Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2023:5227

Rechtbank Noord-Nederland · 15 december 2023 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 15 december 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:5227

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Het IMG verklaarde het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn schadeaanvraag niet-ontvankelijk, omdat hij na verkoop van de woning de schadevordering bij akte van levering aan de koper had overgedragen. De rechtbank acht de beslistermijn niet onredelijk lang en oordeelt dat de akte onmiskenbaar een cessie bevat. Beroep ongegrond.

Citaat (regel 41)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 15)
      “2. De rechtbank beoordeelt of het Instituut heeft kunnen concluderen dat eiser zijn aanspraak op schadevergoeding heeft overgedragen.”
  • Kwesties

    • Redelijke termijn

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28)
      “5.1. De rechtbank is van oordeel dat de door het Instituut gehanteerde beslistermijn van vijftien maanden niet onredelijk lang is.”
    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 37, r.o. 6.4)
      “Het Instituut heeft daarom kunnen concluderen dat eiser ten tijde van de beslissing op bezwaar geen rechthebbende meer was op de (eventuele) aanspraak op schadevergoeding.”
    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 37)
      “6.4. De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde bepaling uit de akte van levering onmiskenbaar volgt dat de vordering tot schadevergoeding is overgedragen aan de koper.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Afgewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23)
      “4.6. Het Instituut heeft in zijn besluit van 29 augustus 2022 de aanvraag tot schadevergoeding afgewezen.”
  • Gemachtigde

    • mr. B.C. Rots · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. B.C. Rots en mr. I. Pijper).”
    • mr. I. Pijper · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigden: mr. B.C. Rots en mr. I. Pijper).”
  • Deskundige

    • NIVRE (D. Huizinga) · IMG-deskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20)
      “4.3. Op 28 september 2021 heeft deskundige D. Huizinga (Huizinga) van NIVRE een adviesrapport uitgebracht.”
    • NIVRE (D. den Herder) · IMG-deskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22)
      “4.5. Op 19 april 2022 heeft deskundige D. den Herder (Den Herder) van NIVRE een herzien adviesrapport uitgebracht.”
  • Bedrag

    • € 10.000,00 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 30, r.o. 6)
      “Het Instituut zou (minimaal) de verbouwingskosten van € 10.000,- moeten vergoeden.”
  • Aantal schades

    • 5 schades · totaal

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 4.3)
      “Huizinga heeft voor de schades 1, 2, 4 en 5 een andere uitsluitende oorzaak aangewezen en geadviseerd om geen schadevergoeding toe te kennen.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 30 maart 2023

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11, r.o. 1)
      “Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (het Instituut) heeft het bezwaar van eiser bij besluit van 30 maart 2023 niet-ontvankelijk verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 29 augustus 2022

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23)
      “4.6. Het Instituut heeft in zijn besluit van 29 augustus 2022 de aanvraag tot schadevergoeding afgewezen.”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. Regel 33

    Goedgekeurd

    Wie rechthebbende is, wordt beoordeeld naar de toestand ten tijde van de beslissing op bezwaar.

    “6.3. De vraag wie rechthebbende is op de aanspraak tot vergoeding van schade dient te worden beoordeeld naar de toestand zoals die zich voordoet ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar.”
  2. Regel 37

    Goedgekeurd

    De slotbepaling van de leveringsakte draagt de schadevordering over aan de koper; eiser maakt een andere uitleg niet aannemelijk.

