Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandGegrond, zelf voorzien

ECLI:NL:RBNNE:2022:679

Rechtbank Noord-Nederland · 10 maart 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 10 maart 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:679

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser beperkte zijn beroep tot schades 17 (parketvloer) en 19 t/m 21 (badkamertegels en plafond). De rechtbank oordeelt dat voor schade 17 het bewijsvermoeden is weerlegd (vochtoverlast), maar dat volledige vervanging van het tegelwerk en het plafondherstel moeten worden vergoed; zij voorziet zelf, bepaalt de vergoeding op € 4.194,56 en kent proceskosten en deskundigenkosten toe.

Citaat (regel 67)
“- bepaalt dat de aan eiser toe te kennen vergoeding voor schades 19, 20 en 21”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28)
      “2.1. Eiser heeft in beroep het geschil beperkt tot schades 17, 19, 20 en 21.”
  • Kwesties

    • Bewijsvermoeden

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 50, r.o. 4.4)
      “De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat verweerder met deze rapporten het bewijsvermoeden voor wat betreft deze schadepost heeft weerlegd.”
    • Trillingstool

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 40)
      “3.8. Met betrekking tot het aangevoerde omtrent de trillingstool merkt de rechtbank nog op dat dit geen zelfstandig criterium is om geconstateerde schades af te wijzen.”
    • Duurzaam herstel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 53, r.o. 5.1)
      “Daarom is bepleit alle tegels (16 m²) te vervangen.”
    • Kosten van een deskundige

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 62)
      “6.3. Ten slotte komen de in beroep gemaakte kosten voor het inroepen van deskundige Lania en Vrieling voor vergoeding in aanmerking (vgl. ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4351).”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

    • Gegrond, zelf voorzien

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 70)
      “- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit dat ziet op de vergoeding voor schades 19, 20 en 21;”
  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Gedeeltelijk toegewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 71)
      “- laat het bestreden besluit voor het overige in stand;”
  • Gemachtigde

    • mr. C.A.M. Veenbaas · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 7)
      “(mr. C.A.M. Veenbaas)”
    • mr. M. Feenstra · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mr. M. Feenstra en mr. K. Winterink).”
    • mr. K. Winterink · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 10)
      “(gemachtigden: mr. M. Feenstra en mr. K. Winterink).”
  • Deskundige

    • CED (S. Haidary) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies deels

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 49, r.o. 4.4)
      “Ook de lakbehandeling in 1990, die volgens eiser zou hebben geleid tot kleurverschil op de vloer, is onvoldoende om het rapport van Haidary en de door Dobbe gegeven toelichting te pareren.”
    • CED (C. Dobbe) · deskundige bezwaarcommissie · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 47)
      “4.4. De rechtbank ziet in de beroepsgronden geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van hetgeen de deskundigen hebben ingebracht.”
    • Vergnes B.V. (R. Lania) · contra-expert · rechter volgt het advies deels

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 50, r.o. 4.4)
      “De verwijzing van Vergnes naar de trillingssnelheden is onvoldoende om alsnog mijnbouwschade aan te nemen.”
    • Arjan de Wit Bouwadviseurs BV (A. de Wit) · contra-expert · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 48, r.o. 4.4)
      “De door eiser geopperde mogelijkheid dat de betonnen (onder)vloer gescheurd kan zijn, vindt geen steun in het rapport van de door hem ingeschakelde De Wit.”
    • Panel van Deskundigen · methodedeskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33)
      “3.3. Verweerder heeft voor de toepassing van het bewijsvermoeden advies gevraagd aan het zogenoemde Panel van Deskundigen (het Panel).”
  • Bedrag

    • € 7.313,79 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “In het besluit van 15 juli 2020 (primair besluit) heeft verweerder eiser een schadevergoeding in verband met mijnbouwschade toegekend van € 7.313,79.”
    • € 4.194,56 · toegewezen door de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 68)
      “€ 4.194,56 bedraagt;”
    • € 3.544,42 · toegewezen door de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 69)
      “- bepaalt dat de nog niet aan eiser uitgekeerde vergoeding van € 3.544,42 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2018 tot en met de dag van betaling;”
    • € 550,00 · deskundigenkosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 61, r.o. 6.2)
      “De rechtbank zal die kosten vaststellen conform de overgelegde factuur van 2 september 2020 op € 550,- (inclusief btw).”
    • € 1.518,00 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 60, r.o. 6.1)
      “Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Bpb) vast op € 1.518,-”
    • € 181,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 72)
      “- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden;”
    • € 2.757,70 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 73)
      “- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.757,70.”
  • Aantal schades

