specifieke criteria voldoet en op basis daarvan wordt aangemerkt als een bijzonder kwetsbaar object.”
  • Grenswaarde overschreden

    • Nee

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32, r.o. 5.4)
      “De maximaal berekende trilling vanuit het Groningenveld is lager dan 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% (1.8 mm/s met een overschrijdingskans van 1% tijdens de beving van Huizinge in 2012).”
  • Ligging

    • Buiten het effectgebied

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32)
      “5.4. De rechtbank stelt vast dat de woning niet is gelegen binnen het door het Instituut gehanteerde effectgebied.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 15 oktober 2024

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12, r.o. 1.1)
      “Met het bestreden besluit van 15 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is het Instituut bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.”
  • Datum primair besluit

    • 23 november 2023

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 17)
      “2.1. Het Instituut heeft de aanvraag met het besluit van 23 november 2023 afgewezen.”

Niet genoemd in de uitspraak: aantal schades, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. Regel 32

    Goedgekeurd

    Woning ligt buiten het effectgebied (1,8 mm/s < 2 mm/s bij 1%); de grens mag worden gehanteerd en de woning (na 1970) is geen bijzonder kwetsbaar object.

    “5.4. De rechtbank stelt vast dat de woning niet is gelegen binnen het door het Instituut gehanteerde effectgebied.”
  2. Regel 37

    Goedgekeurd

    Zonder bewijsvermoeden moet eiser causaliteit aantonen; foto's en vergelijkbare schades bij buren volstaan niet.