    “6.4. De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde bepaling uit de akte van levering onmiskenbaar volgt dat de vordering tot schadevergoeding is overgedragen aan de koper.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade; fysieke schade. De rechtbank is van oordeel dat eiser zijn aanspraak op schadevergoeding door middel van cessie heeft overgedragen aan de koper van de woning. Het beroep is ongegrond.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 23/2080
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2023 in de zaak tussen
6[naam], uit [woonplaats], eiser
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen
9(gemachtigden: mr. B.C. Rots en mr. I. Pijper).
10Inleiding
111. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (het Instituut) heeft het bezwaar van eiser bij besluit van 30 maart 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
121.1. Het Instituut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft daar bij brief van 1 november 2023 op gereageerd.
131.2. De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van het Instituut.
14Beoordeling door de rechtbank
152. De rechtbank beoordeelt of het Instituut heeft kunnen concluderen dat eiser zijn aanspraak op schadevergoeding heeft overgedragen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
163. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
174. De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten.
184.1. Het Instituut heeft op 27 juli 2020 en 7 april 2021 een schadevergoeding aan eiser toegekend voor schade aan de woning aan de [adres] te [plaats] (de woning).
194.2. Eiser heeft op 1 augustus 2021 een nieuwe schademelding gedaan voor schade aan de woning.
204.3. Op 28 september 2021 heeft deskundige D. Huizinga (Huizinga) van NIVRE een adviesrapport uitgebracht. Huizinga heeft voor de schades 1, 2, 4 en 5 een andere uitsluitende oorzaak aangewezen en geadviseerd om geen schadevergoeding toe te kennen. Schade 3 betreft een eerder behandelde schade.
214.4. Eiser heeft op 6 oktober 2021 een zienswijze ingediend op het adviesrapport. Eiser heeft zijn zienswijze laatstelijk op 30 januari 2022 aangevuld.
224.5. Op 19 april 2022 heeft deskundige D. den Herder (Den Herder) van NIVRE een herzien adviesrapport uitgebracht. Den Helder heeft geadviseerd om geen schadevergoeding toe te kennen.
234.6. Het Instituut heeft in zijn besluit van 29 augustus 2022 de aanvraag tot schadevergoeding afgewezen. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt.
244.7. Eiser heeft de woning op 15 september 2022 verkocht en overgedragen.
254.8. Op 30 maart 2023 heeft het Instituut het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser zijn vordering op schadevergoeding heeft overgedragen aan de koper en geen belang meer heeft bij de uitkomst van de bezwaarprocedure.
26Beslistermijn
275. Eiser stelt dat het Instituut de behandeling van zijn aanvraag zolang heeft gerekt en de beslistermijn meermaals de beslistermijn heeft verlengd, waardoor hij niet langer kon wachten met verkoop van de woning en daardoor nu de schadevergoeding misgelopen is.
285.1. De rechtbank is van oordeel dat de door het Instituut gehanteerde beslistermijn van vijftien maanden niet onredelijk lang is. Voor de behandeling van alle aanvragen - zowel eenvoudig als complex - geldt dat sprake is van een grote hoeveelheid aanvragen, die meerdere handelingen vereisen. De rechtbank overweegt hiertoe ook dat eiser zijn zienswijze meermaals heeft aangevuld en dat naar aanleiding van de zienswijze een herzien adviesrapport is uitgebracht.
29Cessie
306. Eiser voert aan dat hij niet heeft bedoeld om zijn vordering over te dragen aan de kopers van de woning. De koper heeft de woning gekocht inclusief de schade. De koper heeft minder voor de woning betaald omdat hij kosten zou moeten maken voor de badkamer en de garage. Ter zitting heeft eiser aangevoerd dat volgens hem sprake is van een schrijnend geval waardoor zijn aanvraag ruimhartig zou moeten worden behandeld. Het Instituut zou (minimaal) de verbouwingskosten van € 10.000,- moeten vergoeden.
316.1. Desgevraagd heeft eiser medegedeeld dat hij de woning heeft verkocht voor € 350.500,-, wat boven de WOZ-waarde van € 260.000,- (2022) is.
326.2. De rechtbank overweegt als volgt. De vraag die voorligt is of eiser zijn aanspraak op vergoeding al dan niet heeft overgedragen aan de koper door middel van cessie als bedoeld in artikel 3:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
336.3. De vraag wie rechthebbende is op de aanspraak tot vergoeding van schade dient te worden beoordeeld naar de toestand zoals die zich voordoet ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar. Dit volgt uit de prejudiciële uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 27 september 2023.
34In de akte van levering van 15 september 2022 is eiser als verkopende partij aangemerkt. De slotbepaling van de akte van levering luidt:
35NAM
36“In aanvulling op artikel 7.4 draagt verkoper zijn (eventuele) schadevergoedingsvordering die verkoper heeft jegens de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. in verband met de aardbevingsschade, over aan koper. Verkoper en koper bestempelen de leveringsakte als ‘authentieke akte’ in de zin van artikel 3:94 lid 3 Burgerlijk Wetboek, zodat de overdracht van de schadevergoedingsvordering jegens de NAM op koper wordt voltooid ten tijde van het ondertekenen van de akte van levering. Koper heeft niet meer het recht om verkoper op grond van artikel 6.3 aansprakelijk te stellen met betrekking tot gebreken die het gevolg zijn van de aardbevingsschade. Dit artikel wordt woordelijk overgenomen in de akte van regeling.”
376.4. De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde bepaling uit de akte van levering onmiskenbaar volgt dat de vordering tot schadevergoeding is overgedragen aan de koper. Het is aan eiser om voldoende te stellen en te onderbouwen de slotbepaling zo moet worden uitgelegd dat partijen niet bedoeld hebben om de vordering op de NAM over te dragen aan de koper. Eiser is daar niet in geslaagd. Het Instituut heeft daarom kunnen concluderen dat eiser ten tijde van de beslissing op bezwaar geen rechthebbende meer was op de (eventuele) aanspraak op schadevergoeding.
38Conclusie en gevolgen
397. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
40Beslissing
41De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
42Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Geçer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2023.
43griffier
44rechter
45Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
46Informatie over hoger beroep
47Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
48 
49[1] Zie ook de uitspraak van deze rechtbank van 18 april 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:1649.