    • 4 schades · in geschil

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28)
      “2.1. Eiser heeft in beroep het geschil beperkt tot schades 17, 19, 20 en 21.”
    • 3 schades · toegewezen door de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 66)
      “- vernietigt het bestreden besluit voor zover is beslist over schades 19, 20 en 21;”
  • Trillingssterkte

    • 8,5 mm/s · grenswaarde

      Goedgekeurd

      zoals genoemd in de uitspraak, met kansniveau en bron

      Citaat (regel 41, r.o. 3.9)
      “Daarbij wordt onderscheid gemaakt in metselwerk (8,5 mm/s (PGV 1%) en gewapend beton/hout (34 mm/s (PGV 1%).”
    • 34 mm/s · grenswaarde

      Goedgekeurd

      zoals genoemd in de uitspraak, met kansniveau en bron

      Citaat (regel 41, r.o. 3.9)
      “Daarbij wordt onderscheid gemaakt in metselwerk (8,5 mm/s (PGV 1%) en gewapend beton/hout (34 mm/s (PGV 1%).”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 18 maart 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “In het besluit van 18 maart 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 15 juli 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “In het besluit van 15 juli 2020 (primair besluit) heeft verweerder eiser een schadevergoeding in verband met mijnbouwschade toegekend van € 7.313,79.”

Niet genoemd in de uitspraak: plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 3.8

    Goedgekeurd

    De trillingstool is geen zelfstandig criterium om schade af te wijzen; de deskundige moet de oorzaak met voldoende zekerheid aanwijzen.

    “Om het bewijsvermoeden te weerleggen dient de deskundige een voldoende mate van zekerheid te geven over de oorzaak van de door hem aangewezen schade.”
  2. r.o. 4.4

    Goedgekeurd

    Voor de naden in de parketvloer is vochtoverlast met voldoende zekerheid als andere uitsluitende oorzaak aangewezen.

    “Naar het oordeel van de rechtbank is toereikend onderbouwd dat voor deze schadepost er met een voldoende mate van zekerheid een andere uitsluitende oorzaak is aangewezen.”
  3. r.o. 5.1

    Goedgekeurd

    Omdat de tegels niet meer verkrijgbaar zijn, moet volledige vervanging van het tegelwerk worden vergoed.

    “Verweerder heeft ter zitting naar voren gebracht zich alsnog te kunnen vinden in een volledige vergoeding, nu niet is gebleken dat er tijdens de eerdere schademelding voor schade 19 een vergoeding is ontvangen.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

