Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerOverig (raakt mijnbouwschade)Overig

ECLI:NL:RBNNE:2024:5053

Rechtbank Noord-Nederland · 23 december 2024 · enkelvoudige kamer · Voorlopige voorziening

Rb. Noord-Nederland 23 december 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:5053

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

ExxonMobil, aandeelhoudster van de NAM, vroeg de voorzieningenrechter de betaling op te schorten van heffingen die de staatssecretaris van BZK op grond van artikel 15 van de Tijdelijke wet Groningen aan de NAM oplegde voor de kosten van schadeafhandeling en versterking over 2023. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af omdat een spoedeisend belang ontbreekt.

Citaat (regel 29)
“De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Overig (raakt mijnbouwschade)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11, r.o. 1)
      “In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen drie heffingen op grond van artikel 15 van de Tijdelijke wet Groningen.”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 4.5)
      “De voorzieningenrechter oordeelt daarom dat het spoedeisend belang ontbreekt.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 4.3)
      “De voorzieningenrechter overweegt, dat de NAM deze stelling in beroepsprocedures aan de rechtbank ter beoordeling kan voorleggen”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

    • Aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 5)
      “ExxonMobil Holding Company Holland LLC, uit Rotterdam, verzoekster”
  • Uitspraak (dictum)

    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29)
      “De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.”
  • Gunstig voor

    • IMG of NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29)
      “De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.”
  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29)
      “De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.”
  • Gemachtigde

    • mr.V.M.Y. van 't Lam · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 6)
      “(gemachtigde: mr.V.M.Y. van 't Lam),”
    • mr. I.M. van der Heijden · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigde: mr. I.M. van der Heijden).”
  • Deskundige

    • Kroll B.V. · partijdeskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 3.3)
      “van het bureau Kroll B.V. overgelegd, waarin geconcludeerd wordt dat de besluiten niet inzichtelijk en transparant zijn.”
  • Bedrag

    • € 31.474.582,63 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13, r.o. 1.2)
      “De vier heffingen bedragen respectievelijk € 358.880.134,96 (fysieke schade), € 31.474.582,63 (waardedalingsschade), € 130.178.506,01 (immateriële schade) en € 395.827.722,- (kosten van de versterkingsoperatie).”
  • Datum primair besluit

    • 14 november 2024

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13, r.o. 1.2)
      “Met de bestreden besluiten van 14 november 2024 heeft verweerder aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) drie heffingen opgelegd”

Niet genoemd in de uitspraak: aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 4.1

    Goedgekeurd

    Bij een financieel geschil is zonder dreigende onomkeerbare situatie of acute financiële nood geen spoedeisend belang aanwezig.

    “De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster niet aanvoert dat zij in de financiële problemen zal komen als de NAM de opgelegde heffingen gaat betalen.”
  2. r.o. 4.4

    Goedgekeurd

    De begrenzing door civielrechtelijke aansprakelijkheid en motiveringsgebreken kunnen in de bodemprocedures aan de orde komen; de besluiten zijn uitgebreid gemotiveerd.

    “Naar het oordeel van de voorzieningenrechter doet zich, gezien het bovenstaande en gezien de uitgebreide motivering van de bestreden besluiten, niet de situatie voor dat er geen toelichting is waarom de heffingen opgelegd zijn.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

