Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandGegrond, zelf voorzien

ECLI:NL:RBNNE:2024:1572

Rechtbank Noord-Nederland · 10 januari 2024 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 10 januari 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:1572

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser vond de door het IMG toegekende vergoeding van € 20.873,50 voor fysieke schade te laag, onder meer voor het tegelwerk in toilet en badkamer en scheuren achter de tegels. De rechtbank oordeelt dat de vergoeding voor de tegels ontoereikend was en kent zelf € 730,03 extra toe; voor scheurherstel achter de tegels is geen grond. Beroep gegrond.

Citaat (regel 43)
“- bepaalt dat de voor schades 18 t/m 23 aanvullend aan eiser toe te kennen schadevergoeding € 730,03 bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2021 tot en met de dag van betaling;”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de aan eiser toegekende schadevergoeding.”
  • Kwesties

    • Duurzaam herstel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31, r.o. 7)
      “De rechtbank is -gelet op het door het Instituut gevolgde advies van Lubbers- van oordeel dat de schadevergoeding daarmee niet toereikend is voor zover deze ziet op het herstel van de schade aan de tegels in het toilet en de badkamer.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32, r.o. 8)
      “Zoals het Instituut in het verweerschrift ook naar voren heeft gebracht wordt enkel gesteld dat sprake kan zijn van scheurvorming achter de tegels, maar is dit niet concreet onderbouwd.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

    • Gegrond, zelf voorzien

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 44)
      “- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het gedeelte van het vernietigde besluit;”
  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Gedeeltelijk toegewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43)
      “- bepaalt dat de voor schades 18 t/m 23 aanvullend aan eiser toe te kennen schadevergoeding € 730,03 bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2021 tot en met de dag van betaling;”
  • Gemachtigde

    • mr. W.G. ten Have · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 7)
      “(gemachtigde: mr. W.G. ten Have),”
    • mr. P.A.K. van Eck · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mr. P.A.K. van Eck en mr. R.A.M.H.W. Wierenga).”
    • mr. R.A.M.H.W. Wierenga · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mr. P.A.K. van Eck en mr. R.A.M.H.W. Wierenga).”
  • Deskundige

    • 10BE (R. Lubbers) · nader advies · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31, r.o. 7)
      “De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan eiser een aanvullende schadevergoeding dient te worden toegekend, waarbij het Instituut aan kan sluiten bij het advies van Lubbers voor de hoogte van de te toe te kennen vergoeding.”
  • Bedrag

    • € 20.873,50 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “1.1. Het Instituut heeft met het besluit van 1 juni 2022 een bedrag van € 20.873,50 toegekend.”
    • € 730,03 · toegewezen door de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43)
      “- bepaalt dat de voor schades 18 t/m 23 aanvullend aan eiser toe te kennen schadevergoeding € 730,03 bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2021 tot en met de dag van betaling;”
    • € 184,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 46)
      “- bepaalt dat het Instituut het griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden;”
    • € 1.750,00 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 47)
      “- veroordeelt het Instituut tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiser.”
  • Aantal schades

    • 35 schades · totaal

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 21, r.o. 4.2)
      “Bij deze opname werden 35 schades geconstateerd.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 11 april 2023

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13, r.o. 1.1)
      “Met het bestreden besluit van 11 april 2023 op het bezwaar van eiser is het Instituut bij deze toekenning gebleven.”
  • Datum primair besluit

    • 1 juni 2022

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “1.1. Het Instituut heeft met het besluit van 1 juni 2022 een bedrag van € 20.873,50 toegekend.”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 7

    Goedgekeurd

    Gelet op het eigen nadere advies van het IMG was de vergoeding voor het tegelwerk in toilet en badkamer ontoereikend.

    “De rechtbank is -gelet op het door het Instituut gevolgde advies van Lubbers- van oordeel dat de schadevergoeding daarmee niet toereikend is voor zover deze ziet op het herstel van de schade aan de tegels in het toilet en de badkamer.”
  2. r.o. 8

    Goedgekeurd

    Scheurschade achter de tegels is niet concreet onderbouwd; de deskundige acht die niet waarschijnlijk.