De afwijkingen tussen de vloerdelen zijn niet veroorzaakt door trillingen, maar door wateroverlast. Derhalve is het bewijsvermoeden voor wat betreft deze schade weerlegd. Eiser wordt een extra vergoeding toegekend voor het vervangen van de tegels in de badkamer.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 21/1273
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2022 in de zaak tussen
6[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
7(mr. C.A.M. Veenbaas)
8en
9het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG), verweerder
10(gemachtigden: mr. M. Feenstra en mr. K. Winterink).
11Procesverloop
12In het besluit van 15 juli 2020 (primair besluit) heeft verweerder eiser een schadevergoeding in verband met mijnbouwschade toegekend van € 7.313,79. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.
13In het besluit van 18 maart 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
14Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Op 22 september 2021 zijn door eiser de gronden van beroep ingediend. Daarbij is tevens een rapport overgelegd van
15R. Lania (Lania), werkzaam bij expertisebureau Vergnes B.V. (Vergnes), van 31 mei 2021.
16Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
17Op 26 januari 2022 zijn door eiser nadere gronden van beroep ingediend.
18De rechtbank heeft het beroep op 7 februari 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en vergezeld van de deskundige P.J. Vrieling (Vrieling), werkzaam bij Vergnes. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Tevens is verschenen de deskundige C. Dobbe (Dobbe), werkzaam bij het schade-expertisebureau CED.
19Overwegingen
201. De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden.
211.1. Eiser heeft in 2015 en 2017 vergoedingen ontvangen in verband met mijnbouwschade aan de (in 1977 gebouwde) woning op het perceel [adres] te [plaats] . Op 9 januari 2018 en 31 juli 2019 heeft eiser nieuwe meldingen van mijnbouwschade gedaan.
221.2. Op 31 maart 2020 heeft de deskundige S. Haidary (Haidary) van schade-expertisebureau CED in opdracht van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (hierna ook: verweerder) een adviesrapport uitgebracht. Dit rapport is gebaseerd op een opname van de schade op 22 november 2019. Eiser heeft op 25 mei 2020 zijn zienswijze op het rapport van de deskundige ingebracht.
231.3. Naar aanleiding van de zienswijze heeft verweerder deskundige Haidary verzocht nader te rapporteren. Haidary heeft op 8 juli 2020 een herzien adviesrapport uitgebracht.
24In dit rapport adviseert hij aan eiser voor schades 5, 6, 9, 11, 18 en 20 een schadevergoeding van € 6.148,72 toe te kennen. De schades 1, 3, 4, 7, 8, 10, 12 tot en met 16 en 19 zijn volgens Haidary eerder behandeld. Schades 2, 17 en 21 zijn volgens Haidary niet veroorzaakt door mijnbouw.
251.4. In het primaire besluit heeft verweerder aan eiser een schadevergoeding toegekend van € 7.313,79. Dit bedrag ziet onder meer op de door Haidary begrote schade.
261.5. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. In bezwaar heeft eiser een rapport overgelegd van A. de Wit (De Wit), van Arjan de Wit Bouwadviseurs BV, van 7 september 2020. Op verzoek van de bezwaaradviescommissie heeft de deskundige Dobbe nader onderzoek verricht. Hij heeft daarover in het Addendum bezwaar van 20 januari 2021 gerapporteerd. De zaak is besproken op een hoorzitting op 3 maart 2021.
272. In het bestreden besluit is het bezwaar ongegrond verklaard.
282.1. Eiser heeft in beroep het geschil beperkt tot schades 17, 19, 20 en 21.
292.2. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Daarbij heeft verweerder een rapport meegestuurd van de deskundige Dobbe van 26 november 2021.
303. De rechtbank overweegt als volgt.
313.1. Niet in geschil is dat het bewijsvermoeden van artikel 6:177a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is. Op grond van deze bepaling wordt vermoed, bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld zou kunnen zijn, dat die schade is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.
323.2. Bij arrest van 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278, heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op door de rechtbank gestelde prejudiciële vragen die onder meer zien op de toepassing van het bewijsvermoeden. In dit kader heeft de Hoge Raad geantwoord dat als is voldaan aan de vereisten voor toepassing van het vermoeden van artikel 6:177a, eerste lid, van het BW, de exploitant dat vermoeden alleen met succes weerlegt als hij er in slaagt te bewijzen dat de schade niet is veroorzaakt door de aanleg of exploitatie van het mijnbouwwerk. Voor bewijs in het burgerlijk procesrecht is niet vereist dat de te bewijzen feiten en omstandigheden onomstotelijk komen vast te staan: de te bewijzen feiten en omstandigheden moeten voldoende aannemelijk worden.
333.3. Verweerder heeft voor de toepassing van het bewijsvermoeden advies gevraagd aan het zogenoemde Panel van Deskundigen (het Panel). Het Panel heeft in een rapport van