De Staatssecretaris van BZK (Herstel Groningen) heeft aan de NAM heffingen opgelegd ter bestrijding van de kosten van afhandeling van schade door gaswinning in Groningen en gasopslag in Norg en Grijpskerk. Het betreft de kosten over het kalenderjaar 2023 voor fysieke schade, voor waardedalingsschade, voor immateriële schade en voor versterking. ExxonMobil, aandeelhoudster van de NAM, verzoekt de…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Bestuursrecht
3zaaknummer: LEE 24/4839
4uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 december 2024 in de zaak tussen
5ExxonMobil Holding Company Holland LLC, uit Rotterdam, verzoekster
6(gemachtigde: mr.V.M.Y. van 't Lam),
7en
8de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Herstel Groningen), verweerder
9(gemachtigde: mr. I.M. van der Heijden).
10Inleiding
111. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen drie heffingen op grond van artikel 15 van de Tijdelijke wet Groningen. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
121.1. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
131.2. Met de bestreden besluiten van 14 november 2024 heeft verweerder aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) drie heffingen opgelegd ter bestrijding van de kosten van afhandeling van schade door gaswinning in Groningen en gasopslag in Norg en Grijpskerk (over het kalenderjaar 2023) en een heffing opgelegd van de kosten van de versterkingsoperatie (over de periode 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023). De vier heffingen bedragen respectievelijk € 358.880.134,96 (fysieke schade), € 31.474.582,63 (waardedalingsschade), € 130.178.506,01 (immateriële schade) en € 395.827.722,- (kosten van de versterkingsoperatie).
141.3. Verzoekster heeft tegen de heffingsbesluiten bezwaar gemaakt. Op 10 december 2024 heeft zij het verzoek ingediend.
151.4. Beide partijen hebben hun standpunten schriftelijk nader toegelicht.
16Beoordeling door de voorzieningenrechter
172. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Bij een financieel geschil, zoals in deze zaak, is dat niet snel het geval. In beginsel kan namelijk na afloop van de bodemzaak het bedrag waarover het geschil gaat, alsnog worden (terug)betaald, zo nodig met vergoeding van de wettelijke rente. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement, of acute financiële nood is, neemt de voorzieningenrechter aan dat spoedeisend belang ontbreekt, zodat hij alleen al daarom geen voorlopige voorziening treft.
183.1. Verzoekster is aandeelhoudster van de NAM, de geadresseerde van de heffingsbesluiten. Verzoekster stelt primair een zelfstandig belang te hebben bij de heffingsbesluiten op grond van de eigendomsbelangen die onder meer volgen uit de Overeenkomst voor Samenwerking van 27 maart 1963 en het Akkoord op Hoofdlijnen van 25 juni 2018, waar verzoekster zelfstandig contractpartij bij is.
193.2. Bij uitspraak van 13 mei 2024 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank beslist op een verzoek van verzoekster tot het treffen van een voorlopige voorziening in zaken over heffingsbesluiten die het kalenderjaar 2022 betreffen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat geen sprake was van spoedeisend belang, omdat niet bleek dat er voor verzoekster acute financiële nood of erger dreigde en omdat zich niet de situatie voordeed dat een groot bedrag betaald moest worden zonder toelichting waarom de heffingen opgelegd waren.
203.3. In het verzoek dat nu voorligt, stelt verzoekster dat verweerder in de besluiten niet inzichtelijk maakt of onderbouwt wat de omvang van de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de NAM is. Verzoekster heeft ter onderbouwing het rapport ‘Beoordeling Transparantie en Inzichtelijkheid Heffingsbesluiten Fysieke Schade, Waardedaling, Immateriële schade en Versterkingsoperatie 2023’ van het bureau Kroll B.V. overgelegd, waarin geconcludeerd wordt dat de besluiten niet inzichtelijk en transparant zijn. Verzoekster betoogt dat de verplichting om miljarden te betalen voor vermeende schade, zonder inzage in wat en waarom er is gecompenseerd, in strijd is met het motiveringsbeginsel en fundamentele grondrechten.
214.1. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster niet aanvoert dat zij in de financiële problemen zal komen als de NAM de opgelegde heffingen gaat betalen.
224.2. De voorzieningenrechter overweegt verder, dat verzoekster niet bestrijdt dat verweerder gerechtigd is de kosten van afhandeling van schade door de gaswinning en gasopslag in Groningen op de NAM te verhalen. In die zin is tussen partijen niet in geschil dat verweerder aan de NAM heffingen van aanzienlijke omvang kan opleggen.
234.3. Wel betoogt verzoekster dat het kostenverhaal wordt begrensd door de civielrechtelijke aansprakelijkheid. De voorzieningenrechter overweegt, dat de NAM deze stelling in beroepsprocedures aan de rechtbank ter beoordeling kan voorleggen, evenals het betoog dat de heffingsbesluiten gebrekkig gemotiveerd en onvoldoende met stukken zijn onderbouwd. In dat verband is van belang dat de rechtbank in de loop van 2025 een aanvang zal maken met de behandeling van beroepen tegen heffingen over het derde en vierde kwartaal van 2020.
244.4. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter doet zich, gezien het bovenstaande en gezien de uitgebreide motivering van de bestreden besluiten, niet de situatie voor dat er geen toelichting is waarom de heffingen opgelegd zijn.
254.5. De voorzieningenrechter oordeelt daarom dat het spoedeisend belang ontbreekt.
26Conclusie en gevolgen
275. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
28Beslissing
29De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
30Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2024.
31griffier
32voorzieningenrechter
33Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
34Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
35 
36[1] ECLI:NL:RBNNE:2024:1849