    “Eiser heeft geen punten naar voren gebracht die kunnen afdoen aan dit advies.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade. Fysieke schade. Eiser krijgt een aanvullende schadevergoeding voor het tegelwerk in de badkamer. Het Instituut dient een vergoeding toe te kennen die toereikend is voor het vervangen van alle tegels in de badkamer. Het Instituut heeft eisers aanvraag voor vergoeding van schade achter het tegelwerk op goede gronden afgewezen. Eiser heeft niet onderbouwd dat er sprake zou zijn van d…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 23/2260
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2024 in de zaak tussen
6[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
7(gemachtigde: mr. W.G. ten Have),
8en
9Instituut Mijnbouwschade Groningen, het Instituut
10(gemachtigden: mr. P.A.K. van Eck en mr. R.A.M.H.W. Wierenga).
11Inleiding
121. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de aan eiser toegekende schadevergoeding.
131.1. Het Instituut heeft met het besluit van 1 juni 2022 een bedrag van € 20.873,50 toegekend. Met het bestreden besluit van 11 april 2023 op het bezwaar van eiser is het Instituut bij deze toekenning gebleven.
141.2. Het Instituut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift, waarbij een nader advies van deskundige R. Lubbers (Lubbers) van 10BE is overgelegd.
151.3. De rechtbank heeft het beroep op 21 december 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het Instituut. Tevens is D. Kiestra als deskundige verschenen.
16Beoordeling door de rechtbank
172. De rechtbank beoordeelt de (hoogte van de) toegekende schadevergoeding. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
183. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
194. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
204.1 Eiser is sinds oktober 2021 eigenaar van de woning aan de [adres] in [woonplaats] . In november 2021 heeft eiser een aanvraag gedaan voor schadevergoeding voor fysieke schade aan zijn woning.
214.2 Op 19 januari 2022 heeft, naar aanleiding van deze aanvraag, een schadeopname plaatsgevonden. Bij deze opname werden 35 schades geconstateerd. Van de opname is een rapport gemaakt, gedateerd 24 februari 2022. In het rapport wordt geadviseerd een schadevergoeding voor herstel toe te kennen van € 20.064,12.
224.3 Bij besluit van 1 juni 2022 heeft het Instituut dit advies gevolgd en een schadevergoeding van (in totaal) € 20.873,50 toegekend, bestaande uit het geadviseerde schadevergoedingsbedrag, een overlastvergoeding van € 500,-, een thuisblijfvergoeding van € 95,- en wettelijke rente à € 214,38.
234.4 Eiser heeft op 9 juni 2022 bezwaar gemaakt. Eiser is in de gelegenheid gesteld zijn bezwaren mondeling toe te lichten tijdens een hoorzitting op 7 februari 2023.
244.5 Met het bestreden besluit van 11 april 2023 is het Instituut bij de eerder toegekende schadevergoeding gebleven.
255. De rechtbank zal hierna ingaan op de beroepsgronden van eiser.
266. In reactie op de stellingen over de begroting is in het verweerschrift uiteengezet dat de herstelwerkzaamheden worden begroot op basis van een calculatiemodel, waarbij rekening wordt gehouden met inflatie en stijging van kosten en is verwezen naar rechtspraak hierover. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser dit punt vervolgens laten varen.
277. Als het gaat om de toekenning voor herstel van de tegels in de badkamer is in het verweerschrift verwezen naar het nader advies van Lubbers, waarbij een extra vergoeding wordt geadviseerd van € 730,03 zodat eiser alle tegels uit het toilet (schade 18) en de badkamer (schade 19 t/m 23) kan vervangen.
28In het adviesrapport van 24 februari 2022 is (onder schade 19) geadviseerd een bedrag van
29€ 5.202,44 toe te kennen voor nieuw wandtegelwerk in de badkamer. Uit het in beroep overgelegde nader advies blijkt dat daarbij met een oppervlak van 27,0 m² in plaats van
3027,3 m² is gerekend. Ook is geen rekening gehouden met het de- en hermonteren van twee radiatoren en het tijdelijk verplaatsen van de wasmachine. In het nader advies is verder becijferd dat 4,35 m² (in plaats van 3,2 m²) nieuw wandtegelwerk nodig is voor het toilet.
31De rechtbank is -gelet op het door het Instituut gevolgde advies van Lubbers- van oordeel dat de schadevergoeding daarmee niet toereikend is voor zover deze ziet op het herstel van de schade aan de tegels in het toilet en de badkamer. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan eiser een aanvullende schadevergoeding dient te worden toegekend, waarbij het Instituut aan kan sluiten bij het advies van Lubbers voor de hoogte van de te toe te kennen vergoeding.
328. De rechtbank ziet in hetgeen door eiser naar voren is gebracht geen grond gelegen om, anders dan door het Instituut is bepleit, in onderhavige procedure een vergoeding toe te kennen voor scheurherstel achter de tegels. Zoals het Instituut in het verweerschrift ook naar voren heeft gebracht wordt enkel gesteld dat sprake kan zijn van scheurvorming achter de tegels, maar is dit niet concreet onderbouwd. In het daarbij aangehaalde nader advies is door deskundige Lubbers eventueel scheurherstel begroot op een bedrag van € 717,91, maar is ook naar voren gebracht dat het, gezien het type schade, aannemelijk is dat de schade zich enkel tot het tegelwerk beperkt. De tegels en tegelvlakken zijn volgens hem star aangebracht en hebben op de aansluitingen geen enkele bewegingsruimte. Schade in de muren achter het tegelwerk acht hij niet waarschijnlijk. Eiser heeft geen punten naar voren gebracht die kunnen afdoen aan dit advies. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
33Conclusie en gevolgen
349. Het beroep is gegrond omdat de schade onjuist begroot is ten aanzien van de schade in het toilet en de badkamer. Dat betekent dat een gedeelte van het bestreden besluit niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover is beslist over de (hoogte van de) toe te kennen schadevergoeding voor schades 18 t/m 23 wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
359.1. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb nu zelf een beslissing en bepaalt dat de extra aan eiser toe te kennen schadevergoeding voor schades 18 t/m 23 € 730,03 bedraagt. Dit bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2021. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit.
369.2. Omdat het beroep gegrond is moet het Instituut het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van
37€ 875,- en een wegingsfactor 1).
38Beslissing
39De rechtbank:
40- verklaart het beroep gegrond;
41- vernietigt het besluit van 11 april 2023 voor zover dat ziet op de hoogte van de toe
42te kennen schadevergoeding voor schades 18 t/m 23;
43- bepaalt dat de voor schades 18 t/m 23 aanvullend aan eiser toe te kennen schadevergoeding € 730,03 bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2021 tot en met de dag van betaling;
44- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het gedeelte van het vernietigde besluit;
45- laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
46- bepaalt dat het Instituut het griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden;
47- veroordeelt het Instituut tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiser.
48Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Dijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2024.
49griffier
50rechter
51Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
52Informatie over hoger beroep
53Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
54 
55[1] Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 1 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2682, r.o.76-80.