3422 januari 2019 geadviseerd om het wettelijk bewijsvermoeden weerlegd te achten als de schadeoorzaak evident en aantoonbaar een andere is dan de in artikel 6:177a BW bedoelde bodembeweging.
353.4. De door verweerder ingeschakelde deskundigen toetsen met inachtneming van het advies van het Panel of zij met een voldoende grote mate van zekerheid kunnen uitsluiten dat de schade door bodembeweging door mijnbouwactiviteiten is ontstaan, en zo ja, waardoor de schade dan wel is ontstaan. Het bewijsvermoeden wordt niet weerlegd geacht als het weliswaar aannemelijk is dat een schade niet door bodembeweging als gevolg van gaswinning is ontstaan of verergerd, maar onvoldoende zekerheid kan worden gegeven over de vraag waardoor de schade wel is ontstaan of verergerd.
363.5. In het kader van de vergewisplicht toetst verweerder aan de hand van welke feiten de deskundige tot de conclusie is gekomen dat er met een voldoende mate van zekerheid een andere uitsluitende oorzaak van de schade is aan te wijzen. Verweerder acht het bewijsvermoeden pas weerlegd als de deskundige een hoge mate van zekerheid heeft over de oorzaak van de door hem aangewezen schade, wat aansluit bij de bedoelingen van het Panel. Van de deskundige wordt niet gevergd dat hij met 100% zekerheid kan uitsluiten dat de schade is ontstaan en/of verergerd door bodembeweging door mijnbouwactiviteiten.
373.6. De rechtbank verwijst verder naar het toetsingskader zoals uiteengezet in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van
3824 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:374).
393.7. Verweerder heeft meerdere deskundigen ingeschakeld bij de beoordeling van de door eiser gestelde schade. Volgens vaste rechtspraak van de ABRvS, waaronder de uitspraak van 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4250), mag een bestuursorgaan, als in een advies van een door dat bestuursorgaan benoemde deskundige op objectieve en onpartijdige wijze verslag is gedaan van het door de deskundige verrichte onderzoek en op inzichtelijke wijze is aangegeven welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, bij het nemen van een besluit van dat advies worden uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid naar voren zijn gebracht (rechtbank Noord-Nederland 18 mei 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1935).
403.8. Met betrekking tot het aangevoerde omtrent de trillingstool merkt de rechtbank nog op dat dit geen zelfstandig criterium is om geconstateerde schades af te wijzen. Om het bewijsvermoeden te weerleggen dient de deskundige een voldoende mate van zekerheid te geven over de oorzaak van de door hem aangewezen schade. De rechtbank zal hierna toetsen of dat is gebeurd.
413.9. In de Praktische Uitwerking Tijdelijke wet Groningen voor Deskundigen van 1 juli 2021 (versie 3) is neergelegd dat het bewijsvermoeden niet weerlegd is als er wel een autonome oorzaak is, maar het toch aannemelijk is dat trillingen de schade hebben veroorzaakt of hebben verergerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in metselwerk (8,5 mm/s (PGV 1%) en gewapend beton/hout (34 mm/s (PGV 1%). Als deze grenswaarden zijn overschreden moet de deskundige een afweging maken van de mate van overschrijding en de schade waar het om gaat, om te bepalen of hij invloed aannemelijk acht.
42Causaal verband (schade 17)
434. In geschil is of voor schade 17, die ziet op een afwijking tussen de aansluiting van houten vloertegels in de woonkamer, het bewijsvermoeden is weerlegd.
444.1. Verweerder heeft in het bestreden besluit het advies van de bezwaaradviescommissie van 8 maart 2021 -en daarmee het herzien adviesrapport van Haidary en de door Dobbe gegeven toelichting- gevolgd.
454.2. In het herzien adviesrapport van 8 juli 2020 is beschreven dat de vloer van de woonkamer is bedekt met een houten vloer in blokpatroon en dat er een afwijking is gevonden tussen de aansluiting van de vloertegels. Verder is vermeld dat er geen doorlopende bouwkundige scheurvorming zichtbaar is en dat slopen van de parketvloer teneinde de onderliggende constructievloer te kunnen inspecteren niet aan de orde is. Tot slot is vermeld dat de naadvorming zich voordoet in het verlengde van de leidingen van de verwarming en ter plaatse van zichtbare vochtinvloeden uit het verleden. Ontstaan of verergering door bodembeweging wordt uitgesloten.
464.3. In de door Dobbe op 26 november 2021 gegeven toelichting is er op gewezen dat sprake is van een houten vloer met daarin duidelijke sporen van eerdere vochtoverlast en zeer brede naden, welke overeenkomen met de gevolgen van vochtschade. Verder is opgemerkt dat een parketvloer niet kan onthechten als gevolg van bodembeweging door mijnbouwactiviteiten en dat de parketvloer geen schade door mijnbouwactiviteiten kan vertonen wanneer de onderliggende vloer geen schade vertoont.
474.4. De rechtbank ziet in de beroepsgronden geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van hetgeen de deskundigen hebben ingebracht.