    “6.2. De rechtbank is van oordeel dat eiser met zijn betoog niet aannemelijk heeft gemaakt dat er schade aan zijn woning is, die is veroorzaakt door de gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld of de exploitatie van de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade. De woning van eiser ligt buiten het effectgebied. Daarom is het bewijsvermoeden niet van toepassing, en is het aan eiser om het causale verband aan te tonen. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er schade aan zijn woning is, die is veroorzaakt door de gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld of de exploitatie van de gasopslag Norg of de…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 24/4707
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2025 in de zaak tussen
6[naam] , uit [woonplaats] , eiser
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen, het Instituut
9(gemachtigden: mr. I. Pijper en mr. A.G. Sol).
10Inleiding
111. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit op zijn aanvraag om vergoeding van schade aan zijn woning op het [adres] (hierna: de woning) in [woonplaats] .
121.1. Het Instituut heeft met het besluit van 23 november 2023 de aanvraag afgewezen omdat niet aannemelijk is dat mijnbouwactiviteiten in het Groningerveld of de gasopslag bij Norg of Grijpskerk schade aan de woning hebben veroorzaakt. Met het bestreden besluit van 15 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is het Instituut bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
131.2. Het Instituut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
141.3. De rechtbank heeft het beroep op 14 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van het Instituut.
15Totstandkoming van het besluit
162. Eiser is sinds 2009 eigenaar van de woning. Het betreft een vrijstaande woning, gebouwd in 1998. Op 27 maart 2023 heeft eiser een aanvraag om vergoeding voor schade aan zijn woning ingediend bij het Instituut. Daarbij is vermeld dat er scheuren zijn ontstaan in de hal, keuken, slaapkamer, woonkamer en bijkeuken, voornamelijk bij de aansluiting bij de plafonds.
172.1. Het Instituut heeft de aanvraag met het besluit van 23 november 2023 afgewezen.
182.2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij e-mail van 19 september 2024 heeft eiser foto’s overgelegd en verzocht het bezwaar gegrond te verklaren en hem in aanmerking te brengen voor een schadevergoeding. Eiser heeft daarbij vermeld dat hij de voorkeur geeft aan de gefixeerde vergoeding van € 10.000,-.
192.3. Met het bestreden besluit van 15 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is het Instituut bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
20Beoordeling door de rechtbank
213. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
224. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
23Ligging van de woning ten opzichte van het effectgebied
245. In geschil is of het in artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek (BW) neergelegde bewijsvermoeden van toepassing moet worden geacht op de schade van de woning. Op grond van dit artikel wordt bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade zou kunnen zijn door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld, vermoed dat die schade is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk. Dit bewijsvermoeden wordt door het Instituut toegepast bij gebouwen en werken die binnen het effectgebied vallen.
255.1. Ter afbakening van het effectgebied heeft het Instituut advies gevraagd aan een Panel van deskundigen. Op 22 januari 2019 heeft het Panel zijn advies over het bewijsvermoeden uitgebracht (het paneladvies). In het paneladvies zijn de volgende criteria voor de afbakening opgenomen:
26- ( i) een grens van 6 kilometer buiten de begrenzing van het Groningenveld; en
27- ( ii) het gebied waar als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld tenminste een trilling van 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% is berekend.
28Deze criteria zijn thans opgenomen in artikel 10oa van het Besluit Tijdelijke wet Groningen.
29Het Instituut acht het bewijsvermoeden ook van toepassing bij een piekwaarde van 1,6 mm/s met een overschrijdingskans van 1% als een gebouw aan specifieke criteria voldoet en op basis daarvan wordt aangemerkt als een bijzonder kwetsbaar object.
305.2. Eiser vindt het niet juist dat zijn verzoek zonder inspectie is afgewezen, onder de overweging dat het bewijsvermoeden niet van toepassing zou zijn. Eiser merkt op dat er rond zijn huis een trilling van 1,8 mm/s is gemeten. Verder heeft eiser een aantal krantenartikelen overgelegd.
315.3. Het Instituut stelt zich op het standpunt dat de woning van eiser niet is gelegen in het effectgebied. De woning is bovendien na 1970 gebouwd en daarom hoeft het Instituut niet te onderzoeken of er sprake is van een bijzonder kwetsbaar object. Het Instituut betoogt voorts dat het standpunt van de ABRvS over de toepassing van het effectgebied door het Instituut recentelijk door de rechtbank is bevestigd. Het Instituut ziet in de door eiser aangehaalde krantenartikelen geen aanleiding om tot een andere beoordeling te komen.
325.4. De rechtbank stelt vast dat de woning niet is gelegen binnen het door het Instituut gehanteerde effectgebied. De maximaal berekende trilling vanuit het Groningenveld is lager dan 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% (1.8 mm/s met een overschrijdingskans van 1% tijdens de beving van Huizinge in 2012). De rechtbank overweegt dat de ABRvS verschillende malen heeft geoordeeld dat het Instituut voor het effectgebied waar het bewijsvermoeden van toepassing is, de grens van een trillingsnelheid van 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% mag hanteren. De rechtbank ziet in hetgeen eiser in beroep heeft aangevoerd geen aanleiding om hiervan af te wijken. Het gevoerde betoog geeft evenmin grond voor het oordeel dat het gebouw voldoet aan de criteria om te worden aangemerkt als een bijzonder kwetsbaar object. Ook overigens wordt in het betoog geen grond gezien om te oordelen dat het in artikel 6:177a van het BW neergelegde bewijsvermoeden hier wel moet worden toegepast.
335.5. De rechtbank concludeert daarom dat het bewijsvermoeden in onderhavige zaak niet van toepassing is. Het is dus aan eiser om het gestelde causale verband aan te tonen.
34Causaal verband
356. Eiser stelt dat de schade aan zijn woning ongeveer vijf jaar geleden is ontstaan en dat de schade verergert. Eiser is van mening dat hij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schade aan zijn woning is ontstaan door aardbevingen. Ter onderbouwing van zijn stelling heeft eiser er op gewezen dat zijn buren soortgelijke schades hebben. Eiser heeft foto’s overgelegd.
366.1. Het Instituut stelt zich op het standpunt dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat de schade is ontstaan door mijnbouwactiviteiten omdat het bewijsvermoeden niet van toepassing is. Het Instituut is van mening dat eiser hierin niet is geslaagd. De enkele stelling dat de schade pas in de laatste vijf jaar is ontstaan en nog verergert, is niet voldoende.
376.2. De rechtbank is van oordeel dat eiser met zijn betoog niet aannemelijk heeft gemaakt dat er schade aan zijn woning is, die is veroorzaakt door de gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld of de exploitatie van de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk. Dat eiser schades in zijn woning heeft opgemerkt (waaronder scheuren in de aansluiting bij de plafonds), en dat de buren soortgelijke schades hebben, is onvoldoende om een dergelijke koppeling te maken. Het Instituut heeft dit ook voldoende uitgelegd. Deze beroepsgrond slaagt niet.
38Conclusie en gevolgen
397. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van 15 oktober 2024 in stand blijft en eiser geen schadevergoeding ontvangt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
40Beslissing
41De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
42Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van mr. H.L. Brandes-Boers, griffier.
43Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2025.
44griffier
45rechter
46Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
47Informatie over hoger beroep
48Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
49 
50[1] Zie ook: de uitspraak van deze rechtbank van 27 juni 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:3547, en de door het Instituut in het verweerschrift genoemde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2132.
51[2] De uitspraak van 1 mei 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1711.
52[3] Zie onder meer eerder genoemde uitspraak van 22 mei 2024 en de uitspraak van 5 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2309, overweging 46.