48De door eiser geopperde mogelijkheid dat de betonnen (onder)vloer gescheurd kan zijn, vindt geen steun in het rapport van de door hem ingeschakelde De Wit. De Wit heeft tijdens de opname op 24 augustus 2020 een foto gemaakt van de situatie onder de vloer en vervolgens in het rapport van 7 september 2020 opgeschreven aan de onderzijde van de vloer geen gebreken of bijzonderheden te hebben geconstateerd.
49Ook de lakbehandeling in 1990, die volgens eiser zou hebben geleid tot kleurverschil op de vloer, is onvoldoende om het rapport van Haidary en de door Dobbe gegeven toelichting te pareren.
50Naar het oordeel van de rechtbank is toereikend onderbouwd dat voor deze schadepost er met een voldoende mate van zekerheid een andere uitsluitende oorzaak is aangewezen. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat verweerder met deze rapporten het bewijsvermoeden voor wat betreft deze schadepost heeft weerlegd. De verwijzing van Vergnes naar de trillingssnelheden is onvoldoende om alsnog mijnbouwschade aan te nemen.
51Herstelmethode (schade 20)
525. Schades 19, 20 en 21 zien op schade aan de tegels in de badkamer op de begane grond. Schade 19 ziet op schade aan zes tegels die zijn genoemd bij eerdere schademeldingen. Schade 20 ziet op schade aan drie tegels. Schade 21 ziet op haarscheurtjes in het glazuur van het tegelwerk.
535.1. Vergnes heeft naar voren gebracht dat de wandtegels niet meer verkrijgbaar zijn en dat eiser ze niet meer op voorraad heeft. Daarom is bepleit alle tegels (16 m²) te vervangen. Verweerder heeft ter zitting naar voren gebracht zich alsnog te kunnen vinden in een volledige vergoeding, nu niet is gebleken dat er tijdens de eerdere schademelding voor schade 19 een vergoeding is ontvangen.
545.2. In het rapport van Dobbe van 26 november 2021 is de volgende calculatie opgenomen:
55“Het vervangen van 16m² tegelwerk, inclusief het de- en hermonteren van sanitair, komt uit op een totaal bedrag van EUR 3.709,30 inclusief btw. (…) In het herziene adviesrapport is voor het uitvoeren van spotrepair een bedrag van EUR 650,14 inclusief btw berekend.”
565.3. Met betrekking tot de door Lania genoemde schade aan het plafond in de badkamer op de begane grond heeft verweerder het door Lania en Vrieling gestelde causale verband en de gemaakte begroting (van € 485,26 inclusief btw) ter zitting niet bestreden.
575.4. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en wordt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb vernietigd voor zover is beslist over schades 19, 20 en 21. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser een aanvullende schadevergoeding van € 3.544,42 inclusief btw (€ 3.709,30 minus de reeds toegekende vergoeding van
58€ 650,14 plus € 485,26) toekomt. De rechtbank zal met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb bepalen dat verweerder dat bedrag alsnog dient toe te kennen.
596. De rechtbank ziet aanleiding voor de volgende proceskostenveroordeling.
606.1. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Bpb) vast op € 1.518,- (één punt voor het indienen van het beroepschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting; met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Verweerder dient aan eiser tevens het door hem betaalde griffierecht van € 181,- te vergoeden.
616.2. Verweerder heeft ter zitting laten weten dat de kosten voor de door eiser ingeschakelde De Wit voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. De rechtbank zal die kosten vaststellen conform de overgelegde factuur van 2 september 2020 op € 550,- (inclusief btw).
626.3. Ten slotte komen de in beroep gemaakte kosten voor het inroepen van deskundige Lania en Vrieling voor vergoeding in aanmerking (vgl. ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4351). Dit betreft vijf uren voor het opstellen van het rapport en een uur voor het bijwonen voor de zitting. De vergoeding van zes uren, tegen het opgevoerde uurtarief van € 95,- acht de rechtbank redelijk (€ 570,- te vermeerderen met de omzetbelasting van € 119,70). De totale vergoeding van de proceskosten dient te worden gesteld op een bedrag van € 2.757,70.
63Beslissing
64De rechtbank:
65- verklaart het beroep gegrond;
66- vernietigt het bestreden besluit voor zover is beslist over schades 19, 20 en 21;
67- bepaalt dat de aan eiser toe te kennen vergoeding voor schades 19, 20 en 21
68€ 4.194,56 bedraagt;
69- bepaalt dat de nog niet aan eiser uitgekeerde vergoeding van € 3.544,42 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2018 tot en met de dag van betaling;
70- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit dat ziet op de vergoeding voor schades 19, 20 en 21;
71- laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
72- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden;
73- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.757,70.
74Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. van Loo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2022.
75griffier
76rechter
77Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
78Bent u het niet eens met deze uitspraak?
79Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.